Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 25 juli 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder de parketnummers 09-842168-18 en 09-852188-18 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is omtrent de vordering van de benadeelde partij en de in beslag genomen voorwerpen beslist als vermeld in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 09-842168-18:
hij op of omstreeks 19 april 2018 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 150.000 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Zaak met parketnummer 09-852188-18:
hij op of omstreeks 27 oktober 2017 te Rijsbergen, gemeente Zundert, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 90.000 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder de parketnummers 09-842168-18 en 09-852188-18 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 54 weken met aftrek van voorarrest.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Nadere bewijsoverwegingen
09-842168-18
De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit wegens onvoldoende bewijs.
Het hof overweegt, mede naar aanleiding van hetgeen de verdediging hieromtrent bij pleidooi heeft aangevoerd, als volgt.
Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] samen in een door [medeverdachte] bestuurde Volkswagen Polo naar de [slachtoffer 1] te Naaldwijk zijn gereden en zij daar beiden uit de auto zijn gestapt en in de richting van een geldwagen zijn gelopen. [medeverdachte] bleef op de uitkijk staan en de verdachte is naar de geldwagen gelopen en heeft daar sealbags uit weggenomen. Vervolgens zijn de verdachte en [medeverdachte] samen weggerend en zijn zij samen gevlucht in de Volkswagen Polo die wederom door [medeverdachte] werd bestuurd. Uiteindelijk zijn zij ongeveer een uur later samen aangetroffen toen ze de woning van [medeverdachte] verlieten. Uit het dossier volgt dat er een bedrag van ruim € 150.000,- is gestolen. Uit het dossier volgt voorts dat de verdachte tegen een politie-informant heeft verteld dat hij en zijn vriend het buitgemaakte geld in twee gelijke delen hadden verdeeld.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de herkenning door verbalisant [verbalisant 1] bruikbaar is voor het bewijs. Het hof acht de foto’s c.q. (opgewaardeerde) camerabeelden waarop de verdachten van de diefstal zijn te zien van voldoende kwaliteit om op basis daarvan een herkenning te doen ofwel de bevinding te relateren dat de verdachte en [medeverdachte] overeenkomen met de foto’s van de verdachten van de diefstal. De raadsman heeft nadere vragen aan de verbalisant [verbalisant 1] gesteld over zijn bevindingen en hij heeft naar het oordeel van het hof in zijn opgemaakte aanvullende processen-verbaal in voldoende overtuigende mate toegelicht hoe hij daartoe is gekomen. Het hof acht daarbij met name van belang het kenmerkende T-shirt van de verdachte met een opdruk op de borst dat hij bij zijn aanhouding droeg en dat ook te zien is op de camerabeelden alsmede het feit dat verbalisant [verbalisant 1] de verdachten heeft verhoord.
Ten slotte is het hof van oordeel dat de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal steun vindt in de informatie die de verdachte aan een politie-informant heeft gegeven. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd acht het hof deze informatie betrouwbaar nu de gegeven informatie in de kern overeenkomt met de inhoud van het dossier, te weten: een overval op een geldwagen, bij de overval was geen gebruik gemaakt van wapens, de overval was gepleegd door twee personen en er was een buit van
€ 150.000,-. De stelling van de raadsman dat sprake is geweest van grootspraak kan juist zijn, maar dat maakt de uitlating daarmee nog niet onwaar.
09-852188-18
De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte ook van dit feit dient te worden vrijgesproken omdat er onvoldoende bewijs is. Het hof overweegt, mede naar aanleiding van hetgeen de verdediging hieromtrent bij pleidooi heeft aangevoerd, als volgt.
Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een sealbag met € 90.000,- heeft weggenomen uit een geldtransportwagen die werd bestuurd door [chauffeur geldtransportwagen].
Overeenkomstig de rechtbank overweegt het hof dat [medeverdachte] voorafgaand aan de diefstal meermalen telefonisch contact heeft gehad met [chauffeur geldtransportwagen] om (kort samengevat) te bewerkstelligen dat [chauffeur geldtransportwagen] zou meewerken om de diefstal uit de geldwagen mogelijk te maken. De verdachte en [medeverdachte] zijn op 27 oktober 2017 samen in een door [medeverdachte] bestuurde Opel Combo, die op naam stond van [eigenaar auto], naar de [slachtoffer 3] in Rijsbergen gereden. De verdachte is vervolgens uit de auto gestapt. [medeverdachte] bleef in de auto zitten om op de uitkijk te staan. Op het moment dat de geldtransprotwagen rijdend en met een geopende deur vlakbij de verdachte was, heeft hij sealbags uit de geldwagen weggenomen. Vervolgens is de verdachte naar de Opel Combo gerend en ingestapt, waarna zij in die door de [medeverdachte] bestuurde auto zijn gevlucht. Uit het dossier volgt voorts dat de verdachte tegen een politie-informant heeft verteld dat hij het geld met zijn vriend had gedeeld, ieder € 45.000,-.
