ECLI:NL:GHDHA:2014:4297

ECLI:NL:GHDHA:2014:4297, Gerechtshof Den Haag, 29-07-2014, 200.096.967

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 29-07-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.096.967
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002761 BWBR0004770 BWBR0005289 BWBR0005290

Samenvatting

Geschil tussen erfgenamen. Is in de verkoop en levering van landbouwgronden door vader aan zoon een gift besloten waarvoor de zoon inbrengplichtig is? Toepassing artikel 1132 e.v. oud BW. Rol overeenkomst van maatschap vader en zoon, redelijkheid en billijkheid. Hof: geen sprake van een gift of materiele schenking.

Uitspraak

GERECHTSHOF Den Haag

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.096.967

Zaak-rolnummer Rechtbank : 294439 / HA ZA 07-2673

arrest van 29 juli 2014

inzake

[appellant een],

wonende te [woonplaats],

en

[appellant twee],

wonende te [woonplaats],

en

[appellant drie],

wonende te [woonplaats],

en

[appellant vier],

wonende te [woonplaats],

en

[appellant vijf],

wonende te [woonplaats],

en

[appellant zes],

wonende te [woonplaats],

appellanten,

advocaat: mr. A.A. den Hollander te Middelharnis,

tegen

[geintimeerde een],

wonende te [woonplaats],

en

[geintimeerde twee],

wonende te [woonplaats],

en

[geintimeerde drie],

wonende te [woonplaats],

en

[geintimeerde vier],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. K. Boshouwers te Utrecht.

1. Het geding

Bij exploot van 3 oktober 2011 zijn appellanten in hoger beroep gekomen van het vonnis van 6 juli 2011 van de rechtbank Rotterdam gewezen tussen appellanten als gedaagden in conventie en eisers in reconventie en geïntimeerden als eisers in conventie en gedaagden in reconventie.

Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in het bestreden vonnis heeft vermeld.

Bij memorie van grieven hebben appellanten 3 grieven geformuleerd.

Bij memorie van antwoord hebben geïntimeerden de grieven bestreden. Tevens hebben geïntimeerden 1 incidentele grief geformuleerd.

Appellanten hebben gediend voor memorie van antwoord in het incidentele appel.

Op 11 februari 2014 hebben geïntimeerden een akte genomen.

Op 11 maart 2014 hebben appellanten een akte genomen.

Partijen hebben hun procesdossier overgelegd en arrest gevraagd.

2. Beoordeling van het hoger beroep

Algemeen

1. Voor zover tegen de feiten geen grief is gericht gaat het hof uit van de feiten zoals deze in het bestreden vonnis zijn vastgesteld.

2. Appellanten hebben op blz. 15 van hun memorie van grieven hun conclusie geformuleerd. Deze conclusie luidt als volgt: Appellanten zijn dan ook op grond van het vorenstaande van oordeel dat het vonnis van de rechtbank van 6 juli 2011 niet in stand kan blijven. Zij verzoeken uw hof, akte verzoekend van hun aanbod voor zover nog nodig bewijs te leveren van hun stellingen, in het bijzonder van de stelling dat in situaties waarvan in casu sprake is, verpachting aan een van de kinderen, uitgegaan dient te worden van de verpachte waarde en niet van de vrije waarde, door het horen van getuigen/deskundigen, waaronder de hiervoor genoemde heren [naam] en [naam], bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de rechtbank van 6 juli 2011 te vernietigen, voor zover de rechtbank daarin heeft uitgemaakt dat bij de berekening van de waarde van de nalatenschap van vader uitgegaan dient te worden van de vrije waarde van de gronden en het verschil tussen de verpachte waarde en deze vrije waarde, door de rechtbank vastgesteld op een bedrag van € 88.924, door [appellant twee] ingebracht dient te worden, en bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat [appellant twee] niets meer hoeft in te brengen met betrekking tot de door hem van vader [naam] gekochte gronden; met bevestiging voor het overige van dit vonnis, zowel in conventie als in reconventie, en veroordeling van geïntimeerden in de kosten van de procedure.

