Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 26 maart 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
BRP-adres: [woonadres], [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met bijzondere voorwaarden zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts is in eerste aanleg een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen.
De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2018 tot en met 6 oktober 2020 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk en/of Alphen aan den Rijn en/of Nieuwerkerk aan den IJssel althans in Nederland, als oprichter, leider en/of bestuurder heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [broer verdachte] en/of [persoon 1], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk diefstal van auto's (artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht) en/of gewoonte- en/of opzetheling van auto's (artikel 417 Wetboek van Strafrecht) en/of het zogenoemde omkatten van auto's (artikel 219 Wetboek van Strafrecht) en/of oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht);
2.hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2018 tot en met 6 oktober 2020 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk en/of IJmuiden en/of Alphen aan den Rijn en/of Hengelo (O) en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [ slachtoffer 1] en/of
- [ slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of
- [ slachtoffer 4]
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
- de afgifte van een geldbedrag van 10.245 euro (via een leaseconstructie) en haar inruilauto (VW Up) ter waarde van 5.750 euro en/of
- 3500 euro en/of
- zijn ruilauto (Audi A1),
door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (een) auto('s) te (laten) voorzien van (een) ander(e), niet bij de auto('s) behorend(e), VIN-nummer(s) en/of kenteken en/of kenteken platen en/of kenteken bewijs/-bewijzen en/of (aldus) (laten) voorzien van een valse/andere identiteit, waardoor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;
3. hij in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020, in het arrondissement Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) op na te melden tijdstippen, op na te melden plaatsen, (telkens) na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen (telkens) wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:
a. 1. - een geluids- en navigatiesysteem van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 1] en/of
b. - een navigatiesysteem van een auto, merk Audi A3 met kenteken [kenteken 2] en/of
c. - een onderdeel uit het interieur van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 3] en/of
d. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 4] en/of
e. - een compleet zitmeubilair van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 5] en/of
f. - een compleet zitmeubilair van een auto, merk VW Up! met kenteken [kenteken 6] en/of
g. - een auto en/of los een compleet zitmeubilair en/of bodembedekking en/of elektronisch onderdeel van die auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 7] en/of
h. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 8] en/of
i. - een compleet zitmeubilair en/of vloermatten van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 9] en/of
j. - een elektronisch onderdeel uit het interieur van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 10] en/of
k. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 11] en/of
l. - twee koplampunits en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 12] en/of
m. - een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 13] en/of n. - airbags van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 14], aangetroffen in een loods te Bodegraven en/of te Oeffelt in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 3 maart 2020;
en/of
o. 2. - een compleet zitmeubilair en/of stuur en/of linker buitenspiegel van een auto, merk Audi A4 met kenteken [kenteken 15] en/of
p. - twee gordels en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A4 met kenteken [kenteken 16] en/of
q. - een dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 17] en/of
r. - een stuurinrichting inclusief stuurwiel met airbag en vloermatten van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 18]] en/of
s. - een stuur airbag en/of dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 18]] en/of
t. - een stuur airbag en/of dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 20] en/of
u. - een stuur airbag en/of twee gordels van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 21]] en/of
v. - een complete achterklep van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 22] en/of
w. - een passagiersairbag en/of vloermatten en/of koplampen en/of motorkap en/of voorbumper en/of voorspatscherm van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 23], aangetroffen in een loods te Alphen aan den Rijn in of omstreeks de pleegperiode van 26 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
en/of
x. 3. - een dashboard en/of een of meer, al dan niet elektronisch(e) onderde(e)l(en) uit het interieur van een auto, merk Audi A3 met kenteken [kenteken 24] en/of
y. - een dashboard inclusief passagiersairbag en/of vloermatten van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 25] en/of
z. - een dakhemelbekleding en/of motorkap en/of voorbumper en/of een of meer onderde(e)l(en) van en auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 26] en/of
aa. - een kenteken plaat en/of dashboard inclusief passagiersairbag en/of stuur en/of airbag van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 27] en/of
bb. - een dashboard inclusief passagiersairbag en/of twee koplampunits en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A3 met kenteken [kenteken 28] en/of
cc. - vloermatten en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 29] en/of
dd. - diverse onderdelen, waaronder airbags en/of stuur en/of dashboard inclusief passagiersairbag en/of portieren en/of complete achterklep van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 30], aangetroffen in een loods te Bodegraven en/of Alphen aan den Rijn in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
en/of
ee. 4. - een motorblok van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 31] en/of
ff. - vier portieren van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 32] en/of
gg. - voorstoelen en/of een complete achterbak en/of beide koplampen en/of een voorbumper van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 33], aangetroffen in een autobedrijf te Alphen aan den Rijn in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
en/of
hh. 5. - een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 34] en/of
ii. - een auto, merk BMW met kenteken [kenteken 35], aangetroffen in respectievelijk Boskoop en Vlaardingen in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020, te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk en/of Alphen aan den Rijn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen van voorwerpen de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbenden op voorwerpen waren en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie voorwerpen voorhanden hebben gehad, doordat hij en/of zijn mededader(s) een groot aantal voertuigonderdelen van/en/of auto's, te weten:
1. een geluids- en navigatiesysteem van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 1] en/of
- een navigatiesysteem van een auto, merk Audi A3 met kenteken [kenteken 2] en/of
- een onderdeel uit het interieur van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 3] en\of
- een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 4] en/of
- een compleet zitmeubilair van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 5] en/of
- een compleet zitmeubilair van een auto, merk VW Up! met kenteken [kenteken 6] en/of
- een auto en/of los een compleet zitmeubilair en/of bodembedekking en/of elektronisch onderdeel van die auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 7] en/of
- een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 8] en/of
- een compleet zitmeubilair en/of vloermatten van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 9] en/of
