[verdachte ] ,
geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in penitentiaire inrichting [locatie 1] .
Hoger beroep
Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 27 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman,
mr. F.J. Koningsveld, hebben aangevoerd.
Tot slot heeft het hof kennisgenomen van wat is aangevoerd door mr. S.J. Mol namens de benadeelde partij [benadeelde partij 3] en door mr. L. van Sommeren namens de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] .
Vonnis waarvan beroep.
Het hof vernietigt het vonnis omdat het tot een iets andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Het hof doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 12 april 2023 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,
[benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 1] , te weten
het betasten en/of vastpakken en/of kneden van haar borst(en) en/of
het brengen/duwen van zijn, verdachtes penis en/of vinger(s) in haar vagina en/of
het brengen/duwen van zijn, verdachtes penis in haar mond en/of in haar anus,
welk geweld en/of een andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk,
deze genoemde seksuele handelingen op brute en/of hardhandige heeft uitgevoerd en/of
zijn hand(en) op haar mond heeft gedrukt en/of daarbij haar de woorden heeft toegevoegd: “Je gaat je wel stilhouden hè” en/of “We gaan geen herrie maken hè”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
met zijn hand(en) haar keel heeft dichtgeknepen/dichtgedrukt en/of misbruik/gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht over [benadeelde partij 1] en/of
meerdere malen voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 1] en/of
(aldus) een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin [benadeelde partij 1] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken; 2. primairhij op of omstreeks 7 augustus 2024 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland,
met een persoon, te weten [benadeelde partij 2] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
het brengen/duwen van zijn penis in haar anus en/of haar vagina,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij [benadeelde partij 2] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
de deur van de laadruimte van het voertuig waarin verdachte en [benadeelde partij 2] lagen, te vergrendelen en/of
haar te beletten om die laadruimte te verlaten en/of
haar in een (soort) houtgreep vast te grijpen en/of
haar op haar buik te draaien/leggen en/of
haar meermalen, althans eenmaal met de vuist(en), met kracht, tegen haar hoofd te stompen/te slaan en/of
zijn hand(en) op haar mond te drukken en/of
haar aan de haren te trekken en/of
zijn knie(ën) in/tegen haar rug te drukken/duwen en/of haar een zogenaamd ‘knietje’ te geven en/of haar de woorden toe te voegen: “Je moet je bek dicht houden, kankerhoer, junkie”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
misbruik/gebruik te maken van zijn fysieke overwicht op [benadeelde partij 2] en/of
meerdere malen voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 2] en/of
(aldus) een bedreigende situatie te creëren, waarin [benadeelde partij 2] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken;
2. subsidiairhij op of omstreeks 7 augustus 2024 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland,
met een persoon, te weten [benadeelde partij 2] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
het brengen/duwen van zijn penis in haar anus en/of haar vagina en/of,
terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij [benadeelde partij 2] daartoe de wil ontbrak;
3.hij op of omstreeks 14 december 2022 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,
[benadeelde partij 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 3] , te weten
het brengen/duwen van zijn, verdachtes penis in haar anus,
welk geweld en/of een andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk,
deze genoemde seksuele handelingen op brute en/of hardhandige heeft uitgevoerd en/of
haar bij de polsen heeft vastgepakt en/of
(vervolgens) haar armen op haar rug heeft gedraaid en/of daar heeft vastgehouden en/of haar (zodoende) heeft belet weg te kunnen komen en/of
misbruik/gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht over [benadeelde partij 3] en/of meerdere malen voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 3] en/of
(aldus) een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin [benadeelde partij 3] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken;
4.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met
1 juli 2024 te [plaats 1] en/of te [plaats 2] , in elk geval in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde partij 4] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 4] , te weten het brengen/duwen van zijn penis in haar anus,
welk geweld en/of een andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk,
deze genoemde seksuele handelingen op brute en/of hardhandige wijze heeft uitgevoerd en/of deze genoemde seksuele handelingen verrichtte tot bloedens toe en zelfs tot uitscheuren van de anus van [benadeelde partij 4] en/of
[benadeelde partij 4] op haar buik heeft gelegd/gedraaid en/of
(vervolgens) op haar is gaan liggen en/of
haar heeft belet weg te gaan en/of
misbruik/gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht over [benadeelde partij 4] en/of
meerdere malen voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 4] en/of
(aldus) een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin [benadeelde partij 4] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken;
5. primairhij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2024 tot en met
21 november 2024 te [plaats 1] en/of te [plaats 2] , in elk geval in Nederland,
met een persoon, te weten [benadeelde partij 4] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 4] heeft verricht, te weten
het brengen/duwen van zijn penis in haar anus,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij [benadeelde partij 4] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, hierin bestaande dat verdachte
deze genoemde seksuele handelingen op brute en/of hardhandige wijze heeft uitgevoerd en/of deze genoemde seksuele handelingen verrichtte tot bloedens toe en zelfs tot uitscheuren van de anus van [benadeelde partij 4] en/of
[benadeelde partij 4] op haar buik heeft gelegd/gedraaid en/of
(vervolgens) op haar is gaan liggen en/of
haar heeft belet weg te gaan en/of
misbruik/gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht over [benadeelde partij 4] en/of
meerdere malen voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 4] en/of
(aldus) een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin [benadeelde partij 4] zich met aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken;
5. subsidiairhij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2024 tot en met
21 november 2024 te [plaats 1] en/of te [plaats 2] , in elk geval in Nederland,
met een persoon, te weten [benadeelde partij 4] ,
een of meer seksuele handelingen die bestónden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 4] heeft verricht,
te weten het brengen/duwen van zijn penis in haar anus,
terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij [benadeelde partij 4] daartoe de wil ontbrak.
Bewijsoverweging
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal acht de (opzet)verkrachtingen van aangeefsters [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] wettig en overtuigend bewezen. De aangiftes zijn consistent, gedetailleerd en authentiek en daardoor betrouwbaar. Er is sprake van steunbewijs voor elke aangifte. De rechtbank heeft vanwege de modus operandi terecht gebruikgemaakt van een schakelbewijsconstructie.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft weliswaar stevige seks gehad met de aangeefsters, maar deze handelingen dienen te worden uitgelegd als handelingen in het kader van gewenste stevige seks waarover overeenstemming was met de aangeefsters. Er bestaan te veel discrepanties en tegenstrijdigheden in de aangiftes en de latere verklaringen van aangeefsters om onomstotelijk vast te stellen dat verdachte seksuele handelingen met geweld, dan wel tegen de wil van aangeefsters heeft verricht.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals opgenomen in dit arrest. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof neemt de bewijsoverwegingen van de rechtbank grotendeels over. Deze worden hierna cursief weergegeven. Waar ‘de rechtbank’ staat moet worden gelezen ‘het hof’. Aanvullingen en wijzigingen door het hof in de bewijsoverwegingen van de rechtbank zijn niet-cursief weergegeven.
