GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.319.926/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/620490 / HA ZA 21-523
Arrest van 10 december 2024
in de zaak van
[appellant] ,
wonend in [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. E.B. van den Ouden, kantoorhoudend in Oude-Tonge,
tegen
EuroCollege Hogeschool Rotterdam B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.J.F. [vestigingsdirecteur], kantoorhoudend in 's-Gravenhage.
Het hof zal partijen hierna noemen [appellant] en EuroCollege.
1. De zaak in het kort
[appellant] heeft in augustus 2017 een onderwijsovereenkomst gesloten met EuroCollege voor de (versnelde) hbo-opleiding International Business & Entrepreneurship. In oktober 2019 heeft [appellant] de onderwijsovereenkomst ontbonden. In hoger beroep ligt de vraag voor of Eurocollege is tekortgeschoten in de nakoming van de met [appellant] gesloten onderwijsovereenkomst. Het hof laat [appellant] toe tot het leveren van bewijs dat afwijkende, individuele afspraken met EuroCollege zijn gemaakt over intensievere begeleiding van [appellant].
2. Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 20 oktober 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 juli 2022 (hierna: het vonnis);
het arrest van dit hof van 14 februari 2023, waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast (deze is niet gehouden);
de memorie van grieven van [appellant], met bijlagen;
de memorie van antwoord van EuroCollege, met bijlagen;
de bijlagen 7-9 die [appellant] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft overgelegd.
Op 28 juni 2024 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht. De advocaat van [appellant] heeft dat gedaan aan de hand van pleitaantekeningen die hij heeft overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.
3. Feitelijke achtergrond
De rechtbank is in het vonnis onder 2.1 tot en met 2.14 uitgegaan van een aantal feiten. Met de grieven I tot en met V klaagt [appellant] dat de rechter de feiten in rov. 2.2, 2.4 tot en met 2.6 en 2.8 tot en met 2.13 te beperkt en onvolledig heeft weergegeven. De rechtbank was echter niet gehouden alle feiten te vermelden. Het stond de rechtbank vrij alleen die feiten op te nemen die zij voor haar beoordeling van belang achtte. Deze grieven falen daarom. Dat neemt niet weg dat het hof, voor zover hij daartoe aanleiding ziet, rekening zal houden met wat [appellant] in de toelichting op de grieven heeft aangevoerd. Omdat [appellant] in de grieven I tot en met V de door de rechter (wel) vastgestelde feiten verder niet betwist, zijn deze in hoger beroep niet in geschil en dienen zij daarom ook voor het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
Het (particuliere) EuroCollege biedt door het Ministerie van Onderwijs geaccrediteerde opleidingen aan. Dit wil zeggen dat de opleidingen elke zes jaar worden geaccrediteerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (de NVAO).
Een van de opleidingen die EuroCollege aanbiedt is de (versnelde) hbo-opleiding International Business & Entrepreneurship (hierna: IBE). Het collegegeld voor deze opleiding bedraagt € 15.750,- per jaar.
Voor deze hbo-opleiding wordt een onderwijsovereenkomst van drie jaar aangegaan. Het is in beginsel mogelijk de opleiding in 2 jaar en 8 maanden te voltooien. Of dat lukt is afhankelijk van de duur van stages en de periodes tussen leerperiodes en stages in en ook van de vraag of de student de laatste vier maanden nog nodig heeft voor het schrijven van de eindscriptie.
Na bij EuroCollege succesvol een mbo-opleiding te hebben afgerond overwoog [appellant] de (versnelde) hbo-opleiding IBE bij EuroCollege te gaan volgen. In dat kader heeft er een intakegesprek plaatsgevonden op 24 augustus 2017. Bij dit gesprek waren oprichter/algemeen directeur van EuroCollege Hogeschool (waaronder alle vestigingen vallen) [algemeen directeur] (hierna: [algemeen directeur]), [appellant] en de heer [vader appellant] (hierna: de vader van [appellant]) aanwezig.
Vervolgens heeft [appellant] op 24 augustus 2017 de onderwijsovereenkomst voor de hbo-opleiding IBE ondertekend.
In deze onderwijsovereenkomst is, voor zover van belang, bepaald:
“ Artikel 2 Duur en omvang van de opleiding De opleiding vangt aan op: 1 augustus 2017 en eindigt op: 31 juli 2020 en kent een studielastopbouw van; zie studiewijzer "International Business & Entrepeneurship (…) cohort 2017.
(…)
Artikel 4 Inrichting en examenvoorziening De school draagt zorg voor een zodanige inrichting van het onderwijs dat de deelnemer binnen een redelijke termijn (zie artikel 2: inschrijfduur), dat wil zeggen voor de opleiding als bedoeld in artikel 1, alle onderwijsdelen (clusters) kan behalen. Met betrekking tot de inrichting van het onderwijs en de examenvoorziening wordt verwezen naar de onderwijs- en examenregeling (artikel 7.13 WHW) van de instelling. De onderwijs- en examenregeling wordt beschreven in de studiegids van de opleiding. Deze studiegids wordt uitgereikt op de eerste schooldag en ligt ter inzage bij de studiebegeleider en afdeling examinering.
Artikel 5 Studie en beroepskeuzevoorlichting en studiebegeleiding
De instelling draagt zorg voor een zodanige studie- en beroepskeuzevoorlichting dat de deelnemer in staat is zijn eigen kwaliteiten en tijdens de studie behaalde resultaten, te vertalen in mogelijkheden voor het vinden van een passende baan of vervolgopleiding. (…) De instelling voorziet in studiebegeleiding van de deelnemer door het organiseren van studievaardigheids- en studiebegeleidingslessen. Regelmatig ontvangt de student een overzicht van de behaalde studieresultaten.
Artikel 6 Inhoud en inrichting werkoriëntatie en stages
Afspraken over de werkoriëntatie en stages (zomerstage en eindstage) worden neergelegd in een apart contract tussen de deelnemer, de instelling en het bedrijf of organisatie die de stage verzorgt. Met betrekking tot de inrichting van het onderwijs en de examenvoorziening van de werkoriëntatie en stages wordt verwezen naar de studiegids en de bijhorende handleidingen van de instelling.”
EuroCollege faciliteert dat studenten indien gewenst niet per 1 augustus met hun studie aanvangen maar per 1 januari het jaar daarop. Ook [appellant] is feitelijk per 1 januari 2018 met de opleiding begonnen. Daardoor startte hij met semester 2. Semester 1 kon later worden ingehaald. Uitgaande van een studieduur van drie jaar zou hij 31 december 2020 klaar zijn met de opleiding.
[appellant] heeft in 2018 enige studieachterstand opgelopen. De studieachterstand is in 2019 toegenomen.
