ECLI:NL:GHDHA:2024:2957

ECLI:NL:GHDHA:2024:2957

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 25-03-2024
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer 22-002612-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2026:1356

Samenvatting

De verdachte heeft zich tezamen met medeverdachte(n) schuldig gemaakt aan het bewerken en het verwerken en het voorhanden hebben van een hoeveelheid bevattende heroïne, zijnde harddrugs, en aan de voorbereidingshandelingen door het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen bestemd tot het verwerken van harddrugs. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Uitspraak

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 september 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] ,

ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in de [naam penitentiaire inrichting] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2022 tot en met 20 mei 2022 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 681 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2022 tot en met 20 mei 2022 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of het opzettelijk vervaardigen van heroïne in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door een (grote) hoeveelheid paracetamol en/of coffeïne (10.589 gram)(bestemd voor het versnijden en/of bewerken en/of verwerken van heroïne) en/of een drukpers voorhanden te hebben.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die reeds is doorgebracht in voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof – anders dan de rechtbank – wel tot een bewezenverklaring komt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2022 tot en met 20 mei 2022 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 681 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2022 tot en met 20 mei 2022 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of het opzettelijk vervaardigen van heroïne in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door een (grote) hoeveelheid paracetamol en/of coffeïne (10.589 gram)(bestemd voor het versnijden en/of bewerken en/of verwerken van heroïne) en/of een drukpers voorhanden te hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de navolgende feiten en omstandigheden die reden geven tot de bewezenverklaring.

Op 11 en 12 mei 2022 zijn er bij de politie meldingen binnengekomen over een pand aan de [adres] te Rotterdam (hierna: het pand). De ramen van het pand zouden sinds kort zijn afgeplakt met folie. De hoofdbewoner wordt niet gezien. Wel wordt gezien dat verschillende mannen in en uit het pand lopen. In de avonden wordt het geluid van een machine waargenomen en in de ochtend en avond wordt gezien dat er goederen worden geleverd en opgehaald. Op 19 mei 2022 komt er via Meld Misdaad Anoniem een melding binnen over de verduisterde ramen en het zien van mannen die in de nachtelijke uren bezig zijn in het pand.

Naar aanleiding van deze meldingen is het pand op 19 en 20 mei 2022 enige tijd door de politie geobserveerd. Gedurende deze observaties is onder andere het volgende waargenomen. Op 19 mei 2022 omstreeks 22:45 uur komt een persoon de [adres] in lopen en loopt vervolgens richting de kliko die naast de voordeur van het pand staat. De klep van deze kliko wordt geopend. Het is onduidelijk of er iets in de kliko wordt gegooid of er iets uit wordt gehaald. Vervolgens loopt deze persoon weer weg. Op 20 mei 2022 omstreeks 00:45 uur stappen vier mannen uit een auto, een Peugeot met kenteken [kenteken] , en lopen naar het pand. Eén van deze mannen haalt een witte plasticzak uit de kliko. De tas heeft een ronde gevulde vorm. De vier mannen betreden vervolgens het pand. In het uur daarna lopen diverse mannen de woning in en uit. Omstreeks 01:30 uur wordt aan de achterzijde van het pand waargenomen dat er voortdurend twee mannen heen en weer lopen op de eerste verdieping.

Omstreeks 01:58 uur treden verbalisanten het pand binnen. Op het moment dat de verbalisanten proberen de deur te openen, horen zij personen rennen in het pand, goederen vallen en horen zij het geluid van stromend water. Door een openstaand dakraam aan de voorzijde van het pand komt een grote stofwolk naar buiten.

Op het moment dat de verbalisanten het raam intikken om zich toegang te verschaffen tot de woning, zien zij twee mannen vanuit het raam van de eerste verdieping het dak op klimmen. De kleding van de twee mannen zit onder de bruine vlekken en poeder. De mannen die op het dak worden aangetroffen blijken te zijn [medeverdachte 1] en, na latere rectificatie, [medeverdachte 2] .