3. Door geïntimeerden wordt gevorderd: het vonnis van de rechtbank Rotterdam van

6 juli 2013 te vernietigen ten aanzien van de overweging dat [appellant twee] in de nalatenschap van erflater een gift ter grootte van € 65.686,- ofwel de helft van het bedrag van € 131.372,- dient in te brengen ter zake van het verschil tussen de koopprijs die hij heeft voldaan voor het bij notariële akte van 28 december 1989 in eigendom verkrijgen van de percelen landbouwgrond in [naam] en opnieuw rechtdoende in hoger beroep, te bepalen dat hij ter zake een bedrag van

€ 131.372,- althans een door uw gerechtshof in goede justitie te bepalen bedrag, dient in te brengen.

4. Gezien de onderlinge samenhang van de grieven bespreekt het hof de grieven zoveel mogelijk gemeenschappelijk.

Kern van het geschil

5. De kern van het geschil tussen partijen is de beantwoording van de rechtsvraag of in de verkoop en levering van de landbouwgronden door erflater aan [appellant twee] een gift is besloten waarvoor [appellant twee] inbrengplichtig is. Met betrekking tot het incidentele appel doet zich vervolgens de rechtsvraag voor of de gehele gift of slechts de helft dient te worden ingebracht. Erflater was ten tijde van de gestelde gift gehuwd in de wettelijke gemeenschap van goederen en de landbouwgronden behoorden tot die gemeenschap.

Gift/inbreng

6. De nalatenschappen van de (groot)vader (erflater) en van de (groot)moeder van partijen (erflaatster) zijn opengevallen in respectievelijk 1999 en 1993, derhalve vóór de invoering van het nieuwe erfrecht op 1 januari 2003 , zodat de vooromschreven rechtsvragen worden beheerst door de inbrengbepalingen van artikel 1132 e.v. oud BW.

Het hof stelt daarbij voorop dat wil er sprake zijn van een gift (onder het oude recht ook materiele schenking genaamd) dan dient er te worden voldaan aan ten minste twee elementen:

 ( (i) er moet sprake zijn van een bevoordelingsbedoeling bij de schenker waardoor (ii) ten koste van zijn eigen vermogen de begiftigde is verrijkt.

De erfgenamen van erflater en erflaatster zijn niet vrijgesteld van de verplichting tot inbreng.

Standpunt appellanten

7. Appellanten zijn van mening dat met betrekking tot de waarde van de landbouwgronden te [naam] en de landbouwgronden gelegen in de driehoek [naam] uitgegaan moet worden van de waarde in verpachte staat. In de visie van appellanten heeft er met betrekking tot de koop en verkoop van de landbouwgronden tegen de waarde in verpachte staat van erflater aan [appellant twee] geen gift plaatsgevonden aan laatstgenoemde.

8. Door appellanten is onder meer het navolgende aangevoerd:

Geïntimeerden

9. Uit het verweer van geïntimeerden volgt dat met betrekking tot de hiervoor vermelde koop en verkoop van landbouwgronden door erflater aan [appellant twee] sprake is van een in te brengen gift.

10. Door geïntimeerden is onder meer het navolgende aangevoerd:

pachtovereenkomst was;

Geen gift of materiële schenking

10. Het hof overweegt als volgt. In 1975 is tussen erflater en [appellant twee] en [appellant een] een overeenkomst van maatschap aangegaan. Het doel van de maatschap was het exploiteren van het landbouwbedrijf en alles wat daarmee in de ruimste zin verband houdt. De maatschap was in beginsel voor onbepaalde tijd aangegaan. In 1980 heeft [appellant een] de overeenkomst van maatschap opgezegd en is de maatschap voortgezet door erflater en [appellant twee]. Gezien de leeftijd van erflater in 1988 (78 jaar oud) is het naar maatschappelijke normen bezien alleszins normaal te achten dat hij zijn onderneming dan staakt en dat hij conform de overeenkomst van maatschap aan de bedrijfsoverdracht van de onderneming aan [appellant twee] meewerkt.

11. Op het moment van het staken van de onderneming door erflater was [appellant twee] al 13 jaar als maat werkzaam binnen de onderneming. De onderneming was op dat moment voor [appellant twee] de bron van inkomsten om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.

12. Gezien de overeenkomst van maatschap - hetgeen in agrarische kringen veelal als een zakelijk huwelijk wordt gezien - mocht [appellant twee] er naar objectieve maatstaven ook op vertrouwen dat hij de in maatschap gedreven onderneming kon continueren.