- een elektronisch onderdeel uit het interieur van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 10] en/of
- een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 11] en/of
- twee koplampunits en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 12] en/of
- een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 13] en/of
- airbags van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 14], aangetroffen in een loods te Bodegraven en/of te Oeffelt in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 3 maart 2020;
2. - een compleet zitmeubilair en/of stuur en/of linker buitenspiegel van een auto, merk Audi A4 met kenteken [kenteken 15] en/of
- twee gordels en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A4 met kenteken [kenteken 16] en/of
- een dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 17] en/of
- een stuurinrichting inclusief stuurwiel met airbag en vloermatten van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 18] en/of
- een stuur airbag en/of dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 19] en/of
- een stuur airbag en/of dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 20] en/of
- een stuur airbag en/of twee gordels van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 21] en/of
- een complete achterklep van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 22] en/of
- een passagiersairbag en/of vloermatten en/of koplampen en/of motorkap en/of voorbumper en/of voorspatscherm van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 23], aangetroffen in een loods te Alphen aan den Rijn in of omstreeks de pleegperiode van 26 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
en/of
3. - een dashboard en/of een of meer, al dan niet elektronisch(e) onderde(e)l(en) uit het interieur van een auto, merk Audi A3 met kenteken [kenteken 24] en/of
- een dashboard inclusief passagiersairbag en/of vloermatten van een auto, merk Audi A2 met kenteken [kenteken 25] en/of
- een dakhemelbekleding en/of motorkap en/of voorbumper en/of een of meer onderde(e)l(en) van en auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 26] en/of
- een kenteken plaat en/of dashboard inclusief passagiersairbag en/of stuur en/of airbag van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 27] en/of
- een dashboard inclusief passagiersairbag en/of twee koplampunits en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A3 met kenteken [kenteken 28] en/of
- vloermatten en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 29] en/of
- diverse onderdelen, waaronder airbags en/of stuur en/of dashboard inclusief passagiersairbag en/of portieren en/of complete achterklep van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 30], aangetroffen in een loods te Bodegraven en/of Alphen aan den Rijn in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020
en/of
4. - een motorblok van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 31] en/of
- vier portieren van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 32] en/of
- voorstoelen en/of een complete achterbak en/of beide koplampen en/of een voorbumper van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 33], aangetroffen in een autobedrijf te Alphen aan den Rijn in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
en/of
5. - een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 34] en/of
- een auto, merk BMW met kenteken [kenteken 35], aangetroffen in respectievelijk Boskoop en Vlaardingen in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten de rechtmatige eigena(a)r(en), zijnde (een) ander(en) dan verdachte en/of zijn mededader(s) was/waren, terwijl hij/zij wist(en) dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk. - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij/zij aldus van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt;
4. hij in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2018 tot en met 9 mei 2018, in het arrondissement Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen een gewoonte heeft/hebben gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) op na te melden plaats(en), (telkens) na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen (telkens) wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:
a. 1. - een navigatiesysteem een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 36] en/of
b. - een compleet zitmeubilair armsteun van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 37] en/of
c. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 38] en/of
d. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 39] en/of
e. - airbags en/of een voorbumper en/of voorspatscherm van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 40] en/of
f. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 41] en/of
g. - een dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 42] en/of
h. - een airbag en/of motorkap en/of hoedenplank van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 43] en/of
i. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 44] en/of
j. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 45] en/of
k. - een airbag en/of achterbumper en/of voorfront met radiateur en/of voorspatscherm van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 46] en/of
l. - vier portieren en/of achterklep en of achterbumper van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 47] en/of
m. - vier portieren en/of airbags en/of achterbumper en of/kofferklep van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 48] en/of
n. - twee achterportieren van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 49] en/of
o. - een dashboard en/of vier portieren en/of een achterbumper en/of kofferklep van een auto, merk
VW Golf met kenteken [kenteken 50] en/of
p. - een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 51],
aangetroffen in een loods te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2018 tot en met 9 mei 2018, te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen van of meer voorwerp(en), te weten
l. - een navigatiesysteem van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 36] en/of/
- een compleet zitmeubilair met armsteun van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 37] en/of
- een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 38] en/of - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 39] en/of
- airbags en/of een voorbumper en/of voorspatscherm van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 40] en/of
- een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 41] en/of
- een dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 42] en/of
- een airbag en/of motorkap en/of hoedenplank van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 43] en/of
- een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 44] en/of - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 45] en/of
- een airbag en/of achterbumper en/of voorfront met radiateur en/of voorspatscherm van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 46] en/of
- vier portieren en/of achterklep en/of achterbumper van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 47] en/of
- vier portieren en/of airbags en/of achterbumper en/of kofferklep van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 48] en/of
- twee achterportieren van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 49] en/of
- een dashboard en/of vier portieren en/of een achterbumper en/of kofferklep van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 50] en/of
- een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 51], aangetroffen in een loods te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op voorwerpen waren, te weten de rechtmatige eigena(a)r(en), zijnde (een) ander(en) dan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl hij/zij wist(en) dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij/zij aldus van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 4.108,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en tot niet-ontvankelijkverklaring van de overige benadeelde partijen.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, nu het hof komt tot een deels andere bewezenverklaring.
Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.
