GERECHTSHOF DEN HAAG
Team familie
Zaaknummer : 200.280.206/01
Zaak/rolnummer rechtbank : C/10/582049/ HA ZA 19-840
beslissing van 2 augustus 2022
inzake
[appellant 1] ,
[appellant 2] en
[appellant 3] ,
allen wonende te [woonplaats] ,
appellanten, tevens geïntimeerden in het incidenteel beroep,
hierna (in meervoud) te noemen: [appellanten] ,
advocaat: mr. A.J.F. Gonesh te Den Haag.
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde, tevens appellant in incidenteel beroep
hierna te noemen [geïntimeerde] ,
advocaat mr. A. Schippers te Den Haag.
Het hof heeft op 18 januari 2022 in bovengenoemde zaak arrest gewezen.
Het hof heeft daarin in rechtsoverweging 9 omtrent de proceskosten als volgt overwogen:
“Het hof ziet geen aanleiding af te wijken van het uitgangspunt in familierechtelijke zaken
dat elke partij de eigen kosten draagt en zal aldus beslissen.
Om die reden laat het hof ook de compensatie van de kosten in eerste aanleg (uitgesproken
omdat partijen daarin over en weer in het ongelijk waren gesteld) in stand.”
Bij e-mail van 28 januari jl. heeft mr. Schippers namens haar cliënt [geïntimeerde] het hof verzocht
genoemde rechtsoverweging en de daarop gebaseerde beslissing tot compensatie van
proceskosten op de voet van art. 31 Rv te verbeteren. Mr. Schippers merkt op dat onderhavige
geschil geen familierechtelijke zaak is en dat het hof een kennelijke fout heeft gemaakt door
[appellanten] niet in de proceskosten van beide instanties te veroordelen.
Mr. Schipper verzoekt het hof deze kennelijke fout te herstellen.
Mr. Gonesh heeft namens [appellanten] op dit verzoek gereageerd. Volgens hem betreft het
hier geen kennelijke rekenfout, schrijffout of een andere kennelijke fout die zich voor
eenvoudig herstel leent. De bedoelde overwegingen en beslissing vallen volgens hem buiten
het toepassingsbereik van art. 31 Rv. Integendeel, de bedoelde passages in het arrest van 18
januari 2022 betreffen juist en kenbaar een uitgewerkte inhoudelijke overweging en een daarop
gebaseerde beslissing. Dat de wederpartij (of wellicht zelfs één of meer van zijn cliënten) zich
in de overwegingen en de beslissing ten aanzien van de proceskosten niet zou(den) kunnen
vinden, maakt dat niet per se anders. Hij verzoekt het hof daarom het verbeteringsverzoek ex
art. 31 Rv niet te honoreren, kosten rechtens.
Het hof zal het verzoek afwijzen. Daartoe overweegt het hof dat het een bewuste keuze is geweest om de kosten in beide instanties te compenseren. Het verzoek van mr. Schippers komt er tegen die achtergrond op neer dat het hof de motivering voor die beslissing zou moeten herstellen. Van een kennelijke fout is sprake indien voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is en kenbaar is waarin de fout is gelegen. Juist is dat de motivering van de compensatie van proceskosten niet aansluit bij deze zaak. Dat maakt echter nog niet dat de compensatie van proceskosten een kennelijke fout is in voormelde zin. Het hof zal daarom niet tot aanpassing van die beslissing overgaan. Het – eventueel – aanpassen van de motivering valt buiten het bereik van art. 31 Rv.
Beslissing
Het hof:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven op 2 augustus 2022 door mrs. P.B. Kamminga, S.H.M. van der Heiden en A.C. Olland.