ECLI:NL:GHDHA:2014:3088

ECLI:NL:GHDHA:2014:3088, Gerechtshof Den Haag, 07-10-2014, 200.150.453

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 07-10-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.150.453
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2016:339
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2014:4728
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Second opinion - procedure. Afgebroken onderhandelingen; overeenkomst tot stand gekomen? Schadevergoeding wegens gederfde winst? Overeenkomst tot vergoeding van gemaakte kosten? Vaststelling redelijke prijs voor verrichte verbouwingswerkzaamheden. BTW en wettelijke handelsrente. Schending klachtplicht ter zake van gebreken van invloed op redelijke prijs?

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel Recht

zaaknummer : 200.150.453/01

zaak-/rolnummer rechtbank : 274501 / HA ZA 06-3424

Arrest van 7 oktober 2014

in de zaak van

Wellnesselande Barendrecht B.V.

Fitness Carnisselande B.V.

Wellnesselande Nederland B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

appellanten,

hierna te gezamenlijk noemen: Wellnesselande c.s. en ieder afzonderlijk: Wellnesselande Barendrecht, Fitness Carnisselande respectievelijk Wellnesseland Nederland,

advocaat: onttrokken

tegen

Bouwonderneming Stout B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Stout,

advocaat: mr. J.A.J.M. Jonk te Alblasserdam.

De procedure

Verwezen wordt naar het tussenarrest van 15 juli 2014 waarin een comparitie na

aanbrengen is bevolen. Voorafgaand aan die comparitie is namens beide partijen toelating tot

de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een

SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR)

ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, van de comparitie van partijen

is afgezien en arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Gelet hierop luidt de enige grief van Wellnesselande c.s. dat de rechtbank Rotterdam in de vonnissen van 24 maart 2010, 9 november 2011 en 18 december 2013 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen zij in eerste aanleg had gevorderd.

Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne, behoudens de hierna te vermelden overwegingen.

Anders dan de rechtbank in het bestreden eindvonnis van 18 december 2013, onder 2.11, laatste volzin en onder 2.14, laatste volzin, heeft overwogen, dienen de door de deskundige begrote herstelkosten van € 1.652,57 respectievelijk € 26.349,22 naar het oordeel van het hof wèl in mindering te worden gebracht op het door Wellnesselande c.s. verschuldigde bedrag aan verbouwingskosten. De rechtbank heeft deze bedragen buiten beschouwing gelaten op de grond dat Welnesselande c.s. niet (tijdig) heeft geklaagd (als bedoeld in artikel 6:89 BW) over de gebreken waarop deze herstelkosten zien. Zoals de rechtbank evenwel in haar tussenvonnis van 9 november 2011 onder 2.7.2, laatste volzin en onder 2.8.1, laatste volzin, had overwogen, en ook de deskundige in zijn rapport (p. 22 onder “4.2 Samenvatting”) tot uitgangspunt heeft genomen, kunnen de desbetreffende gebreken wel van invloed zijn op de beantwoording van de vragen of de door Stout voor het uitgevoerde werk in rekening gebrachte bedragen redelijk zijn, mede gelet op de kwaliteit van de uitvoering van het werk en van de daarbij gebruikte materialen, en zo nee, wat – per post bezien –een redelijk bedrag is.

Het onder 3 overwogene brengt mee dat het bestreden vonnis van 18 december 2013 gedeeltelijk zal worden vernietigd, te weten voor zover daarbij Wellnesselande c.s. hoofdelijk is veroordeeld tot betaling aan Stout van een hoofdsom van € 143.239,53. Het hof zal op dat punt opnieuw recht doen en Wellnesselande c.s. hoofdelijk veroordelen tot betaling aan Stout van een hoofdsom van € 143.239,53 minus € 1.652,57 en minus € 26.349,22 = € 115.237,74.

De bestreden vonnissen zullen voor het overige worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.

Het hof ziet aanleiding om in hoger beroep de kosten te compenseren.

Beslissing

Het hof:

en, in zoverre opnieuw recht doende: veroordeelt Wellnesselande c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, om aan Stout te betalen een bedrag van € 115.237,74, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag met ingang van 24 november 2006 tot de dag van volledige betaling;

- compenseert in het hoger beroep de kosten.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.M. Wattendorff, M.M. Olthof en M.Y. Bonneur en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2014 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?