Overwegingen vooraf
Inleiding
Het hof overweegt het volgende en neemt als feiten en omstandigheden aan:
Naar aanleiding van een melding dat er in een loods aan de [adres 1] te Nieuwerkerk aan den IJssel een gestolen auto zou staan is de politie op 9 mei 2018 deze loods binnengetreden. De loods bestond uit twee ruimtes. In de loods werden een gestolen Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 51] en diverse voertuigonderdelen aangetroffen. De verdachte (die hierna met gebruikmaking van zijn eigennaam ook als [verdachte] zal worden aangeduid) bleek de huurder van de loods te zijn. Na onderzoek van de aangetroffen voertuigonderdelen in de loods bleek dat er sprake was van onderdelen van meer dan 15 gestolen personenauto's van het merk Volkswagen. De resultaten van het onderzoek hebben geleid tot de verdenking van het onder 4 tenlastegelegde feit.
Naar aanleiding van een melding op 3 maart 2020 dat zich op de locatie [adres 2] te Bodegraven een gestolen auto zou bevinden is de politie ter plaatse gegaan. Het ging om een loods, die vervolgens is geobserveerd. Na enige tijd is de politie de loods binnengetreden, en daar werden twee deels onttakelde auto's, een blauwe Audi en een witte Volkswagen,
alsmede vele auto-onderdelen aangetroffen. De loods bleek te zijn gehuurd door [verdachte]. Tijdens de doorzoeking, kwam de broer van [verdachte], genaamd [medeverdachte] (hierna
ook: [medeverdachte]) met een auto aanrijden.
Naar aanleiding van de in deze loods aangetroffen papieren werd een onderzoek ingesteld bij het bedrijf [bedrijf 1] in Alphen aan den Rijn. Toen bleek dat [verdachte] daar een box huurde. Die werd onderzocht en ook daar zijn vele auto-onderdelen aangetroffen.
Nader onderzoek, met name naar wat er in de loodsen en in de box is aangetroffen, en de resultaten daarvan hebben geleid tot de verdenking van de tenlastegelegde feiten 2 en 3.
Het hof ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich, al dan niet tezamen met een ander of anderen, schuldig heeft gemaakt aan gewoonteheling subsidiair witwassen (feiten 3 en 4). Ook dient het hof te bezien of de verdachte zich, al dan niet tezamen met een ander of anderen – kort gezegd – schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] (feit 2). Tot slot ziet hof zich voor de vraag gesteld of de verdachte in de periode van 1 maart 2018 tot en met 6 oktober 2020 als oprichter, leider en/of bestuurder heeft deelgenomen aan een criminele organisatie (feit 1).
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig de door haar overgelegde en voorgedragen pleitaantekeningen – op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.
Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van feit 4
In de loods aan de [adres 1] te Nieuwerkerk aan den IJssel waren twee ruimtes. Tussen deze twee ruimtes was een opening met daarvoor een gordijn. In de tweede ruimte stond een bruine Volkswagen Polo met het kenteken [kenteken 51]. Verder zijn er in de loods onderdelen van auto’s, zoals motorkappen, aangetroffen, alle van het merk Volkswagen.
De eigenaar van de loods, [getuige 1], is als getuige gehoord en heeft verklaard dat hij de loods via een makelaar heeft verhuurd aan [verdachte] met ingang van 1 maart 2018. [verdachte] kwam altijd alleen, nooit met anderen. De huurovereenkomst bevindt zich in het dossier. Er is, zo verklaart [getuige 1], drie keer betaald, namelijk de huur over maart, een waarborgsom (totaal € 2.500,-) en de huur over april en mei 2018, telkens € 1.250,-. Alle betalingen zijn per bank gedaan vanaf een rekening op naam van [persoon 1].
[verdachte] heeft erkend dat hij die loods heeft gehuurd.
De aangetroffen Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 51] is op 6 mei 2018, drie dagen voor de inval, tussen 02.00 en 10.00 uur gestolen vanaf de [straat 1] te Amsterdam. Daarvan is aangifte gedaan door de eigenaar [slachtoffer 5].
In het proces-verbaal van het bureau Forensische Opsporing van de politie Den Haag worden diverse aangetroffen onderdelen beschreven. Die onderdelen zijn in de dagvaarding omschreven onder 4a tot en met 4o. Van alle in beslag genomen onderdelen wordt vermeld dat die afkomstig zijn van gestolen voertuigen. Van de gestolen voertuigen is aangifte gedaan. Die aangiften zijn in het dossier terug te vinden.
[verdachte] heeft verklaard dat hij de ruimte achter het gordijn, naar eigen zeggen ruimte B, aan een zekere [persoon 2] heeft onderverhuurd. Alle in die ruimte aangetroffen goederen waren van die [persoon 2]. Hij, [verdachte], wist niets van die goederen af en dus ook niet van de herkomst daarvan.
Die verklaring vindt geen steun in het dossier, met name niet in de verklaring van de verhuurder van de loods. De huurovereenkomst die bij de doorzoeking op 6 oktober 2020 is aangetroffen in de woning van [verdachte] is naar het oordeel van het hof niet echt. Dat blijkt uit het feit dat op die huurovereenkomst een vals adres van de genoemde huurder staat, de genoemde huurder verblijft op begeleid wonen locaties in Arnhem en dat hij omvangrijke schulden heeft. Bovendien heeft [verdachte], noch de verhuurder, in 2018 melding gemaakt van een onderhuurder, noch heeft [verdachte] tijdens zijn verhoor op 6 oktober 2020 iets gezegd over een onderverhuurder. Pas op 10 februari 2021 zegt hij tegenover de politie dat nog iemand gebruik maakte van de loods; van die persoon weet hij niet meer dan een voornaam te noemen.
Het gerechtshof acht die verklaring ongeloofwaardig.