13. Voor de exploitatie van het akkerbouwbedrijf was het noodzakelijk dat [appellant twee] over de landbouwgronden kon beschikken.

14. [appellant twee] was ten opzichte van erflater niet een willekeurige derde. Tussen erflater en [appellant twee] bestond immers een contractuele relatie door de overeenkomst van maatschap. Een belangrijk uitgangspunt voor het aangaan van een dergelijke overeenkomst van maatschap is de mogelijkheid van voortzettende vennoten om bij uittreding van een vennoot de onderneming al dan niet in maatschapsverband te kunnen voortzetten door het mogelijk maken van de bedrijfsoverdracht, waardoor de continuïteit van het bedrijf wordt gewaarborgd.

15. Bij het beëindigen van de overeenkomst van maatschap speelde de goede trouw (thans artikel 6:2 BW). Dat erflater de aan hem in eigendom toebehorende landbouwgronden aan [appellant twee], die de onderneming voortzette heeft verpacht toen de maatschap tussen hen eindigde, vloeit mede voort uit de uit de hoofde van deze overeenkomst van maatschap tussen hen in acht te nemen beginselen van redelijkheid en billijkheid.

16. Het hof vindt het aannemelijk dat [appellant twee] ook daadwerkelijk pacht aan erflater heeft betaald voor het gebruik van de gronden. In de winst - en verliesrekening is een bedrag aan betaalde pacht opgenomen van fl. 9.300,-.

17. Dat [appellant twee] in 1989 en in 1996 de landbouwgronden van erflater heeft overgenomen tegen de waarde in verpachte staat is een uitvloeisel van de hiervoor omschreven contractuele verhouding tussen erflater en [appellant twee]. Van een gift is geen sprake. Bij erflater heeft de bevoordelingsbedoeling ontbroken nu de verkopen/overdrachten zijn geschied met het oog op de voortzetting, de continuïteit van het bedrijf dat erflater mede heeft geëxploiteerd. Voor erflater was bovendien sprake van verpachte grond op grond waarvan verkoop en levering aan een derde slechts in verpachte staat zou kunnen zijn geschied. Het feit dat [appellant twee] in de periode van 1998 tot 2001 de gronden heeft

verkocht doet daar niet aan af. Vanuit erflater bezien was er sprake van een waarde drukkende factor.

18. Uit hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen volgt dat de grieven van [appellant twee] doel treffen.

Geen vernietiging van een overweging

19. In r.o. 4.8. heeft de rechtbank overwogen dat op de vorderingen van eisers onder sub 1 en 2 een verklaring voor recht zal worden gegeven met de strekking dat [appellant een] een bedrag van € 12.906,- dient in te brengen in de nalatenschap van erflater en [appellant twee] een bedrag van € 88.924,-.

20. Het hof kan een overweging van de rechtbank niet vernietigen, maar het hof kan wel de gronden van het bestreden vonnis aanvullen en verbeteren.

21. Het hof gaat ervan uit dat de rechtbank de verklaring voor recht vergeten heeft op te nemen in het dictum.

22. Het hof zal thans in het dictum een verklaring voor recht opnemen dat [appellant twee] niet gehouden is om een bedrag van € 88.924,- in te brengen in de nalatenschap van erflater. Voorts zal het hof het bestreden vonnis onder aanvulling en verbetering van de gronden bekrachtigen.

Incidenteel appel

23. Gezien het hof hiervoor heeft overwogen hebben geïntimeerden geen belang meer bij de bespreking van het incidentele appel.

Proceskosten

24. Gezien het feit dat er sprake is van een familierechtelijke verhouding zal het hof de proceskosten compenseren en wel in die zin dat ieder der partijen zijn eigen kosten draagt.

3. Beslissing

Het hof:

verklaart voor recht dat [appellant twee] geen inbrengplicht heeft in de nalatenschappen van erflater en van erflaatster;

verklaart dit arrest in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt het bestreden vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 juli 2011 voor het overige;

Dit arrest is gewezen door mrs. Stollenwerck, Labohm, en Sutorius-van Hees en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juli 2014 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2015-0081 FutD 2015-0806 Viditax (FutD) 2015032605
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?