GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.210.843/01
Zaaknummer rechtbank : 2753972\ CV EXPL 14-949
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
[naam 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
nader te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. A.F. Ammerlaan te Dordrecht,
tegen:
Stichting Trivire,
gevestigd te Dordrecht,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Trivire,
advocaat: mr. M.W. Kox te Utrecht.
Het geding
Voor de gang van zaken tot 21 maart 2017 wordt verwezen naar het tussenarrest van die datum, waarbij een comparitie na aanbrengen werd gelast. Deze comparitie heeft plaatsgevonden op 3 mei 2017. Hiervan in proces-verbaal opgemaakt. Bij gelegenheid van deze comparitie zijn door [appellant] bij H12 formulier de producties 16 t/m 23 in het geding gebracht, terwijl Trivire bij H12 formulier nog twee aanvullende producties in het geding heeft gebracht. Vervolgens heeft [appellant] bij memorie van grieven (met producties) 15 grieven aangevoerd. Trivire heeft de grieven bij memorie van antwoord (met productie) bestreden. Hierna hebben partijen hun zaak schriftelijk bepleit en arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
Verdere beoordeling van het hoger beroep
8. Het hof begrijpt dat het hoger beroep zich niet richt tegen het tussenvonnis van 10 april 2014, waarbij een comparitie van partijen werd gelast, nu [appellant] daartegen geen klachten heeft gericht.
9. Daarnaast verdient opmerking dat het hof het in hoge mate betreurt dat deze zaak niet sneller is ‘opgepakt’ door het hof, juist gelet op de aard van het geschil. Dit betekent dat het hof niet op de hoogte is van de recente ontwikkelingen, aangezien de laatste gegevens dateren van begin december 2017 en de getuigenverhoren van begin januari 2015. Het hof komt hier nog op terug.
10. Het hof stelt voorop dat de kantonrechter met juistheid heeft overwogen dat tekortkomingen in het verleden niet meer hersteld kunnen worden. Voorts is het hof voorshands van oordeel dat Trivire op basis van haar stellingen, producties, schriftelijke verklaringen van omwonenden/politie en getuigenverklaringen het bewijs heeft geleverd dat [appellant] sinds juli 2013 met regelmaat – veelal dwangmatig – (geluids)hinder heeft veroorzaakt, met name in de nachtelijke uren, en wel dusdanig dat omwonenden daar aanzienlijke last van ondervonden. Hiervan uitgaande is sprake van tekortkoming door [appellant] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Het door [appellant] tot dusver daar tegenover gestelde maakt dit vooralsnog niet anders. [appellant] mag echter overeenkomstig zijn aanbod tegenbewijs leveren tegen voormeld voorlopig oordeel.
11. Alvorens tot (tegen)bewijslevering over te gaan acht het hof het gewenst dat partijen nog nadere inlichtingen geven. Daarom zal het hof eerst een meervoudige comparitie van partijen gelasten (een mondelinge behandeling ten overstaan van drie leden van het hof).Met name wil het hof worden geïnformeerd over de stand van zaken op dit moment.
12. Het hof acht dit van belang, mede in verband met de voorliggende vraag of de bijzondere aard van de gestelde tekortkoming of de geringe betekenis ervan, ontbinding van de huurovereenkomst met haar ontruimingsgevolgen al dan niet rechtvaardigt (de tenzij-bepaling van artikel 6:265 BW). Naast de voorshands vaststaande tekortkomingen in het verleden, kan bij de beantwoording van deze vraag onder meer meewegen (i) of er nog steeds overlast is en zo ja in welke mate, (ii) of [appellant] zich coöperatief opstelt en (iii) of [appellant] onder behandeling is voor zijn gestelde psychische aandoeningen en zo ja of deze behandeling resultaat heeft.
13. Beide partijen wordt in dit verband gevraagd om uiterlijk een week voorafgaande aan de comparitie in een brief aan de voorzitter (maximaal 2 A-4tjes), met afschrift aan de wederpartij, – iedere partij voor zover deze daarover wat kan zeggen – deze in r.o. 11 en r.o. 12 bedoelde informatie aan het hof te verstrekken.
14. Eventuele nadere producties kunnen op een wijze zoals in het dictum bepaald, voorafgaande aan de comparitie in het geding worden gebracht.
15. De comparitie zal ook worden benut om een schikking te beproeven. Voor de comparitie is anderhalf uur uitgetrokken, met een mogelijke ‘uitloop’ van een half uur.
Beslissing
Het hof:
beveelt partijen in persoon, vergezeld van hun raadslieden, voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling (zoals nader toegelicht in r.o. 11, r.o. 12 en r.o. 13) te verschijnen voor de meervoudige kamer van het hof in het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag op maandag 24 juni 2019 om 15.00 uur;
bepaalt dat uitstel van deze comparitie eenmaal zal worden verleend, indien daarom, onder opgave van verhinderdata van beide partijen voor de komende drie maanden, binnen twee weken na dit arrest schriftelijk wordt verzocht;
verstaat dat het hof reeds de beschikking heeft over twee volledige procesdossiers, die het hof voor intern gebruik heeft gescand;
verzoekt partijen uiterlijk een week vóór de comparitie de in r.o. 11 en 12 gevraagde informatie per brief aan de voorzitter te verstrekken;
bepaalt dat partijen de bescheiden waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, zullen overleggen door deze uiterlijk één week vóór de comparitie in viervoud aan de griffie handel en aan de wederpartij te zenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, A. Dupain en P. van der Kolk-Nunes en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.