Nu [verdachte] de loods huurde en er zijn autoschadebedrijf er in uitoefende, stelt het hof vast dat het niet anders kan zijn dan dat de aangetroffen, van diefstal afkomstige goederen, waaronder de Volkswagen Polo, door [verdachte] voorhanden zijn gehouden. [verdachte] is in gebreke gebleven enige verklaring omtrent de herkomst daarvan te geven. Gezien de hoeveelheid gestolen onderdelen, het gegeven dat deze allemaal van Volkswagens afkomstig waren en dat enkele onderdelen afkomstig waren van auto’s die slechts twee weken voor de inval waren gestolen, concludeert het hof dat [verdachte] wist dat het om van misdrijf afkomstige goederen ging. Dat betekent dat wat dit feit betreft het hof de primair tenlastegelegde gewoonteheling wettig en overtuigend bewezen acht.
Gevoerd verweer in hoger beroep
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw aangevoerd dat voor sommige onderdelen enkel is aangegeven dat het zeer aannemelijk is dat deze afkomstig zijn van de betreffende weggenomen auto en dat dit de mogelijkheid open laat dat deze onderdelen uit een auto komen die niet van diefstal afkomstig zijn. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat dit des te meer geldt nu in de meeste gevallen niet is gerelateerd op grond van welke informatie de politie tot die vaststelling is gekomen. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het woord onderdeel onvoldoende specifiek is.
Het hof overweegt als volgt.
De verbalisanten hebben gerelateerd dat zij geen nadere beschrijving kunnen geven omdat zij dan geheime productinformatie prijs zouden geven, welke dient om de authenticiteit van de producten te waarborgen. Dat is naar het oordeel van het hof een valide reden. De conclusies van verbalisanten kunnen als bewijsmiddel dienen nu er geen redenen zijn om aan hun deskundigheid te twijfelen. Ook waar het onderdeel dat is aangetroffen niet nader is gespecificeerd in het proces-verbaal, is dat naar het oordeel van het hof voldoende specifiek om tot een bewezenverklaring te komen, nu wel is gerelateerd van welke gestolen auto dat afkomstig is of kan zijn.
Wel zal het hof daar waar ‘een of meer onderdelen’ is beschreven in de betreffende processen-verbaal ‘een onderdeel’ bewezen verklaren nu niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het om meer dan één onderdeel gaat.
Het hof verwerpt het verweer.
Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van feiten 3 en 2
De loods
In de loods aan de [adres 2] te Bodegraven werden aangetroffen twee deels onttakelde auto’s, een blauw Audi A1 (chassisnummer [chassisnummer 1]) en een witte Volkswagen Golf (chassisnummer [chassisnummer 2]) en vele auto-onderdelen.
In de door [verdachte] gehuurde box bij [bedrijf 1] werden vele auto-onderdelen aangetroffen.
Het hof zal eerst de concrete auto’s, zoals in de dagvaarding genoemd, bespreken en zal vervolgens de auto-onderdelen bespreken.
Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 13] (3m)
In de loods is op 3 maart 2020 een witte Volkswagen Golf met chassisnummer [chassisnummer 2] aangetroffen. Aan de hand van het chassisnummer is vastgesteld dat deze auto in de nacht van 1 op 2 maart 2020 te Amsterdam gestolen is en het kenteken [kenteken 13] had.
[verdachte] heeft verklaard dat de witte Volkswagen Golf niet van hem is, doch van een bovenbuurman, genaamd [bovenbuurman], die de auto op 1 maart 2020 bij hem heeft gebracht om de auto te laten demonteren. De auto kan echter niet op deze manier bij de verdachte gebracht zijn nu de auto in de nacht van 1 op 2 maart 2020 is gestolen. Nu [verdachte] aldus, zonder daarvoor enige verifieerbare verklaring te geven, een nog geen twee dagen daarvoor gestolen auto voorhanden had stelt het hof vast dat het niet anders kan zijn dan dat [verdachte] wist dat dit een van misdrijf afkomstig voertuig was, zodat ten opzichte van hem opzetheling van deze auto wettig en overtuigend bewezen is.
Zwarte Audi A1, kenteken [kenteken 34] (3hh)
Op 3 maart 2020 is door de politie waargenomen dat [verdachte] bestuurder was van een zwarte Audi A1. Het voertuig was toen voorzien van het kenteken [kenteken 52]. Deze auto is op 5 maart 2020 in beslag genomen, toen hij stond geparkeerd in een parkeervak op de [straat 2], op korte afstand van de woning van [verdachte]. De kenteken platen [kenteken 52] zaten er toen nog op. Dat kenteken stond op naam van [verdachte].
Bij onderzoek aan de hand van het VIN-nummer bleek dat deze auto oorspronkelijk het kenteken [kenteken 34] had. De auto is gestolen vanaf de [straat 3] te Amsterdam in de nacht van 25 op 26 februari 2020.
Het kenteken dat op de auto zat ([kenteken 52]) hoorde bij een blauwe Audi die gedeeltelijk onttakeld in de loods is aangetroffen. Die blauwe Audi was legaal door [verdachte] verkregen, en was op 25 februari 2020 nog door [verdachte] gebruikt (voorzien van kenteken [kenteken 52]) om naar het bedrijf [bedrijf 1] te gaan.
Uit het proces-verbaal van een deskundige op het gebied van voertuigidentificatie blijkt dat [verdachte] op 27 februari 2020, een dag na de diefstal, een verzoek bij de RDW heeft ingediend om de kleur van de personenauto voorzien van het kenteken [kenteken 52] te wijzigen van blauw naar zwart. [verdachte] heeft daarbij twee foto’s van een zwarte Audi met het kenteken [kenteken 52] opgestuurd.
