Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 29 juni 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([land]) op [geboortedatum] 1969,
adres: [woonadres], [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 22 oktober 2022 te 's-Gravenhage aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere (ernstige) breuken in een of meer (rug)wervel(s) en/of bloedingen van/aan beide ogen, met bedreigd zicht ten gevolge, heeft toegebracht door:
- die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) te slaan in/tegen/op haar gezicht en/of hoofd en/of lichaam en/of - die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) te schoppen/trappen en/of knietjes te geven tegen haar rug en/of ribben, althans tegen haar lichaam en/of
- die [slachtoffer] op te pakken en/of op de grond te gooien;
Subsidiairhij op of omstreeks 22 oktober 2022 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) heeft geslagen in/tegen/op haar gezicht en/of hoofd en/of lichaam en/of
- die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) heeft geschopt/getrapt en/of knietjes heeft gegeven tegen haar rug en/of ribben, althans tegen haar lichaam en/of
- die [slachtoffer] heeft opgepakt en/of op de grond heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Meer subsidiairhij op of omstreeks 22 oktober 2022 te 's-Gravenhage [slachtoffer] heeft mishandeld door:
- die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) te slaan in/tegen/op haar gezicht en/of hoofd en/of lichaam en/of - die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) te schoppen/trappen en/of knietjes te geven tegen haar rug en/of ribben, althans tegen haar lichaam en/of
- die [slachtoffer] op te pakken en/of op de grond te gooien, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere (ernstige) breuken in een of meer (rug)wervel(s) en/of bloedingen van/aan beide ogen, met bedreigd zicht ten gevolge, ten gevolge heeft gehad.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, behalve ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan.
Om die reden zal het hof het vonnis waarvan beroep dan ook te dien aanzien vernietigen. Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis, met dien verstande dat het hof de hierna te vermelden aanvullingen aanbrengt.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve -behoudens voor zover het wordt vernietigd- onder aanvulling van gronden te worden bevestigd.
Aanvulling van de bewijsmiddelen
Het hof vervangt de in dat vonnis opgenomen bewijsmiddelen genummerd 5 en 6 als volgt.
5.Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 22 oktober 2022, voor zover inhoudende (p. 33-34):
Ik, verbalisant [verbalisant], kwam ter plaatse aan de [adres] te ’s-Gravenhage.
Ik zag dat mevrouw [slachtoffer] zichtbaar letsel in haar gezicht had. Ik zag dat [slachtoffer] haar gezicht rood, blauw en opgezwollen was. Ook zag ik dat [slachtoffer] letsel op haar linkerhand had. Ik zag dat deze blauw en opgezwollen was.
Ik vroeg aan [slachtoffer] wat er gebeurd was. Ik hoorde haar zeggen dat haar ex-vriend “[verdachte]” haar meerdere keren in het gezicht had geslagen, haar tegen haar rug had geslagen, haar knietjes had gegeven in haar rug en dat hij haar op de grond had gegooid.
[slachtoffer] is later door het ambulancepersoneel onderzocht in de woning. [slachtoffer] kon door de pijn niet opstaan van de bank. Het ambulancepersoneel heeft [slachtoffer] vervolgens in een vacuümmatras uit de woning gehaald. [slachtoffer] is vervolgens naar het [ziekenhuis] te ‘s-Gravenhage vervoerd.
6.Een geneeskundige verklaring betreffende [slachtoffer], opgemaakt op 20 februari 2023, voor zover inhoudende:
A. Uitwendig waargenomen letsel:
(…) – bloedingen van beide ogen
(…)
E. Overige van belang zijnde informatie:
- zeer ernstige breuken wervels operatie door neurochirurg
- bedreigd oog/zicht tgv bloeding oogarts in consult
- opname 22/10/22 t/m 10/11/2022
F. Geschatte duur van genezing:
- enkele maanden
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich op 22 oktober 2022 te Den Haag, onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol, zijn ex-partner op brute en nietsontziende wijze mishandeld. Zij heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Onder meer gebroken rugwervels en bloedingen in haar beide ogen. Zij was dermate toegetakeld dat zij direct naar het ziekenhuis moest. Vervolgens heeft zij meerdere operaties moeten ondergaan. Het slachtoffer ondervindt van het haar aangedane hevige geweld nog altijd de gevolgen en zij is nog steeds niet volledig hersteld, zo is ook ter terechtzitting in hoger beroep door haar gemachtigde verklaard.
