2. De beoordeling
Op grond van artikel 31 Rv verbetert de rechter op een verzoek van een partij dan wel ambtshalve kennelijke rekenfouten, schrijffouten of andere kennelijke fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen.
Het hof is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het hof stelt vast dat uit de overwegingen van de beschikking van 27 juli volgt dat het voor het jaar 2021 vastgestelde bedrag aan partneralimentatie voor het eerst per 1 januari 2022 moet worden geïndexeerd maar dat dit niet in het dictum is opgenomen.
Dit heeft tot gevolg dat het herstelverzoek van de vrouw moet worden toegewezen. De beschikking van 27 juli zal daarom op de volgende wijze worden verbeterd.
3. De beslissing
te verhogen met de wettelijke indexering, voor het eerst per 1 januari 2022.”
Het hof:
bepaalt dat waar
“bepaalt dat de man aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw zal betalen van:
- met ingang van 1 maart 2020 € 3.526,- bruto per maand;
- met ingang van 1 januari 2021 € 2.926,- bruto per maand;”
staat, dit wordt gewijzigd in:
“bepaalt dat de man aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw zal betalen van:
- met ingang van 1 maart 2020 € 3.526,- bruto per maand;
- met ingang van 1 januari 2021 € 2.926,- bruto per maand;
bepaalt dat deze verbetering met vermelding van de dag van deze uitspraak op de minuut van voornoemde beschikking wordt gesteld;
beveelt afgifte van de met inachtneming van deze beslissing verbeterde authentieke afschriften van de voornoemde beschikking;
bepaalt dat partijen de eerder verstrekte afschriften, opgemaakt in executoriale vorm, binnen twee weken na heden aan de griffier doen toekomen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Mink, S.H.M. van der Heiden en A.F. Mollema, bijgestaan door mr. N. van Duijvenbode als griffier, en is op 28 september 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.