GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.227.424/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/434781/HA ZA 13-1039
arrest van 30 maart 2021
inzake
Airgas USA LLC,
gevestigd te Radnor, Pennsylvania, Verenigde Staten van Amerika,
appellante,
hierna te noemen: Airgas,
advocaat: mr. M. Verhagen te Rotterdam,
tegen
Universal Africa Lines Ltd.,
gevestigd te Limassol, Cyprus,
geïntimeerde,
hierna te noemen: UAL,
advocaat: mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam.
1. Het verdere verloop van geding in hoger beroep
Het hof verwijst naar het tussenarrest van 10 november 2020. Na dit tussenarrest hebben de daarin benoemde deskundigen ieder een kostenbegroting voor het voorschot opgesteld. Partijen hebben zich met die begrotingen akkoord verklaard.
2. De verdere beoordeling
In het tussenarrest van 10 november 2020 heeft het hof onder 2.4 de aan de deskundigen voor te leggen onderzoeksvragen geformuleerd en C.M.M. van der Zande (hierna: Van der Zande) en L.P. Masson (hierna: Masson) als deskundigen benoemd. In het tussenarrest was nog geen voorschot bepaald.
Van der Zande heeft ten behoeve van het te betalen voorschot zijn kosten begroot op € 15.000,- (exclusief BTW) en Masson heeft op £14.000 (omgerekend € 16.375,- naar de koers van 18 maart 2021). Zoals door Masson is vermeld in zijn ook aan partijen gestuurde e-mail, is het door hem begrote bedrag inclusief de kosten van een door hem door de beantwoording van vraag 1 aan te trekken subcontractor. Beide partijen hebben met deze kostenbegrotingen en – naar het hof begrijpt – de door Masson vermelde werkwijze ingestemd.
Het hof brengt in herinnering dat, zoals in het vorige tussenarrest is bepaald, iedere partij de helft van het voorschot dient te voldoen, waartoe partijen een factuur van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) met betaalinstructies ontvangen. Het voorschot moet uiterlijk vier weken na factuurdatum zijn voldaan. De deskundigen zullen niet met het onderzoek starten voordat de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald.
Gelet op het tijdsverloop sinds het vorige tussenarrest, zal het hof, in afwijking van het vorige tussenarrest, de zaak naar een latere roldatum verwijzen voor het indienen van het deskundigenbericht.
Voor het overige blijven de instructies met betrekking tot het verloop van het deskundigentraject ongewijzigd. Het hof verwijst daarvoor naar het tussenarrest van 10 november 2020.
3. Beslissing
Het hof:
bepaalt het voorschot voor de door de in het tussenarrest van 10 november 2020 benoemde deskundigen op € 31.375,-;
verwijst de zaak naar de rol van 29 juni 2021 voor deskundigenbericht. Indien de deskundige(n) hun schriftelijk bericht niet vóór die datum kunnen deponeren, dienen de deskundigen uiterlijk twee weken voor deze datum aan de, hierna te noemen, raadsheer-commissaris te verzoeken om een nadere datum voor het deponeren van het deskundigenbericht, via de griffie handel van dit hof (Postbus 20302, 2500 EH Den Haag, P2-267A);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.J. Lenselink, J.M. van der Klooster en F.G.M. Smeele en is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer mr. J.E.H.M. Pinckaers op 30 maart 2021 in aanwezigheid van de griffier.