Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 9 juli 2021 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vordering tot tenuitvoerlegging en de vorderingen van de benadeelde partijen in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het bij parketnummer 09-210369-20 onder 1 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het bij parketnummer 09-320876-20 onder 1 tot en met 8 en bij parketnummer 09-210369-20 onder 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, de inbeslaggenomen voorwerpen en de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde straf.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] is in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard en heeft zich – hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld - in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, zodat die vordering thans niet meer aan de orde is.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank Den Haag vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 09-210369-20 onder 1 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak.
Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – voor zover thans in hoger beroep nog aan de orde - tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 09-320876-20:
1.hij op of omstreeks 17 december 2020 te [plaats 1] , gemeente Berkelland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in/uit een woning, gelegen [adres 1] , geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 2] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,
- de tuin behorende bij die woning hebben/heeft betreden, - een raam hebben/heeft geforceerd en/of
- ( vervolgens) die woning hebben/heeft betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.hij op of omstreeks 17 december 2020 te [plaats 2] , gemeente Oost Gelre tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een woning, gelegen [adres 2] , geld en/of goederen, te weten:
- een kluis,
- een etui,
- een zakmes,
- draadloze bluetooth oortelefoontjes,
- een kentekenpasje,
- een geldbedrag van circa 31 euro,
- sleutels (van het huis en de elektrische fiets),
- RDW papieren (van de auto en de paardentrailer),
- 2 zilveren ringen,
- een smartwatch,
- een keuringsrapport van een paard en/of
– een kussensloop, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
3.hij op of omstreeks 17 december 2020 te [plaats 3] , gemeente Oude IJsselstreek tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een woning, gelegen [adres 3] , geld en/of goederen, te weten:
- meerdere horloges,
- een armband,
- een sieradenkistje met gouden ringetjes en kettingen,
- een geldbedrag van circa 600 euro en/of
- een fles frisdrank Aloe Vera, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
4.hij op of omstreeks 17 december 2020 te [plaats 4] , gemeente Oude IJsselstreek tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in/uit een woning, gelegen [adres 4] , geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 4] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,
- de tuin behorende bij die woning hebben/heeft betreden en/of
- een raam van die woning hebben/heeft gepoogd open te wrikken en/of te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.hij op of omstreeks 18 december 2020 te Buren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een verzorgingstehuis (bestaande uit meerdere woningen), gelegen [adres 5] , een zaklamp, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [verzorgingstehuis] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
6.hij op of omstreeks 18 december 2020 te [plaats 5] , gemeente West Maas en Waal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in/uit een woning, gelegen [adres 6] , geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 5] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, - een raam van die woning hebben/heeft opengebroken en/of geforceerd,
- de woning hebben/heeft betreden en/of
- kasten en/of lades in die woning hebben/heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
7.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2020 tot en met 30 december 2020 te [plaats 6] opzettelijk en wederrechtelijk (een raam in) een detentiecel, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam PI] (gevestigd [adres 7] ) toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
8.hij op of omstreeks 31 december 2020 te [plaats 6] een medewerker van de [naam PI] ( [naam medewerker] ) heeft mishandeld door hem (met kracht) een (vliegende) trap en/of schop in de rug te geven.
