ECLI:NL:GHARL:2026:798

ECLI:NL:GHARL:2026:798

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 12-02-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 21-005634-22
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNNE:2022:4936

Samenvatting

Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, met aanvulling van één bewijsmiddel en met uitzondering van de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. Het hof veroordeelt verdachte voor het medeplegen van een poging doodslag en bezit van een boksbeugel, pepperspray en een bijl tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van voorarrest, en wijst de vordering van de benadeelde partij volledig toe.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1995 in [geboorteplaats 1] ,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 3 april 2025 en 29 januari 2026 en wat er op de zittingen bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot het veroordelen van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest en met gevangenneming van verdachte, te bevelen bij arrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S.F.J. Smeets, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. L.H. Poortman-de Boer, hebben aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

Op 22 december 2022 is verdachte door de rechtbank voor het medeplegen van poging tot doodslag en het handelen in strijd met artikel 13, eerste lid en artikel 27, eerste lid van de Wet wapens en munitie (het aanwezig hebben van een boksbeugel, pepperspray en bijl) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 8.468,05, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2020 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en op goede gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis van de rechtbank – met aanvulling van gronden – bevestigen, met uitzondering van de strafoplegging, zoals hieronder gemotiveerd is weergegeven. Nu met deze vernietiging ten aanzien van de strafoplegging ook de schadevergoedingsmaatregel bij de vordering van de benadeelde partij wordt vernietigd en de benadeelde partij de oorspronkelijke vordering in hoger beroep naar het oordeel van het hof heeft gehandhaafd, zal het hof ook een nieuwe beslissing nemen ten aanzien van deze vordering.

Het vonnis zal voor het overige worden bevestigd.

Aanvulling bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zoals die in het vonnis zijn opgenomen worden als volgt aangevuld.

1. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 21 augustus 2020, pagina 125 en 126 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2020229231-AB, voor zover inhoudende:

Als verklaring van [verbalisant 1] en [verbalisant 2]

Op donderdag 20 augustus 2020 waren wij, [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , belast met de incidentafhandeling in [plaats] . Omstreeks 13.40 uur kwamen wij ter plaatse op [straat] .

(…)

De identiteit van het slachtoffer bleek te zijn: [benadeelde] , geboren op [geboortedag 2] 1982 te [geboorteplaats 2] .

(…)

Wij hoorden hem zeggen: [verdachte] . Wij vroegen of er 1 of meerdere daders waren. Wij zagen dat het slachtoffer twee vingers opstak. Wij vroegen aan het slachtoffer of hij de voornaam van [verdachte] wist. Wij hoorden dat het slachtoffer zei: “ [verdachte] ”.

Aanvullende overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof overweegt dat uit de hierboven opgenomen eerste verklaring van aangever, afgelegd op 20 augustus 2020 meteen na de komst van de politie, de verdachte direct genoemd wordt als één van de daders. Aangever noemt hem daarin bij naam en geeft bovendien aan dat er twee daders waren.

Het hof acht, evenals de rechtbank, de later in het ziekenhuis door aangever ten overstaan van de politie afgelegde verklaring betrouwbaar. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de verklaringen bij de politie direct na en enkele dagen na het feit zijn afgelegd. Het is het hof niet gebleken dat er tussen het neergestoken worden en het afleggen van deze verklaringen enig contact tussen aangever en andere personen heeft plaatsgevonden. Nu aangever op dat moment uit eigen wetenschap verklaarde, het feit nog maar net had plaatsgevonden en er geen sprake was van beïnvloeding door anderen, acht het hof deze verklaringen betrouwbaar en neemt het hof deze als uitgangspunt.

Dat aangever ruim vier jaar na het voorval bij de raadsheer-commissaris verklaarde niet met zekerheid te kunnen zeggen dat de medeverdachte één van de personen was die hem heeft aangevallen, maakt dit niet anders. Het hof is van oordeel dat deze verklaring geen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de eerder door hem bij de politie – recent na het voorval - afgelegde verklaringen Verder heeft aangever eerder verklaard dat hij, een week nadat hij uit het ziekenhuis kwam, door de broer van de medeverdachte is bedreigd met als doel de medeverdachte buiten de zaak te houden. Daarbij komt dat aangever van begin af aan naar het oordeel van het hof duidelijk is geweest met betrekking tot de rol van verdachte, namelijk dat verdachte degene is geweest die hem met een honkbalknuppel heeft geslagen.

De door aangever bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring maakt daarom, gelet op het hierboven opgenomen bewijsmiddel en de overige door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen, de beoordeling van het hof van de betrouwbaarheid van aangevers verklaringen als gezegd niet anders. Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van deze verklaringen van aangever, ook niet naar aanleiding van hetgeen door de verdediging is aangevoerd. De bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van aangever heeft gelet op het hiervoor overwogene niet tot gevolg dat het hof anders zal oordelen dan de rechtbank.

