GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.247.308/01
Zaaknummer Hoge Raad : 17/00932
Zaaknummer Gerechtshof Amsterdam : 200.169.600/01
Zaaknummer Rechtbank (Noord-Holland) : 3000937 \ CV EXPL 14-3105
arrest van 11 februari 2020
in de zaak van
Federatie Nederlandse Vakbeweging,
gevestigd te Utrecht,
appellante,
hierna te noemen: FNV,
advocaat: mr. H.C.S. van Deijk-Amzand te Utrecht,
tegen:
alle gevestigd en kantoorhoudende te Zaandam, gemeente Zaanstad,
geïntimeerden,
hierna samen te noemen: Pontmeyer,
advocaat: mr. J.D. Uding te Amsterdam.
Het verloop van het geding
Bij exploot van 27 augustus 2018 heeft FNV Pontmeyer opgeroepen voort te procederen bij dit hof, nadat de Hoge Raad bij arrest van 22 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:976) het arrest van het hof te Amsterdam van 8 november 2016 had vernietigd.
Bij memorie na verwijzing (met producties) heeft FNV geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van de kantonrechter van 11 december 2014 en het alsnog toewijzen van haar vorderingen, met veroordeling van Pontmeyer in de proceskosten in beide instanties. Bij antwoord-memorie na verwijzing (met producties) heeft Pontmeyer het door FNV aangevoerde bestreden. Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
1. Het hof gaat uit van de feiten genoemd in r.o. 3.1 van het arrest van de Hoge Raad van 22 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:976). Het geschil is in de kern weergegeven in r.o. 3.2.1 van dat arrest. Het hof zal de door de Hoge Raad gebruikte afkortingen hanteren.
2. Onderdeel 2.1 van het cassatiemiddel van FNV klaagde – in de kern en geparafraseerd – dat het eindarrest van het hof Amsterdam nietig was omdat de comparitie van partijen in die instantie enkelvoudig had plaatsgevonden en FNV geen afstand had gedaan van haar fundamentele recht om haar standpunt mondeling uiteen te zetten ten overstaan van de drie raadsheren die de beslissing hebben genomen. Deze klacht slaagde en de Hoge Raad heeft op die grond het arrest van het hof Amsterdam vernietigd en de zaak ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dit hof.
3. Partijen hebben na verwijzing niet gevraagd om een (nieuwe) comparitie van partijen of om een pleidooi ten overstaan van de drie raadsheren die de beslissing zullen nemen.
4. FNV heeft in haar memorie na verwijzing inhoudelijk een beroep gedaan op het proces-verbaal dat is opgemaakt naar aanleiding van de comparitie van partijen bij het hof Amsterdam (memorie na verwijzing sub 61, 129 en 133). Deze comparitie van partijen is enkelvoudig behandeld door een raadsheer-commissaris. Het cassatieberoep was juist daartegen gericht.
5. Het voorgaande is voor dit hof aanleiding partijen de vragen voor te houden of (1) genoemd proces-verbaal van de enkelvoudige comparitie van partijen bij het hof Amsterdam en de aktewisselingen die daarmee verband houden door het hof in de verdere beoordeling mogen/dienen te worden betrokken en (2) of partijen hun stellingen nader mondeling wensen toe te lichten ten overstaan van de drie raadsheren die de beslissing zullen nemen. Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen bij akte op deze vragen te antwoorden, eerst FNV en daarna Pontmeyer.
6. FNV zal bij deze akte verder in de gelegenheid worden gesteld te reageren op het ontvankelijkheidsverweer van Pontmeyer als (onder meer) vermeld in de memorie van antwoord na verwijzing onder punt 114 en volgende, en in dit verband nader toe te lichten tegen welke van geïntimeerden (afzonderlijke vennootschappen) zij haar vorderingen richt en wat de grondslag van deze afzonderlijke vorderingen is. Pontmeyer zal daarop mogen reageren.
Beslissing
Het hof:
Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, J.M.T. van der Hoeven-Oud en A.R. Houweling en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020 in aanwezigheid van de griffier.