Bewijsmiddelen
[benadeelde partij 1]
Op 12 april 2023 om 04.30 uur waren verbalisanten bij het [zorginstelling] in [plaats 1] . Daar troffen ze [benadeelde partij 1] aan. Zij verklaarde dat ze op 11 april 2023 omstreeks 23.00 uur op de
[locatie 2] (aanvulling rechtbank: in [plaats 1] ) was. Ze is met een man naar zijn woning
gegaan. In zijn woning heeft ze seks met hem gehad en daar kreeg ze € 22,- voor. De seks was niet normaal en hardhandig. Ze ervaarde pijn. De man had haar hardhandig van voor en achter vastgepakt en aan haar armen en benen getrokken. De man had ook in haar borsten geknepen. Op het moment dat ze ging schreeuwen van de pijn, drukte de man haar mond dicht. Hij heeft ook haar keel dichtgeknepen. De seks met de man was onbeschermd. De man is haar lichaam binnengegaan met zijn vingers en geslachtsdeel.
Op 12 april 2023 heeft een informatief gesprek plaatsgevonden met [benadeelde partij 1] . Ze vertelde dat ze met een man mee was gegaan naar zijn woning. De man deed [benadeelde partij 1] pijn en de seks was veel te hard. [benadeelde partij 1] begon te schreeuwen en zei meerdere malen dat de man moest stoppen, maar de man zei dat ze haar mond moest houden en drukte een hand op haar mond. De man zat hardhandig aan haar borsten waardoor het zeer deed. De seks bestond uit vingers in de vagina, penis in de vagina, de penis in de anus en de penis in de mond.
Op 26 mei 2023 heeft [benadeelde partij 1] aangifte gedaan. Ze is met een man meegegaan naar zijn woning in [plaats 1] . Er was niet veel afgesproken over wat ze zouden gaan doen. Er waren geen afspraken gemaakt over seksuele handelingen. Het ging gelijk zo wild en ruw dat het haar pijn deed. Ze begon te jammeren, geluid te maken. Hij zei: ‘We gaan geen herrie maken’ en ‘Je gaat je wel stilhouden hè’. [benadeelde partij 1] zei dat hij haar pijn deed. Toen ze doorging met geluid maken, legde hij eerst een hand en daarna nog een hand strak op haar mond. Hij begon met vaginaal penetreren. Hij deed het zo woest en wild dat het echt pijn deed. Ze was aan het jammeren en zei dat hij moest opschieten, afronden, en dat ze pijn had. Hij zei dat hij flinke wilde seks wilde. Hij ging gewoon door. Op een gegeven moment stopte hij, maar begon hij in haar mond door te gaan. Echt wild beuken in haar keel. Dat deed hij ook met zijn geslachtsdeel. Ze kon alleen geluid maken van de pijn en vragen of hij opschoot, ophield, en dat hij haar pijn deed. Daar stopte hij ook mee en toen begon hij anaal. Dat deed gruwelijk zeer. Ze begon te gillen, maar toen kneep hij haar keel dicht. Ze schreeuwde dat hij moest stoppen. Als ze te veel geluid maakte, drukte hij twee handen op haar mond. Er is geen condoom gebruikt.
Op 3 maart 2025 heeft [benadeelde partij 1] bij de rechter-commissaris verklaard dat er van tevoren geen
afspraken zijn gemaakt welke handelingen wel of niet toegestaan waren. Hij pakte haar ook
anaal en zij deed geen anaal. Dat was voor haar nog tig keer pijnlijker dan het andere. De manier waarop hij als een idioot ramde, in haar keel en van achteren. Ze zag nog net geen zwart voor haar ogen. Haar werd de mond gesnoerd en ze mocht niets zeggen. Hij was zo dominant en hij bepaalde wat en hoe lang het zou gebeuren.
[getuige 1] is werkzaam als beveiliger bij onder andere de [locatie 2] in
[plaats 1] . Een paar dagen na het incident heeft ze [benadeelde partij 1] gesproken. [benadeelde partij 1] vertelde dat ze met een man mee was gegaan. Ze was verkracht, gedrogeerd en bij haar keel gegrepen. [benadeelde partij 1] begon te huilen. Op het moment dat [benadeelde partij 1] dit vertelde zag [getuige 1] emotie bij [benadeelde partij 1] . Ze had [benadeelde partij 1] nog nooit eerder zo gezien.
[getuige 2] heeft [benadeelde partij 1] (het hof begrijpt: [benadeelde partij 1] ) in de avond / nacht van 11 op 12 april 2023 zien instappen bij een man in een bijzonder autootje, een soort klein vrachtwagentje. De voorkant is rond en achterop zit een bak zoals de achterkant van een busje er ook uitziet. Na middennacht kwam [getuige 2] [benadeelde partij 1] tegen bij [bedrijf] in [plaats 1] . [benadeelde partij 1] heeft [getuige 2] verteld dat zij was verkracht door de man.
Verdachte heeft verklaard dat hij die dag seks heeft gehad met [benadeelde partij 1] . [benadeelde partij 1] heeft verdachte gepijpt en hij heeft haar vaginaal en anaal gepenetreerd met zijn penis.
[benadeelde partij 2]
Op 8 augustus 2024 heeft een informatief gesprek plaatsgevonden met [benadeelde partij 2] . Op 7 augustus 2024 was [benadeelde partij 2] op [locatie 2] in [plaats 1] . Een man kwam in een klein vrachtwagentje en [benadeelde partij 2] is met hem meegegaan. Toen [benadeelde partij 2] achterin de auto lag met de man deed hij zijn hand op haar mond en vergrendelde hij de achterdeur. Hij heeft [benadeelde partij 2] toen anaal en vaginaal verkracht. [benadeelde partij 2] schreeuwde, maar werd toen met de vuist geslagen. Hij gaf haar ook een knietje in de rug. Anaal deed vooral heel veel pijn en dit gebeurde zonder condoom. Daarna gooide hij haar de auto uit. De afspraak was € 30,- voor pijpen en seks met condoom. Hij wilde per se anaal, maar dat hadden ze niet afgesproken. Hij werd toen agressief.