Uit vorenstaande feitelijkheden leidt de rechtbank af dat [verdachte] de kenteken platen [kenteken 52] heeft overgezet op de gestolen zwarte Audi, die oorspronkelijk het kenteken [kenteken 34] had. Nu hij hier geen reden voor heeft opgegeven gaat het hof er van uit dat hij dit deed om de gestolen auto te voorzien van een nummerplaat die niet als gestolen geregistreerd stond. Dat laatste kan geen andere bedoeling hebben gehad dan te verhullen dat deze auto van diefstal afkomstig was. Hij reed derhalve op 3 maart 2020 in een zwarte Audi, waarvan hij wist dat die van diefstal afkomstig was.
Het hof acht dan ook voor wat betreft [verdachte] opzetheling ten aanzien van deze auto wettig en overtuigend bewezen.
Audi A1 met kenteken [kenteken 53] (2, 3g en 3n)
In de loods in Bodegraven zijn onderdelen aangetroffen van een Audi A1 met kenteken [kenteken 53]. Die auto heeft van 5 november 2019 tot en met 2 december 2019 op naam gestaan van [verdachte]. Op 3 december 2019 is deze op naam gesteld van [slachtoffer 1]. De auto is onder [slachtoffer 1] te Oeffelt op 1 juni 2020 in beslag genomen en onderzocht. [slachtoffer 1] is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat zij de auto bij [bedrijf 2] te IJmuiden heeft gekocht.
[getuige 2] van [bedrijf 2] is als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat hij door [verdachte] is benaderd met de vraag of hij diens Audi A1 wilde verkopen. [getuige 2] heeft vervolgens de auto voor [verdachte] in consignatie genomen en verkocht aan [slachtoffer 1].
Uit het proces-verbaal van een deskundige op het gebied van voertuigidentificatie blijkt dat de onder [slachtoffer 1] in beslag genomen auto is omgekat, dat wil zeggen dat de auto een andere identiteit heeft gekregen. De auto was oorspronkelijk voorzien van het kenteken [kenteken 7] en heeft het kenteken [kenteken 53] gekregen. De [kenteken 7] was in de nacht van 13 op 14 oktober 2019 gestolen in Amsterdam. Het oorspronkelijke VIN-nummer is weggehaald en vervangen door het VIN-nummer behorende bij de Audi met kenteken [kenteken 53]. Dat kenteken heeft van 5 november 2019 tot en met 2 december 2019 op naam van [verdachte] gestaan.
In de loods in Bodegraven is het complete zitmeubilair (3g) aangetroffen uit de auto met kenteken [kenteken 7], dat is de auto die is omgekat en aan [slachtoffer 1] is geleverd. In het zitmeubilair uit de [kenteken 7] waren stoelairbags (3n) gemonteerd die weer uit een andere auto afkomstig zijn, namelijk uit de Audi met kenteken [kenteken 14]. Die [kenteken 14] was in de nacht van 29 op 30 oktober 2019 gestolen in Alphen aan den Rijn.
Uit het voorgaande volgt dat [verdachte] een omgekatte auto via [bedrijf 2] heeft verkocht aan [slachtoffer 1].
Uit de hiervoor opgesomde feiten en omstandigheden, waarvan de tijdlijn deel uitmaakt, concludeert het hof dat [verdachte] op het moment van verkoop van de auto aan [slachtoffer 1] wist dat deze was omgekat en dat er gestolen onderdelen in waren gemonteerd. Daarmee heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan opzetheling en aan oplichting van [slachtoffer 1].
BMW 118i met kenteken [kenteken 54], verkocht aan [slachtoffer 2] (2 en 3ii)
In de loods zijn onderdelen aangetroffen van een BMW 116i met kenteken [kenteken 54]. Uit onderzoek bleek dat die auto van 23 april 2019 tot en met 6 juni 2019 op naam heeft gestaan van [verdachte]. Sinds 6 juni 2019 stond de naam op naam van [slachtoffer 2]. Naar aanleiding hiervan is de auto in beslag genomen.
[slachtoffer 2] is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat zij de auto als cadeau van haar man, [slachtoffer 3], heeft gekregen. [slachtoffer 3] is eveneens als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat de auto via Marktplaats werd aangeboden en dat hij deze van [verdachte] heeft gekocht.
Uit onderzoek is gebleken dat de auto (een BMW 118i) oorspronkelijk was voorzien van het kenteken [kenteken 35]. De [kenteken 35] is in de nacht van 11 op 12 maart 2019 gestolen in Heerhugowaard. Het oorspronkelijke VIN-nummer is weggehaald en vervangen door het VIN-nummer, behorende bij de BMW 116i met kenteken [kenteken 54]. Dat kenteken heeft van 23 april 2019 tot en met 6 juni 2019 op naam gestaan van [verdachte].
Uit onderzoek is verder gebleken dat de personenauto voorzien van het V.I.N. [VIN-nummer] en het kenteken [kenteken 54] op 11 april 2019 te Dorst als gevolg van een aanrijding beschadigd was geraakt. De kleur die voor dit voertuig werd opgegeven door de verbalisanten die de aanrijding afhandelden was grijs.
Uit navraag bij het L.I.V. bleek verder dat [verdachte] op 24 april 2019, online bij de RDW een kleurwijziging voor het voertuig voorzien van het V.I.N. [VIN-nummer] en het kenteken en [kenteken 54] doorgaf naar blauw, waarbij als opmerking werd ingevuld: ‘schade auto’.
[verdachte] heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij inderdaad een BMW met kenteken [kenteken 54] als schadeauto heeft gekocht en daarvoor een kleurwijziging heeft aangevraagd van grijs naar blauw, maar dat dit wel moest omdat die schadeauto al blauw was toen hij hem kocht. Hij heeft toen die blauwe auto opgeknapt en doorverkocht aan [slachtoffer 3], aldus [verdachte].