Het hof acht, evenals de rechtbank, bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van poging tot doodslag.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof, evenals de rechtbank, rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Het hof is het eens met de navolgende overwegingen die de rechtbank in haar vonnis ten aanzien van de strafoplegging heeft opgenomen:

Verdachte heeft zich samen met de medeverdachte op 20 augustus 2020 schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Op klaarlichte dag heeft verdachte samen met de medeverdachte een persoon in een woonwijk aangevallen. Hierbij is met een voorwerp dat leek op een ziekenhuiskruk en een honkbalknuppel geslagen tegen het lichaam en hoofd van het slachtoffer en meermalen in de buik gestoken. De linker leverkwab van het slachtoffer is hierdoor geperforeerd. Naast het leed van het slachtoffer, geldt eveneens dat verdachte in de samenleving het gevoel van veiligheid heeft aangetast, zeker omdat de steekpartij in het midden op straat in een woonwijk heeft plaatsgevonden. Meerdere mensen zijn getuige geweest van het gewelddadige handelen van verdachte. Het handelen van verdachte en de medeverdachte heeft daarnaast alle schijn van een wraakactie. De rechtbank neemt het verdachte en zijn medeverdachte kwalijk dat ze het heft in eigen handen hebben genomen en voor eigen rechter hebben gespeeld.

Verdachte heeft zich daarnaast in 2019 ook nog schuldig gemaakt aan meerdere overtredingen van de Wet wapens en munitie. Verdachte had (naar eigen zeggen) ter zelfbescherming, een boksbeugel, pepperspray en een bijl in zijn auto liggen. Het ongecontroleerde bezit van wapens vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en heeft een grote maatschappelijke impact. Het voorhanden hebben van wapens leidt immers vaak tot het gebruik daarvan, met alle gevolgen van dien.

(…)

Een poging tot doodslag rechtvaardigt het opleggen van een gevangenisstraf. Gelet op het forse geweld dat op aangever is toegepast, waarbij gebruik gemaakt is van meerdere slagwapens en een steekwapen, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de gevolgen hiervan voor het slachtoffer, dient aan de verdachte een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd te worden.

Het voorhanden hebben van een bijl zoals tenlastegelegd in de zaak met parketnummer

18/197883-19 onder feit 3 is een overtreding. Het hof zal, evenals de rechtbank, ten aanzien van dit feit bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Gelet op het voorgaande acht het hof in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest, zoals door de rechtbank opgelegd, passend.

Het hof stelt vast dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, zowel in eerste aanleg (een overschrijding van 2 weken) als in hoger beroep (een overschrijding van ruim 13 maanden). Het hof volstaat met de constatering dat de redelijke termijn in eerste aanleg enigszins is overschreden. Het hof ziet in de overschrijding in de appelfase aanleiding om de straf te verlagen door de in eerste aanleg door de rechtbank opgelegde en in hoger beroep wederom door de advocaat-generaal gevorderde en door het hof passend geachte gevangenisstraf te verminderen op de wijze zoals hierna vermeld.

Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vordering tot gevangenneming

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de gevangenneming van verdachte bij arrest wordt bevolen. Door de advocaat-generaal zijn, anders dan het noemen van de algemene mogelijkheid op grond van artikel 75 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, geen bijzondere redenen aangevoerd waarom de voorlopige hechtenis in dit geval zou moeten worden hervat. Het hof ziet geen aanleiding om de gevangenneming te bevelen.

Vordering van de [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 8.595,05 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 8.468,05.

De advocaat van de benadeelde partij, mr. Poortman-de Boer, heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag opnieuw wordt gevorderd. Anders dan door de verdediging bepleit, acht het hof mr. Poortman-de Boer wel degelijk gemachtigd om namens de benadeelde partij de vordering te handhaven, nu zij met zoveel woorden heeft aangegeven dat de benadeelde partij haar heeft gevraagd om hem ook in hoger beroep bij te staan. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Het hof overweegt dat de vordering inhoudelijk niet is betwist. Het hof volgt de verdediging niet in het standpunt dat eigen schuld van de benadeelde partij zou moeten leiden tot een ander oordeel. Niet is gebleken dat enig causaal verband bestaat tussen het handelen van de benadeelde partij en het bewezenverklaarde feit. Verdachte werd niet aangevallen door aangever noch was er sprake van een wederzijdse vechtpartij.

Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 18-304359-20 primair bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Verdachte moet die schade vergoeden. De benadeelde partij heeft, naast de door hem gevorderde materiële schade, op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek recht op een immateriële schadevergoeding, nu hij lichamelijk letsel heeft opgelopen. De verzochte schade is billijk en niet inhoudelijk betwist door of namens verdachte. De vordering wordt daarom geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2020.

Het hof stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Het hof zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen als zijn medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 45, 57, 62, 63 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 27, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de gevangenisstraf en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en doet in zoverre opnieuw recht.

Bepaalt dat ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-197883-19 onder 3 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Veroordeelt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-304359-20 en het in de zaak met parketnummer 18-197883-19 onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 (vierenvijftig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-304359-20 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 8.595,05 (achtduizend vijfhonderdvijfennegentig euro en vijf cent) bestaande uit € 595,05 (vijfhonderdvijfennegentig euro en vijf cent) materiële schade en € 8.000,00 (achtduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-304359-20 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 8.595,05 (achtduizend vijfhonderdvijfennegentig euro en vijf cent) bestaande uit € 595,05 (vijfhonderdvijfennegentig euro en vijf cent) materiële schade en € 8.000,00 (achtduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 67 (zevenenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 20 augustus 2020.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. L.T. Wemes, mr. G.A. Versteeg en mr. J.A.M. Kwakman, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 12 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?