Zaak met parketnummer 09-210369-20 (gevoegd):
2.hij op of omstreeks 15 augustus 2020 te Alphen aan den Rijn opzettelijk een ambtenaar, te weten [hoofdagent 1] en/of [hoofdagent 2] , beiden werkzaam als hoofdagent politie Eenheid Den Haag, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/hen de woorden toe te voegen: "Bek dicht en doe je kankerwerk. Houd je kankerbek. Sukkel, kan je stoer doen kanker junk. Jouw kanker moeder en zijn kanker moeder", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met aanvulling van gronden, met uitzondering van de beslissing over de vordering tot tenuitvoerlegging.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak (09-320876-20 - feit 6)
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 6 is tenlastegelegd. Uit de aangifte d.d. 20 december 2020 kan niet worden afgeleid wanneer de inbraak in [plaats 5] precies heeft plaatsgevonden. Blijkens de aangifte kan dit in de periode van 16 december 2020 tot en met 20 december 2020 zijn gebeurd. Weliswaar volgt uit het dossier dat de telefoons van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op enig moment in de nacht van 17 op 18 december 2020 aanstraalden in de omgeving van [plaats 5] , maar dat enkele feit is onvoldoende om vast te stellen dat (ook) de verdachte in de woning is geweest. Het hof ziet in het verhandelde ter terechtzitting ook overigens onvoldoende steun voor het verwijt dat de verdachte ook deze poging tot inbraak heeft gepleegd. Dat betekent dat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van dit feit.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 en in de zaak met parketnummer 09-210369-20 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 09-320876-20:
1.hij op of omstreeks 17 december 2020 te [plaats 1] , gemeente Berkelland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in/uit een woning, gelegen [adres 1] , geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [benadeelde partij 2] , weg te nemen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,
- de tuin behorende bij die woning hebben/heeft betreden, - een raam hebben/heeft geforceerd en/of
- ( vervolgens) die woning hebben/heeft betreden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.hij op of omstreeks 17 december 2020 te [plaats 2] , gemeente Oost Gelre, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een woning, gelegen [adres 2] , geld en/of goederen, te weten:
- een kluis,
- een etui,
- een zakmes,
- draadloze bluetooth oortelefoontjes,
- een kentekenpasje,
- een geldbedrag van circa 31 euro,
- sleutels (van het huis en de elektrische fiets),
- RDW papieren (van de auto en de paardentrailer),
- 2 zilveren ringen,
- een smartwatch,
- een keuringsrapport van een paard en/of
- een kussensloop,
in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) die toebehoorden, te weten aan [benadeelde partij 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
3.hij op of omstreeks 17 december 2020 te [plaats 3] , gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een woning, gelegen [adres 3] , geld en/of goederen, te weten:
- meerdere horloges,
- een armband,
- een sieradenkistje met gouden ringetjes en kettingen,
- een geldbedrag van circa 600 euro en/of
- een fles frisdrank Aloe Vera,
in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) die toebehoorden, te weten aan [benadeelde partij 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
4.hij op of omstreeks 17 december 2020 te [plaats 4] , gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in/uit een woning, gelegen [adres 4] , geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [benadeelde partij 4] , weg te nemen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,
- de tuin behorende bij die woning hebben/heeft betreden en/of
- een raam van die woning hebben/heeft gepoogd open te wrikken en/of te forceren,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.hij op of omstreeks 18 december 2020 te Buren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een verzorgingstehuis (bestaande uit meerdere woningen), gelegen [adres 5] , een zaklamp, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) die toebehoorde, te weten aan [verzorgingstehuis] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
7.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 december 2020 tot en met 30 december 2020 te [plaats 6] opzettelijk en wederrechtelijk (een raam in) een detentiecel, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam PI] (gevestigd [adres 7] ) toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
8.hij op of omstreeks 31 december 2020 te [plaats 6] een medewerker van de [naam PI] ( [naam medewerker] ) heeft mishandeld door hem (met kracht) een (vliegende) trap en/of schop in de rug te geven.