Verbalisant [verbalisant 2] relateert dat hij veel gelijkenissen ziet tussen een foto van de verdachte in het politiesysteem en de persoon die is te zien op de camerabeelden van de diefstal.
Ten slotte is het hof van oordeel dat de betrokkenheid van de verdachte bij deze diefstal ook steun vindt in de informatie die de verdachte aan een politie-informant heeft gegeven. Ook over deze diefstal heeft de verdachte informatie gegeven die in de kern overeenkomt met de inhoud van het dossier, te weten: een overval op een geldwagen, bij de overval was geen gebruik gemaakt van wapens, de overval was gepleegd door twee personen, er was informatie verkregen van een Turkse medewerker en die medewerker had aan de overval meegewerkt, er was sprake van een buit van € 90.000,- en de politie heeft een foto van de verdachten van de overval, die is genomen vanuit de geldwagen. De stelling van de raadsman dat sprake is gewest van grootspraak kan juist zijn, maar dat maakt de uitlating daarmee nog niet onwaar.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-842168-18 en in de zaak met parketnummer 09-852188-18 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 09-842168-18:
hij op of omstreeks 19 april 2018 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 150.000 euro, althans enig geldbdrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Zaak met parketnummer 09-852188-18:
hij op of omstreeks 27 oktober 2017 te Rijsbergen, gemeente Zundert, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 90.000 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 09-842168-18 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Het in de zaak met parketnummer 09-852188-18 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich in een periode van zes maanden twee keer schuldig gemaakt aan diefstal uit een geldtransportwagen. De eerst keer is met de hulp van de chauffeur van de geldtransportwagen de deur van die wagen geopend, waarna de verdachte een sealbag met daarin in totaal € 90.000,- uit die wagen heeft weggenomen. De medeverdachte heeft hierbij bewerkstelligd dat de chauffeur van de geldtransportwagen medewerking zou verlenen.
De tweede keer heeft de verdachte sealbags uit een geldtransportwagen weggenomen met daarin in totaal
€ 150.000,-.
De bewezenverklaarde feiten brengen niet alleen forse financiële schade met zich mee, maar hebben ook een grote impact op de dienstdoende bankmedewerkers en geldkoeriers. Daarnaast veroorzaakt het onrustgevoelens en overlast voor de omwonenden en de wijk waarin de onderhavige feiten hebben plaatsgevonden. De verdachte heeft blijkbaar enkel gehandeld met het oog op eigen financieel gewin.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 26 juni 2023 waaruit volgt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
Het hof is van oordeel dat de informatie en conclusies in het reclasseringsadvies van 17 juli 2018 tamelijk verouderd zijn en houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden zoals deze ter terechtzitting naar voren zijn gebracht.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden een passende en geboden reactie vormt.
Het hof heeft evenwel geconstateerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden in hoger beroep is overschreden met bijna 2 jaren. Immers is op 6 augustus 2019 namens de verdachte hoger beroep ingesteld en wijst het hof op 26 juli 2023 eindarrest.
Gelet op deze aanzienlijke termijnoverschrijding zal het hof de overwogen gevangenisstraf matigen tot aan de duur van de ondergane voorlopige hechtenis en daarnaast een taakstraf van na te melden duur opleggen.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 90.000,-.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag € 90.000,-.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.
De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.
Het hof overweegt ten aanzien van de ingediende vordering tot schadevergoeding als volgt.
Hoewel de in eerste aanleg ingediende schriftelijke vordering van de benadeelde partij zich niet in het dossier bevindt, volgt de hoogte van de gestelde schade en de onderbouwing daarvan uit de overige stukken uit het dossier en de toelichting die ter terechtzitting in hoger beroep is gegeven namens de benadeelde partij.
Naast de vraag of het [slachtoffer 2] is geweest die rechtstreekse schade heeft geleden ten gevolge van het bewezenverklaarde feit, ontbreekt een volmacht van de vertegenwoordiger van de (rechtsopvolger van de) benadeelde partij die inhoudt dat deze bevoegd is de benadeelde partij in rechte te vertegenwoordigen.
Gelet op het voorgaande levert de behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-852188-18 bewezenverklaarde naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.
In beslag genomen voorwerpen
Nu de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan hem zijn teruggeven, zal het hof een beslissing hierover achterwege laten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-842168-18 en in de zaak met parketnummer 09-852188-18 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-842168-18 en in de zaak met parketnummer 09-852188-18 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 386 (driehonderdzesentachtig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mr. W.J. van Boven,
mr. R. van der Hoeven en mr. V.C.E. de Jong, in bijzijn van de griffier mr. M.M. Dijk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 juli 2023.
Mr. R. van der Hoeven en mr. V.C.E. de Jong zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.