Met de rechtbank hecht het hof geen geloof aan deze verklaring van [verdachte]. Als die juist zou zijn, zou dat immers betekenen dat een schadeauto die ten tijde van het oplopen van de schade (op 11 april 2019) nog grijs was, inmiddels door iemand blauw was gespoten toen [verdachte] die auto op 23 april 2019 op zijn naam kreeg. Dat is ongeloofwaardig. Veel aannemelijker is, dat de schadeauto, toen [verdachte] die kocht, nog grijs was, en dat [verdachte], omdat hij toen al wist dat hij de identiteit daarvan zou gaan gebruiken om een gestolen blauwe auto om te katten (zoals ook feitelijk is gebeurd), de op het kenteken bewijs vermelde kleur heeft laten veranderen. Uit het vorenstaande volgt dat en waarom zowel de oplichting (feit 2) als de heling (feit 3ii) wettig en overtuigend bewezen is ten aanzien van [verdachte].
Overige auto-onderdelen
In het proces-verbaal van het bureau Forensische Opsporing van de politie Den Haag worden de diverse aangetroffen onderdelen beschreven. Die onderdelen zijn in de dagvaarding omschreven onder 3a, b, c, d, e, f, h, i, j, k, l, o, p, q, r, s, t, u, v, w, x, y, z, aa, bb, cc en dd. Van alle in beslaggenomen onderdelen wordt vermeld dat die afkomstig zijn van gestolen voertuigen. Het hof gaat uit van de conclusies van de deskundige een ziet geen redenen om hieraan te twijfelen. Van alle gestolen voertuigen is aangifte gedaan, die zich in het dossier bevinden. Dat betekent dat een substantieel deel van de goederen die in de loods en in de box zijn aangetroffen van misdrijf afkomstig is.
[verdachte] heeft geen aannemelijke, verifieerbare hem ontlastende verklaring gegeven voor de wijze waarop hij in het bezit is gekomen van deze, van misdrijf afkomstige, goederen.
Voor de bewezenverklaring van een feit kan mede redengevend worden geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheiden feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt. Laatstbedoelde situatie doet zich hier voor, nu het in alle gevallen gaat om (onderdelen van) van misdrijf afkomstige voertuigen.
Het hof betrekt in dit oordeel de bewijsmiddelen zoals weergegeven bij feit 4 (goederen in de loods in Nieuwerkerk aan den IJssel) en bij de feiten 2 en 3ii (auto [slachtoffer 3]), 2 en 3g en 3n (auto [slachtoffer 1]), 3m (witte Volkswagen) en 3hh (zwarte Audi). Het hof heeft omtrent deze goederen geconcludeerd dat [verdachte] wist dat deze van misdrijf afkomstig waren en dat hij schadeauto’s gebruikte om gestolen auto’s om te katten. Het hof acht dit mede redengevend voor het bewijs van de opzet op de heling van de overige in de loodsen aangetroffen onderdelen. Het hof acht derhalve bewezen dat [verdachte] op het moment dat hij deze goederen verwierf wist dat de goederen van misdrijf afkomstig waren.
Dat betekent dat gewoonteheling wettig en overtuigend bewezen is voor alle overige onderdelen.
Op de bewezenverklaring wordt uitgezonderd onderdeel 3 dd van de tenlastelegging en de onderdelen 3 ee, 3 ff en 3 gg.
Volgens de politie zijn onderdelen van een auto met kenteken [kenteken 30] (feit 3 dd) deels aangetroffen in de box in Alphen aan den Rijn. Volgens het inlogsysteem van [bedrijf 1] is op 26 februari 2020 voor het laatst ingelogd in box 003. Het voertuig met kenteken [kenteken 30] (dd) is gestolen op 1 maart 2020. Daarmee is onvoldoende bewijs voorhanden dat de verdachte [verdachte] dit feit heeft gepleegd zodat vrijspraak dient te volgen ten aanzien van onderdeel 3 dd. Met betrekking tot hetgeen onder 3 ee, 3 ff en 3 gg ten laste is gelegd is geen bewijs voorhanden dat [verdachte] daarbij een rol heeft gespeeld.
Mededaderschap ten aanzien van de jegens [verdachte] bewezenverklaarde feiten 2 en 3
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is dat er mededaders waren van de feiten.
Tot dat oordeel is onder meer redengevend dat weliswaar is gebleken dat de telefoons van [broer verdachte] en [persoon 1] regelmatig hebben aangestraald op masten in het gebied waarbinnen de loods te Bodegraven is gelegen, maar dat daaruit nog niet volgt dat zij op de een of andere wijze betrokken waren bij hetgeen zich in die loods afspeelde, en al evenmin dat zij op de hoogte waren van de herkomst van de goederen die in de loods werden opgeslagen. Hetzelfde geldt voor de - op zich vaststaande in elk geval aannemelijke – omstandigheid dat zowel [persoon 1] als [broer verdachte] in het bedrijf [bedrijf 1] aanwezig zijn geweest en daar kennelijk [verdachte] hebben geholpen met het in- en uitladen van auto-onderdelen. Ook die omstandigheden tezamen leveren nog steeds niet het wettig en overtuigend bewijs op van wetenschap omtrent de herkomst van de aangetroffen auto-onderdelen. Voor de feiten die zien op de diverse concrete auto’s waarvan ten laste van [verdachte] bewezen is geacht dat hij zich daarmee heeft schuldig gemaakt aan oplichting en/of opzetheling kan evenmin gesproken worden van mededaderschap. Van enige rol daarbij van [persoon 1] en [broer verdachte] bij die auto’s is immers niet gebleken. De enkele omstandigheid dat [persoon 1] de huur van de loods in Nieuwerkerk aan den IJssel vanaf zijn rekening heeft betaald brengt nog niet met zich dat hij enige wetenschap heeft gehad omtrent hetgeen zich in die loods bevond. Hetzelfde geldt voor [broer verdachte], nu in het dossier onvoldoende bewijs is dat hem met de inhoud van de loodsen in verband brengt.