Uit de “Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken” volgt dat bij een bewezenverklaring van zware mishandeling, het oriëntatiepunt van 8 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf geldt als sprake is van het opzettelijk toebrengen van “zeer zwaar” lichamelijk letsel. Onder “zeer zwaar” lichamelijk letsel moet in elk geval moet worden begrepen, aldus de toelichting, zwaar lichamelijk letsel waarvan een zeer lange herstelperiode (meer dan zes maanden) wordt verwacht.
Een dergelijke lange herstelperiode is, anders dan de raadsman voorstaat, wel degelijk aan de orde. Dat blijkt uit de inhoud van een “medisch advies” d.d. 19 juni 2023, het slachtoffer betreffende (bijlage bij de schadevordering), zoals ook besproken ter terechtzitting in hoger beroep. Daarin relateert de internist [internist] dat het slachtoffer is doorverwezen voor uitgebreide fysiotherapie, en dat uit het laatste verslag daarvan d.d. 26 april 2023, blijkt dat de pijnklachten afnemen, maar dat er nog geen sprake is van volledig herstel. Kortom, zes maanden na de zware mishandeling was het slachtoffer nog niet hersteld.
Het hof zal daarom als uitgangspunt bij de strafoplegging uitgaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.
In strafverzwarende zin weegt het hof mee dat sprake is van geweld in de huiselijke sfeer, te weten in de woning van het slachtoffer.
Het hof heeft daarentegen ook acht geslagen op het feit dat de verdachte ter terechtzitting duidelijk heeft gemaakt dat hij zijn leven een positieve wending heeft gegeven. Dit volgt ook uit de omstandigheid dat de verdachte de bijzondere voorwaarden verbonden aan de schorsing van zijn voorlopige hechtenis per 3 november 2022 – waaronder de voorwaarde die gericht is op het voorkomen van alcoholgebruik - tot op heden heeft nagekomen.
Justitiële documentatie
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 14 februari 2024, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit.
Persoon van de verdachte
Het hof heeft tevens acht geslagen op het reclasseringsadvies d.d. 31 oktober 2022. De reclassering adviseert een meldplicht bij de reclassering, een contact-, locatie- en alcoholverbod, alsmede de plicht om mee te werken aan middelencontrole.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat als het hof die voorwaarden zou opleggen, hij daar mee kan instemmen.
De slotsom
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf van een langere duur dan aan de verdachte bij vonnis in eerste aanleg is opgelegd en door de advocaat-generaal in hoger beroep is gevorderd, passend en geboden is. Het voorwaardelijke strafdeel dient de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Het feit is te ernstig om -anders dan de raadsman heeft betoogd- tot een strafmodaliteit te komen waarbij de verdachte, rekening houdende met de reeds door hem ondergane voorlopige hechtenis, niet opnieuw een vrijheidsbeneming zou moeten ondergaan.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dat noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden gedurende de proeftijd van 1 (één) jaar niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij GGZ Reclassering Fivoor op het adres Johanna Westerdijkplein 40, 2521 EN Den Haag. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- zich laat behandelen door de forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zodra er plek is. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
- op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1973, zolang de reclassering dit verbod nodig vindt;
- zich niet zal bevinden in de straat van de woning van het slachtoffer ([adres] in Den Haag) zolang de reclassering dit verbod nodig vindt;
- meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. F.W. van Lottum, mr. R. van der Hoeven en mr. E. Mak, in bijzijn van de griffier mr. E. Wouters.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 maart 2024.
Mr. E. Mak is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.