Zaak met parketnummer 09-210369-20 (gevoegd):
2.hij op of omstreeks 15 augustus 2020 te Alphen aan den Rijn opzettelijk een ambtenaar, te weten [hoofdagent 1] en/of [hoofdagent 2] , beiden werkzaam als hoofdagent politie Eenheid Den Haag, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/hen de woorden toe te voegen: "Bek dicht en doe je kankerwerk. Houd je kankerbek. Sukkel, kan je stoer doen kanker junk. Jouw kanker moeder en zijn kanker moeder", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, Sv wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het bij parketnummer 09-320876-20 onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde
Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
In de nacht van 17 en 18 december 2020 vond een aantal (pogingen tot) (woning)inbraken plaats, waarbij de laatste inbraak plaatsvond tussen 03:11-03:46 uur te Buren. De politie volgde [medeverdachte] op dat moment reeds op afstand via zijn telefoon, vanwege een al eerder ontstaan vermoeden dat hij betrokken was bij verschillende inbraken. Kort na die laatste inbraak zag de politiehelikopter een zwarte Seat rijden, waarin de verdachte (als bijrijder) en [medeverdachte] (als bestuurder) uiteindelijk om 04:06 uur op de Rijksweg A2 werden aangetroffen. De politie heeft deze zwarte Seat - die op dat moment ongeveer 160 km/u reed - vanaf 03:55 uur en dus vanaf negen minuten na de laatste inbraak met een politieauto gevolgd. In elk geval tussen 03:55 uur en 04:06 uur is er niemand in of uit de auto gestapt.
Breekijzer
Op de beelden van de aanhouding zoals vastgelegd door de politiehelikopter is te zien dat de bijrijder uit het voertuig stapte en naar de sloot rende, om vervolgens iets in de sloot te gooien. Op de beelden waren, aldus de politie, meerdere plonzen zichtbaar. De sloot is onderzocht en op de genoemde plek zijn een schroevendraaier en een rood breekijzer aangetroffen.
Na vergelijkend verfsporenonderzoek aan dit breekijzer en de aangetroffen verfsporen op de inbraaklocaties bleek dat het veel waarschijnlijker is dat dit voorwerp is gebruikt bij de (poging tot) inbraak in de woningen in [plaats 2] (feit 2) en [plaats 4] (feit 4), dan een ander werktuig. Voor de woning in [plaats 1] (feit 1) geldt dat het waarschijnlijker is dat de aangetroffen verfsporen afkomstig zijn van dit breekijzer dan van een ander werktuig.
De raadsvrouw heeft betoogd dat het vergelijkend verfsporenonderzoek uitgesloten dient te worden van het bewijs nu het breekijzer een veelvoorkomend werktuig betreft. Het hof gaat hieraan voorbij nu het hof in hetgeen de raadsvrouw daartoe heeft aangevoerd geen aanleiding ziet om de uitkomsten van genoemd onderzoek buiten beschouwing te laten, te meer nu de onderzoeksresultaten slechts in onderling verband met ander bewijs voor het daderschap van de verdachte(n) worden gebruikt.
Schoensporenonderzoek
Voorts zijn in of op het terrein van de woningen in [plaats 1] , [plaats 2] , [plaats 3] en [plaats 4] schoensporen aangetroffen. Blijkens het vergelijkend schoensporenonderzoek zijn deze schoensporen veroorzaakt door (schoenen soortgelijk aan) de schoenen van [medeverdachte] (de woningen in [plaats 1] (feit 1), [plaats 2] (feit 2), [plaats 3] (feit 3) en [plaats 4] (feit 4)) en/of de verdachte (de woningen in [plaats 2] (feit 2) en [plaats 4] (feit 4)).
De telefoons
In de Seat waarin de verdachten zaten, is één iPhone aangetroffen op de bijrijdersstoel en één in de middenconsole. Vaststaat dat één van deze telefoons toebehoort aan [medeverdachte] . De ander, een iPhone 11, is te herleiden tot de verdachte: de naam en geboortedatum van zijn moeder kunnen gerelateerd worden aan het Apple ID en er is een foto van de identiteitskaart van de verdachte in de telefoon aangetroffen. Het hof gaat er daarom van uit dat de verdachte de iPhone 11 die avond in gebruik had. Voorts zijn in beide telefoons zoektermen aangetroffen die verband houden met de ten laste gelegde feiten. Op de telefoon van de verdachte is op Google Maps/Street view gezocht naar namen van gemeenten in het gebied waar de inbraken hebben plaatsgevonden. [medeverdachte] zocht op sieraden en slijptollen.
Uit het dossier volgt dat de telefoon van [medeverdachte] steeds op vliegtuigstand stond wanneer er een inbraak werd gepleegd, iets waarvan uit eerder onderzoek naar inbraken, gepleegd door [medeverdachte] , is gebleken dat [medeverdachte] dat vaker deed. Ook is vastgesteld dat de zaklampfunctie van zijn telefoon die avond veelvuldig geactiveerd werd, onder meer op het tijdstip (19:16 uur) van de poging inbraak in [plaats 1] (feit 1).
Beide telefoons straalden nabijgelegen zendmasten aan in het gebied waar de inbraken plaatsvonden.
Andere belastende omstandigheden
Uit de woning in [plaats 3] (feit 3) zijn sieraden, waaronder horloges, en een fles Aloë Vera weggenomen. Er is schade aan het raam, vermoedelijk veroorzaakt door een schroevendraaier. Bij zijn aanhouding wordt onder de verdachte een gouden horloge aangetroffen zonder band. Aangever [benadeelde partij 1] herkent dit horloge als het zijne en weet specifieke kenmerken te noemen, zoals dat de achterzijde van het horloge van een ander horloge afkomstig is. Ook wordt in de Seat een fles Aloë Vera aangetroffen, die de aangever herkent.
Door getuige [getuige] wordt, 300 meter van de [adres 1] te [plaats 1] , tussen 18:45 en 19:30 uur een oud model zwarte Seat Ibiza gezien met daarin vermoedelijk twee personen. De auto rijdt op hoge snelheid en komt uit de richting van de [adres 1] .
Op camerabeelden van de inbraak in het zorgcentrum te Buren (feit 5) zijn ook twee personen te zien waarvan één met een zaklamp schijnt. Daarnaast wordt op de beelden gezien dat de personen een schroevendraaier en een rood breekijzer vasthouden. De kleding die de personen op de beelden dragen komt overeen met de aangetroffen kleding in de bovengenoemde Seat en de kleding en het schoeisel waarmee de verdachten zijn aangehouden. Ook op camerabeelden bij de woning in [plaats 1] (feit 1) zijn twee personen te zien, van wie de kleding blijkens de omschrijving van de politie exact overeenkomt met kleding die de verdachten droegen tijdens de aanhouding dan wel die is aangetroffen in de Seat.
Daar komt bij dat in het zorgcentrum twee gele zaklampen zijn weggenomen. Een dergelijke gele zaklamp wordt bij de aanhouding aangetroffen in het opbergvak van de bestuurdersdeur van de Seat Ibiza, en een identieke zaklamp is teruggevonden op een andere plek in het zorgcentrum dan waar die lamp aanvankelijk lag.
Medeplegen
Naar het oordeel van het hof is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en [medeverdachte] nauw en bewust hebben samengewerkt ter uitvoering van de inbraken en pogingen daartoe. Het hof leidt dat af uit de overeenkomsten tussen de uit de bewijsmiddelen blijkende telefoonlocaties gedurende de periode waarin de inbraken en pogingen daartoe hebben plaatsgevonden, het feit dat op diverse plaatsen van hen allebei schoensporen zijn aangetroffen en dat op camerabeelden steeds twee personen te zien zijn, die voldoen aan de signalementen van de verdachte en [medeverdachte] . Daar komt nog bij dat [medeverdachte] en de verdachte kort na de laatste inbraak samen in de Seat zaten, waarna de verdachte kennelijk heeft getracht zich te ontdoen van het inbrekersgereedschap.
Conclusie
Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien – samengevat: de combinatie van de schoensporen, het verfrestenonderzoek, de camerabeelden en kleding, de telefoongegevens van beide telefoons, de aangetroffen gestolen goederen én het feit dat de verdachte slechts negen minuten na de laatste inbraak bij de medeverdachte in de auto zat - acht het hof bewezen dat de verdachte in de nacht van 17 en 18 december 2020 samen met [medeverdachte] de inbraken en pogingen daartoe in [plaats 1] , [plaats 2] , [plaats 3] , [plaats 4] en Buren heeft gepleegd. Hierbij heeft het hof ook acht geslagen op het uitblijven van een voldoende aannemelijke, ontlastende verklaring van de verdachte voor de voorgaande vaststellingen die wijzen op betrokkenheid van de verdachte alsmede op een bewuste en nauwe samenwerking bij (pogingen tot) de inbraken in kwestie. Hieraan doet de stelling van de verdachte dat het mogelijk is dat hij, kort ná de laatste inbraak maar vóórdat hij in de Seat werd aangetroffen, in de Seat zou zijn gestapt, niet af. Het hof acht deze stelling niet aannemelijk. Er zit immers maar een paar minuten tussen de laatste inbraak en het moment waarop de politiehelikopter de Seat (hard) ziet rijden, terwijl vaststaat dat in elk geval vanaf 03:55 uur niemand in of uit de auto is gestapt. De verdachte heeft bovendien ook niet onderbouwd wat hij dan op dat tijdstip van de nacht op de weg tussen Buren en de oprit naar Vianen op de A2 deed, terwijl zoals gezegd tal van feiten en omstandigheden duiden op zijn betrokkenheid bij de eerdere inbraken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.
Het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.
Het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 3 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.
Het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 4 bewezenverklaarde levert op:
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.
Het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 5 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
Het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 7 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 8 bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
Het in de zaak met parketnummer 09-210369-20 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een inbraak in een verzorgingshuis en aan een aantal woningbraken en pogingen daartoe. Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy en het veiligheidsgevoel van de bewoners en omwonenden. In één geval was een bewoonster thuis toen zij schaduwen voor het raam zag, en in het verzorgingshuis hadden de bewoners de verdachten tegen het lijf kunnen lopen. Dit zijn angstaanjagende situaties. Het hof rekent het de verdachte sterk aan dat hij bij het plegen van deze misdrijven kennelijk alleen heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin en niet heeft stilgestaan bij de gevolgen hiervan voor de slachtoffers.
Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de belediging van twee politieagenten en de mishandeling van een medewerker in de penitentiaire inrichting. Zodoende heeft hij blijk gegeven van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag en heeft hij met zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer van de mishandeling.
Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van een raam in zijn cel. Daarmee heeft de verdachte de penitentiaire inrichting financiële schade berokkend en voor het personeel overlast veroorzaakt.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 maart 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten.
Daarnaast heeft het hof acht geslagen op het door de reclassering over de verdachte opgestelde reclasseringsadvies van 11 juli 2023, waarin de reclassering aangeeft dat de verdachte regelmatig in aanraking komt met politie en justitie en de status heeft van "actief veelpleger". Eerdere toezichten bij jeugdreclassering en hulpverlening hebben niet geleid tot een afname van het delictgedrag bij de verdachte. De verdachte stelde zich tot op heden onbegeleidbaar op. Het recidiverisico en het risico op het onttrekken aan voorwaarden schat de reclassering als hoog in. Verder heeft de reclassering aangegeven dat de verdachte een eerdere detentie in een volwassenen penitentiaire inrichting heeft doorgebracht, waarbij opvallend was dat hij, ondanks zijn jonge leeftijd, daar heeft geweigerd zich te conformeren aan de geldende regels en eventuele sancties voor lief heeft genomen. Volgens de reclassering is de verdachte niet ontvankelijk voor pedagogische beïnvloeding en lijkt hij bewust delinquente gedragskeuzes te maken. De reclassering adviseert daarom het volwassenstrafrecht toe te passen. Daarnaast adviseert de reclassering om, gelet op de niet-coöperatieve houding en het voortdurende delictgedrag van de verdachte, bij een veroordeling een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. De reclassering adviseert verder om, mocht de verdachte – zoals de rechtbank heeft overwogen – niet aan alle voorwaarden voldoen om een ISD-maatregel op te kunnen leggen, een (deels) voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en een verplichte dagbesteding aan de verdachte op te leggen.
