ECLI:NL:GHARL:2026:839

ECLI:NL:GHARL:2026:839

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 13-02-2026
Zaaknummer 200.337.912/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Effectenlease. Dexia. Contractsovername (artikel 6:159 BW). Tussenarrest: ECLI:NL:GHARL:2025:6925.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.337.912

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere, 10002614

arrest van 10 februari 2026

in de zaak van

Dexia Nederland B.V.

die is gevestigd in Amsterdam

die hoger beroep heeft ingesteld

en bij de kantonrechter optrad als eiseres

hierna: Dexia

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer

tegen

[geïntimeerde]

die woont in [woonplaats]

en bij de kantonrechter optrad als gedaagde

hierna (in mannelijk enkelvoud): de afnemer

advocaat: mr. J.B. Maliepaard

1. Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

Het hof heeft op 4 november 2025 een tussenarrest gewezen. Daarbij is de zaak naar de rol van 18 november 2025 verwezen voor akte aan de zijde van Dexia. Op die datum heeft Dexia geen akte genomen. Vervolgens is ambtshalve akte van niet dienen verleend.

2. De verdere beoordeling door het hof

Verwezen wordt naar het tussenarrest van 4 november 2025. In dat tussenarrest heeft het hof overwogen dat Dexia in hoger beroep heeft aangevoerd dat sprake is van contractsovername (artikel 6:159 BW) en dat de vordering tot schadevergoeding op grond van een schending van een precontractuele zorgplicht geen onderdeel uitmaakt van de contractsovername. Het hof heeft in het tussenarrest geoordeeld dat die grief van Dexia slaagt en het oordeel van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Een recht van [naam] op schadevergoeding uit onrechtmatige daad als hier aan de orde is niet overgegaan op de afnemer.

De afnemer heeft in hoger beroep ook aangevoerd dat Dexia onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Hij heeft betoogd dat hij geen schade zou hebben geleden indien Dexia had voldaan aan haar plicht om te weigeren de effectenleaseovereenkomst met [naam] aan te gaan, vanwege het feit dat de tussenpersoon tevens adviseerde hetgeen niet mocht zonder vergunning. Daarnaast heeft de afnemer aangevoerd dat hij en [naam] samen als stel in contact zijn gekomen met de tussenpersoon. [naam] en de afnemer hebben als stel een adviesgesprek gevoerd met de tussenpersoon en wilden samen verschillende financiële wensen/doelstellingen realiseren. Volgens de afnemer had Dexia hem bij het aangaan van de effectenleaseovereenkomst door [naam] ook moeten waarschuwen voor de specifieke risico’s die aan de effectenleaseovereenkomst kleven.

Het hof volgt de afnemer hierin niet. De gestelde onrechtmatige omstandigheden (de betrokkenheid van de tussenpersoon en het schenden van de waarschuwingsplicht) hebben zich voorafgaand aan de contractsovername voorgedaan. Dexia heeft daardoor alleen mogelijk onrechtmatig gehandeld jegens [naam] . De door de afnemer aangevoerde omstandigheden maken dit vermeende onrechtmatig handelen niet ook onrechtmatig jegens hem.

Daarnaast heeft de afnemer aangevoerd dat Dexia onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld omdat zij bij de contractsovername niet aan haar zorgplichten heeft voldaan. Volgens de afnemer heeft Dexia hem destijds niet gewaarschuwd voor het feit dat hij met geleend geld ging beleggen, dat hij zijn inleg kon verliezen en er een restschuld kon ontstaan. Daarnaast heeft Dexia niet onderzocht of de afnemer de lasten van de effectenleaseovereenkomst kon dragen, aldus de afnemer.

Het hof is van oordeel dat de afnemer geen belang heeft bij dit betoog. Op grond van het hofmodel (zoals ontwikkeld in de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 en door de Hoge Raad aanvaard bij arresten van 29 april 2011) is de vergoedingsplicht van Dexia vanwege het schenden van de waarschuwings- en de onderzoeksplicht namelijk beperkt tot tweederde van de restschuld van de afnemer, vermeerderd met wettelijke rente. Dexia heeft dat bedrag in 2012 al vergoed aan de afnemer. Verder is niet gesteld of gebleken dat sprake is van een onaanvaardbare zware financiële last in de zin van het hofmodel, waardoor sprake is van een hogere vergoedingsplicht van Dexia.

Gelet op het voorgaande kan het (voorwaardelijke) verjaringsverweer van Dexia onbesproken blijven.

Nu de afnemer geen vordering heeft op Dexia, heeft hij ook geen recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Gelet op het voorgaande zal het hof toewijzen de door Dexia gevorderde verklaring voor recht dat zij met betrekking tot de effectenleaseovereenkomst aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan de afnemer is verschuldigd.

De conclusie

Het hoger beroep van Dexia slaagt. Omdat de afnemer in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof hem tot betaling van de proceskosten van Dexia in de eerste aanleg en in het hoger beroep veroordelen. Onder de proceskosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.

3. De beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere, van 9 november 2023 en beslist als volgt:

verklaart voor recht dat Dexia met betrekking tot de effectenleaseovereenkomst aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan de afnemer is verschuldigd;

veroordeelt de afnemer tot betaling van de volgende proceskosten van Dexia tot aan de uitspraak van de kantonrechter:

€ 128,- aan griffierecht;

€ 127,42 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan de afnemer;

€ 528,- aan salaris van de gemachtigde van Dexia (2 procespunten x het toepasselijke tarief van € 264,- per punt);

en tot betaling van de volgende proceskosten van Dexia in hoger beroep:

€ 798,- aan griffierecht;

€ 135,97 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan de afnemer;

€ 1.290,- aan salaris van de advocaat van Dexia (1 procespunt x appeltarief II);

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.P. Giesen, M. Schoemaker en A.A.J. Smelt, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand