Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
adres: [woonadres], [woonplaats],
thans gedetineerd in [verblijfplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een geldboete van € 7.800,00. Voorts is een beslissing genomen omtrent de inbeslaggenomen goederen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door rechtbank Rotterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met 12 augustus 2019 te Rotterdam en /of Rozenburg, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 754 kilogram cocaïne, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met 12 augustus 2019 te Rotterdam en/of Rozenburg en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 754 kilogram cocaïne, in ieder geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s)
- met één of meer mededader(s) ontmoetingen gehad en/of telefonisch en/of via Whatsapp contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren en/of bewerken van die container en/of die (pakketten) cocaïne, en/of
- een of meer gecrypte telefoons voorhanden gehad en/of
- aan (een) mededader(s) geld verstrekt en/of beloofd, en/of
- een of meer pallets met bananen gekocht en/of besteld en/of laten afleveren (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een of meer pallets met bananen klaargezet (als wissellading) en/of aanwezig gehad (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een vorkheftruck gehuurd en/of voorhanden gehad (in de loods aan de [adres] te Rozenburg)
- een trekker en/of een chassis en/of een vrachtwagen ter beschikking gehad en/of
- het containernummer [containernummer] en de bijbehorende (onrechtmatig verkregen) pincode ter beschikking gesteld aan een mededader, en/of
- met de trekker en/of chassis en/of vrachtwagen de container [containernummer] (geladen met bananen (met daarin (pakketten) cocaïne)), laten ophalen bij de ECT Delta Terminal en/of
- ( vervolgens) instructies en/of het adres van de loods aan de [adres] (door)gegeven aan een mededader(s) en/of
- ( vervolgens) die container naar een loods aan de [adres] te Rozenburg (laten) brengen en/of
- het klaar zetten van één of meer voertuig(en) met een verborgen ruimte, te weten een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken 1] en/of een Citroen Jumper met kenteken [kenteken 2];
- de (douane)verzegeling van de container [containernummer] verbroken.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd ten aanzien van de bewezenverklaring, met uitzondering van ‘een hoeveelheid’ in plaats van ‘754 kilogram cocaïne’ en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een geldboete ter hoogte van € 7.800,00, subsidiair 73 dagen hechtenis.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, reeds omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met 12 augustus 2019 te Rotterdam en/of Rozenburg, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 754 kilogram cocaïne, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met 12 augustus 2019 te Rotterdam en/of Rozenburg en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 754 kilogram cocaïne, in ieder geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s)
- met één of meer mededader(s) ontmoetingen gehad en/of telefonisch en/of via Whatsapp contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren en/of bewerken van die container en/of die (pakketten) cocaïne, en/of
- een of meer gecrypte telefoons voorhanden gehad en/of
- aan (een) mededader(s) geld verstrekt en/of beloofd, en/of
- een of meer pallets met bananen gekocht en/of besteld en/of laten afleveren (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een of meer pallets met bananen klaargezet (als wissellading) en/of aanwezig gehad (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een vorkheftruck gehuurd en/of voorhanden gehad (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een trekker en/of een chassis en/of een vrachtwagen ter beschikking gehad en/of
- het containernummer [containernummer] en de bijbehorende (onrechtmatig verkregen) pincode ter beschikking gesteld aan een mededader, en/of
- met de trekker en/of chassis en/of vrachtwagen de container [containernummer] (geladen met bananen (met daarin (pakketten) cocaïne)), laten ophalen bij de ECT Delta Terminal en/of
- (vervolgens) instructies en/of het adres van de loods aan de [adres] (door)gegeven aan een mededader(s) en/of
- ( vervolgens) een container naar een loods aan de [adres] te Rozenburg (laten) gebracht en/of
- het klaar zetten van één of meer voertuig(en) met een verborgen ruimte klaargezet, te weten een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken 1] en/of een Citroën Jumper met kenteken [kenteken 2]; en
- de (douane)verzegeling van de container [containernummer] verbroken.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig haar overgelegde pleitnotities - op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft daartoe – verkort en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat het terugplaatsmonster cocaïne bevatte, nu een enkele indicatieve test onvoldoende betrouwbaar is. Voorts heeft de raadsvrouw subsidiair aangevoerd dat de verdachte geen wetenschap had van, en daarmee geen opzet op, de invoer van de aangetroffen hoeveelheid cocaïne. Tot slot stelt de raadsvrouw dat onvoldoende wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk uitvoeringshandelingen heeft verricht die een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de verwezenlijking van de tenlastegelegde feiten.