In reactie op een e-mail van 23 april 2019 van EuroCollege aan de studenten over studieweek 18, met in cc de ouders, heeft de vader van [appellant] op 24 april 2019 een e-mail aan de heer [vestigingsdirecteur] (hierna: [vestigingsdirecteur]), toenmalig vestigingsdirecteur van EuroCollege, gestuurd met, voor zover van belang, de volgende inhoud:
“Hartelijk dank voor onderstaand bericht, het doet voorkomen dat het Euro College er alles aan doet om de studenten optimaal voor te bereiden op de komende tentamenperiode. Helaas voor u, en alle andere medewerkers van het Euro College, hoor ik van [appellant] andere verhalen wat ons vertrouwen in het Euro College niet bepaald verhoogd. In eerdere gesprekken met u en andere ( [algemeen directeur]) heb ik deze zorgen uitgesproken en steeds heeft men mij verzekerd “het gaat goed komen”. Echter wat blijkt, [appellant] haalt weinig voldoendes, krijg niet de door u beloofde extra begeleiding (een enkel gesprekje daargelaten) en wat veel erger is hij heeft weinig zelfvertrouwen na de resultaten van de vorige tentamens en weet eigenlijk nog steeds niet goed wat hij nu steeds fout doet bij het studeren en het maken van zijn tentamens. Nu blijkt dat hij voor de komende tentamens bijna overal voor uitgesloten is naar wat mij te ore is gekomen, foute conclusies van het secretariaat die vervolgens weigeren dit aan te passen dit heeft tot gevolg dat het motivatie niveau niet het gewenste is.
Mijnheer [vestigingsdirecteur], hopelijk begrijpt u onze zorg en mag ik u vragen om de komende weken een extra oogje op [appellant] te houden en hem te ondersteunen bij het studeren, ook wij hebben hem ook reeds aangesproken op zijn verantwoordelijkheid in deze.”
Op 6 juni 2019 en 20 juni 2019 zijn [appellant] de resultaten toegezonden zoals vastgesteld in de examencommissie van de opdrachten, presentaties en tentamens van semester 4-2019. Op 20 juni 2019 heeft een studievoortgangsgesprek plaatsgevonden met [vestigingsdirecteur]. Bij e-mail van 25 juni 2019 heeft EuroCollege een plan van aanpak aan [appellant] gezonden met daarin de afspraken die met [vestigingsdirecteur] zijn gemaakt tijdens het gesprek van 20 juni 2019.
[appellant] heeft op 4 juli 2019 een e-mail gestuurd aan het management van EuroCollege Hogeschool. Daarin staat, voor zover van belang:
“(…) Afgelopen maanden heb ik mijn zorgen uitgesproken over de gang van zaken binnen het Eurocollege. Na meerdere gesprekken is mij toen nadrukkelijk verteld dat dit opgelost zou worden. Tot op heden is dit niet zo en faalt de Eurocollege formule voornamelijk bij het management. Wij als studenten hebben kunnen zien hoe hoog de druk is op verschillende personeelsleden en hoe die eronder bezweken. Dit gaf onrust in de lessen. Er vanuit gaande dat dit van de bovenste top van het bedrijf komt, ligt de lat dus erg hoog. Hier lijden de studenten ook onder. Daardoor is het vertrouwen in het management bij mij als student volledig verdwenen. Voor mij is de emmer nu vol, en heb ik vandaag voor de zoveelste keer aan de telefoon gehangen hoe dit allemaal komt en of het ooit nog goed komt. Een paar voorbeelden van het afgelopen jaar:
- Onzekerheid en boosheid onder studenten over Eurocollege
- Slecht scorende tentamens (deels door studenten maar, ook door de school zelf)
- Ongeloofwaardigheid over het examenbureau en commissie
- Geen motivatie door de gang van zaken
Dit zijn slechts een handvol voorbeelden. (…) Vervolgens, in mijn geval, heb ik moeite met de stof en moet ik een stapje harder lopen. (…) De afgelopen paar keer tijdens herkansingen van voornamelijk opdrachten heb ik hetzelfde cijfer teruggekregen terwijl het verbeterd was volgens het beoordelingsformulier. Dit betekent dat het examenbureau dit niet heeft nagekeken, en het examenbureau + commissie een ongeloofwaardig iets is. Ik heb om een verklaring gevraagd en er komt geen duidelijk antwoord naar boven. Tijdens het laatste jaar van het HBO krijgen studenten een project toegewezen, waarbij [begeleider 1] en [begeleider 2] de begeleiders waren en hun uiterste best hebben gedaan voor de studenten. Het is mijn opgevallen dat deze twee mensen het bijzonder goed deden en ons versneld en begeleid hebben geholpen. Wat het Eurocollege ten slotte beloofd. Ik vraag mij met ernstige zorg af waarom het Management van het Eurocollege dit niet kan. Intussen wachten wij nog steeds op de cijfers van het Senior Project. Wat ingeleverd moest worden op 4 juni 2019. (…)
Tijdens een aantal gesprekken heb ik al verteld dat mijn ouders en ik een onderzoek willen gaan starten door de inspectie. (…) Want het bedrag dat er maandelijks betaalt moet worden om vervolgens als ik niet uitkijk op een Zadkine te eindigen om het felbegeerde hbo-diploma te halen is wel erg hoog. Er wordt geadverteerd dat Eurocollege de best presterende school is, maar daar is niets van waar, want jullie als Management maken er een potje van. En dan is het onterecht om daarmee te adverteren. Versneld en begeleidt klopt ook niet, want daar wordt niet veel van waar gemaakt. Goed beschouwd is het product waar ik om gevraagd heb niet wat beloofd is, en nog erger mijn ouders betalen voor een product wat niet voldoet aan de verwachtingen die je voor dit prijskaartje mag! Verwachten. (…)
Er zijn drie personen uit uw management die gaan volledig voor de studenten. Dat is [vestigingsdirecteur], [naam 1] en [naam 2]. Deze personen proberen mij en andere studenten zo goed mogelijk te begeleiden dus die kunnen op dit verhaal niet aangekeken worden. En ik verzoek u ook om dat niet te doen want dat zou ten onrechte zijn. Ik hoop dat het bij u en uw collega's deze keer doordringt. (…)”
Naar aanleiding van de e-mailwisseling die daarop volgt tussen [appellant] en [algemeen directeur] heeft de vader van [appellant] op 8 juli 2019 een e-mailbericht gestuurd aan [algemeen directeur] waarin, voor zover van belang, staat:
“Met belangstelling heb ik de mailwisseling tussen onze zoon [appellant] en u gevolgd en vind het dan nu wel tijd om ook van onze zijde (als ouders) te reageren (…)
Zoals u zich wellicht kunt herinneren ben ik in 2017, bij u op bezoek geweest omdat er toen vergelijkbare omstandigheden voorvielen op het Eurocollege zoals ook nu. Uw heeft toen met eigen woorden verklaard dat de situatie zou verbeteren, het op het HBO er heel anders aan toe gaan, het niveau van de docenten zou anders zijn en studenten zouden anders behandeld worden. En u heeft zich verontschuldigd omdat u wel degelijk wist dat het niet allemaal klopte wat er op de vestiging Rotterdam gebeurde.
Helaas ook afgelopen jaar heb ik weer regelmatig aan de bel getrokken ( misschien zijn wij teveel betrokken bij het wel en wee van onze kinderen) zowel schriftelijk ( diverse e-mails) als in gesprek (16 november 2018) met [naam 3] en [vestigingsdirecteur], in dit gesprek werden weer dezelfde geruststellende woorden gesproken en is toegezegd extra inspanningen te doen van alle kanten. (…)
Mijnheer [algemeen directeur], Ik stel voor dat u zich echt eens gaat bemoeien met de gang van zaken op de vestiging Rotterdam. Ik zou graag met u afspreken geen nota's meer te sturen als u toch niet levert wat u toezeg. In december 2020 ( dan is [appellant] volgens de regels klaar met zijn opleiding), mag u na de diploma uitreiking het resterende bedrag dan factureren omdat u dan geleverd heeft.”
Op 20 augustus 2019 heeft [appellant] een e-mail ontvangen met de volgende inhoud:
“Beste student,
Je bevindt je in de laatste fase van je opleiding. Nog even doorzetten en dan ben je een trotse alumnus van EuroCollege Hogeschool. (…)
Wij vinden het heel belangrijk dat je een duidelijk aanspreekpunt hebt voor al je vragen met betrekking tot het afstuderen.
Wij proberen de communicatielijn voor jouw en voor EuroCollege duidelijk maken zodat je snel geholpen kan worden.
Vandaar is [vestigingsdirecteur] aangesteld als ‘afstudeerbegeleider'. Je kunt met al jouw vragen met betrekking tot het afronden van je opleiding terecht bij [vestigingsdirecteur].
[vestigingsdirecteur] zal zich bezighouden met alle aspecten van jouw studievoortgang in de laatste fase van je opleiding. (…)”
Op 5 december 2019 heeft [appellant] per e-mail toestemming gevraagd om in afwijking van de schoolregels, zijn eindstage bij hetzelfde bedrijf ([bedrijf]) te mogen lopen als waar hij eerder zijn zomerstage had gelopen. Dat, vooral, vanwege een aanstaande overname van [bedrijf] door het bedrijf van zijn vader. [appellant] heeft geregeld dat hij die eindstage begin 2020 zou gaan lopen. EuroCollege heeft aan [appellant] kenbaar gemaakt dat dat te vroeg is gelet op de studieresultaten van [appellant].
Naar aanleiding daarvan heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de vader van [appellant] en EuroCollege. Op 29 januari 2020 heeft EuroCollege een samenvatting van dat gesprek toegezonden aan [appellant] met daarbij in concept een planning voor [appellant] om de achterstanden van de semesters 2 tot en met 4 zoveel mogelijk weg te werken.
Bij e-mail van 5 februari 2020 heeft de vader van [appellant] aan EuroCollege bericht dat [appellant] met onmiddellijke ingang zijn studie ‘om moverende redenen’ heeft beëindigd.
Bij brief van 30 oktober 2020 is namens [appellant] medegedeeld aan EuroCollege dat [appellant] de tussen partijen gesloten overeenkomst wenst te ontbinden wegens een tekortkoming van EuroCollege. Daarnaast is namens [appellant] een beroep gedaan op onrechtmatig handelen van EuroCollege en op dwaling aan de zijde van [appellant], respectievelijk misleiding van [appellant] door EuroCollege. [appellant] heeft EuroCollege gesommeerd het betaalde bedrag van € 27.687,50 aan kosten voor de opleiding aan hem terug te betalen.
4. Procedure bij de rechtbank
[appellant] heeft EuroCollege gedagvaard en na vermeerdering van eis gevorderd, samengevat:a) voor recht te verklaren dat [appellant] de overeenkomst met EuroCollege van 2017 rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden c.q. vernietigd en in het kader daarvan EuroCollege te veroordelen om aan [appellant] te betalen:- in hoofdsom een bedrag van € 27.687,50, zijnde de kosten verbonden aan de opleiding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; - een bedrag van € 1.051,88, zijnde de buitengerechtelijke kosten; - een schadebedrag uit hoofde van de verdere schadeposten als uiteengezet onder randnummer 19 van de inleidende dagvaarding; en - een bedrag van € 43.107,00 (zijnde een vergoeding voor de opgelopen studievertraging).b) voor het geval de rechtbank van mening zou zijn dat er geen buitengerechtelijke ontbinding c.q. vernietiging heeft plaatsgevonden, de overeenkomst tussen partijen primair te ontbinden op grond van wanprestatie c.q. toerekenbare tekortkoming en subsidiair de overeenkomst te vernietigen op grond van dwaling en in het kader daarvan EuroCollege te veroordelen om aan [appellant] te betalen:- in hoofdsom een bedrag van € 27.687,50, zijnde de kosten verbonden aan de opleiding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van inschrijving tot aan de dag der algehele voldoening;- een bedrag van € 1.051,88, zijnde de buitengerechtelijke kosten; - een schadebedrag uit hoofde van de verdere schadeposten als uiteengezet onder randnummer 19 van de inleidende dagvaarding van € 11.176,- + PM in hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de algehele voldoening; en - een bedrag van € 43.107,00, zijnde een vergoeding voor de opgelopen studievertraging.c) EuroCollege te veroordelen in de kosten van het geding.
[appellant] heeft kort gezegd aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat hij afspraken met EuroCollege heeft gemaakt over de door hem, bij zijn opleiding, van EuroCollege te ontvangen (intensieve) begeleiding en monitoring, aan welke afspraken door EuroCollege onvoldoende invulling is gegeven c.q. dat EuroCollege haar verplichtingen uit de onderwijsovereenkomst onvoldoende is nagekomen, zodat EuroCollege toerekenbaar tekortgeschoten is. Daarnaast voert [appellant] aan dat hij gedwaald heeft bij de totstandkoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst ten gevolge van een onjuiste voorstelling van zaken door EuroCollege, althans dat EuroCollege hem misleid heeft. Volgens [appellant] lieten de begeleiding en monitoring feitelijk te wensen over, en ook de beschikbaarheid van docenten, de kwaliteit daarvan, en ook die van het geboden lesmateriaal. EuroCollege heeft volgens [appellant] ook slechts reactief gehandeld op klachten van [appellant] of zijn vader in plaats van zelf het initiatief te nemen om enige problematiek met betrekking tot [appellant] aan te kaarten. Het inhaalschema van eind januari 2020 dat EuroCollege heeft gemaakt, is te weinig en te laat, te meer nu het slechts gaat om data op een Excel-bestand.
EuroCollege heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen en kwam, kort samengevat, op de volgende gronden tot dit oordeel: - Ter beoordeling ligt voor of EuroCollege jegens [appellant] toerekenbaar tekortgeschoten is in haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst en meer in het bijzonder of het ontbroken heeft aan de overeengekomen mate van (intensieve) begeleiding. - Bij die beoordeling wordt geen rekening gehouden met de stelling van [appellant] dat hij specifieke (afwijkende) afspraken heeft gemaakt met EuroCollege over de aard en de intensiteit van zijn begeleiding omdat hij in de dagvaarding niet concreet en gespecificeerd heeft aangegeven welke afwijkende afspraken hij met Eurocollege heeft gemaakt, deze afwijkende afspraken niet blijken uit de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst en hij zijn stellingen na het gemotiveerde verweer van Eurocollege in de conclusie van antwoord en tijdens de mondelinge behandeling onvoldoende heeft gehandhaafd. - Ten aanzien van de stelling dat EuroCollege tekortgeschoten is door [appellant] onvoldoende bij zijn studie te begeleiden en zij daardoor niet aan haar verplichtingen heeft voldaan uit hoofde van de tussen partijen gesloten (reguliere) onderwijsovereenkomst, moet geconcludeerd worden dat [appellant] niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. [appellant] heeft nagelaten in relatie tot de artikelen 4, 5 en 6 van de onderwijsovereenkomst en de daarin vermelde studiegids concrete met feiten onderbouwde verwijten te formuleren. Hoe vervelend en teleurstellend voornoemde ervaringen ook waren voor [appellant], er kan niet, althans niet zonder meer, uit worden afgeleid dat Eurocollege is tekortgeschoten in haar (inspannings)verbintenis, [appellant] de overeengekomen begeleiding te bieden. - Er zijn geen gronden gebleken om de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst te ontbinden op grond van toerekenbare tekortkomingen aan de zijde van EuroCollege.
Er is ook geen sprake van dwaling. Aan de stelling van [appellant] ten aanzien van de afgesproken intensievere begeleiding wordt voorbijgegaan, zodat die stelling geen grond kan zijn voor een beroep op dwaling. Ook is niet komen vast te staan dat EuroCollege onjuiste uitingen heeft gedaan.
- Voor zover [appellant] ook misleiding aan zijn vorderingen ten grondslag heeft willen leggen wordt vastgesteld dat door [appellant] niet, althans onvoldoende, concreet is gesteld hoe en op welke wijze hij door EuroCollege is misleid.
5. Vordering in hoger beroep
[appellant] is in hoger beroep gekomen, omdat hij het niet eens is met het vonnis. [appellant] vordert dat het hof het vonnis vernietigt en opnieuw rechtdoende, alsnog de vorderingen zoals geformuleerd in de dagvaarding in eerste aanleg alsmede in de wijziging van eis toewijst, met veroordeling van EuroCollege in de kosten van beide instanties, de nakosten daaronder begrepen.
EuroCollege concludeert tot het ongegrond verklaren van de grieven van [appellant] en tot bekrachtiging van het vonnis, met veroordeling van [appellant] in de kosten van beide instanties te vermeerderen met wettelijke rente, alsmede in de nakosten.
6. Beoordeling in hoger beroep
De vraag die ook in hoger beroep beantwoord moet worden is of EuroCollege jegens [appellant] tekortgeschoten is in haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst en meer in het bijzonder of het ontbroken heeft aan de overeengekomen mate van (intensieve) begeleiding.
Volgens [appellant] is dit het geval. Met grieven VI tot en met XII komt hij op tegen het oordeel van de rechtbank dat er geen gronden zijn gebleken om de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst te ontbinden op grond van een tekortkoming aan de zijde van EuroCollege.
Met grief VI klaagt [appellant] dat de rechtbank bij de beoordeling of sprake is van een tekortkoming geen rekening heeft gehouden met de stelling van [appellant] dat hij specifieke (afwijkende) afspraken heeft gemaakt met EuroCollege over de aard en intensiteit van zijn begeleiding.
De grieven VII tot en met XII richten zich tegen de beoordeling van de rechtbank van de vraag of EuroCollege tekortgeschoten is door [appellant] onvoldoende bij zijn studie te begeleiden en zij daardoor niet aan haar verplichtingen heeft voldaan uit hoofde van de tussen partijen gesloten (reguliere) onderwijsovereenkomst. [appellant] brengt in de toelichting op deze grieven naar voren dat die beoordeling anders had moet uitpakken, omdat (i) bij de beoordeling rekening had moeten worden gehouden met de afwijkende, althans individuele, afspraken die [appellant] heeft gemaakt met EuroCollege over de aard en intensiteit van zijn begeleiding en (ii) ook wanneer er geen acht wordt geslagen op de specifieke (afwijkende) afspraken, de rechtbank had moeten concluderen dat is gebleken dat EuroCollege niet aan haar verplichtingen heeft voldaan uit hoofde van de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst.
Tekortkoming in de nakoming van de reguliere afspraken in de onderwijsovereenkomst?
Het hof beoordeelt eerst of Eurocollege, wanneer geen acht wordt geslagen op de door [appellant] gestelde specifieke (afwijkende) afspraken, aan haar verplichtingen uit hoofde van de reguliere afspraken in de onderwijsovereenkomst heeft voldaan (zie rov. 6.4, onder (ii)).
Bij deze beoordeling gaat het hof voorbij aan het verweer van EuroCollege dat de overeenkomst al was beëindigd en de daaropvolgende ontbinding van de overeenkomst dus niet meer aan de orde kon zijn. EuroCollege heeft niet toegelicht waarom dit niet mogelijk zou zijn. In de stellingen van EuroCollege kan ook geen beroep op rechtsverwerking worden gelezen, laat staan een onderbouwd beroep. Het hof ziet ook geen juridisch beletsel, temeer [appellant] belang heeft bij de ontbinding van de overeenkomst, omdat ontbinding van een overeenkomst er immers toe leidt - anders dan beëindiging - dat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties ontstaat.
[appellant] brengt ter onderbouwing van zijn stelling uiteengezet in 6.4 onder (ii) in de kern het volgende naar voren: (i) EuroCollege is een onderwijsinstelling die een bijzondere dienst aanbiedt, te weten scholing onder strikte en intensieve begeleiding met extra veel aandacht voor aansturing van studenten. EuroCollege is niet gelijk te trekken met een reguliere hbo-opleiding want zij is vele malen duurder; van een reguliere onderwijsovereenkomst is geen sprake. (ii) EuroCollege is in ernstige mate tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de met [appellant] gesloten onderwijsovereenkomst en het daarvan onderdeel uitmakende handboek studiebegeleiding, omdat [appellant] gedurende zijn studie niet is gemonitord en begeleid in de mate waarin dat van deze onderwijsinstelling verwacht had mogen worden. Dit blijkt onder meer uit het volgende:- [appellant] heeft meermaals aangegeven dat hij meer begeleiding wilde; daar is door EuroCollege niets mee gedaan; - Er is [appellant] nooit een hersteltraject aangeboden. EuroCollege heeft [appellant] op 20 juni 2019 en in januari 2020 slechts een overzicht/opsomming verstrekt van wat nog door [appellant] gedaan moest worden. Docenten/studiebegeleiders waren nimmer beschikbaar om hem daadwerkelijk te helpen en te ondersteunen bij de uitvoering daarvan;- [appellant] kreeg, ondanks dat hij na iedere tentamenweek daarom verzocht, onvoldoende mogelijkheid zijn tentamens na te bespreken met een docent/ studiebegeleider van EuroCollege, waardoor hij steeds niet wist wat hij fout deed bij tentamens;- EuroCollege heeft [appellant] onjuist geïnformeerd over het feit dat hij mocht gaan afstuderen c.q. een afstudeerstage mocht gaan arrangeren.(iii) Uit de stellingen in de memorie van grieven en de stukken in het dossier (de e-mail van 24 april 2019 van de vader van [appellant], de e-mail van 4 juli 2019 van [appellant], de e-mailwisseling tussen de vader van [appellant] en EuroCollege van 8 juli 2019 en het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op p. 5 en 6) blijkt dat sprake is van stelselmatige en inhoudelijke verwijten en niet van niet concrete en summier onderbouwde verwijten. (iii) Het is onjuist te veronderstellen dat alles aan [appellant] en zijn inzet te wijten is. Dat [appellant] nagenoeg altijd aanwezig was volgt uit de presentielijsten. Dat [appellant] voldoendes scoorde volgt uit het bericht van het examenbureau. Daarbij komt dat [vestigingsdirecteur] tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg nog positief was over [appellant] inzet met name met betrekking tot het seniorproject.
EuroCollege heeft de stellingen van [appellant] gemotiveerd betwist.
Het is aan [appellant] om te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat sprake is van de door hem gestelde tekortkoming van EuroCollege in de nakoming van haar verplichtingen uit de (in rov. 3.7 genoemde) met [appellant] gesloten onderwijsovereenkomst. Naar het oordeel van het hof heeft [appellant], in het licht van de gemotiveerde betwisting van EuroCollege, onvoldoende concreet onderbouwd dat hier sprake van is. Het hof licht dit als volgt toe.
In de onderwijsovereenkomst is vastgelegd wat de tussen partijen geldende reguliere afspraken zijn op het gebied van begeleiding en monitoring. In dit kader bepaalt artikel 4 van de onderwijsovereenkomst dat de school zorgdraagt voor een zodanige inrichting van het onderwijs dat de deelnemer binnen een redelijke termijn (zie artikel 2: inschrijfduur) alle onderwijsdelen (clusters) kan behalen. Artikel 5 van de onderwijsovereenkomst bepaalt dat de instelling voorziet in studiebegeleiding van de deelnemer door het organiseren van studievaardigheden- en studiebegeleidingslessen en de student regelmatig een overzicht van de behaalde studieresultaten ontvangt.
EuroCollege brengt in dit verband naar voren dat de studie zo is ingericht dat zij aan deze tussen partijen geldende reguliere afspraken voldoet. Die inrichting vindt haar weerslag in verschillende vormen van begeleiding: groupmeetings, steunlessen, studievaardigheden, peergroups, gesprekken, disciplinering, steunlessen en stage- en projectbegeleiding. Ook biedt EuroCollege studie- en studentenbegeleiding. Studie- en studentenbegeleiders bewaken volgens Eurocollege de structuur en discipline binnen EuroCollege. Hiertoe beschikt de studie- en studentenbegeleider over de volgende middelen: studierapportages (studieresultaten), groupmeetings (in lesrooster ingepland), individuele gesprekken, steunlessen, (studieweken) voorbereiding op tentamenweken etc., aldus EuroCollege. Het handboek studiebegeleiding is opgesteld voor docenten en studiebegeleiders met instructies over de wijze waarop EuroCollege invulling wenst te geven aan artikel 4 en 5 van de onderwijsovereenkomst. Eurocollege is daarnaast een door NVAO geaccrediteerde opleiding. Ook hieruit volgt dat EuroCollege voldeed aan alle eisen qua onderwijs en begeleiding.
EuroCollege betoogt dat zij ook ten opzichte van [appellant] aan de reguliere afspraken in de onderwijsovereenkomst heeft voldaan door het bieden van de overeengekomen begeleiding en monitoring. De studiebegeleiding van [appellant] is persoonlijk en intensief geweest en [appellant] is ter ondersteuning en begeleiding bij zijn studie onder meer aangeboden: groupmeetings, steunlessen, studievaardigheden, peergroups, gesprekken, disciplinering en stage- en projectbegeleiding. Daarnaast heeft hij bij de voorbereiding van examens studieweken doorgemaakt, waarbij van hem verwacht werd dat hij hele (lange) dagen op school studeerde, proefexamens maakte onder begeleiding van docenten en waar altijd docenten beschikbaar waren om problemen met de stof door te nemen. EuroCollege beroept zich hierbij op een schriftelijke verklaring van [vestigingsdirecteur], in zijn hoedanigheid van voormalig vestigingsdirecteur van EuroCollege.
[appellant] heeft in hoger beroep een schriftelijke verklaring overgelegd waarin hij reageert op dit betoog van EuroCollege. In die verklaring schrijft [appellant], voor zover van belang:
“Hierboven worden aspecten genoemd die binnen de opleiding standaard waren binnen het studiepakket dit was niet de extra hulp waar om meerdere malen gevraagd is vanuit mij. Ook zitten hier punten bij die ik nooit als student heb gehad zoals; peergroups en disciplinering. (…)
De groupmeetings was een wekelijks iets wat telkens terugkwam 1x in de week
gedurende 60 minuten. Deze meetings bestonden min of meer uit hoe het ervoor stond en of je het als student nog naar je zin had. Een bijpraat-uurtje met de gehele klas. Hier werd specifiek per persoon gesproken over de knelpunten die je tegenkwam tijdens je studie.
De steunlessen vonden plaats de week voordat de tentamens begonnen dit was
ingedeeld tijdens de ‘studieweek’. De steunlessen bestonden uit een extra les die een docent gaf die kennis had van het vak waar het over ging en legde hier nog de moeilijke hoofdstukken in uit en kon je terecht voor vragen. Dit was een extra les en gingen we in het kort nog door de stof heen. Dit gold niet voor alle vakken maar alleen voor bepaalde vakken zoals; Bedrijfseconomie en M&O. Deze steunlessen deed je met de gehele klas en waren onderdeel van de opleiding dit was niet de extra ondersteuning waarom gevraagd is. Tijdens die studieweken werd er van je verwacht dat je 8 uur per dag aan zelfstudie deed en op sommige dagen waren er ook nog steunlessen. Er wordt verondersteld dat er gedurende die weken docenten aanwezig waren die je alle hulp aan konden bieden die je nodig had. Die stelling klopt niet. Had was namelijk zelfstudie waarbij een student die je ook in de studie-uren had erbij zat. Zoveel meer was had niet. (…)
Naast het theoretische gedeelte binnen de opleiding had ik ook een praktijk gedeelte dit bestond uit; verschillende stages en je uiteindelijke eindscriptie. Naast de stages hadden we ook de Senior Projects (…)
Hierin hadden we verschillende lessen. Dit waren de projectlessen waarin er een
begeleider waar je vragen aan kon stellen en je had de voorzitterstrainingen die
bedoelde waren voor de projectvoorzitters. (…) Hierin was ruimte voor vragen en advies. (…)De docent werd meer een begeleider en wilde dat het slaagde. Maar het had niet te maken met de problematiek die ik had met de rest van de studie.
Tijdens je stage kreeg je een stagebegeleider toegewezen die eens in de zoveel tijd contact met je opnam of alles goed ging en hoe het met de opdrachten was die je moest maken. Ze kwamen ook langs om een gesprek te hebben met mijzelf en de stagebegeleider. En dat was had ook wel. Je schreef een stageverslag en dat leverde je in. Daar kreeg je feedback op en een uitleg wat er mis was en hielpen ze je waar nodig.
Bovenstaande punten zijn dan ook de algemene punten die al in de opleiding zaten en niets te maken hadden met de professionele begeleiding of indien nodig 1 op 1 begeleiding waar ik [..] in het intakegesprek afspraken over heb gemaakt met [algemeen directeur]. (…)
De gemaakte afspraken vanaf het begin met [algemeen directeur] waren loze beloftes want de extra begeleiding die ik gevraagd voorafgaand aan de studie is er nooit gekomen. Ik had verwacht dat dit vooraf dat ik begon aan de opleiding hadden besproken en als ik om hulp ging vragen er een plan was voor mij hoe het EC dacht van zo gaan we helpen je krijgt extra begeleiding we kijken samen met jou waar de knelpunten zitten en gaan daar aan werken. (…)
Vervolgens kregen we de [vestigingsdirecteur] die beloofde dat het allemaal goed zou gaan komen en zou er alles aan gaan doen dat het beter zou gaan. Ik zou de juiste begeleiding krijgen als ik hulp nodig had werd het geregeld. (…) Ik zou steunlessen en begeleiding krijgen gedurende mijn studie als extra ondersteuning op de reguliere begeleiding. Ik dacht bij mijzelf dan gaat het toch nog goed komen. De beloofde hulp die [vestigingsdirecteur] heeft geboden is niet gekomen. Het was gewoon mee met het reguliere en verder niet. Ik heb meerdere malen gevraagd nogmaals kunnen jullie mij helpen. Maar de extra begeleiding kwam er niet (…)”
In zijn eigen verklaring bevestigt [appellant] dat hij de mate van begeleiding en monitoring heeft ontvangen behorend tot het reguliere programma. [appellant] verwijt EuroCollege in zijn verklaring met name dat hij geen extra ondersteuning boven op de reguliere begeleiding heeft gekregen, terwijl [appellant] dit naar eigen zeggen bij aanvang van de studie door EuroCollege was beloofd (zie hierna rov. 6.29 e.v.).
In zijn verklaring schrijft [appellant] weliswaar ook dat hij nooit peergroups en disciplinering heeft gehad en dat tijdens de studieweken, anders dan EuroCollege naar voren brengt, geen docenten aanwezig waren die alle hulp konden bieden die studenten nodig hadden. Deze verwijten komen echter niet of in elk geval onvoldoende duidelijk terug in de e-mails van 24 april 2019 (zie rov. 3.10), 4 juli 2019 (zie rov. 3.12) en 8 juli 2019 (zie rov. 3.13) waarop [appellant] zich beroept ter onderbouwing van de stelling dat EuroCollege tekortgeschoten is in de nakoming van de reguliere afspraken in de onderwijsovereenkomst vanwege het ontbreken van begeleiding (zie over de e-mails rov. 6.21 en 6.22). Andere stukken die de verwijten uit de eigen verklaring van [appellant] ondersteunen heeft [appellant] niet overgelegd.
Daar komt bij dat EuroCollege niet alleen aan de hand van de verklaring van [vestigingsdirecteur], maar ook op andere wijze gemotiveerd heeft betwist dat zij de reguliere afspraken in de onderwijsovereenkomst dan wel het handboek studiebegeleiding op het gebied van begeleiding niet is nagekomen. EuroCollege wijst op de door haar in eerste aanleg overgelegde e-mails van april 2018, mei 2019 en juni 2019 waaruit blijkt dat [appellant] is aangesproken op zijn studievoortgang en het niet doen waartoe hij wel gehouden was. Verder wijst EuroCollege op het plan van aanpak/hersteltraject van de zomer 2019 (zie rov. 3.11) en het plan van aanpak/hersteltraject van eind januari 2020 (zie rov. 3.16). Over het plan van aanpak van juni 2019 heeft EuroCollege naar voren gebracht dat in juni 2019 is vastgesteld dat [appellant] opdrachten niet had ingeleverd, dat opdrachten onder de maat waren en hij niet genoeg aanwezig was geweest. EuroCollege wijst in dit verband op de door haar overgelegde overzichten van cijfers van tentamens en presentaties en opdrachten die [appellant] zijn toegezonden in de e-mails van 6 juni 2019 en 20 juni 2019. Uit het overzicht van cijfers van de tentamens volgt dat [appellant] voor drie tentamens was uitgesloten, bij twee tentamens afwezig was en voor drie tentamens een cijfer onder de zes heeft behaald. Uit het overzicht van cijfers van opdrachten en presentaties volgt dat [appellant] drie opdrachten niet heeft ingeleverd, een opdracht in onderzoek is en voor twee presentaties/opdrachten een cijfer onder de zes heeft behaald.
Na mededeling van de resultaten van de tentamens, opdrachten en presentaties aan [appellant] is, zo heeft EuroCollege verder naar voren gebracht, een plan van aanpak opgesteld welk plan met [appellant] is besproken en hem per e-mail van 25 juni 2019 is toegezonden. In dit plan van aanpak is, EuroCollege wijst daar ook op, onder meer opgenomen: “deze deadlines worden in je agenda gezet (…). Graag ontvang ik een datum van je waarop wij een tussenevaluatie kunnen plannen van de voortgang met de opdrachten en de voorbereiding op deze drie tentamens”. Ook uit het plan van aanpak van eind januari, zoals neergelegd in de e-mail van 29 januari 2020 van toenmalig vestigingsdirecteur [naam 4] van EuroCollege aan [appellant], waarin staat “ik maak mij, eventueel en indien nodig, ook op zaterdagen beschikbaar, om de ondersteuning te bieden die voor de vakken wenselijk is”, volgt dat [appellant] door EuroCollege “niet aan zijn lot werd overgelaten”.
Uit het voorgaande blijkt naar het oordeel van het hof dat sprake is geweest van monitoring van [appellant] en van inspanningen aan de zijde van EuroCollege om [appellant] ondersteuning te bieden teneinde de door EuroCollege bij [appellant] geconstateerde studieachterstanden in te lopen. Dat de plannen van aanpak slechts overzichten betroffen van wat [appellant] nog moest doen en EuroCollege hem niet actief begeleidde of wilde begeleiden met het realiseren daarvan, stelt [appellant] weliswaar, maar deze stelling is verder niet met concrete feiten onderbouwd. [appellant] heeft bovendien niets overgelegd waaruit blijkt dat hij EuroCollege te kennen heeft gegeven van mening te zijn dat hij onvoldoende begeleiding kreeg bij het realiseren van de plannen van aanpak.
Tegen de achtergrond van zijn eigen verklaring en de hiervoor weergegeven onderbouwde betwisting van EuroCollege zijn de verwijten die van [appellant] EuroCollege maakt naar het oordeel van het hof te weinig concreet geworden om er juridische gevolgen aan te kunnen verbinden. Het had op de weg van [appellant], als eisende partij, gelegen specifieker te maken welke begeleiding hij op grond van artikel 4, 5 en 6 van de onderwijsovereenkomst had moeten ontvangen maar niet heeft gehad, door onderbouwd aan te geven wanneer, voor welk vak, voor welk tentamen of welke opdracht de begeleiding tekortschoot.
[appellant] heeft weliswaar een aantal e-mails overgelegd, maar die vormen naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat [appellant] niet de begeleiding heeft gehad die hij mocht verwachten op grond van de bepalingen in de onderwijsovereenkomst.
