Informatieregeling
14. Het hof is van oordeel dat het vaststellen van een informatieregeling niet strijdig is met de belangen van de minderjarige. Ook de raad acht het blijkens het raadsrapport van belang dat de moeder de vader informeert over de ontwikkeling van de minderjarige. Het hof is niet gebleken dat de moeder zich thans verzet tegen de informatieregeling zoals de rechtbank Haarlem die bij beschikking van 27 maart 2012 heeft vastgesteld. Het hof zal die beschikking dan ook in zoverre bekrachtigen.
Proceskostenveroordeling
15. Het hof zal - zoals te doen gebruikelijk in familiezaken - de kosten van de procedure bij het hof Amsterdam compenseren, nu het hof niet van zodanige omstandigheden is gebleken dat hiervan moet worden afgeweken. In het verlengde hiervan zal het hof de proceskosten van de onderhavige procedure eveneens compenseren. Tegen de door de Hoge Raad uitgesproken kostenveroordeling staat naar het oordeel van het hof geen rechtsmiddel open, zodat het hof in zoverre voorbij gaat aan het daarop betrekking hebbende verzoek van de moeder.
Kosten deskundige
16. Bij beschikking van 26 augustus 2015 heeft het hof, na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld te reageren op de factuur van de deskundige, de vergoeding van de deskundige vastgesteld op hetgeen door deze is verzocht, te weten: € 8.311,25 (inclusief omzetbelasting). Het hof heeft daarbij bepaald dat de kosten van de deskundige voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komen. De vraag is wie die kosten moet dragen. In het onderhavige geval zullen de kosten van het onderzoek voor rekening van de Staat moeten blijven in verband met het volgende.
Het hof neemt in aanmerking, dat van de rechter een actieve opstelling in problematische omgangszaken mag worden verwacht en dat dit meebrengt dat in bepaalde gevallen ook - kostbaar - deskundigenonderzoek dient plaats te vinden. In het onderhavige geval is echter verzuimd voorafgaand aan de opdracht partijen de gelegenheid te geven zich uit te laten over het deskundigenbericht en de daarmee verband houdende kosten en voor wiens rekening die zouden moeten komen. Dit acht het hof dermate ernstig, dat de kosten van het bericht in het onderhavige geval voor rekening van de Staat dienen te blijven. Dat partijen in het kader van de betaling van de factuur in de gelegenheid zijn te reageren op de specificatie van de factuur van het NIFP maakt een en ander niet anders. Zij behoefden op dat moment immers niet erop bedacht te zijn dat zonder voorafgaand hoor en wederhoor de kosten voor hun rekening zouden komen.
17. Dit leidt tot de volgende beslissing.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
na verwijzing door de Hoge Raad:
bekrachtigt de beschikking van 27 maart 2012 van de rechtbank Haarlem;
bepaalt dat de kosten van het deskundigenbericht van € 8.311,25 voor rekening van de Staat blijven;
verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van de procedure bij het hof Amsterdam en de op dit hoger beroep gevallen proceskosten tussen partijen aldus, dat ieder van hen de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C. van Nievelt, L.F.A. Husson en A.E. Sutorius-van Hees, bijgestaan door mr. A. Wijtzes als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2016.