Reeds omdat de advocaat-generaal geen voorwaardelijke ISD heeft gevorderd, gaat het hof aan dat deel van het advies van de reclassering voorbij.
Gelet op al het vorenstaande is het hof, ondanks de vrijspraak ten aanzien van feit 6 (09-320876-20), van oordeel dat - in het bijzonder gelet op de ernst en de hoeveelheid van de bewezen verklaarde feiten alsmede het strafblad en de persoon van de verdachte - niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van langere duur met zich brengt.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden een passende en geboden reactie vormt. Het hof ziet geen aanleiding tot het opleggen van een deels voorwaardelijke straf. Eventuele voorwaarden kunnen indien gewenst en mogelijk worden gesteld in het kader van de verdere tenuitvoerlegging.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv, aan de orde is.
Vordering tot schadevergoeding - Dienst Justitiële Inrichtingen ( [naam PI] )
In het onderhavige strafproces heeft Dienst Justitiële Inrichtingen ( [naam PI] , hierna: de [naam PI] ) zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 8 tenlastegelegde (de mishandeling), tot een bedrag van € 250,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag € 250,00.
Het hof stelt vast dat deze vordering is ingediend door de [naam PI] , maar dat de vordering ziet op immateriële schade die zou zijn geleden door een medewerker van de [naam PI] . Uit de vordering blijkt niet zonder meer dat de betreffende medewerker de [naam PI] heeft gemachtigd om de vordering namens hem te in te dienen, terwijl evenmin is gebleken dat de [naam PI] zelf (immateriële) schade heeft geleden als gevolg van de bewezen verklaarde mishandeling. Het hof zal om die reden de vordering van de [naam PI] niet-ontvankelijk verklaren.
Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam medewerker] (personeelsnummer [nummer] )
Het hof overweegt dat de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht te allen tijde kan worden opgelegd indien en voor zover de verdachte jegens een slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht, hetgeen in de onderhavige zaak het geval is (vgl. HR 13 juli 2010, NJ 2010/459). Dit kan dus ook als het slachtoffer geen vordering heeft ingediend.
Uit de bij de vordering benadeelde partij van de [naam PI] overgelegde verklaring die, blijkens het daarop aangegeven personeelsnummer, is opgesteld door het personeelslid van de [naam PI] dat de trap in zijn rug heeft gekregen van de verdachte, leidt het hof af dat het personeelslid immateriële schade heeft geleden als gevolg van de bewezen verklaarde mishandeling door de verdachte. Het betreffende personeelslid is in hoger beroep ook ter zitting verschenen. Het hof ziet daarin aanleiding om aan de verdachte ambtshalve de verplichting op te leggen een naar billijkheid vastgesteld bedrag van € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 december 2020, aan de Staat te betalen ten behoeve van de medewerker van de [naam PI] , het slachtoffer [naam medewerker] (personeelsnummer [nummer] ).
Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 3]
In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 175,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 175,00.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 2 bewezenverklaarde. Naar het oordeel van het hof is voldoende komen vast te staan dat de benadeelde partij ten gevolge van de diefstal van het keuringsrapport de gestelde (vervangings-)schade heeft geleden (waarvan ook zonder meer aannemelijk is dat die gelet op de aard van de schade in dit geval niet door de verzekering is vergoed). De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
Proceskosten
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 3]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 175,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 3] .
Vordering tenuitvoerlegging 09-777027-18
Bij vonnis van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 7 maart 2019, parketnummer 09-777027-18, is de verdachte (onder meer) veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, met bevel dat die straf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat genoemde voorwaardelijke straf gedeeltelijk (namelijk voor 45 dagen) ten uitvoer zal worden gelegd, in die zin dat deze zal worden omgezet naar een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 90 uren, omdat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.
