ECLI:NL:GHARL:2026:900

ECLI:NL:GHARL:2026:900

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer 200.357.748
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Gezagsbeëindiging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.357.748

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 586595

beschikking van 17 februari 2026

over de beëindiging van het gezag over [minderjarige]

in de zaak van

[verzoekster] (de moeder)

die woont in [woonplaats1]advocaat: mr. R. Dijkstra

en

de raad voor de kinderbescherming (de raad)

die is gevestigd in Utrecht

en

[belanghebbende1] (oma moederszijde tevens pleegmoeder)

die woont in [woonplaats2]

en

[belanghebbende2] (tante moederszijde)

die woont in [woonplaats3] , gemeente [gemeentenaam]

en

de gecertificeerde instelling

Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (de GI)

die is gevestigd in Utrecht

1. 1. Samenvatting

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank), heeft het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

De moeder heeft een dochter: [minderjarige] . [minderjarige] is geboren [in]

2020.

De moeder heeft het gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] staat sinds 22 december 2022 onder toezicht van de GI. Sinds diezelfde datum verblijft zij op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderrechter bij haar oma moederszijde.

De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn de laatste keer verlengd tot 21 maart 2026.

3. De procedure bij de rechtbank

De raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de moeder te beëindigen.

De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 15 mei 2025.

4. De procedure bij het hof

De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt.

De raad wil dat de beslissing in stand blijft.

De GI wil dat de beslissing in stand blijft.

De informatie die het hof heeft ontvangen

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift

het verweerschrift van de raad voor de kinderbescherming

verweerschrift van de GI

De zitting bij het hof was op 20 januari 2026. Aanwezig waren:

de moeder met haar advocaat

een vertegenwoordiger van de raad

twee vertegenwoordigers van de GI

5. Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?

De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen.

Het belang van het kind staat voorop. Een kind dat niet bij zijn ouders kan wonen heeft recht op zekerheid over waar het woont en blijft wonen.

Standpunten

De moeder vindt dat de rechtbank ten onrechte haar gezag over [minderjarige] heeft beëindigd. Volgens de moeder is onvoldoende onderzocht of [minderjarige] in de toekomst weer bij de moeder kan wonen. De moeder begrijpt dat ze nu niet voor [minderjarige] kan zorgen, omdat ze gedetineerd zit, maar zij verwacht op korte termijn begeleid te wonen. Volgens de moeder kan het contact met [minderjarige] dan steeds uitgebreid worden met als uiteindelijke doel dat [minderjarige] weer bij de moeder komt wonen. De moeder vindt het dan ook niet in het belang van [minderjarige] dat het ouderlijk gezag van de moeder nu wordt beëindigd.

Volgens de raad is het voor [minderjarige] , vanwege de heftige gebeurtenissen die zij op jonge leeftijd heeft meegemaakt, belangrijk dat zij zeker weet dat zij bij haar oma mag blijven wonen. Tijdens het raadsonderzoek is gebleken dat er situaties blijven ontstaan waarin de moeder zeer onvoorspelbaar kan zijn voor [minderjarige] . Dit is voor [minderjarige] verwarrend en beangstigend. Het is de moeder onvoldoende gelukt om haar eigen situatie te stabiliseren en mee te werken aan afspraken om het contact tussen de moeder en [minderjarige] te bevorderen. De moeder heeft in het verleden meerdere keren geen toestemming gegeven voor belangrijke beslissingen. De moeder is niet in staat gebleken om de verzorging en opvoeding van [minderjarige] , binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn, zelf te dragen. [naam] heeft geen perspectiefonderzoek kunnen doen, omdat dit onmogelijk was vanwege de problematiek en de detentie van de moeder. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn volgens de raad geen passende maatregelen meer omdat het opgroeiperspectief van [minderjarige] niet meer bij de moeder ligt.

