ECLI:NL:GHDHA:2024:279

ECLI:NL:GHDHA:2024:279, Gerechtshof Den Haag, 08-02-2024, BK-23/484

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 08-02-2024
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer BK-23/484
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0005537

Samenvatting

Hoorplicht; geen kostenvergoeding bezwaarfase; uitspraak op bezwaar niet prematuur

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Uitspraak van 8 februari 2024

[X] te [Z] , belanghebbende,

Team Belastingrecht

enkelvoudige kamer

nummer BK-23/484

in het geding tussen:

(gemachtigde: A. van Velsen)

en

de invorderingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, de Invorderingsambtenaar,

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 maart 2023, nummer SGR 22/1454.

Procesverloop

Aan belanghebbende is een dwangbevel met bevel tot betaling van aanslagen van 31 januari 2019 in de lokale heffingen (watersysteemheffing en zuiveringsheffing) voor het jaar 2019 van € 279,70 (de aanslagen) en aanmaningskosten van € 8 uitgevaardigd. Bij het dwangbevel zijn kosten van betekening tot een bedrag van € 64 in rekening gebracht (de betekeningskosten).

Belanghebbende heeft tegen de in rekening gebrachte betekeningskosten een bezwaarschrift ingediend. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Invorderingsambtenaar het bezwaar gegrond verklaard en het dwangbevel ingetrokken.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. Een griffierecht van € 50 is geheven. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende is van de uitspraak van de Rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is geen griffierecht geheven. De Invorderingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft op 5 januari 2024 nadere stukken ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 16 januari 2024. Partijen zijn verschenen. Ter zitting is tevens behandeld het hoger beroep van belanghebbende in de zaak met nummer BK-23/732. Wat ter zitting in die zaak is aangevoerd, wordt aangemerkt als eveneens te zijn aangevoerd in de onderhavige zaak. Van het verhandelde ter zitting is één proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

Belanghebbende heeft de aanslagen niet tijdig betaald. Daarop heeft de Invorderingsambtenaar met dagtekening 23 juli 2021 een aanmaning verzonden en daarbij € 8 aanmaningskosten in rekening gebracht. Met dagtekening 5 augustus 2021 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de aanmaningskosten.

Op 23 oktober 2021 heeft de Invorderingsambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd, wegens het uitblijven van betaling van de aanslagen en de aanmaningskosten. Hierbij zijn betekeningskosten van € 64 in rekening gebracht.

Bij uitspraak op bezwaar van 14 januari 2022 heeft de Invorderingsambtenaar, omdat nog geen uitspraak was gedaan op het bezwaar tegen de aanmaningskosten, het dwangbevel ingetrokken en de betekeningskosten laten vervallen. Een hoorgesprek heeft niet plaatsgevonden.

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft overwogen, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Invorderingsambtenaar als verweerder:

“5. In geschil is of verweerder eiser in de gelegenheid had moeten stellen de gronden van het bezwaar nader aan te vullen. Daarnaast is in geschil of de hoorplicht is geschonden. Tot slot is in geschil of er sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

6. Eiser stelt zich primair op het standpunt dat verweerder hem ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld het pro forma bezwaarschrift nader te motiveren, en dat sprake is van een premature uitspraak op bezwaar. Daarnaast stelt eiser zich op het standpunt dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. Subsidiair stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend.

7. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de uitspraak op bezwaar niet prematuur is. Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat terecht afgezien is van horen, aangezien volledig tegemoet is gekomen aan het bezwaar. Verweerder stelt verder dat bij nevenvorderingen, zoals een verzoek om proceskostenvergoeding, niet gehoord hoeft te worden. Verder stelt verweerder dat er is geen sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en verwijst daartoe naar de uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland van 15 oktober 2021, 24 december 2021 en 18 januari 2022.1

Uitspraak op bezwaar

8. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder prematuur uitspraak op bezwaar heeft gedaan door haar niet in de gelegenheid te stellen haar pro forma bezwaarschrift aan te vullen voor het doen van de uitspraak op bezwaar.

9. Artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het bezwaarschrift ten minste de gronden van het bezwaar moet bevatten. Ingevolge artikel 6:6 van de Awb kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet aan één van de vereisten van artikel 6:5 van de Awb wordt voldaan.

10. Eiser heeft een bezwaarschrift ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het door eiser ingediende bezwaarschrift een grond, namelijk dat er reeds bezwaar is aangetekend tegen de aanmaningskosten waarop op de datum van dagtekening van de uitvaardiging van het dwangbevel nog geen uitspraak op bezwaar is gedaan. Verweerder kon uit die grond afleiden waar het bezwaar van eiser betrekking op had en op grond daarvan een uitspraak op bezwaar doen. Indien een belastingschuldige vóór het verstrijken van de in de aanmaning gestelde betalingstermijn bezwaar aantekent tegen de aanmaning en tegen de daarin begrepen aanmaningkosten, brengt het zorgvuldigheidsbeginsel namelijk mee dat verweerder, alvorens hij de dwanginvordering voortzet door middel van het uitvaardigen van een dwangmiddel, een beslissing neemt met betrekking tot dat bezwaar.2 De rechtbank is derhalve van oordeel dat verweerder eiser terecht niet in de gelegenheid heeft gesteld om binnen een door de verweerder gestelde termijn nadere gronden in te dienen en dat verweerder aldus niet prematuur uitspraak op bezwaar heeft gedaan.

