GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer : 200.104.357/01
Rolnummer Rechtbank : 1193935 \ CV EXPL 10-82469
Arrest van 25 november 2014
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats],appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. Ramsoedh te Delft,
tegen
De Publiekrechtelijke Rechtspersoon De Gemeente Rotterdam,,
gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde,
hierna te noemen: De Gemeente,
advocaat: mr. M.E. Kleiweg de Zwaan te Rotterdam.
Het geding
1. In deze zaak is op 15 juli 2014 een tussenarrest gewezen waarbij de zaak verwezen is naar de rol van 26 augustus 2014 voor het nemen van een akte als in dat tussenarrest aangegeven. De Gemeente heeft daarop een akte genomen als in het tussenarrest bedoeld, waarop [appellant] een antwoordakte genomen heeft. Partijen hebben vervolgens beide arrest gevraagd.
2. De vordering die [appellant] tegen De Gemeente heeft ingesteld valt, nevenvorderingen daargelaten, in twee onderdelen uiteen. De vragen die voorliggen betreffende de volgende:
heeft De Gemeente ten opzichte van [appellant]:
a. a) een loondoorbetalingsverplichting bij ziekte en/of
b) een loondoorbetalingsverplichting bij verlof/vakantie.
In het arrest van 15 juli 2014 (rechtsoverweging. 6) is reeds overwogen dat [appellant] ter zake van onderdeel a) zoals hiervoor bedoeld, geen aanspraken toekomen. Wat betreft onderdeel b) heeft het hof in genoemd arrest geoordeeld dat [appellant] op dit onderdeel een vordering heeft (rechtsoverweging 10). [appellant] heeft de omvang van die vordering (in de memorie na memorie na arrest) berekend op € 8.196,21 bruto. Omdat De Gemeente in de procedure tot op dat moment van genoemde berekening nog geen kennis had kunnen nemen is de zaak naar de rol verwezen voor akte uitlating aan de kant van De Gemeente. De Gemeente heeft bedoelde akte genomen en in de akte de berekening van [appellant] niet bestreden, zodat het hof van de juistheid van die berekening uitgaat.
3. Vorenstaande betekent dat de vordering van [appellant] voor een bedrag van € 8.196,21 bruto zal worden toegewezen, een en ander te vermeerderen met de tot 10% te beperken wettelijke verhoging, en de wettelijke rente over beide bedragen, dit vanaf december 2003. Het vonnis van de kantonrechter, waarin anders beslist is, zal worden vernietigd.
Het hof zal De Gemeente veroordelen in de kosten van beide instanties. [appellant] heeft op goede gronden een vordering tegen De Gemeente ingesteld en had ook goede gronden voor het ingestelde appel. Dat de vordering van [appellant] slechts ten dele is toegewezen doet aan het voorgaande niet af.
Beslissing
Het hof:
- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van 4 november 2011
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
exploot : € 87,93;
vastrecht : € 70,--;
salaris gemachtigde : € 300,--;
- veroordeelt De Gemeente in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op de kosten zoals hieronder nader gespecificeerd :
exploot : € 90,64;
vastrecht : € 291,--;
salaris advocaat : € 2.212,--;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.R. Mellema, R.S. van Coevorden en V. Disselkoen, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2014 in aanwezigheid van de griffier.