De verdediging heeft aangevoerd dat, gelet op de bepleite vrijspraken en de ouderdom van de zaak, de vordering tenuitvoerlegging moet worden afgewezen.
In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde (overigens veelvuldig en relatief kort na het ingaan van de proeftijd) niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.
De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van de niet tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.
In de vordering van de advocaat-generaal, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, noch in de gestelde ouderdom van de zaak ziet het hof reden om af te wijken van het uitgangspunt een voorwaardelijk opgelegde straf bij overtreding van de algemene voorwaarde volledig ten uitvoer te leggen. Dit mede gelet op het grote aantal bewezen verklaarde feiten. Omzetting van de jeugddetentie naar een werkstraf acht het hof overigens ook niet reëel, gelet op de houding van de verdachte en hetgeen de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep hieromtrent naar voren heeft gebracht, te weten dat de verdachte geen taakstraf kan doen in verband met zijn gezondheid en dat daarom van het omzetten in een taakstraf moet worden afgezien.
Het hof zal gelet op het voorgaande de volledige tenuitvoerlegging gelasten.
Nu naar het oordeel van het hof de verdachte, gelet op diens leeftijd en gelet op het eerder genoemde advies van de reclassering van 11 juli 2023 om het volwassenenstrafrecht toe te passen, niet meer voor de straf van jeugddetentie in aanmerking komt, zal het hof op grond van het bepaalde in artikel 6:6:29 Sv bepalen dat de jeugddetentie ten uitvoer zal worden gelegd als een gevangenisstraf.
Beslag
De advocaat-generaal heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen genoemde koevoet en schroevendraaier. Ten aanzien van de onder de verdachte in beslag genomen schoenen en broek heeft de advocaat-generaal gevorderd dat deze teruggegeven worden aan de verdachte. Het in beslag genomen horloge dient teruggegeven te worden aan de rechthebbende, [benadeelde partij 1] .
Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de koevoet en de schroevendraaier, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu dit voorwerpen betreft met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.
Ten aanzien van de in beslag genomen schoenen en broek, zal het hof de teruggave aan de verdachte gelasten.
Ten aanzien van het in beslag genomen en nog niet (onvoorwaardelijk) teruggegeven horloge, zal het hof de teruggave gelasten aan de rechthebbende, [benadeelde partij 1] .
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 57, 63, 266, 267, 300, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-210369-20 onder 1 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover onderworpen aan het oordeel van het hof - en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 en in de zaak met parketnummer 09-210369-20 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 en in de zaak met parketnummer 09-210369-20 onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK Schroevendraaier (Omschrijving: 2524374, rood, merk: Wiha);
- 1 STK Koevoet (Omschrijving: 2527653, rood).
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1 STK Schoenen (Omschrijving: 2524428, zwart, merk: Nike Air);
1 STK Broek (Omschrijving: 2525899, blauw, merk: The North Face).
Gelast de teruggave aan de rechthebbende [benadeelde partij 1] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 STK Horloge (Omschrijving: 2524359, goudkleur, merk: oud horloge).
Verklaart de benadeelde partij Dienst Justitiële Inrichtingen ( [naam PI] ) niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij Dienst Justitiële Inrichtingen ( [naam PI] ) in de door de verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met personeelsnummer [nummer]
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam medewerker] (personeelsnummer [nummer] ), ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 8 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 31 december 2020.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 175,00 (honderdvijfenzeventig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-320876-20 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 175,00 (honderdvijfenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 17 december 2020.
Beveelt dat in plaats van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 7 maart 2019 met parketnummer 09-777027-18, te weten een jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen ten uitvoer zal worden gelegd.
Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer, mr. J.A.M. Jansen en mr. C.J. van Buuren, in bijzijn van de griffier mr. R. Dieteren.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 april 2024.
Mr. R. Dieteren is buiten staat dit arrest te ondertekenen.