Vrijspraak feit 1
Zoals uit het vorenstaande volgt, is er onvoldoende bewijs om aan te nemen dat [persoon 1] en/of [broer verdachte] als mededader betrokken zijn geweest bij deze strafbare feiten. De aannames van het openbaar ministerie dat achter [verdachte] een gestructureerd samenwerkingsverband actief is geweest met diefstal en omkatten van auto’s mag aannemelijk zijn, bewijs daartoe ontbreekt.
Dit brengt mee dat vrijspraak moet volgen van het onder feit 1 tenlastegelegde.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2.hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2018 tot en met 6 oktober 2020 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk en/of IJmuiden en/of Alphen aan den Rijn en/of Hengelo (O) en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [ slachtoffer 1] en/of
- [ slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of
- [slachtoffer 4]
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
- de afgifte van een geldbedrag van 10.245 euro (via een leaseconstructie) en haar inruilauto (VW Up) ter waarde van 5.750 euro en/of
- 3500 euro en/of
- zijn ruilauto (Audi A1),
door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (een) auto('s) te (laten) voorzien van (een) ander(e), niet bij de auto('s) behorend(e), VIN-nummer(s) en/of kenteken en/of kenteken platen en/of kenteken bewijs/-bewijzen en/of (aldus) (laten) voorzien van een valse/andere identiteit, waardoor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;
3. primairhij in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020, in het arrondissement Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) op na te melden tijdstippen, op na te melden plaatsen, (telkens) na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen (telkens) wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:
a. 1. - een geluids- en navigatiesysteem van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 1] en/of
b. - een navigatiesysteem van een auto, merk Audi A3 met kenteken [kenteken 2] en/of
c. - een onderdeel uit het interieur van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 3] en/of
d. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 4] en/of
e. - een compleet zitmeubilair van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 5] en/of
f. - een compleet zitmeubilair van een auto, merk VW Up! met kenteken [kenteken 6] en/of
g. - een auto en/of los een compleet zitmeubilair en/of bodembedekking en/of een elektronisch onderdeel van die auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 7] en/of
h. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 8] en/of
i. - een compleet zitmeubilair en/of vloermatten van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 9] en/of
j. - een elektronisch onderdeel uit het interieur van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 10] en/of
k. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 11] en/of
l. - twee koplampunits en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 12] en/of
m. - een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 13] en/of n. - airbags van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 14], aangetroffen in een loods te Bodegraven en/of te Oeffelt in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 3 maart 2020;
en/of
o. 2. - een compleet zitmeubilair en/of stuur en/of linker buitenspiegel van een auto, merk Audi A4 met kenteken [kenteken 15] en/of
p. - twee gordels en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A4 met kenteken [kenteken 16] en/of
q. - een dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 17] en/of
r. - een stuurinrichting inclusief stuurwiel met airbag en vloermatten van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 18] en/of
s. - een stuur airbag en/of dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 19] en/of
t. - een stuur airbag en/of dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 20] en/of
u. - een stuur airbag en/of twee gordels van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 21] en/of
v. - een complete achterklep van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 22] en/of
w. - een passagiersairbag en/of vloermatten en/of koplampen en/of motorkap en/of voorbumper en/of voorspatscherm van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 23], aangetroffen in een loods te Alphen aan den Rijn in of omstreeks de pleegperiode van 26 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
en/of
x. 3. - een dashboard en/of een of meer, al dan niet elektronisch(e) onderde(e)l(en) uit het interieur van een auto, merk Audi A3 met kenteken [kenteken 24] en/of
y. - een dashboard inclusief passagiersairbag en/of vloermatten van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 25] en/of
z. - een dakhemelbekleding en/of motorkap en/of voorbumper en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 26] en/of
aa. - een kenteken plaat en/of dashboard inclusief passagiersairbag en/of stuur en/of airbag van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 27] en/of
bb. - een dashboard inclusief passagiersairbag en/of twee koplampunits en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A3 met kenteken [kenteken 28] en/of
cc. - vloermatten en/of een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 29] en/of
dd. - diverse onderdelen, waaronder airbags en/of stuur en/of dashboard inclusief passagiersairbag en/of portieren en/of complete achterklep van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 30], aangetroffen in een loods te Bodegraven en/of Alphen aan den Rijn in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
en/of
ee. 4. een motorblok van een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 31] en/of
ff. - vier portieren van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 32] en/of
gg. - voorstoelen en/of een complete achterbak en/of beide koplampen en/of een voorbumper van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 33], aangetroffen in een autobedrijf te Alphen aan den Rijn in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
en/of
hh. 5. - een auto, merk Audi A1 met kenteken [kenteken 34] en/of
ii. - een auto, merk BMW met kenteken [kenteken 35], aangetroffen in respectievelijk Boskoop en Vlaardingen in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2020;
4. primairhij in of omstreeks de pleegperiode van 1 maart 2018 tot en met 9 mei 2018, in het arrondissement Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen een gewoonte heeft/hebben gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) op na te melden plaats(en), (telkens) na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen (telkens) wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen:
a. 1. - een navigatiesysteem een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 36] en/of
b. - een compleet zitmeubilair met armsteun van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 37] en/of
c. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 38] en/of
d. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 39] en/of
e. - airbags en/of een voorbumper en/of voorspatscherm van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 40] en/of
f. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 41] en/of
g. - een dashboard inclusief passagiersairbag van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 42] en/of
h. - een airbag en/of motorkap en/of hoedenplank van een auto, merk VW Golf met kenteken [kenteken 43] en/of
i. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 44] en/of
j. - een of meer onderde(e)l(en) van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 45] en/of
k. - een airbag en/of achterbumper en/of voorfront met radiateur en/of voorspatscherm van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 46] en/of
l. - vier portieren en/of achterklep en/of achterbumper van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 47] en/of
m. - vier portieren en/of airbags en/of achterbumper en of/kofferklep van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 48] en/of
n. - twee achterportieren van een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 49] en/of
o. - een dashboard en/of vier portieren en/of een achterbumper en/of kofferklep van een auto, merk
VW Golf met kenteken [kenteken 50] en/of
p. - een auto, merk VW Polo met kenteken [kenteken 51],
aangetroffen in een loods te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
oplichting, meermalen gepleegd.