Het verwijt in de e-mail van 24 april 2019 van de vader van [appellant] ziet op het ontbreken van de beloofde extra begeleiding. Dat verwijt is onderdeel van de beoordeling in rov. 6.29 e.v. Daarnaast ziet het verwijt in die e-mail op de foute conclusies van het secretariaat waardoor [appellant] zou zijn uitgesloten van tentamens en dus niet direct op het ontbreken van voldoende begeleiding. Bovendien vindt dit verwijt onvoldoende steun in de feiten. Tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg heeft de rechtbank [appellant] vragen gesteld over onder meer de door EuroCollege overgelegde presentielijst van semester 4-2019, het semester waarin de vader van [appellant] zijn e-mail heeft gestuurd. In reactie op die vragen heeft [appellant] erkend dat daar waar hij werd uitgesloten van een tentamen vanwege onvoldoende aanwezigheid dit klopte met de regels. De stellingen van [appellant] in hoger beroep kunnen deze erkenning niet ongedaan maken. [appellant] heeft in hoger beroep, onder verwijzing naar diezelfde presentielijst uit semester 4-2019, namelijk niets anders gesteld dan dat hij nagenoeg altijd aanwezig was.
Het verwijt dat EuroCollege wordt gemaakt in de e-mail van 4 juli 2019 van [appellant] ziet op het falen van het management en het examenbureau en de wijze waarop EuroCollege omgaat met personeel en docenten op de vestiging. Dit verwijt ziet dus ook niet direct op de begeleiding. Het hof onderkent dat falend management kan leiden tot ondermaatse begeleiding, maar uit de e-mail wordt onvoldoende duidelijk tot welk gebrek in de begeleiding het falende management volgens [appellant] precies leidde en op welke wijze [appellant] daar zelf precies last van heeft gehad. Vooral ook omdat uit de e-mail van 4 juli 2019 blijkt dat hij zich ook positief uitlaat over twee van zijn begeleiders ([begeleider 1] en [begeleider 2]) en drie leden van het management van de vestiging Rotterdam ([vestigingsdirecteur], [naam 1] en [naam 2]). Het in de e-mail van 4 juli 2019 gemaakte verwijt aan het examenbureau is ook onvoldoende concreet geworden. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is [appellant] gevraagd op welk probleem bij het examenbureau zijn e-mail precies zag. [appellant] heeft toen aangegeven dat wanneer hij een herkansing maakte hij steeds hetzelfde cijfer terugkreeg, maar dat de cijfers niet hetzelfde konden zijn, omdat hij alles had aangepast in overeenstemming met de eerdere beoordeling. Uit de stukken is het hof echter onvoldoende gebleken dat sprake is geweest van belemmerend handelen van het examenbureau. Uit de e-mail van 8 juli 2019 van de vader van [appellant], die voortbouwt op de e-mail van 4 juli 2019 van [appellant], klinkt weliswaar onvrede door over de gang van zaken op EuroCollege, maar ook dit is te weinig concreet.
[appellant] heeft in de procedure geen andere stukken overgelegd die als onderbouwing kunnen dienen voor de gestelde tekortkoming. De in eerste aanleg overgelegde dagvaarding uitgebracht door 11 studenten tegen EuroCollege Hogeschool Amsterdam B.V. biedt geen onderbouwing, omdat deze procedure een geschil tussen hen en de Amsterdamse vestiging van EuroCollege betreft, en dus andere feiten. Of er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de onderwijsovereenkomst jegens [appellant] vergt bovendien een individuele beoordeling.
Het verwijt dat [appellant] EuroCollege maakt over het onvoldoende (begeleid) kunnen inzien van zijn tentamens via het examenbureau, is ook onvoldoende onderbouwd. Bij gebreke van e-mails in het dossier waaruit blijkt dat [appellant] heeft verzocht om het (begeleid) inzien in zijn tentamens, kan dit verwijt niet leiden tot het aannemen van een tekortkoming. Vooral ook omdat EuroCollege betwist dat [appellant] na elk examen heeft aangegeven zijn examen te mogen inzien en bespreken en als hij dat zou hebben aangegeven dit zeker tot de mogelijkheden had behoord.
Het verwijt dat EuroCollege [appellant] onjuist heeft geïnformeerd over het starten met de eindstage- en eindscriptie en het wijzigen van de spelregels gedurende de race vindt eveneens onvoldoende grond in de stukken. Het is ongelukkig dat EuroCollege, zoals zij zelf heeft erkend, de e-mail van 20 augustus 2019 waaruit [appellant] volgens hem mocht afleiden dat hij kon beginnen met zijn eindstage en -scriptie, per abuis aan [appellant] heeft gestuurd. Dit laat echter onverlet dat [appellant] naar het oordeel van het hof uit die e-mail, anders dan hij stelt, niet zonder twijfel kon afleiden dat hij kon starten met de eindstage- en scriptie. Het betreft een algemene mail bestemd voor alle studenten van het cohort 2017 en [appellant] wist dat hij, hoewel hij officieel tot het cohort 2017 behoorde, later was begonnen met de opleiding dan het cohort 2017 waarvoor de e-mail bestemd was. Bovendien was, zoals EuroCollege naar voren brengt, met [appellant] in juni 2019 een hersteltraject afgesproken. Dat maakt dat [appellant] er niet zonder navraag vanuit kon gaan dat hij, lopende het herstelplan waarmee hij zijn achterstanden zou inlopen, aan zijn eindstage- en scriptie kon beginnen. Dat [appellant] al mondeling toestemming had verkregen van EuroCollege om zijn eindstage te lopen vanaf februari 2020 bij [bedrijf], vóórdat hij in reactie op zijn verzoek om schriftelijke toestemming in december 2019 nul op het rekest kreeg, wordt door EuroCollege betwist en volgt niet uit het dossier.
Nu onvoldoende is gebleken dat sprake is van de door [appellant] gestelde tekortkoming in de nakoming van de reguliere afspraken in de onderwijsovereenkomst, kan het verweer van EuroCollege dat de ontbinding niet rechtsgeldig is, omdat EuroCollege naar eigen zeggen niet in gebreke is gesteld en aldus niet in verzuim is geraakt, onbesproken blijven.
Voor zover [appellant] nog klaagt dat hij in eerste aanleg vanwege het wegvallen van de skypeverbinding niet naar voren heeft kunnen brengen wat hij had gewild, kan dit ook niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden. [appellant] heeft in hoger beroep de mogelijkheid gehad alle omissies te herstellen en alles naar voren te brengen wat hem geraden voorkwam.
Gezien het voorgaande falen de grieven VII tot en met XII, voor zover zij zijn gebaseerd op de stelling dat óók wanneer er geen acht wordt geslagen op de specifieke (afwijkende) afspraken EuroCollege niet aan haar verplichtingen heeft voldaan uit hoofde van de reguliere afspraken in de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst.
Afwijkende/individuele afspraken over intensievere begeleiding?
Dit brengt mee dat het hof toekomt aan de beoordeling van de stelling van [appellant] dat er afwijkende, althans individuele, afspraken door EuroCollege met [appellant] zijn gemaakt over de aard en intensiteit van zijn begeleiding en die afspraken niet zijn nagekomen (zie rov. 6.4, onder (i)).
De rechtbank heeft in het vonnis geoordeeld dat [appellant] niet concreet en gespecificeerd heeft aangegeven welke afwijkende afspraken hij met EuroCollege heeft gemaakt en dat [appellant] zijn stellingen ten aanzien van die afwijkende afspraken tijdens de mondelinge behandeling onvoldoende gemotiveerd en gespecificeerd heeft gehandhaafd. Bij gebreke van een bewijsaanbod, heeft de rechtbank bij de beoordeling geen rekening gehouden met die stelling.
[appellant] brengt in de toelichting bij grief VI naar voren dat hij wel degelijk heeft aangetoond dat door EuroCollege met hem afwijkende, althans individuele, afspraken zijn gemaakt over de aard en de intensiteit van zijn begeleiding, die samengevat neerkomen op extra persoonlijke begeleiding, het monitoren van de voortgang en eventueel ingrijpen, betere communicatie tussen [appellant] en diens begeleider dan gedurende de mbo-opleiding, indien nodig een persoonlijk leerplan en een individueel op de noden van [appellant] samengesteld studie- en begeleidingstraject. Kortom: dat voorkomen zou worden dat “[appellant] uit de rails zou lopen”. Dat die afspraken zijn gemaakt volgt volgens [appellant] onder meer uit de verklaringen van [appellant] en zijn vader tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg, de in hoger beroep overgelegde schriftelijke verklaring van de vader van [appellant] van 22 september 2022 en van [appellant] van 3 oktober 2022 en de e-mail van de vader van [appellant] van 24 april 2019 aan EuroCollege (zie rov. 3.10) waarin hij schrijft “In eerdere gesprekken met U en andere ([algemeen directeur]) heb ik deze zorgen uitgesproken en steeds heeft men mij verzekerd “het gaat goed komen”. Echter wat blijkt, [appellant] haalt weinig voldoendes, krijg niet de door u beloofde extra begeleiding (een enkel gesprekje daargelaten)”
EuroCollege weerspreekt dat er tijdens het intakegesprek afwijkende, althans individuele, afspraken zijn gemaakt over de aard en de intensiteit van de begeleiding van [appellant]. In reactie op wat door [appellant] en zijn vader in hun verklaringen naar voren is gebracht, heeft EuroCollege een verklaring van 3 augustus 2023 overgelegd van [algemeen directeur] over zijn contacten met [appellant]. De suggestie van [appellant], dat hij op een speciale wijze is ingeschreven is onterecht, aldus EuroCollege.
Op basis van de wederzijdse stellingen van partijen en de in het geding gebrachte stukken kan voorshands niet worden uitgegaan van de juistheid van de stelling van [appellant] dat er tijdens het intakegesprek op 24 augustus 2017 afwijkende, althans individuele, afspraken zijn gemaakt over de aard en de intensiteit van de begeleiding en de door [appellant] gestelde inhoud daarvan. De bewijslast ter zake rust op [appellant] omdat hij zich op de rechtsgevolgen van deze afspraken beroept. Nu [appellant] gespecificeerd getuigenbewijs heeft aangeboden op dit punt, zal hij worden toegelaten tot het bewijs van die stelling.
In afwachting van de bewijslevering zal het hof de verdere behandeling van de grieven aanhouden.
De vordering tot vergoeding van de opgelopen studievertraging
[appellant] heeft een vordering van € 43.107,00 ingesteld als vergoeding van de opgelopen studievertraging. Ter onderbouwing van die vordering heeft [appellant] naar voren gebracht dat hij vertragingsschade heeft geleden, omdat hij door het volgen van een voor hem nutteloze hbo-opleiding, twee jaar en een maand later de arbeidsmarkt heeft betreden. Daardoor heeft hij gedurende die tijd inkomsten misgelopen. Volgens [appellant] kan de hoogte van zijn schade begroot worden aan de hand van de Normbedragen uit de Richtlijn Studievertraging van de Letselschaderaad.
EuroCollege betwist de vordering. Volgens EuroCollege is de Letselschaderichtlijn niet van toepassing, omdat de vertraging nog niet is ingetreden. Daarbij komt dat het onderwijs niet nutteloos was, omdat hij twee jaar en een maand onderwijs heeft ontvangen overeenkomstig hetgeen hij mocht verwachten en [appellant] er zelf voor heeft gekozen de opleiding voortijdig te beëindigen, zodat hij geen diploma heeft ontvangen.
Beoordeling van deze vordering is pas aan de orde als het hof, naar aanleiding van de getuigenverhoren, tot het oordeel komt dat vast is komen te staan dat er tijdens het intakegesprek op 24 augustus 2017 afwijkende, althans individuele, afspraken zijn gemaakt over de aard en de intensiteit van de begeleiding [appellant], én het niet nakomen van die afspraken meebrengt dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van EuroCollege en van verzuim. Het hof ziet aanleiding om alvast te beslissen dat, indien het hof tot dit oordeel komt, de vordering van € 43.107,00 als vergoeding voor opgelopen studievertraging niet voor toewijzing in aanmerking komt. Hierbij is het volgende van belang.
Naast ontbinding kan een vordering tot vergoeding van vertragingsschade (artikel 6:85 BW) of zogenaamde gevolgschade (bijkomende schade die de schuldenaar door de tekortkoming in zijn overige vermogen lijdt) worden ingesteld. Voor toewijzing van dergelijke schade is vereist dat de schade als gevolg van de tekortkoming is geleden. De vordering van [appellant] komt niet als vertragingsschade voor toewijzing in aanmerking. De schade kan niet, anders dan artikel 6:85 BW vereist, worden aangemerkt als schade die voortvloeit uit het te laat of niet behoorlijk nakomen van een verbintenis waarvan correcte nakoming nog mogelijk is. De vordering komt evenmin voor vergoeding in aanmerking als gevolgschade. De stelling van [appellant] dat de schade voor vergoeding in aanmerking komt omdat hij, als hij de hbo-opleiding niet had gevolgd, de arbeidsmarkt in augustus 2017 zou hebben betreden, miskent dat die schade niet in causaal verband staat met de in rov. 6.37 veronderstelde tekortkoming. Schade als gevolg van het later betreden van de arbeidsmarkt had voor vergoeding in aanmerking kunnen komen als, vanwege de in rov. 6.37 veronderstelde tekortkoming van EuroCollege, [appellant] genoodzaakt was de hbo-opleiding elders te volgen/voort te zetten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [appellant] naar aanleiding van vragen van het hof echter verklaard er bewust voor gekozen te hebben de hbo-opleiding niet elders te volgen/voort te zetten, maar per februari 2020 te zijn gaan werken. Er is dus geen sprake van dat [appellant] de arbeidsmarkt als gevolg van de in rov. 6.37 veronderstelde tekortkoming later heeft betreden. [appellant] heeft de arbeidsmarkt, door per februari 2020 te gaan werken, zelfs eerder betreden dan wanneer hij de hbo-opleiding bij EuroCollege zou hebben afgerond.
Afronding en conclusie
De slotsom van het voorgaande is dat [appellant] zal worden toegelaten tot het leveren van getuigenbewijs.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
7. Beslissing
Het hof:
- laat [appellant] toe tot het leveren van het in rov. 6.33 omschreven bewijs;
- bepaalt dat, als [appellant] getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag ten overstaan van de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. G.C. de Heer op een nader te bepalen datum en tijdstip;
- bepaalt dat [appellant] uiterlijk vier weken na heden schriftelijk opgave doet van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden maart tot en met juli 2025;
- verstaat dat het hof al beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor het getuigenverhoor niet nodig is;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. D.H. Dongelmans, mr. G.C. de Heer, mr. M. Verkerk en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2024 in aanwezigheid van de griffier.