Op basis van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep overweegt het hof, grotendeels met de rechtbank, als volgt.
-Invoer
Op 11 augustus 2019 is het motorschip [motorschip] aangemeerd bij ECT Delta Terminal (hierna: ECT Delta) in Rotterdam. Het schip was afkomstig uit Ecuador. Aan boord van dit schip bevond zich onder meer de container [containernummer], die was geladen met een partij bananen (hierna: de container). Deze lading was bestemd voor het bedrijf [bedrijf 1], gevestigd in Duitsland, en zou in Rotterdam worden opgehaald door vervoerder [bedrijf 2] uit Zwijndrecht. Na controle en onderzoek is gebleken dat in de container naast bananen ook pakketten zaten met daarin cocaïne. In totaal waren dit 752 pakketten met een totale hoeveelheid van netto 754 kilogram cocaïne. Deze cocaïne is op 11 augustus 2019 in beslag genomen. Vervolgens is er een monster van 10 gram teruggeplaatst in de container.
Op 12 augustus 2019 is de container door medeverdachte [medeverdachte 1] van [bedrijf 2] met een trekker afgehaald en vervoerd naar een loods in Rozenburg, gelegen aan de [adres]. [medeverdachte 1] heeft de container rond 12:10 uur de loods ingereden. Om 12:16 uur heeft hij met zijn trekker de loods verlaten. De container is in de loods achtergebleven. Om 12:40 uur heeft de politie de loods betreden. In de loods zijn de verdachte en zijn
medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aangehouden. De zegels van de container waren verbroken en lagen op een vorkheftruck naast de container. In de loods werden verder onder meer drie losse pallets met bananen aangetroffen. Ook stonden er drie personenvoertuigen. [medeverdachte 1] is op een parkeerterrein nabij de loods aangehouden.
Gelet op voornoemde feitelijke omstandigheden staat vast dat 754 kilogram cocaïne is ingevoerd in Nederland.
Bevatte het teruggeplaatste monster cocaïne?
Het hof ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat het teruggeplaatste monster van 10 gram cocaïne bevatte. Het hof stelt voorop dat het niet in alle gevallen noodzakelijk is een stof in een laboratorium te laten onderzoeken om bewezen te kunnen achten dat het een bij de Opiumwet verboden stof is. Ook een indicatieve test kan bijdragen aan het bewijs dat een stof een verboden stof is. Wel dient er voldoende ondersteunend en betekenisvol bewijs te zijn voordat die conclusie kan worden getrokken.
Het hof stelt vast dat de douane in één container in totaal 752 pakketten met een witte substantie heeft aangetroffen. Uit de 752 pakketten zijn 30 willekeurige pakketten geselecteerd ten behoeve van monstername. Deze pakketten hadden allemaal nagenoeg hetzelfde nettogewicht. Uit het onderzoek van het Douanelaboratorium kwam dat alle 30 onderzochte monsters cocaïne bevatten. Voorts werd uit de 752 pakketten 1 willekeurig pakket geselecteerd ten behoeve van het maken van een terugplaats- en contramonster. Op dat pakket werd ter plekke, bij wijze van indicatieve test, narcospray gespoten. De inhoud van het pakket waaruit het een terugplaatsmonster werd genomen, kleurde direct blauw, hetgeen duidt op de aanwezigheid van vermoedelijk cocaïne.