Hoorplicht

11. De rechtbank stelt voorop dat verweerder in de bestreden uitspraak tegemoet is gekomen aan het bezwaar van eiser en het dwangbevel is ingetrokken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden, omdat verweerder volledig aan het bezwaar van eiser is tegemoetgekomen. Verweerder kan op grond van het bepaalde in artikel 7:3, onderdeel e, van de Awb afzien van het horen. De omstandigheid dat eiser in het bezwaarschrift heeft verzocht om vergoeding van proceskosten, leidt niet tot een ander oordeel. De hoorplicht heeft namelijk geen betrekking op nevenvorderingen, zoals vorderingen tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade.3

Proceskostenvergoeding bezwaarfase

12. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Awb worden de kosten, die eiser in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van eiser voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

13. Op grond van het bepaalde in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid van de Awb uitsluitend betrekking hebben op onder meer kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Eiser stelt dat zijn gemachtigde een zodanige derde is. Verweerder heeft deze stelling gemotiveerd betwist.

14. Nu verweerder de stelling van eiser gemotiveerd heeft betwist, is het aan eiser om aannemelijk te maken dat de gemachtigde de werkzaamheden inzake de indiening en verdere behandeling van het bezwaar en beroep heeft verricht in zijn hoedanigheid van een professioneel rechtsbijstand verlenende derde. Naar oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. Met de enkele stelling dat in andere procedures een proceskostenvergoeding is toegekend en waarin is geoordeeld dat de gemachtigde als professioneel juridische dienstverlener kan worden aangemerkt maakt niet aannemelijk dat sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens volgt uit de uitspraak van 31 januari 2023 van het Gerechtshof Amsterdam dat de gemachtigde geen beroepsmatige rechtsbijstand verleent aan eiser.4

15. Eiser heeft een bewijsaanbod gedaan, waaronder begrepen het horen van getuigen. In de uitnodiging voor de zitting is eiser gewezen op het bepaalde in artikel 8:60, vierde lid, van de Awb. De rechtbank gaat het bewijsaanbod voorbij. Eiser heeft het getuigenaanbod niet gespecificeerd en niet gesteld waarover de getuigen concreet zouden kunnen verklaren.

16. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de gemachtigde geen derde in de zin van artikel 1, onderdeel a, van het Bpb. Voor een kostenvergoeding op de voet van deze bepaling is voor de bezwaarprocedure daarom reeds geen reden.

17. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.

18. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

(…)

1. ECLI:NL:RBNHO:2021:12295, ECLI:NL:RBNHO:2021:12296, 1ECLI:NL:RBNHO:2021:12297, ECLI:NL:RBNHO:2021:12298, ECLI:NL:RBNHO:2021:12299, ECLI:NL:RBNHO:2021:12300, ECLI:NL:RBNHO:2021:9975, ECLI:NL:RBNHO:2021:9976, ECLI:NL:RBNHO:2021:9977 en ECLI:NL:RBNHO:2022:105.

2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6876.

3 Hoge Raad 25 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1619.

4 Gerechtshof Amsterdam 31 januari 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:408.”

Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

In geschil is of de Rechtbank terecht heeft beslist:

- dat de hoorplicht niet is geschonden

- dat de Invorderingsambtenaar het bezwaar niet hoefde te laten aanvullen

- dat belanghebbende geen recht heeft op vergoeding van kosten voor de behandeling van het bezwaar

- dat aan het bewijsaanbod kan worden voorbijgegaan.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het hoger beroep, tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank.

De Invorderingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

Beoordeling van het hoger beroep

De griffier heeft bij brief van 13 september 2023, mede op basis van gegevens die belanghebbende heeft overgelegd, vooralsnog afgezien van het heffen van griffierecht. De griffier heeft geen nadere gegevens bij belanghebbende opgevraagd. Gelet daarop wijst het Hof het beroep op betalingsonmacht inzake griffierecht in deze zaak definitief toe.

De Rechtbank heeft naar het oordeel van het Hof op goede gronden juiste beslissingen genomen op alle geschilpunten. In hoger beroep heeft belanghebbende niets aangevoerd dat het Hof tot een ander oordeel leidt.

Wat betreft het door belanghebbende in het hogerberoepschrift gedane bewijsaanbod geldt het volgende. Voor zover het bewijsaanbod ziet op getuigenbewijs, is belanghebbende in de uitnodiging voor de zitting van het Hof gewezen op de mogelijkheid getuigen mee te brengen of op te roepen. Voor zover het bewijsaanbod ziet op het bijbrengen van schriftelijk bewijs, is belanghebbende in de uitnodiging voor de zitting erop gewezen dat nadere stukken uiterlijk tien dagen voor de zitting moeten worden ingediend. Dat belanghebbende van deze mogelijkheden geen gebruik gemaakt heeft, komt voor zijn rekening en risico. Het belang van een doelmatige procesgang weegt zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij het alsnog overleggen van het aangeboden bewijs. Het Hof passeert daarom het bewijsaanbod.

Het hoger beroep is ongegrond.

Proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Deze uitspraak is vastgesteld door F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de griffier

L. van den Bogerd. De beslissing is op 8 februari 2024 in het openbaar uitgesproken.

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

a. - de naam en het adres van de indiener;

b. - de dagtekening;

c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. - de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?