Op 13 augustus 2024 heeft [benadeelde partij 2] aangifte gedaan. Ze hadden afgesproken dat ze alleen zou
pijpen met condoom om voor € 30,-. Ze wilde eigenlijk geen seks hebben, maar sprak dit wel af omdat ze geld nodig had. Er is niets over anale seks afgesproken en dat doet ze sowieso nooit. Aan pijpen zijn ze niet toegekomen, hij begon gelijk grof en hardhandig. Haar kleding was gescheurd, omdat hij deze van haar lijf aftrok. Hij pakte haar bij haar haren, armen en deed zijn hand op haar mond. Hij gaf een knietje en deed het toen anaal. Hij legde haar in de houdgreep door haar op haar buik te leggen. Hij deed een knietje op haar rug en hield haar armen vast. [benadeelde partij 2] had veel pijn en toen had hij anale seks met haar. Ze schreeuwde vaak ‘niet doen, ik wil dit niet, houd op’. Ze heeft ook echt tegengestribbeld en gevochten. Hij zei dan dat ze haar bek moest houden, noemde haar kankerhoer en junkie. Hij deed dan telkens zijn hand op haar mond. Hij sloeg met zijn vuist op haar hoofd. Tijdens de anale seks had hij geen condoom om.
Op 3 maart 2025 is [benadeelde partij 2] als getuige gehoord bij de rechter-commissaris. De afspraak was dat ze hem zou pijpen of vaginale seks. Ze gaf aan dat ze niet anaal wilde en liever ook niet
vaginaal. Ze schreeuwde en hij zei ‘ga je nou geluid maken’. Hij deed haar mond en neus dicht met zijn handen. Hij greep haar bij haar strot en wurgde haar bijna. Ze stikte bijna en daar schrok hij van. Dan stopte hij even. Ze kon weer geluid maken en zei ‘au au’ en ‘ik heb pijn’. Hij had haar in de houdgreep, een knie op haar borst en met haar arm achter haar rug. Deze hield hij vast.
Op 8 augustus 2024 heeft een forensisch medisch onderzoek plaatsgevonden bij [benadeelde partij 2] . Op de onderrug was een langwerpige bloeduitstorting te zien van 12 centimeter. Een knie op de rug past volgens de forensisch arts goed bij dit letsel.
[getuige 3] werkt bij [zorginstelling] . Op 7 augustus 2024 had zij dienst. [getuige 3]
zag dat [benadeelde partij 2] rond 23.30 uur binnenkwam en dat haar kleren kapot waren. Zij hoorde [benadeelde partij 2]
zeggen: ‘Ik kan het niet vertellen, het is te erg wat er nu is gebeurd’. Ze zag dat zij zich
omdraaide en weer naar buiten liep. Vijf minuten later kwam ze weer binnen, huilend, zeer
emotioneel. Ze zei meteen dat ze verkracht was. Ze was ingestapt bij een man. Hij had haar
verzocht om achterin het bestelbusje te gaan liggen. De deuren zaten dicht. Hij had haar op haar buik gelegd en haar hardhandig van achteren in haar kont genomen. Het was heftig, ernstig en pijnlijk. Op het moment dat [benadeelde partij 2] het vertelde moest ze oprecht intens huilen.
Verdachte heeft verklaard dat hij die dag vaginale en anale seks had met [benadeelde partij 2] .
[benadeelde partij 3]
Op 20 september 2024 heeft [benadeelde partij 3] aangifte gedaan. Na het incident, de verkrachting
waarvan ze aangifte doet, heeft ze direct de GGD gebeld. Ze heeft op 14 en 15 december 2022 contact gehad met de GGD. Het heeft plaatsgevonden in de flat van de man in [plaats 3] . De eerste dag heeft ze hem gepijpt en hebben ze seks gehad. De volgende dag belde hij haar weer en vroeg of ze terug wilde komen. Hij wilde anale seks. Dit wees [benadeelde partij 3] aan de telefoon al af. Hij heeft haar toen thuis opgehaald. Ze zouden gewoon weer een blowjob doen en seks, daarmee bedoelt ze de penis in de vagina. Ze heeft hem eerst gepijpt. Hij wilde op zijn hondjes, dat is op de knieën en hij achter haar. Ze kreeg een raar gevoel. Ze zei nog een keer dat ze niet anaal wilde. Ze zat op haar knieën en hij pakte haar vast bij haar beide polsen. Haar handen zaten toen op haar rug en hij hield haar polsen vast zodat ze haar armen niet kon bewegen. Ze kon geen kant op. Hij stopte zijn penis in haar kont. Toen deed hij haar armen voor haar en hij hield ze vast. Hij hield haar continu geklemd. Zijn penis zat nog in haar kont. Toen bewoog hij haar armen naast haar lichaam en hield ze daar vast. Ze was op haar buik komen te liggen, omdat hij duwde. Het deed heel veel pijn toen hij zijn penis in haar anus duwde. Dat was niet de afspraak. Ze kon toen onder hem vandaan komen. Ze wilde het geld teruggeven en vroeg of hij haar naar huis wilde brengen. Hij wilde nog een keer vaginale seks. Dat heeft ze uiteindelijk toch gedaan, omdat ze die € 40,- toch kon krijgen. Op het moment dat zijn penis in haar anus ging, zei [benadeelde partij 3] dat ze dit niet wilde en dat het niet de afspraak was. Ze huilde en zei dat ze naar huis wilde. Ze heeft heel erg tegengewerkt. Ze had veel pijn in haar anus. Hij had geen condoom om.
Op 17 maart 2025 is [benadeelde partij 3] als getuige gehoord bij de rechter-commissaris en hier heeft ze hetzelfde verklaard als in haar aangifte.
[getuige 4] heeft verklaard dat hij de vriend is van [benadeelde partij 3] . [benadeelde partij 3] had tegen hem gezegd dat een jongen haar anaal had genomen en dat doet ze helemaal niet. Toen zij naar die jongen was gegaan, toen heeft ze het daarna gelijk, binnen een paar uurtjes aan hem verteld. Ze was er flink door van streek en heel emotioneel.