Naar aanleiding van het onderzoek van het Douanelaboratorium op de 30 monsters die bij een representatieve steekproef zijn genomen, staat vast dat alle pakketten cocaïne bevatten. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat eveneens vaststaat dat het teruggeplaatste pakket afkomstig is uit de partij cocaïne die is aangetroffen in de container. Voorts overweegt het hof dat alle 752 pakketten op het oog, voor wat betreft afmetingen en vorm, identiek waren. Onder die omstandigheden moet het ervoor worden gehouden en acht het hof derhalve wettig en overtuigend bewezen dat ook het teruggeplaatste monster cocaïne bevatte. Het hof verwerpt derhalve het verweer van de verdediging.
- Rol van de verdachte en medeverdachten bij de (verlengde) invoer en de voorbereiding
Voorts is de vraag wat de betrokkenheid van de verdachte bij de invoer is geweest: of hij wetenschap had van de aanwezigheid van cocaïne in de lading en hoe zijn rol in strafrechtelijke zin moet worden geduid.
Het hof stelt voorop dat in zijn algemeenheid heeft te gelden dat belanghebbenden bij een cocaïnetransport op de hoogte zijn van hetgeen wordt geleverd. Het is moeilijk
voorstelbaar dat leveranciers van verdovende middelen het risico lopen dat hun waardevolle zending — het gaat in dit geval om een partij met een straatwaarde van ruim 35 miljoen euro — in handen komt van een onwetende ontvanger, zij het dat bij bijzondere omstandigheden
dit anders kan zijn. Deze bijzondere omstandigheden doen zich met betrekking tot de verdachte niet voor, gelet op de hierna te bespreken vaststellingen ten aanzien van de rol van de verdachte en zijn medeverdachten.
De medeverdachte [medeverdachte 1], een beroepschauffeur, heeft van een verdachte, [naam], de opdracht gekregen om de container bij ECT Delta op te halen. [naam] heeft in de nacht van 11 op 12 augustus 2019 herhaaldelijk contact gehad met [medeverdachte 1] en heeft hem in de vroege ochtend van 12 augustus 2019, omstreeks 5:20 uur, het containernummer en de pincode van de container doorgegeven. Met de pincode kon [medeverdachte 1] de container bij ECT Delta ophalen.
Vrijwel tegelijkertijd was er ook bedrijvigheid bij een loods in Rozenburg. Deze loods werd gehuurd door de verdachte voor zijn onderneming [bedrijf 4] Rond 05:00 uur was de verdachte samen met [medeverdachte 4] bij de loods. [medeverdachte 4] reed in een Volkswagen Transporter de loods binnen, direct gevolgd door de verdachte in een Citroën Jumper. Enkele minuten later werd er een witte truck met oplegger vanuit de loods naar
buiten gereden. De reden voor zijn en [medeverdachte 4] zijn aanwezigheid in de loods die ochtend was gelegen in het feit dat hij, de verdachte, de loods ter beschikking had gesteld voor opslag en daarvoor ruimte moest maken. Over aan wie en met welk doel de verdachte de loods ter beschikking had gesteld, heeft hij niet willen verklaren.
[medeverdachte 1] heeft om 6:20 uur een eerste poging ondernomen om de container bij ECT Delta op te halen. De container was op dat moment evenwel nog niet vrijgegeven. [medeverdachte 1] heeft
hierop contact opgenomen met [naam] en heeft het op diens instructie later nog een keer geprobeerd. Om 10:40 uur heeft hij uiteindelijk de container met een trekker met oplegger van ECT Delta opgehaald en getransporteerd naar Rozenburg. Omstreeks 12:05 uur kwam [medeverdachte 1] aan bij de loods. Hij reed na aanwijzingen van de verdachte nog een rondje en is vervolgens om 12:10 uur de loods ingereden. De verdachte heeft samen met [medeverdachte 4] de roldeur van de loods voor [medeverdachte 1] geopend. Ook heeft [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 1] verteld dat hij de vrachtwagen los moest koppelen en anderhalf uur later terug moest komen. [medeverdachte 4] zou [medeverdachte 1] bij terugkomst vertellen waar de lege container heen moest. Hierop heeft [medeverdachte 1] de container, zonder het zegel te verbreken, achtergelaten in de loods en is om 12:16 uur vertrokken. Het observatieteam heeft waargenomen dat [medeverdachte 4] vanaf 12:25 uur vanuit een raam op de eerste verdieping van de loods naar buiten keek en dat hij, toen medeverdachte [medeverdachte 2] om 12:31 uur in een Hyundai arriveerde bij de loods, direct contact met hem maakte vanuit het raam door naar hem te gebaren.