Volgens de GI houdt de moeder zich, wanneer zij in de gestructureerde omgeving van de PI verblijft, aan afspraken en is er positief en veilig contact met [minderjarige] . In de periode voor detentie en wanneer de moeder meer vrijheden krijgt lukt het de moeder volgens de GI niet om zich aan afspraken te houden en contact met [minderjarige] te hebben. Doordat de moeder zich kortgeleden (eind november 2025) tijdens haar verlof niet aan de afspraken van de ISD-maatregel heeft gehouden, is er sindsdien geen contact meer met [minderjarige] . Volgens de GI heeft [minderjarige] op jonge leeftijd meerdere ervaringen gehad waarin haar moeder als belangrijke eerste verzorger niet alleen een bron van bescherming, maar ook een bron van angst en dreiging kon zijn. Bij [minderjarige] is mede hierdoor sprake van een bedreigde ontwikkeling. [minderjarige] heeft behoefte aan voorspelbaarheid, emotionele veiligheid en duidelijke kaders. Haar oma biedt [minderjarige] een veilige en stabiele opvoedingssituatie.

De GI vindt het belangrijk dat een onafhankelijke partij beslissingen neemt in het belang van [minderjarige] . Hiermee wordt voorkomen dat de relatie tussen de moeder en oma onder druk komt te staan, wat een negatief effect op [minderjarige] zou hebben.

Hoe oordeelt het hof?

Het hof vindt ook dat het gezag van de moeder moet worden beëindigd. Het hof kan zich vinden in de overwegingen van de rechtbank in de bestreden beschikking en sluit hierbij aan. Voor de duidelijkheid volgt hieronder de motivering door de rechtbank:

In de eerste plaats is er sprake van een bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] doordat zij in de tijd dat zij nog bij haar moeder woonde getuige is geweest van huiselijk geweld tussen haar moeder en de partner van haar moeder. Daarnaast gebruikte haar moeder drugs en maakte zij op andere volwassenen een verwarde indruk. De situatie voor [minderjarige] bij de moeder thuis was dan ook onveilig en onvoorspelbaar voor haar. [minderjarige] woont sinds de uithuisplaatsing in december 2022 niet meer met haar moeder samen en heeft haar moeder sindsdien onregelmatig gezien. Gedurende die periode heeft de moeder in strijd met een contactverbod geprobeerd [minderjarige] mee te nemen. [minderjarige] laat ongeremd gedrag zien, is soms moeilijk stuurbaar en heeft concentratieproblemen. Er is volgens de Raad een verhoogde kans dat dit samenhangt met moeilijkheden op het gebied van trauma en hechting, die een gevolg zijn van wat [minderjarige] heeft meegemaakt. Er worden op school en door oma zorgen gezien op zowel sociaal als cognitief vlak. [minderjarige] kan ongeremd zijn in het contact met volwassenen en anderen kinderen, is moeilijk aan te sturen en te begrenzen en heeft moeite om zich te concentreren en zich op een taak te richten. Hierdoor lukt het haar niet voldoende om tot leren te komen. Het is voorstelbaar dat dit gedrag van [minderjarige] niet los staat van de (gehechtheids)ervaringen die zij in haar jonge leven heeft opgedaan. Zij heeft meerdere ervaringen gehad waarin haar moeder als belangrijke (gehechtheids)relatie niet alleen een bron van bescherming maar ook een bron van angst en dreiging kon zijn. Toen [minderjarige] bij oma kwam wonen betekende dit een gehechtheidsbreuk en ook daarna zijn er in het contact met moeder bedreigende dingen gebeurd voor [minderjarige] . Het is goed mogelijk dat [minderjarige] door deze ervaringen meer alert is geraakt op haar omgeving (dreigt er misschien gevaar) en dat het voor haar moeilijker is om vanuit ontspanning tot (sociaal) leren te komen.

Daarnaast lukt het de moeder niet om de verantwoordelijkheden te nemen die horen bij het ouderschap. Bij de moeder is sprake van langdurige problematiek, waarvan de moeder zelf zegt dat er sprake is van trauma. Uit het rapport van de Raad blijkt dat sprake is van (het vermoeden van) drugsgebruik en psychische problematiek. Verder heeft de moeder verschillende gewelddadige relaties gehad. Zij is in 2023 haar huis uitgezet. De GI heeft in

de eerste helft van 2023 Video-interactiebegeleiding - Gehechtheid van De Rading aan de

moeder aangeboden. Maar het lukte te moeder niet om dit traject goed te volgen en af te

maken. Daarom is dat traject beëindigd. Vanaf maart 2024 is de moeder meermalen

gedetineerd geraakt. Een perspectiefonderzoek van [naam] kwam niet van de grond omdat