Verdachte heeft verklaard dat hij die dag vaginale en anale seks heeft gehad met [benadeelde partij 3] .
[benadeelde partij 4]
Op 21 november 2024 is [benadeelde partij 4] gehoord als getuige. Zij woont in [plaats 1] en heeft een relatie met [verdachte ] (de rechtbank begrijpt: verdachte). Dit is een slechte relatie. Ze wil op seksgebied sommige zaken niet. Ze heeft hem uitgelegd waarom ze dingen niet wil. Soms probeert hij een ‘nee’ in een ‘ja’ te veranderen. Ze wilde geen anale seks. Ze heeft pijn gehad en heeft [verdachte ] het bloed laten zien. Ze is zelfs bij de huisarts geweest. Ze zei tegen [verdachte ] dat ze geen anaal wilde en dat het pijn deed. Hij probeerde het op allerlei manieren voor elkaar te krijgen. Hij zei vaak dat het niet waar was en dat hij ook moest genieten. Dan kon ze drie dagen niet zitten. Tijdens de seks legde hij haar op haar buik en ging hij op haar liggen. Ze kon nergens heen. Ze heeft niet de kracht om hem van haar af te krijgen. Ze zei dan dat ze niet anaal wilde, maar hij deed het dan toch. Ze heeft hem laten zien dat ze uit haar anus bloedde. Hij zei dat dat normaal was. Wat betreft het gedeelte anaal is ze wel eens uitgescheurd. Dit heeft ze tegen [verdachte ] gezegd. Het is misschien wel 30 of 50 keer gebeurd. De laatste keer was in [plaats 2] .
Op 29 november 2024 heeft [naam] aangifte gedaan namens haar dochter [benadeelde partij 4] . Haar dochter heeft zuurstoftekort gehad bij de geboorte en daardoor een hersenbeschadiging opgelopen. Door de huisarts en instanties is gezegd dat zij verstandelijk op het niveau zit van 8 tot 12 jaar. In 2022 heeft [benadeelde partij 4] melding gedaan bij de politie.
Op 1 mei 2025 is [benadeelde partij 4] gehoord door de rechter-commissaris, door tussenkomst van een
daartoe opgeleide zedenrechercheur en in een studioverhoorruimte. In dit verhoor verklaarde [benadeelde partij 4] dat [verdachte ] haar dwong om plat te gaan liggen en dan nam hij haar anaal. Ze heeft meerdere malen aangegeven dat hij moest stoppen, dat het haar pijn deed en dat ze het niet wilde, maar dan luisterde hij niet. Ze heeft ook vaak geprobeerd om er onderuit te komen, maar [verdachte ] hield haar dan tegen. Ze trapte en schopte hem dan ook, maar kon er niet onderuit komen. Op dat moment hield hij haar polsen vast en ging hij bovenop haar liggen. Hij zei dat ze moest luisteren, haar kop dichthouden en haar mond dichthouden. Hij zei dat ze hem moest laten genieten. [benadeelde partij 4] zei dat hij moest stoppen en ze heeft veel gehuild. [verdachte ] luisterde vanaf twee of drie maanden voor haar eerste aangifte niet naar [benadeelde partij 4] . Ze heeft blauwe plekken aan haar polsen en pijn in haar rug, omdat ze er onderuit wilde komen. Ze heeft ook zware anale bloedingen gehad.
Verdachte heeft verklaard dat hij tijdens zijn relatie met [benadeelde partij 4] anale seks met haar heeft
gehad en het initiatief hiertoe altijd van hem kwam.
Schakelbewijs
De rechtbank zal, gelet op de modus operandi, gebruik maken van de schakelbewijsconstructie.
De rechtbank overweegt dat indien de bewezenverklaring leunt op een enkele aangifte de vraag of er voldoende steunbewijs is, afhankelijk is van de feiten en omstandigheden van het concrete geval. Het benodigde steunbewijs kan ook bestaan uit schakelbewijs. Met schakelbewijs wordt bedoeld een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van het feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat verdachte bij andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt.
De rechtbank is van oordeel dat de wijze waarop verdachte volgens de aangeefsters heeft
gehandeld op essentiële punten overeenkomt en daarmee met de omschreven modus operandi. Er is dan ook sprake van eenzelfde manier van handelen. In alle gevallen heeft er tegen de wil van de aangeefsters anale seks plaatsgevonden. In het geval van de aangeefsters [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] vond de seks tegen betaling plaats en was van tevoren niet afgesproken dat er anale seks zou plaatsvinden. Bij zowel [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] hield verdachte de armen vast, zodat ze niet weg konden komen. Bij [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] duwde verdachte hen op hun buik en ging bovenop hen liggen, waardoor ze er niet onderuit konden. Verdachte heeft bij [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] zijn handen op hun mond gedaan en de keel dichtgeknepen. Tot slot heeft hij tegen zowel [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] gezegd dat ze hun mond dicht moesten houden of woorden van gelijke strekking.
Partiële vrijspraak feit 1 ( [benadeelde partij 1] ) en feit 2 primair ( [benadeelde partij 2] )
[benadeelde partij 1]
Het hof acht het niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [benadeelde partij 1] door het betasten, vastpakken en/of kneden van haar borsten en/of het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis en/of vingers in de vagina van [benadeelde partij 1] , dan wel het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de mond van [benadeelde partij 1] , zodat verdachte daar partieel van wordt vrijgesproken. Weliswaar heeft [benadeelde partij 1] tijdens en na de bedoelde handelingen aangegeven dat het pijn deed en dat verdachte moest opschieten, maar onder de gegeven omstandigheden – waarbij er in overeenstemming sprake was van betaalde seks zonder nadere specifieke afspraken daaromtrent – valt niet buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte [benadeelde partij 1] heeft gedwongen die handelingen tegen haar wil te ondergaan.
Het hof merkt daarbij op dat de tenlastegelegde gewelddadige handelingen zoals die zich hebben voorgedaan vóór het plaatsvinden van de anale seks wel bewezen verklaard kunnen worden, nu die handelingen – waarvoor bewijs is – hebben bijgedragen aan het creëren van een bedreigende situatie voor [benadeelde partij 1] die maakte dat zij zich niet aan de anale handelingen kon of durfde te onttrekken.
