2. Beoordeling
In het arrest van 16 december 2025 is niet aangegeven of de bedragen van € 20.000,- en € 5.000,-, zoals genoemd in het dictum onder randnummers 5.5 en 5.6 van het arrest, exclusief of inclusief btw zijn.
[appellant] heeft er terecht op gewezen dat het hof eerder in het kader van de beoordeling van de bevoegdheidsregeling in artikel 6 van de vennootschapsovereenkomst heeft beslist dat het daarin genoemde bedrag exclusief btw is.
Het hof heeft van die eerdere lijn in het arrest van 16 december 2025 niet willen afwijken. Dit betekent dat de genoemde bedragen exclusief btw zijn. Het hof zal voor alle duidelijkheid dit expliciet aangegeven. De ordemaatregelen moeten in die zin gelezen worden.
3. Beslissing
Het hof
bepaalt dat het tweemaal genoemde geldbedrag van € 20.000,- in randnummer 5.5. van het arrest van 16 december 2025 een bedrag exclusief btw is;
bepaalt dat het eenmaal genoemde geldbedrag van € 5.000,- in randnummer 5.6 van het dictum van het arrest van 16 december 2025 een bedrag exclusief btw is;
gelast [appellant] en [geïntimeerde] op de rolzitting van 24 maart 2026 over te leggen:
-een boedelbeschrijving van vof Compagner per heden;
-de overeenkomstig de in artikel 10 van de vof overeenkomst beschreven procedure vastgestelde balans en de winst- en verliesrekeningen (jaarstukken) vanaf 2010 tot heden;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. D.H. de Witte, O.E. Mulder en A.A.J. Smelt, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
17 februari 2026.