ECLI:NL:GHDHA:2020:287

ECLI:NL:GHDHA:2020:287, Gerechtshof Den Haag, 25-02-2020, 200.257.779-01

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 25-02-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.257.779-01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep kort geding
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 5 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

misbruik van recht door bombardement aan verzoeken, bezwaren, ingebrekestellingen e.d.; proportioneel verbod.

Uitspraak

5. misbruik van recht

De bevoegdheid om een WOB-verzoek in te dienen, is gegeven met het doel dat in beginsel een ieder kennis kan nemen van overheidsinformatie. Deze bevoegdheid kan worden misbruikt. Dat geldt ook voor de bevoegdheid om aanvragen te doen, bezwaren te maken, klachten in te dienen of herzieningen te verzoeken. In geval van misbruik kan de voorzieningenrechter in kort geding het gebruik van de bevoegdheid verbieden, omdat het misbruiken onrechtmatig is. De voorzieningenrechter zal daarbij terughoudend zijn, vanwege het fundamentele karakter van de genoemde bevoegdheden, mede gelet op artikel 6 EVRM.

[appellant] meent dat de kortgeding rechter ten onrechte heeft geoordeeld dat hij misbruik van recht maakt, vanwege de volgende redenen.

-a- Het oordeel dat zijn WOB-verzoeken geen redelijk doel dienen, is gestoeld op het aantal aanvragen en verzoeken dat hij heeft ingediend en enkele voorbeelden van aanvragen die de voorzieningenrechter onredelijk vond. [appellant] betwist het gestelde aantal werkprocessen en voert ook aan dat de rechter zijn oordeel niet op basis van slechts enkele voorbeelden mocht geven, omdat hij terughoudend moest zijn.-b- De meeste van zijn WOB-verzoeken heeft hij gedaan, omdat in bezwaarschriftprocedures telkens bleek dat de dossiers incompleet waren. Er was geen andere manier bekend om aan de ontbrekende gegevens te komen. Verder heeft hij WOB-verzoeken gedaan met het oog op de waarheidsvinding, zoals ten aanzien van de vraag of iemand was ingehuurd vanwege de contacten met [appellant] , of om – in het kader van een aanvraag bijzondere bijstand bij reiskosten – de stelling te weerspreken dat iedereen weleens reiskosten moet maken.

-c- Eerdere WOB-verzoeken zijn alle op 27 maart 2018 gehonoreerd, waardoor van deze verzoeken sowieso niet kan worden gezegd dat zij geen redelijke doel dienden.

-d- Het in gebreke stellen van een bestuursorgaan vanwege niet tijdig beslissen op een aanvraag of bezwaar of het aanvragen van bijzondere bijstand kan sowieso geen misbruik opleveren.

Het hof oordeelt in het kader van dit kort geding dat [appellant] wel misbruik van recht maakt op grond van het volgende:

-I- De ISD heeft in hoger beroep met een overzicht van werkprocessen onderbouwd dat [appellant] per 27 juni 2019 ruim 700 werkprocessen op zijn naam heeft staan. Volgens de ISD is dit inmiddels opgelopen tot meer dan 800. Hoewel [appellant] de gestelde aantallen heeft betwist, staat voldoende vast dat hij zich zeer vaak tot de ISD heeft gewend, soms honderden keren per jaar en tientallen keren per week. Dit is vele malen meer dan klanten van de IDS gemiddeld nodig hebben (volgens de ISD: ongeveer 3,07 werkprocessen per jaar voor een gemiddelde klant). [appellant] heeft niet aangevoerd dat zijn persoonlijke situatie in belangrijke mate afwijkt van die van ‘een gemiddelde klant’ van de ISD.

-II- In dit kort geding staat vast dat [appellant] in het verleden misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om verzoeken aan de ISD te doen. Zowel de Afdeling als bestuursrechters in de rechtbank Den Haag hebben dit misbruik al vastgesteld (zie onder 1.5 en 1.6).