- Aanwezigheid pallets met bananen, gereedschap en voertuigen in de loods
In de loods zijn drie pallets met bananen aangetroffen. Uit de in de woning van de verdachte aangetroffen afleverbon blijkt dat deze partij was geadresseerd aan de [adres] te Rozenburg en reeds op 9 augustus 2019 is afgeleverd. De verdachte heeft deze lading bananen aangenomen. Naar zijn zeggen was de zending weliswaar niet voor hem bestemd en wist hij niets over de zending, maar hij vond dat hij de zending wel moest aannemen. Vast staat dat in de loods geen koelruimte voor dat fruit aanwezig was.
Tevens bevonden zich in de loods een vorkheftruck en drie voertuigen, waaronder de hiervoor genoemde Volkswagen Transporter en de Citroën Jumper. Deze auto's bleken te zijn voorzien van een verborgen ruimte.
Naar het oordeel van het hof kunnen de in de loods aangetroffen en aan de verdachte geleverde pallets met bananen maar één doel hebben gediend, namelijk dat zij bestemd waren als vervanging voor de uit de container te halen pallets met de dozen waarin zich de cocaïne had moeten bevinden. Om die reden is in feit 2 het tenlastegelegde woord ‘wissellading’ door het hof bewezenverklaard. Het hof is van oordeel dat het voorhanden hebben van de pallets met bananen, ook al is dit niet een handeling die rechtstreeks de cocaïne zelf tot object heeft, toch ten dienste staat van het verdere vervoer van de cocaïne. Na de vervanging zou immers het transport van de container ‘normaal’ kunnen worden afgerond, waardoor de kans op ontdekking zou worden verminderd.
Dekmantelconstructie
Het hof gaat ervan uit dat [bedrijf 4], het bedrijf van de verdachte, een dekmantel was voor de invoer van cocaïne. Vast is komen te staan dat het bedrijf op 23 november 2018 is opgericht en sinds 1 maart 2019 is gevestigd op het adres van de loods. De loods werd gehuurd voor een bedrag van
€ 3.500,00 per maand. Uit het kasboek blijkt vanaf de datum van oprichting tot 12 augustus 2019, een periode van bijna negen maanden, niet van enige omzet of inkomsten van de onderneming. Uit de jaarcijfers is
evenmin van een actieve bedrijfsvoering gebleken. Dat de loods daadwerkelijk gebruikt werd voor de bedrijfsvoering van het bedrijf van de verdachte, acht de rechtbank daarom niet aannemelijk. De eerder genoemde omstandigheden in de loods versterken het beeld dat er sprake was van een dekmantelconstructie.
Conclusie
Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat de verdachte moet hebben geweten van de cocaïne in de container. De verdachte bevond zich reeds in de vroege ochtend van 12
augustus 2019 in de loods om voorbereidingen te treffen voor de later die ochtend te arriveren container met cocaïne. De verdachte was de huurder van de loods waarin de cocaïne zou arriveren, waarbij deze loods was ingericht om ongezien de inhoud van de container uit en over te laden. Voorts heeft de verdachte enkele dagen voor de komst van de container drie pallets bananen in ontvangst genomen en in zijn loods opgeslagen. De verdachte en zijn medeverdachten waren ten tijde van het verbreken van de zegels en het openmaken van de container aanwezig in de loods. In de gang van zaken rond de container was dit een essentieel moment. Het hof is derhalve van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat er bij verdachte sprake is geweest van opzet. Dit opzet was gericht op de (verlengde) invoer van cocaïne.