Het onder 3 primair bewezenverklaarde levert op:
van het plegen van opzetheling een gewoonte maken.
Het onder 4 primair bewezenverklaarde levert op:
van het plegen van opzetheling een gewoonte maken.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gewoonte maken van opzetheling en oplichting door het omkatten van auto’s. Het systeem van het stelen van auto’s en omkatten daarvan, alsmede het verwerken van onderdelen van gestolen auto’s, kan slechts functioneren door de medewerking van personen als de verdachte, die onderdelen en (gehele) auto’s in het bezit krijgen waarvan zij weten dat dit gestolen voertuigen betreft. Daarmee is de verdachte betrokken geweest bij de handel in gestolen auto’s en onderdelen van gestolen auto’s. Bij de doorzoeking van de loodsen die hij huurde is gebleken dat dit opslagruimtes betroffen met (nagenoeg) uitsluitend gestolen waar.
De verdachte heeft bij zijn handelen enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en heeft zich op geen enkel moment en op geen enkele wijze bekommerd om de schade die is veroorzaakt door de vele hieraan voorafgegane autodiefstallen. Deze autodiefstallen hebben veel overlast, schade en ongemak veroorzaakt, hetgeen volgt uit de vorderingen van de benadeelde partijen. Dit alles maakt de rol van de verdachte in het geheel van het criminele proces tot een ernstige.
Ook de bonafide afnemers van de omgekatte auto’s leiden schade door het gedrag van personen als de verdachte nu dergelijke auto’s bij ontdekking uit de handel moeten worden genomen.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 september 2023, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten.
Voorts heeft het hof acht geslagen op de door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden. De verdachte heeft verklaard dat hij werk heeft als ‘autoambulance-medewerker’. Voorts heeft hij verklaard dat hij geen contact heeft met de reclassering, dat hij dit niet nodig acht en dat hij door de schuldhulpverlening wordt geholpen.
Schending redelijke termijn
Het hof heeft vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ten aanzien van de inzendtermijn in hoger beroep is geschonden.
Als uitgangspunt heeft immers – met betrekking tot onderhavige zaak - te gelden dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn indien de stukken van het geding meer dan 6 maanden na het instellen van het hoger beroep ter griffie van de appelrechter zijn binnengekomen. Door het openbaar ministerie is op 30 maart 2021 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Het dossier is op 23 december 2021 bij het hof binnengekomen. De inzendtermijn van 6 maanden na het instellen van het hoger beroep is derhalve met 3 maanden overschreden.
Voorts constateert het hof dat de behandeling van de zaak in hoger beroep niet binnen 16 maanden na het instellen van het hoger beroep is afgerond met een eindarrest. Het hof constateert in dit kader een overschrijding van ongeveer 14 maanden.
Gelet op het vorenstaande zal het hof de genoemde overschrijdingen verdisconteren in de strafmaat. Waar het hof zonder schending een gevangenisstraf van 26 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, zou hebben opgelegd, wordt daarop, vanwege de schending, 3 maanden in mindering gebracht.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 23 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk - een passende en geboden reactie vormt.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 bewezenverklaarde, tot een bedrag van € 4.108,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 3.500,00 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezenverklaarde.
De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige zal de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 3.500,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2].
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 21.745,00.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij de vordering beperkt tot een bedrag van
€ 15.995,00. In hoger beroep is de vordering tot dat bedrag aan de orde.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.
De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 15.995,00 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezenverklaarde.
De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 15.995,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1].
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 6]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 6] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 9.950,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.
De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof staat de bewezenverklaarde heling in een te ver verwijderd verband van de diefstal om te kunnen spreken van rechtstreekse schade.
De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 7]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 7] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 1.725,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.
De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof staat de bewezenverklaarde heling te ver verwijderd verband van de diefstal om te kunnen spreken van rechtstreekse schade.
De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 8]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 8] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 9.000,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.
De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof staat de bewezenverklaarde heling te ver verwijderd verband van de diefstal om te kunnen spreken van rechtstreekse schade.
De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 326 en 417 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2, 3 primair en 4 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 23 (drieëntwintig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 45 (vijfenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 6 juni 2019.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 15.995,00 (vijftienduizend negenhonderdvijfennegentig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 15.995,00 (vijftienduizend negenhonderdvijfennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 114 (honderdveertien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 1 juni 2020.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mr. W.J. van Boven, mr. B. Stapert en mr. M. Koole, in bijzijn van de griffier mr. M. Rouw.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 oktober 2023.
Mr. B. Stapert en mr. M. Rouw zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.