Uit de aangifte volgt dat [benadeelde partij 1] begon te gillen op het moment dat verdachte begon met de anale seks. Zij schreeuwde dat verdachte moest stoppen. Uit deze gedragingen van [benadeelde partij 1] had verdachte moeten afleiden dat dit handelen tegen de wil van [benadeelde partij 1] was en dat hij haar dwong die handelingen te ondergaan. Uit het verhoor van [benadeelde partij 1] bij de rechtercommissaris volgt dat [benadeelde partij 1] ook geen anale seks deed.
[benadeelde partij 2]
Het hof acht niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [benadeelde partij 2] door het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van [benadeelde partij 2] , zodat verdachte daarvan (partieel) wordt vrijgesproken. Het hof kan uit het dossier – onder de gegeven omstandigheden waarbij sprake was van het in overeenstemming hebben van betaalde seks – niet afleiden dat verdachte [benadeelde partij 2] heeft gedwongen om deze seksuele handeling tegen haar wil in te ondergaan.
Uit haar aangifte en uit het verhoor bij de rechter-commissaris volgt dat [benadeelde partij 2] met verdachte pijpen of vaginale seks had afgesproken. Anale seks was niet afgesproken.
Uit de aangifte volgt dat [benadeelde partij 2] tijdens de anale seks schreeuwde “Niet doen” en “Ik wil dit niet”. Zij stribbelde tegen en vocht. Uit deze gedragingen van [benadeelde partij 2] had verdachte moeten afleiden dat dit handelen tegen de wil van [benadeelde partij 2] was.
Conclusie
Gelet op de bovengenoemde bewijsmiddelen en de modus operandi die op essentiële punten
Overeenkomt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de (feitelijke) handelingen zoals ten laste gelegd onder 1,2, 3, 4 en 5 heeft gepleegd met uitzondering van de hiervoor bedoelde partiële vrijspraken, waarbij hij deze handelingen onder 4 en 5 meerdere malen heeft gepleegd.
Net als de rechtbank dient het hof vervolgens de vraag te beantwoorden hoe dit moet worden gekwalificeerd. Voor de feiten 1, 3 en 4 is de oude, tot 1 juli 2024 geldende, wetgeving van toepassing. In dat geval moeten de aangeefsters door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid zijn gedwongen tot het ondergaan van de handelingen. Voor de feiten 2 en 5 is de nieuwe zedenwetgeving van toepassing. Gelet op de bewezenverklaarde handelingen is de rechtbank van oordeel dat verdachte door middel van geweld de aangeefsters heeft gedwongen tot het ondergaan van de handelingen, waarbij onder 2 en 5 zijn opzet daar ook op was gericht.
Dat de handelingen, zoals door de raadsman gesteld moet worden uitgelegd als een handeling in het kader van de gewenste en afgesproken ruwe seks, blijkt op geen enkele manier uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen. Sterker nog, de aangeefsters hebben duidelijk – zowel verbaal als non-verbaal – laten blijken dat ze het niet wilden. Desondanks ging verdachte door met zijn handelingen. Daarbij komt dat verdachte in alle gevallen misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op de aangeefsters.
Het hof acht dan ook feit 1, feit 2 primair, feit 3, feit 4 en feit 5 primair wettig en
overtuigend bewezen op de wijze zoals hieronder weergegeven. Ten aanzien van feit 5 zal het hof (net als de rechtbank) de periode beperken tot en met 19 november 2024, omdat verdachte op die datum is aangehouden.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.hij op of omstreeks 12 april 2023 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid ,
[benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 1] , te weten
het betasten en/of vastpakken en/of kneden van haar borst(en) en/of
het brengen/duwen van zijn, verdachtes penis en/of vinger(s) in haar vagina en/of
het brengen/duwen van zijn, verdachtes penis in haar mond en/of in haar anus,
welk geweld en/of een andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk,
deze genoemde seksuele handelingen op brute en/of hardhandige heeft uitgevoerd en /of
zijn hand ( en ) op haar mond heeft gedrukt en /of daarbij haar de woorden heeft toegevoegd: “Je gaat je wel stilhouden hè” en /of “We gaan geen herrie maken hè”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en /of
met zijn hand ( en ) haar keel heeft dichtgeknepen/dichtgedrukt en /of misbruik/gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht over [benadeelde partij 1] en /of
meerdere malen voorbij is gegaan aan de verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 1] en /of
(aldus) een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin [benadeelde partij 1] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken; 2. primairhij op of omstreeks 7 augustus 2024 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland,
met een persoon, te weten [benadeelde partij 2] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
het brengen/duwen van zijn penis in haar anus en/of haar vagina ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij [benadeelde partij 2] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en /of bedreiging, door
de deur van de laadruimte van het voertuig waarin verdachte en [benadeelde partij 2] lagen, te vergrendelen en /of
haar te beletten om die laadruimte te verlaten en /of
haar in een (soort) houdgreep vast te grijpen en /of
haar op haar buik te draaien/leggen en /of
haar meermalen, althans eenmaal met de vuist (en), met kracht, tegen haar hoofd te stompen/te slaan en /of
zijn hand(en) op haar mond te drukken en /of
haar aan de haren te trekken en /of
zijn knie(ën) in/tegen haar rug te drukken/duwen en /of haar een zogenaamd ‘knietje’ te geven en /of haar de woorden toe te voegen: “Je moet je bek dicht houden, kankerhoer, junkie”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en /of
misbruik/gebruik te maken van zijn fysieke overwicht op [benadeelde partij 2] en /of
meerdere malen voorbij te gaan aan de verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 2] en /of
(aldus) een bedreigende situatie te creëren, waarin [benadeelde partij 2] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken;
3.hij op of omstreeks 14 december 2022 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid ,
[benadeelde partij 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 3] , te weten
het brengen/duwen van zijn, verdachtes penis in haar anus,
welk geweld en/of een andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, hierin heeft /hebben bestaan dat verdachte opzettelijk,
deze genoemde seksuele handelingen op brute en/of hardhandige heeft uitgevoerd en /of
haar bij de polsen heeft vastgepakt en /of
(vervolgens) haar armen op haar rug heeft gedraaid en /of daar heeft vastgehouden en /of haar (zodoende) heeft belet weg te kunnen komen en /of
misbruik/gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht over [benadeelde partij 3] en /of meerdere malen voorbij is gegaan aan de verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 3] en /of
(aldus) een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin [benadeelde partij 3] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken;
4.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met
