GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.357.865
(zaaknummer rechtbank Gelderland 429969)
beschikking van 10 februari 2026
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. B. Willemsen,
en
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats2] , gemeente [gemeentenaam] ,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. J.G. Kalk
1. 1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 16 februari 2024 en 7 april 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 7 april 2025 wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd.
2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
3. De motivering van de beslissing
De moeder heeft het hof op 3 februari 2026 laten weten dat zij het verzoek in hoger beroep wenst in te trekken. Het hof maakt hieruit op dat de moeder haar gronden van het hoger beroep niet handhaaft. Dit brengt mee dat het hof de moeder niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoek in hoger beroep.
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4. De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, M.L. van der Bel en R. Feunekes, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.