Voor de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden en de gevolgtrekkingen heeft de verdachte geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring gegeven. De
verdachte heeft pas op een heel laat moment in de procedure, tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak in eerste aanleg, een verklaring afgelegd. In de kern komt die verklaring erop neer dat hij zijn loods heeft verhuurd aan een persoon van wie hij de naam niet heeft willen noemen en niets weet van de container met cocaïne. In het licht van het hiervoor overwogene is deze verklaring niet geloofwaardig. De gedragingen van de verdachte wijzen er niet op dat hij zijn loods ter beschikking van een ander heeft gesteld. Zijn gedragingen wijzen er integendeel juist op dat hij actief betrokken is geweest bij de invoer van de container waarin de cocaïne zich bevond.
De hiervoor genoemde omstandigheden zijn redengevend voor het bewijs dat:
a. de verdachte wetenschap had van de cocaïne in de container;
b. het handelen van de verdachte erop was gericht om de hoeveelheid cocaïne verder te vervoeren, in te voeren, over te dragen en af te leveren;
C. de handelingen van de verdachte van voldoende gewicht zijn om hem aan te merken als medepleger van de (verlengde) invoer van de hoeveelheid cocaïne en de
voorbereiding hiervan.
Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de (verlengde) invoer van een hoeveelheid cocaïne en daartoe voorbereidingshandelingen heeft gepleegd. De tot vrijspraak strekkende verweren worden verworpen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden en te bevorderen, zich gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verlengde invoer van een hoeveelheid cocaïne en aan daarop gerichte voorbereidingshandelingen. Hoewel slechts wettig en overtuigend bewezen is verklaard ‘een hoeveelheid’ cocaïne (het teruggeplaatste monster), zal bij de strafoplegging rekening worden gehouden met de verlengde invoer van 750 kilogram. Door aldus te handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. De ingevoerde hoeveelheid was groot, zodat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Het is algemeen bekend dat de handel in cocaïne uitermate winstgevend is. Door deze handel wordt niet alleen de volksgezondheid ernstig bedreigd, maar de ervaring leert dat de handel ook vaak gepaard gaat met vele vormen van zware criminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad en was uit op eigen gewin.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 oktober 2022, waaruit blijkt dat de verdachte voor het overige niet met politie of justitie in aanraking is geweest.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beslag
Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, beslist het hof als volgt.
Het hof zal een mobiele telefoon van het merk Nokia, een mobiele telefoon van het merk Huawei en een mobiele telefoon van het merk Aquaris verbeurd verklaren. De bewezenverklaarde feiten zijn met betrekking tot en met behulp van deze voorwerpen begaan of voorbereid dan
wel zijn zij tot het begaan van het misdrijf vervaardigd of bestemd.
Voorts zal het hof de drie douanezegels onttrekken aan het verkeer, nu het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen in strijd is met de wet en het algemeen belang.
Ook de Citroën Jumper met kenteken [kenteken 2] zal worden onttrokken aan verkeer. Uit het dossier volgt immers dat dit voertuig is voorzien van een verborgen ruimte. Het voertuig kan daarom dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten of tot de belemmering van de opsporing van soortgelijke feiten en tevens is het ongecontroleerde bezit van het voertuig in strijd met de wet en het algemeen belang.
Tot slot zal het hof ten aanzien van de in beslag genomen Tomtom de teruggave aan de verdachte gelasten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 47, 55 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- GSM Nokia;
- Huawei GSM;
- Aquaris X2.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Citroën Jumper [kenteken 2];
- 3 Douanezegels.
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een Tomtom.
Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,
mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans en mr. G.C. Haverkate, in bijzijn van de griffier mr. I.M. van Hoevelaken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 november 2022.