[appellant] algemene stellingen dat zijn (overige) WOB-verzoeken nodig waren voor zijn bezwaarschriftprocedures of voor ‘waarheidsvinding’ zijn zeker tegen die achtergrond te vaag voor het oordeel dat hij zijn recht niet misbruikte. Wat hij ter onderbouwing van enkele van zijn verzoeken concreet heeft aangevoerd – namelijk dat hij informatie wilde over de wijze van behandelen van zijn kredietaanvragen en stukken over de extra personeelsinzet voor hem, over de deskundigheid van een bepaalde ISD-medewerker en over de reiskostendeclaraties van ISD-medewerkers voor zittingen – kan het beeld van misbruik van recht niet wegnemen. Er lijkt hierbij niet steeds sprake te zijn van rechtmatige doelen. Bovendien zegt het niets over zijn bedoelingen bij de overige (vele) verzoeken. In elk geval kan dit niet rechtvaardigen dat [appellant] buitensporig vaak per maand contact met de ISD zoekt. Het feit dat eerdere WOB-verzoeken zijn gehonoreerd door aan [appellant] op 27 maart 2018 alles uit zijn dossier te overhandigen, vormt geen aanwijzing voor de stelling dat de talrijke andere verzoeken van [appellant] niet misbruikelijk waren.

6. 6. proportionaliteit verbod

[appellant] stelt dat vanwege de volgende redenen het aan hem opgelegde verbod een disproportionele reikwijdte heeft:

-a- twee contactmomenten per maand met ISD is voor hem te beperkend;

-b- aanvragen voor ‘bijzondere bijstand’ en ingebrekestellingen kunnen sowieso geen misbruik van recht opleveren; en

-c- ISD grijpt het bestreden vonnis aan om zich niet meer aan de wet te houden, gelet op hetgeen zij in de ‘stopbrief’ van 10 september 2019 heeft geschreven.

Volgens het hof is het door de voorzieningenrechter opgelegde contactverbod nog steeds noodzakelijk en proportioneel vanwege het volgende: Twee contactmomenten per maand met de ISD, uitgezonderd bezwaar tegen een voor bezwaar vatbaar besluit, komt het hof ruim voldoende voor voor iemand die alleen vanwege de verleende financiële bijstand in contact met de ISD moet kunnen treden om verzoeken en aanvragen te doen, klachten in te dienen of in gebreke te stellen. Bijzondere omstandigheden die de situatie van [appellant] anders zouden maken dan wat normaliter voldoende is, zijn niet naar voren gekomen. Daarbij neemt het hof mede in aanmerking dat [appellant] ook niet concreet heeft gemaakt welk reëel aantal maandelijkse contactmomenten voor hem wel werkbaar zou zijn.

Het hof merkt op dat van het door de voorzieningenrechter opgelegde verbod uitdrukkelijk is uitgesloten – zoals beide partijen ook zo hebben begrepen – het richten tot de ISD “vanwege voor bezwaar vatbare beschikkingen” en het voldoen aan wettelijke verplichtingen. [appellant] kan dus (naast de twee contacten per maand) door de ISD gevraagde gegevens overleggen en bezwaar indienen tegen de zojuist genoemde besluiten van de ISD en het opgelegde verbod staat ook niet in de weg aan toegang tot de rechter wanneer [appellant] in beroep wil gaan tegen een beslissing op zo’n voor bezwaar vatbaar besluit.

Het verbod van de voorzieningenrechter laat aan [appellant] de mogelijkheid open om twee keer per maand contact met de ISD te zoeken. Hij mag dus twee keer per maand een brief, verzoek, aanvraag of ingebrekestelling aan de ISD ter behandeling geven. Dat de ISD (ook) die sinds 10 september 2019 niet meer wil behandelen en dus verder gaat dan het in vonnis opgelegde verbod, maakt niet dat dat opgelegde verbod een disproportionele reikwijdte heeft.

conclusie en slot

Gelet op het voorgaande zal het hof het bestreden vonnis bekrachtigen.

Omdat [appellant] in het ongelijk is gesteld, zal het hof hem veroordelen in de kosten van dit hoger beroep. De kosten van de ISD begroot het hof volgens de standaardtarieven en omdat dat gevraagd is, zal het hof ook de nakosten in de beslissing opnemen.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het bestreden vonnis;

- veroordeelt [appellant] in de proceskosten van dit hoger beroep, aan de zijde van ISD begroot op € 741,- aan griffierecht en € 3.222,- voor salaris van de advocaat en op € 157,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 82,- als dit arrest betekend moet worden, en bepaalt dat [appellant] deze bedragen binnen 14 dagen na vandaag, of wat betreft het bedrag van € 82,- na de betekening, moet hebben voldaan, bij gebreke waarvan de bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. G. Dulek-Schermers, M.Y. Bonneur en M.P.J. Ruijpers. Het is uitgesproken op 25 februari 2020 ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Prg. 2020/82 RBP 2020/48
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?