1 juli 2024 te [plaats 1] en /of te [plaats 2] , in elk geval in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde partij 4] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 4] , te weten het brengen/duwen van zijn penis in haar anus,
welk geweld en/of een andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, hierin heeft /hebben bestaan dat verdachte opzettelijk,
deze genoemde seksuele handelingen op brute en/of hardhandige wijze heeft uitgevoerd en /of deze genoemde seksuele handelingen verrichtte tot bloedens toe en zelfs tot uitscheuren van de anus van [benadeelde partij 4] en /of
[benadeelde partij 4] op haar buik heeft gelegd/gedraaid en /of
(vervolgens) op haar is gaan liggen en /of
haar heeft belet weg te gaan en /of
misbruik/gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht over [benadeelde partij 4] en /of
meerdere malen voorbij is gegaan aan de verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 4] en /of
(aldus) een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin [benadeelde partij 4] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken;
5. primairhij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2024 tot en met
19 november 2024 te [plaats 1] en /of te [plaats 2] , in elk geval in Nederland,
met een persoon, te weten [benadeelde partij 4] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde partij 4] heeft verricht, te weten
het brengen/duwen van zijn penis in haar anus,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij [benadeelde partij 4] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, hierin bestaande dat verdachte
deze genoemde seksuele handelingen op brute en/of hardhandige wijze heeft uitgevoerd en /of deze genoemde seksuele handelingen verrichtte tot bloedens toe en zelfs tot uitscheuren van de anus van [benadeelde partij 4] en /of
[benadeelde partij 4] op haar buik heeft gelegd/gedraaid en /of
(vervolgens) op haar is gaan liggen en /of
haar heeft belet weg te gaan en /of
misbruik/gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht over [benadeelde partij 4] en /of
meerdere malen voorbij is gegaan aan de verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand van [benadeelde partij 4] en /of
(aldus) een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin [benadeelde partij 4] zich met aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 en 3 bewezenverklaarde levert op (telkens):
verkrachting.
Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
opzetverkrachting vergezeld van dwang, geweld en bedreiging.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
verkrachting, meermalen gepleegd.
Het onder 5 primair bewezenverklaarde levert op:
opzetverkrachting vergezeld van dwang, geweld en bedreiging, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat hij niet strafbaar is.
Oplegging van straf en maatregel
In eerste aanleg is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast is de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege gelast.
De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen zoals de rechtbank heeft gedaan.
De raadsman heeft bepleit dat bij een bewezenverklaring van een of meerdere feiten een gevangenisstraf op zijn plaats is, waarvan een fors deel voorwaardelijk om recidive te voorkomen. Het is daarbij volgens hem denkbaar dat er een langere proeftijd wordt opgelegd dan de gebruikelijke twee jaren.
Naar het oordeel van het hof is de hierna te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Het hof neemt delen van de strafoverweging van de rechtbank over. Deze worden hierna cursief weergegeven. Waar ‘de rechtbank’ staat moet worden gelezen ‘het hof’. Aanvullingen van het hof op de strafoverweging van de rechtbank zijn niet-cursief weergegeven.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van vier vrouwen, waarvan drie
vrouwen werkzaam zijn als prostituee en één vrouw zijn toenmalige vriendin was. Alle vier de vrouwen heeft hij op gewelddadige wijze gedwongen tot het ondergaan van (anale) seks.
Verdachte heeft hiermee een zeer grove inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit. Uit de toelichting op de schadevorderingen blijkt dat dit grote psychische en bij een aantal vrouwen ook fysieke gevolgen heeft gehad. De rechtbank neemt het verdachte extra kwalijk dat hij op ernstige wijze misbruik heeft gemaakt van de kwetsbaarheid van deze vrouwen, vrouwen die vanwege hun werk in een kwetsbare positie zitten en een partner die vanwege haar verstandelijke beperking extra kwetsbaar is. Daar komt ten aanzien van de partner bij dat het meermaals gedurende een lange periode heeft plaatsgevonden en dat zij, juist bij haar eigen vriend en in haar eigen woning, er op had mogen vertrouwen dat zij veilig was. Dit vertrouwen heeft verdachte ernstig geschaad.
Strafblad
Het hof heeft gelet op het strafblad van verdachte van 22 december 2025, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld. In 1991 is verdachte veroordeeld voor drie verkrachtingen en twee aanrandingen. Er is destijds een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd. De terbeschikkingstelling is in 2015 beëindigd. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is van toepassing vanwege een veroordeling van 11 februari 2025 en 7 april 2025.
Toerekenbaarheid
De rechtbank heeft kennisgenomen van het psychiatrisch rapport van dr. [psycholoog] van 12 maart 2025. Hieruit blijkt dat verdachte lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van een niet nader gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline kenmerken en een stoornis in het harddrugsgebruik (meest recent ketamine), matig, in remissie. De persoonlijkheidsstoornis was niet dusdanig dat hij daardoor geen keuzevrijheid meer had in zijn seksuele leven of dat hij geen hulp meer kon inschakelen. Het leidde wel tot verbale gecontroleerde instrumentele agressie en impulsief gedrag. Verdachte ontkent de tenlastegelegde feiten en om die reden kan de psychiater geen uitspraak doen over het toerekenen.
Uit het psychologisch rapport van drs. [psycholoog] van 27 maart 2025 blijkt dat verdachte lijdt aan een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis, met borderline- en antisociale kenmerken, een stoornis in het gebruik van cannabis, licht, in remissie in een gereguleerde omgeving, een stoornis in het gebruik van cocaïne: matig, in langdurige remissie, een stoornis in het gebruik van een opioïde, in langdurige remissie en een stoornis in het gebruik van een hallucinogeen (ketamine), matig, in vroege remissie in een gereguleerde omgeving. Verdachte is niet in staat geweest om zijn gedrag te toetsen en te reflecteren op zijn eigen gedrag. Zijn vermogen om zijn eigen gedrag en gevoelsleven, maar ook dat van anderen, op juiste wijze in te schatten is beperkt. Verdachte ontkent de agressie en daardoor is het volgens de psycholoog niet mogelijk om te onderbouwen in welke mate de geconstateerde stoornis doorwerkte in de tenlastegelegde feiten. Er is om die reden ook geen verband aan te geven tussen de diagnose en het delict. De psycholoog kan dan ook niet adviseren in hoeverre het tenlastegelegde verdachte is toe te rekenen.
Het hof stelt voorop dat de rechter op grond van artikel 39 Sr kan beslissen dat een strafbaar feit niet aan verdachte kan worden toegerekend, als ten tijde van dat feit bij verdachte sprake was van een stoornis als bedoeld in deze bepaling en verdachte als gevolg van die stoornis niet kon begrijpen dat dat feit wederrechtelijk was of niet in staat was in overeenstemming te handelen met zijn begrip van de wederrechtelijkheid van dat feit (HR 17 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1295, rov. 5.5).
Het hof stelt met de rechtbank vast dat er bij verdachte sprake was van een psychische stoornis en dat deze aanwezig was ten tijde van het plegen van de feiten. Uit het voorgaande blijkt naar het oordeel van het hof ook dat deze stoornis het handelen van verdachte in zekere mate beïnvloedde, maar niet in die mate dat hij als gevolg van zijn stoornis niet kon begrijpen dat de feiten wederrechtelijk waren en evenmin dat hij niet in staat was in overeenstemming te handelen met zijn begrip van de wederrechtelijkheid van de feiten. Uit de verklaringen van verdachte zoals hij die tegenover de politie, voor de rechtbank en het hof heeft afgelegd, blijkt onder meer dat hij begrijpt dat seksuele handelingen slechts met wederzijdse instemming mogen plaatsvinden. Zo heeft hij verklaard dat hij contact heeft gezocht met sekswerkers, omdat bij zijn vriendin niet alle door hem gewenste handelingen goed gingen. Daarnaast leidt het hof uit zijn verklaringen af dat hij het belang inziet van het maken van afspraken over de te verrichten seksuele handelingen. Naar het oordeel van het hof is verdachte echter als gevolg van zijn stoornis minder goed in staat te begrijpen waar de grens tussen wederrechtelijkheid en niet-wederrechtelijk handelen ligt en daarnaar te handelen. Het hof is dan ook van oordeel dat de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Het hof kan tot dit oordeel komen, omdat het komt tot een bewezenverklaring zoals hiervoor is vastgesteld en daarmee – anders dan de deskundigen – bij de beoordeling van de toerekenbaarheid uitgaat van het gegeven dat verdachte de onderhavige feiten heeft gepleegd.
Terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege
Uit het rapport van de psychiater blijkt verder dat verdachte in 1991 is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en een tbs met dwangverpleging wegens meerdere verkrachtingen. De tbs-maatregel is geëindigd in december 2015. Als in het onderhavige onderzoek wordt gesproken over seks dan lijkt verdachte vanuit morele overwegingen weinig grenzen te kennen en is de enige grens of hij het prettig vindt of niet. Hij toont niet dat hij het in de tbs geleerde toepast in het heden vanuit het ontslag uit de tbs. Het risicomanagement dat hij toen had, heeft weinig betekenis meer voor hem. Zijn geweten is daarbij lacunair en zijn persoonlijkheid kinderlijk. Hij kende vanuit de tbs-behandeling de signalen, aldus verdachte, waar hij op moet letten maar toch heeft hij na afloop van de tbs een leven geleid dat als ‘risicovol’ in dat verband kan worden geduid. Hij koos daarvoor en heeft geen hulp ingeschakeld omdat hij zijn seksuele gedrag en drugsgebruik goedkeurde en hij zich wel hield aan de grenzen vanuit de seksclubs. Gelet op de ontkennende houding van verdachte kan er geen advies worden gegeven over het recidiverisico en over het juridisch kader.
In het psychologisch rapport staat beschreven dat verdachte in grote lijnen zijn seksuele
gedragingen en seksuele behoeften benoemt, waarbij hij mogelijk problematische kanten blijft ontkennen. Gezien de seksuele wensen van verdachte, de aanwezigheid van dominantie/macht binnen seksuele handelingen en het feit dat hij deze als volstrekt egosyntoon beschouwt, zou dat op een parafiele stoornis kunnen wijzen. Deze stoornis kan echter niet eenduidig worden gesteld, maar ook niet volledig worden uitgesloten. Het risico op recidive schat de psycholoog in als matig-hoog.
In het reclasseringsadvies van 1 mei 2025 staat dat uit dossierinformatie blijkt dat verdachte in de tbs-kliniek moeite had om zich te houden aan voorwaarden en afspraken. Ook tijdens het toezicht voorwaardelijke beëindiging hield hij zich niet voldoende aan de opgelegde bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft problemen met zijn impulscontrole en het accepteren van autoriteit van anderen. Hij hecht veel belang aan het behouden van zijn eigen autonomie. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog. De reclassering adviseert negatief over tbs met voorwaarden, omdat zij geen mogelijkheid zien om met voorwaarden de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen. Bij een veroordeling adviseren zij een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.
Het hof is van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke eisen voor het opleggen van de terbeschikkingstelling. Op grond van de hiervoor aangehaalde rapporten en advies en het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep stelt het hof vast dat verdachte, ondanks dat hij ruim twintig jaren in de terbeschikkingstelling heeft gezeten, geen ziektebesef heeft. Hij ontkent de bewezenverklaarde feiten en heeft ten tijde van het plegen van daarvan niet toegepast wat hij in de terbeschikkingstelling heeft geleerd. Het hof komt dan ook tot het oordeel dat (opnieuw) behandeling ter voorkoming van recidive in een gedwongen kader noodzakelijk is, zodat oplegging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege passend en geboden is. Het is noodzakelijk om de risico’s die van verdachte uitgaan te beperken. Het beveiligingselement van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is bij de oplegging van doorslaggevend belang. Het hof neemt bij de keuze voor de verpleging van overheidswege ook in overweging dat verdachte zich tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van de vorige terbeschikkingstelling niet voldoende aan de opgelegde voorwaarden heeft gehouden.
Daarnaast heeft de reclassering negatief geadviseerd over een terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Het hof stelt verder vast dat de onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 primair bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 2°, Sr waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. Het hof is van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege eist.
De bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken
voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Op grond van artikel 38e Sr is de terbeschikkingstelling dan ook niet in duur gemaximeerd.
Gevangenisstraf
De ernst van de feiten rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank daarnaast een forse
onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte heeft de rechtbank acht
geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De oriëntatiepunten gaan bij verkrachting met geweld uit van een gevangenisstraf van zesendertig maanden. In onderhavige zaak gaat het over vier verkrachtingen, waarbij hij één van de vrouwen, te weten zijn partner, gedurende een lange periode veelvuldig heeft verkracht. Dat het hof bij de feiten 1 en 2 primair komt tot minder bewezenverklaarde handelingen, doet aan de aard en de ernst van de feiten niet af. Het hof ziet daarin dan ook geen reden af te wijken van de door de rechtbank opgelegde straf. Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar passend en geboden.
Vordering van de benadeelde partijen
Vorderingen
[benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben een vordering tot schadevergoeding van € 15.000,- aan immateriële schade ingediend. [benadeelde partij 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 20.000,- aan immateriële schade ingediend. De rechtbank heeft deze vorderingen telkens toegewezen tot een bedrag van ieder € 10.000,-.
[benadeelde partij 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 19.422,39, bestaande uit € 422,39 aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade, ingediend. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen tot een bedrag van € 15.406,15, bestaande uit € 406,15 aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade.
Namens [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] is in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoedingen. Namens [benadeelde partij 4] is in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag ten aanzien van de immateriële schade nog steeds wordt gevorderd, maar dat de vordering ten aanzien van de materiële schade slechts wordt gehandhaafd voor zover door de rechtbank is toegewezen.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft verzocht om de vorderingen toe te wijzen zoals de rechtbank heeft gedaan.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich bij een bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Oordeel van het hof
[benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3]
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] als gevolg van het respectievelijk onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte immateriële schade hebben geleden als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Naar het oordeel van het hof brengt de aard en de ernst van de normschending in de onderhavige gevallen telkens met zich dat de gestelde nadelige gevolgen voor de benadeelden zo voor de hand liggen dat sprake is van aantasting in de persoon op een andere wijze als bedoeld in voormeld artikel. Verdachte is dan ook op grond van dat artikel gehouden tot vergoeding van die schade. Het hof heeft bij de beslissing over de hoogte van de toewijzing van immateriële schade aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. Het hof is van oordeel dat de schade van de benadeelde partijen valt onder de categorie ‘Verkrachting: tamelijk ernstig’ zoals omschreven in de Rotterdamse schaal. De in beginsel aangewezen bandbreedte voor schadevergoeding binnen deze categorie betreft € 2.500,- tot € 7.500,-. De toelichting namens de benadeelde partijen geeft het hof aanleiding om binnen voornoemde bandbreedte te kiezen voor de bovengrens. Het hof acht een bedrag van € 7.500,- als smartengeld billijk en zal de vorderingen tot immateriële schade dan ook toewijzen tot dat bedrag.
Het hof wijst de vorderingen voor het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade af.
[benadeelde partij 4]
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat [benadeelde partij 4] als gevolg van het onder feit 4 en feit 5 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte schade heeft geleden.
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt het hof dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengt dat de gestelde nadelige gevolgen voor [benadeelde partij 4] zo voor de hand liggen dat sprake is van aantasting in de persoon op een andere wijze als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Verdachte is dan ook op grond van dat artikel gehouden die immateriële schade te vergoeden.
Het hof heeft bij de beslissing over de hoogte van de toewijzing van immateriële schade aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. Het hof is van oordeel dat de schade van de benadeelde partij valt onder de categorie ‘Verkrachting: ernstig’ zoals omschreven in de Rotterdamse schaal. Er is sprake van vele verkrachtingen in een langere periode. De in beginsel aangewezen bandbreedte voor schadevergoeding binnen deze categorie betreft
€ 7.500,- tot € 15.000,-. De toelichting namens de benadeelde partij geeft het hof aanleiding om binnen voornoemde bandbreedte op te schuiven richting de bovengrens. Het hof acht een bedrag van € 12.500,- als smartengeld billijk en zal de vordering tot immateriële schade dan ook toewijzen tot dat bedrag. Het hof wijst de vordering voor het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade af.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is het hof eveneens voldoende gebleken dat [benadeelde partij 4] als gevolg van het onder feit 4 en feit 5 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte materiële schade heeft geleden. Verdachte is op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk wetboek tot vergoeding van die schade gehouden. Het hof wijst de vordering tot materiële schade zoals die is gehandhaafd, te weten het door de rechtbank toegewezen bedrag van € 406,15, volledig toe. Deze materiële schade betreft de reiskosten voor het bezoek aan de psycholoog, de medische kosten en de kosten voor een nieuw telefoonabonnement. Deze kosten zijn niet betwist, zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk en billijk voor.
Schadevergoedingsmaatregel
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Wettelijke rente
Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op de datum dat de vordering is ingediend, te weten 2 mei 2025, en van de immateriële schade op de datum van het wijzen van dit arrest te weten op 10 februari 2026, omdat de op de Rotterdamse schaal gebaseerde bedragen geïndexeerde bedragen betreffen.
Wetsartikelen
De straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 36f, 37a, 37b, 57, 63, 242 (oud) en 243 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder feiten 1, 2 primair, 3, 4 en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren.
Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 62 (tweeënzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente over de vergoeding voor de immateriële schade op 10 februari 2026.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2] , ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 62 (tweeënzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente over de vergoeding voor de immateriële schade op 10 februari 2026.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3] , ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 62 (tweeënzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente over de vergoeding voor de immateriële schade op 10 februari 2026.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ter zake van het onder 4 en 5 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 12.906,15 (twaalfduizend negenhonderdzes euro en vijftien cent) bestaande uit € 406,15 (vierhonderdzes euro en vijftien cent) materiële schade en € 12.500,- (twaalfduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 4] , ter zake van het onder 4 en 5 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 12.906,15 (twaalfduizend negenhonderdzes euro en vijftien cent) bestaande uit € 406,15 (vierhonderdzes euro en vijftien cent) materiële schade en € 12.500,- (twaalfduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 89 (negenentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente over de vergoeding voor materiële schade op 2 mei 2025 en die van de wettelijke rente over de vergoeding voor immateriële schade op 10 februari 2026.
Aldus gewezen door
mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter,
mr. S. Bek en mr. C.T. Tjauw-Foe, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman, griffier,
en op 10 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 10 februari 2026.
mr. C.T. Tjauw-Foe, voorzitter,
mr. B. van Roessel, advocaat-generaal,
mr. E. van der Zandt, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
Verdachte is in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.