daarvoor als voorwaarde gold dat de moeder op vrije voeten was en een eigen woonruimte

had. Het is haar verder na een detentieperiode niet gelukt om gebruik te maken van het

aanbod van een plek in een beschermd-wonen-omgeving. Videobellen met [minderjarige] — wanneer de moeder niet gedetineerd was - lukte niet goed omdat de moeder de afspraken wisselend

nakwam. De moeder is kortom sinds december 2022 onvoldoende in staat (gebleken) voor

zichzelf, en daarmee ook voor [minderjarige] , een stabiel leefklimaat te creëren. Zij heeft haar leven

niet zo kunnen opbouwen dat ruimte ontstond om weer meer zorg te dragen voor [minderjarige] . Wel

is de moeder tijdens detentieperioden volgens de pleegmoeder en de GI beter aanspreekbaar

dan als zij op vrije voeten is.

De rechtbank verwacht niet dat de moeder binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare

termijn in staat is op een goede manier invulling te geven aan haar gezag, en dat zij niet de

verantwoordelijkheid kan dragen die het hebben van gezag met zich meebrengt. De

‘aanvaardbare termijn’ is de periode waarbinnen voor [minderjarige] duidelijk moet zijn waar zij zal

opgroeien. Er is geen zicht op verbetering van de situatie op korte termijn. De moeder is nu

gedetineerd in een Penitentiaire Inrichting op grond van de ISD-maatregel. De moeder heeft

op de zitting verklaard dat zij traumaverwerking heeft aangevraagd en denkt op korte termijn een eerste intakegesprek te hebben. Het gaat om een klinische behandeling van drie dagen. Daarna hoopt ze snel buiten de Penitentiaire Inrichting te kunnen gaan wonen. Zij staat open voor (verdere) hulpverlening. De rechtbank verwacht niet dat de moeder binnen een tijdsbestek van een aantal maanden en dus binnen de aanvaardbare termijn voor [minderjarige] in staat is het gezag over [minderjarige] uit te oefenen. Dit omdat de problematiek van de moeder al lang

bestaat en er sprake is van een combinatie van drugsproblematiek en psychische

problematiek. Het gaat niet alleen om traumaverwerking, maar ook om het tot stand brengen

van praktische zaken, zoals huisvesting en werk. De rechtbank verwacht dat het traject dat de moeder zal moeten doorlopen om niet alleen zelf stabiel te zijn, maar ook een stabiele

woonsituatie te creëren, veel meer tijd in beslag zal nemen. Dat is voor [minderjarige] te lang. Zij

woont al meer dan de helft van haar leven niet meer bij haar moeder. Het is voor haar

noodzakelijk dat duidelijk wordt bij wie ze zal opgroeien.

Het hof voegt hier nog het volgende aan toe. De situatie van de moeder is sinds de bestreden beschikking niet in positieve zin veranderd. De moeder is in november niet teruggekeerd na een onbegeleid verlof en is toen teruggevallen in het gebruiken van drugs. Hierdoor is de omgang met [minderjarige] (tijdelijk) gestopt. Dit roept veel vragen en onduidelijkheid op bij [minderjarige] . Het hof ziet dat de moeder heel graag wil veranderen maar dat het haar toch niet lukt om voor [minderjarige] een veilige en stabiele opvoedsituatie te creëren. [minderjarige] is nog maar vijf jaar oud en woont al drie jaar niet meer bij de moeder. De moeder is, gelet op haar eigen problematiek, niet in staat om nu en in de nabije toekomst goed voor [minderjarige] te zorgen. Hoewel de GI tijdens de zitting heeft benadrukt dat de moeder van goede wil is en dat in de toekomst de moeder misschien weer een grotere rol in het leven van [minderjarige] kan vervullen, is het op dit moment nodig dat het gezag van de moeder wordt beëindigd. Voor [minderjarige] is het noodzakelijk dat zij nu duidelijkheid krijgt over haar perspectief en dat zij kan blijven opgroeien in de stabiele en veilige situatie bij haar oma.

Het hof zal de beslissing van de rechtbank bevestigen (bekrachtigen).

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 15 mei 2025.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, J.H. Lieber en R. Krijger, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.E. Vaartjes-de Wit

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand