Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1978,
adres: [woonadres], [woonplaats] ([land]).
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.hij in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met 12 augustus 2019 te Rotterdam en/of Rozenburg, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 754 kilogram cocaïne, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met 12 augustus 2019 te Rotterdam en/of Rozenburg en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 754 kilogram cocaïne, in ieder geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s)
- met één of meer mededader(s) ontmoetingen gehad en/of telefonisch en/of via Whatsapp contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren en/of bewerken van die container en/of die (pakketten) cocaïne, en/of
- een of meer gecrypte telefoons voorhanden gehad en/of
- aan (een) mededader(s) geld verstrekt en/of beloofd, en/of
- een of meer pallets met bananen gekocht en/of besteld en/of laten afleveren (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een of meer pallets met bananen klaargezet (als wissellading) en/of aanwezig gehad (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een vorkheftruck gehuurd en/of voorhanden gehad (in de loods aan de [adres] te Rozenburg)
- een trekker en/of een chassis en/of een vrachtwagen ter beschikking gehad en/of
- het containernummer TTNU 8089029-9 en de bijbehorende (onrechtmatig verkregen) pincode ter beschikking gesteld aan een mededader, en/of
- met de trekker en/of chassis en/of vrachtwagen de container [containernummer] (geladen met bananen (met daarin (pakketten) cocaïne)), laten ophalen bij de ECT Delta Terminal en/of
- ( vervolgens) instructies en/of het adres van de loods aan de [adres] (door)gegeven aan een mededader(s) en/of
- ( vervolgens) die container naar een loods aan de [adres] te Rozenburg (laten) brengen en/of
- het klaar zetten van één of meer voertuig(en) met een verborgen ruimte, te weten een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken 1] en/of een Citroen Jumper met kenteken [kenteken 2];
- de (douane)verzegeling van de container [containernummer] verbroken;
3.hij in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met 12 augustus 2019 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf de ECT Delta Terminal aan de Europaweg) heeft weggenomen een container (met nummer [containernummer], inhoudende één of meerdere pallets met bananen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met een (valselijk verkregen) pincode, die hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren te gebruiken, die container (met één of meerdere pallets met bananen) van de ECT Delta Terminal op te halen en/of weg te voeren/te vervoeren.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd ten aanzien van de bewezenverklaring, met uitzondering van ‘een hoeveelheid’ in plaats van ‘754 kilogram cocaïne’ en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, reeds omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met 12 augustus 2019 te Rotterdam en/of Rozenburg, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 754 kilogram cocaïne, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met 12 augustus 2019 te Rotterdam en/of Rozenburg en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 754 kilogram cocaïne, in ieder geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s)
- met één of meer mededader(s) ontmoetingen gehad en/of telefonisch en/of via Whatsapp contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren en/of bewerken van die container en/of die (pakketten) cocaïne, en/of
- een of meer gecrypte telefoons voorhanden gehad en/of
- aan (een) mededader(s) geld verstrekt en/of beloofd, en/of
- een of meer pallets met bananen gekocht en/of besteld en/of laten afleveren (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een of meer pallets met bananen klaargezet (als wissellading) en/of aanwezig gehad (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een vorkheftruck gehuurd en/of voorhanden gehad (in de loods aan de [adres] te Rozenburg) en/of
- een trekker en/of een chassis en/of een vrachtwagen ter beschikking gehad en/of
- het containernummer TTNU 8089029-9 en de bijbehorende (onrechtmatig verkregen) pincode ter beschikking gesteld aan een mededader, en/of
- met de trekker en/of chassis en/of vrachtwagen de container [containernummer] (geladen met bananen (met daarin (pakketten) cocaïne)), laten ophalen bij de ECT Delta Terminal en/of
- (vervolgens) instructies en/of het adres van de loods aan de [adres] (door)gegeven aan een mededader(s) en/of
- ( vervolgens) een container naar een loods aan de [adres] te Rozenburg (laten) gebracht en/of
- het klaar zetten van één of meer voertuig(en) met een verborgen ruimte klaargezet, te weten een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken 1] en/of een Citroën Jumper met kenteken [kenteken 2]; en
- de (douane)verzegeling van de container [containernummer] verbroken;
3.hij in of omstreeks de periode van 09 augustus 2019 tot en met op 12 augustus 2019 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (vanaf de ECT Delta Terminal aan de Europaweg) heeft weggenomen een container (met nummer [containernummer], inhoudende één of meerdere pallets met bananen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1],in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met een (valselijk verkregen) pincode, die hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren te gebruiken, die container (met één of meerdere pallets met bananen) van de ECT Delta Terminal op te halen en/of weg te voeren/te vervoeren.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
Feit 1 en 2
De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – conform de door hem overgelegde schriftelijke pleitnotities - op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. De raadsman heeft daartoe – verkort en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verdachte geen opzet had op de invoer van cocaïne en evenmin voorbereidingshandelingen daartoe heeft verricht. Voorts heeft de raadsman bepleit dat de verdachte niet wist en ook niet redelijkerwijze kon vermoeden dat er cocaïne in de verzegelde container zat. Tot slot is er volgens de raadsman geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, waardoor medeplegen niet bewezen kan worden en de verdachte derhalve dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.
Op basis van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep overweegt het hof, grotendeels met de rechtbank, als volgt.
- Invoer
Op 11 augustus 2019 is het motorschip [motorship] aangemeerd bij ECT Delta Terminal (hierna: ECT Delta) in Rotterdam. Het schip was afkomstig uit Ecuador. Aan boord van dit schip bevond zich onder meer de container [containernummer], die was geladen met een partij bananen (hierna: de container). Deze lading was bestemd voor het bedrijf [bedrijf 2], gevestigd in Duitsland, en zou in Rotterdam worden opgehaald door vervoerder [bedrijf 3] uit Zwijndrecht. Na controle en onderzoek is gebleken dat in de container naast bananen ook pakketten zaten met daarin cocaïne. In totaal waren dit 752 pakketten met een
totale hoeveelheid van netto 754 kilogram cocaïne. Deze cocaïne is op 11 augustus 2019 in beslag genomen. Vervolgens is er een monster van 10 gram cocaïne teruggeplaatst in de container.
De verdachte, als chauffeur werkzaam voor het bedrijf [bedrijf 4] dat mede zijn eigendom is, heeft de container op 12 augustus 2019 met een trekker afgehaald en vervoerd naar een loods in Rozenburg. Aldaar heeft de verdachte de trekker en de container rond 12:10 uur de loods ingereden, waarna de rolluiken van de loods zijn gesloten. Om 12:16 uur heeft hij met zijn trekker de loods weer verlaten. De container is in de loods achtergebleven. Om 12:40 uur heeft de politie de loods betreden. In de loods zijn de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aangehouden. De zegels van de container waren verbroken en lagen op een vorkheftruck naast de container. In de loods werden verder onder
meer drie losse pallets met bananen aangetroffen. Ook stonden er twee bestelwagens en één personenauto, kennelijk bestemd voor het verdere vervoer van de cocaïne. De verdachte is op een parkeerterrein nabij de loods aangehouden.
Gelet op de betrokkenheid van de verdachte bij het transport van de container, waarin de cocaïne is aangetroffen, staat vast dat de verdachte een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd in Nederland.
- Rol van de verdachte bij de (verlengde) invoer en de voorbereiding
De vraag die dan voorligt, is of de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van cocaïne in de lading en dus ook het opzet heeft gehad deze cocaïne in te voeren in
Nederland. Voor de beoordeling van die vraag zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Het hof stelt voorop dat in zijn algemeenheid heeft te gelden dat de belanghebbenden bij een cocaïnetransport op de hoogte zijn van hetgeen wordt geleverd. Het is moeilijk voorstelbaar dat leveranciers van verdovende middelen het risico lopen dat hun waardevolle zending — het gaat in dit geval om een partij met een straatwaarde van ruim 35 miljoen euro — in handen komt van een onwetende ontvanger, zij het dat dit onder
bijzondere omstandigheden anders kan zijn.
De verdachte, een beroepschauffeur, heeft verklaard dat hij door [naam] is gevraagd om de container bij ECT Delta op te halen. [naam] heeft in de nacht van 11 op 12 augustus 2019 herhaaldelijk contact gehad met de verdachte en heeft hem in de vroege ochtend van 12 augustus 2019, omstreeks 5:20 uur, het containernummer en de pincode van de container doorgegeven. Het kan niet anders dan dat [naam] deze pincode onrechtmatig heeft
verkregen. [bedrijf 2] heeft deze pincode namelijk niet aan [naam] verstrekt. Desgevraagd heeft de verdachte verklaard dat een officiële opdracht voor het transport van de container ontbrak.
De verdachte heeft om 6:20 uur een eerste poging ondernomen om de container bij ECT Delta op te halen. De container was op dat moment evenwel nog niet vrijgegeven. De verdachte heeft hierop contact opgenomen met [naam] en heeft het op diens instructie later nog een keer geprobeerd. Om 10:40 uur heeft hij uiteindelijk de container met een trekker met oplegger van ECT Delta opgehaald en getransporteerd naar Rozenburg. De verdachte
kreeg pas onderweg naar Rozenburg het exacte adres door waar de container afgeleverd moest worden. Toen de verdachte de container ophaalde bij ECT Delta Terminal, was [naam] in de nabije omgeving van deze Terminal en is hij met zijn auto vanaf ECT Delta achter de container aangereden. Omstreeks 12:05 uur is de verdachte gearriveerd bij de loods. Hij reed na aanwijzingen van [medeverdachte 4] nog een rondje en is vervolgens om 12:10 uur
de loods ingereden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebben de roldeur van de loods voor de verdachte geopend. Ook heeft [medeverdachte 1] aan de verdachte verteld dat hij de vrachtwagen los moest
koppelen en anderhalf uur later terug moest komen. Hierop heeft de verdachte de container, zonder het zegel te verbreken, achtergelaten in de loods en is om 12:16 uur vertrokken. [medeverdachte 1] zou de verdachte bij terugkomst vertellen waar de lege container heen moest.
- vrachtbrief
In de cabine van de vrachtwagen die door verdachte werd bestuurd is een vrachtbrief aangetroffen. Deze vrachtbrief is door de verdachte zelf ingevuld en ondertekend. De verdachte heeft verklaard dat hij op het moment van afhalen van de container niet wist waar de
container heen moest worden getransporteerd en een fictief adres heeft ingevuld. De verdachte heeft op het terrein van ECT Delta tevergeefs geprobeerd [naam] te bereiken teneinde het adres te achterhalen. Pas op het laatste moment heeft de verdachte het adres doorgekregen. Op de telefoon van de verdachte is het door [naam] verstuurde bericht: `[adres], Rozenburg, [huisnummer]’ aangetroffen. Desgevraagd heeft de verdachte verklaard
dat deze gang van zaken niet gebruikelijk is. Het afleveradres is normaal gesproken op voorhand bekend. De verdachte heeft verklaard dat hij gedurende de rit naar Rozenburg werd gevolgd door een voertuig en dat hij daar bang van werd.
Tevens heeft de verdachte op de vrachtbrief ingevuld dat het bij de lading van de container om 24 pallets met bananen ging, hetgeen nagenoeg correspondeert met het daadwerkelijk aangetroffen aantal pallets. Zeer opmerkelijk in dit verband is verdachtes verklaring ter
terechtzitting dat niemand hem gezegd had dat er inderdaad bananen in de container zaten. Hij zou dit hebben afgeleid uit het feit dat het om een reefer container ging. Die verklaring acht het hof echter niet aannemelijk, gelet op het feit dat in de Rotterdamse haven voor een veelheid van producten van geklimatiseerd transport gebruik wordt gemaakt.
- Situatie in de loods
In de loods zijn daarnaast drie pallets met bananen aangetroffen. Tevens bevonden zich in de loods een vorkheftruck en drie voertuigen. Uit onderzoek is gebleken dat twee van deze voertuigen waren voorzien van een verborgen ruimte.
Conclusie
Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, volgt dat de rol van de verdachte bestond uit het ophalen van de container op het ECT Delta-terrein en het vervoeren van deze container naar de loods in Rozenburg, waar de cocaïne uit de container zou worden gehaald.
Uit de combinatie van
leidt het hof af dat geen sprake was van een gangbaar transport en dat dit de verdachte duidelijk was, hetgeen hij ook zelf heeft verklaard. De verdachte heeft moeten vermoeden dat het om illegale activiteiten ging die te maken hadden met de invoer van verdovende middelen. Ook weegt het hof mee dat de verdachte in de loods is geweest en daar van de aanwezigen de opdracht kreeg om de container los te koppelen, wat de verdachte naar eigen zeggen zelf ook vreemd vond. Voorts overweegt het hof dat de verdachte wisselend heeft verklaard over of en wat er afgesproken was over hoe de opdracht vergoed zou worden. Door niettemin de opdracht aan te nemen en de container te transporteren heeft de verdachte opzet, in voorwaardelijke zin, gehad op de verlengde invoer van de verdovende middelen.
Medeplegen
De vraag die voorts voorligt, is of de bijdrage van de verdachte aan de invoer van de cocaïne (en de voorbereidingshandelingen daartoe), van voldoende gewicht is geweest om te spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en de medeverdachten. Het hof overweegt in dit kader het volgende.
Uit de beschreven gang van zaken en de overige bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, blijkt naar het oordeel van het hof van gezamenlijk en op elkaar afgestemd handelen. Verdachte is via [naam] in het bezit gekomen van de benodigde pincode om de container onrechtmatig af te kunnen halen. Rond het tijdstip dat de verdachte de container ging ophalen, waren medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] al in de loods om ruimte te maken. De medeverdachten verwachtten de container die dag. Vervolgens heeft de verdachte de container vervoerd naar de loods in Rozenburg, alwaar medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] aanwezig waren om de container in ontvangst te nemen. Deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en in samenhang bezien, tonen een logistiek proces waarin het handelen van de één nauw aansloot op dat van de ander. Verdachtes materiële bijdrage is van essentiële betekenis geweest. Zonder het transport van de haven naar de loods, zou een verder vervoer van de cocaïne (in gedeelten) immers niet mogelijk zijn geweest. Het feit dat de verdachte na het lossen van de container werd weggestuurd, met de opdracht om pas na enige tijd weer terug te keren om dan de container weer op te halen, en vooral het feit dat de verdachte ook daadwerkelijk van plan was om aan deze opdracht te voldoen, duidt eens te meer op zijn nauwe samenwerking met de medeverdachten in de loods. Naar het oordeel van het hof is er dan ook sprake van medeplegen.
Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd en daartoe voorbereidingshandelingen heeft gepleegd. De verweren van de raadsman worden derhalve verworpen.
Feit 3
De raadsman van de verdachte heeft – kort en zakelijk weergegeven – bepleit dat de verdachte tevens dient te worden vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde, aangezien de verdachte slechts een opdracht uitvoerde voor [naam] en geen wetenschap droeg van het feit dat [naam] de pincode van de container onrechtmatig had verkregen. De verdachte kan daarom niet verantwoordelijk worden gehouden voor de diefstal van deze container.
Het hof overweegt, deels met de rechtbank, als volgt.
Namens [bedrijf 2] is aangifte van diefstal van de container gedaan. Aangever verklaarde dat de container niet kon worden afgehaald, omdat een ander de container reeds had opgehaald. Dit gebeurde zonder toestemming of medeweten van de eigenaar van de container.
Vast staat dat de verdachte de container — in opdracht van [naam], en zonder toestemming en buiten medeweten van [bedrijf 2] — van het terrein van ECT Delta aan de Europaweg in Rotterdam heeft afgehaald en vervoerd naar een loods in Rozenburg, op een hem aanvankelijk onbekend adres. De pincode van de container was door [naam] aan hem verstrekt.
Het hof constateert dat de verdachte voor het ophalen van de container gebruik heeft gemaakt van een pincode waartoe hij niet gerechtigd was. De verdachte heeft zonder toestemming de container opgehaald. De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte er niet van op de hoogte was dat de pincode vals was. Het hof gaat hier niet in mee. De verdachte heeft zich bij de containerterminal vervoegd om een container waarin cocaïne was verstopt op te halen. Het kan niet anders dan dat hij wist dat de pincode die daarvoor benodigd was op wederrechtelijke wijze in handen van de organisatie was gekomen.
Het hof is van oordeel dat gelet op het vorenstaande in onderling verband gezien, het oogmerk van de verdachte gericht was op de wederrechtelijke toe-eigening van de container.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.
en
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden en te bevorderen, zich gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verlengde invoer van een hoeveelheid cocaïne en aan daarop gerichte voorbereidingshandelingen. Hoewel slechts wettig en overtuigend bewezen is verklaard ‘een hoeveelheid’ cocaïne (het teruggeplaatste monster), zal bij de strafoplegging rekening worden gehouden met de verlengde invoer van 750 kilogram.
De verdachte heeft, als beroepschauffeur, deze container door diefstal weggenomen vanuit de Rotterdamse haven en deze container vervolgens met zijn vrachtwagencombinatie
vervoerd. Hij heeft daarmee een essentiële rol vervuld in de bewezen feiten en aldus een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Feiten als deze brengen bovendien onrust voor de samenleving met zich mee en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Ten slotte leiden drugs veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen enkel oog gehad en uit op eigen financieel gewin.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.
10 oktober 2022, waaruit blijkt dat de verdachte voor het overig in Nederland niet met politie of justitie in aanraking is geweest.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beslag
Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, beslist het hof als volgt.
Het hof zal de twee afhaalberichten ECT, de twee notitieblaadjes, de CMR vrachtbrief en de verscheurde CMR vrachtbrief verbeurdverklaren.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 47, 55, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 2 afhaalberichten ECT;
- 2 notitieblaadjes;
- 1 CMK vrachtbrief;
- 1 verscheurde vrachtbrief.
Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,
mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans en mr. G.C. Haverkate, in bijzijn van de griffier mr. I.M. van Hoevelaken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 november 2022.