In de woonkamer op de begane grond van het pand zien de verbalisanten direct overal bruin poeder liggen. Zij treffen aldaar geen personen aan. Op de eerste verdieping treffen zij in de slaapkamer aan de voorzijde van het pand (vertrek AH) op een bed twee personen aan. De verbalisanten zien dat deze mannen onder het bruine poeder zitten. Zij hebben geen schoenen aan en hun voetzolen zitten onder het bruine poeder. Verbalisanten zien dat heel de vloer bezaaid is met bruin poeder. De man (steeds vanaf het voeteneind gezien) rechts op het bed met een ontbloot bovenlijf blijkt te zijn de verdachte en de man links op het bed blijkt te zijn, na latere rectificatie, [medeverdachte 3] .

Verbalisanten zien dat de gehele vloer op de bovenverdieping bezaaid is met bruin poeder en er liggen diverse plastic zakken met bruin poeder. Naast het poeder op de grond en de zakken poeder in de doucheruimte (vertrek AI) zien de verbalisanten twee kunststof teilen staan. De vloer van de douche zit onder het bruine poeder, vermengd met vocht. De in deze ruimte aangetroffen zak met bruin poeder wordt in beslag genomen. Uit onderzoek door het NFI blijkt dat deze 681 gram van de versnijdingsmiddelen coffeïne en paracetamol, alsook heroïne bevat. In de slaapkamer aan de achterzijde van het pand (vertrek AF) worden meerdere zeven aangetroffen, alsmede een kunststof teil met bruin poeder. Ook in deze kamer is de grond bezaaid met bruin poeder. In een gat in de vloer wordt een grote hoeveelheid bruin poeder aangetroffen. In het vertrek worden drie telefoons, zakken versnijdingsmiddelen en bruin poeder aangetroffen en in beslag genomen. In de slaapkamer aan de voorzijde van het pand (ruimte AH) worden twee telefoons, waarvan één kapotte, en bruin poeder aangetroffen en in beslag genomen. Uit onderzoek door het NFI blijkt dat het bruine poeder dat in deze vertrekken op de grond is aangetroffen, een mengsel is bevattende coffeïne en paracetamol.

De in het pand aangetroffen en inbeslaggenomen telefoons zijn na afdoening van de zaak in eerste aanleg ten behoeve van het ingestelde hoger beroep nader onderzocht. Een iPhone met goednummer [nummer] is aangetroffen in vertrek AF. Op de telefoon zijn video’s aangetroffen waar de verbalisanten de verdachte op herkennen en een zoekopdracht naar de naam ‘ [verdachte] ’ levert meerdere hits op.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep, overeenkomstig het vonnis van de rechtbank, vrijspraak bepleit nu het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. De verdachte had geen wetenschap van de aanwezigheid van de verdovende middelen, noch had hij daarover beschikkingsmacht. Blijkens de verklaring van de verdachte kwam hij die avond terug uit Marokko en wilde hij een cadeau, zijnde een Marokkaanse jurk, naar iemand in het pand brengen. Hij kwam rond 01:30 uur bij de woning aan en heeft 20 tot 30 minuten in de woonkamer gezeten, waar hij zijn schoenen uit heeft gedaan. Hij heeft geen bruin poeder gezien, noch is hem verder iets geks opgevallen. Hij hoorde vervolgens gebonk en is daarvan in paniek geraakt, waarna hij op de eerste verdieping in een bed is gaan liggen. Toen hij op bed lag heeft hij zijn sokken uitgedaan evenals zijn vest, wat vies was geworden door een wolk poeder.

Het hof is van oordeel dat de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen voldoende redengevend zijn om tot een bewezenverklaring van feit 1 en 2 te komen. Het hof overweegt daartoe als volgt.

De verdachte is tezamen met 3 medeverdachten aangetroffen in een pand. De bovenste verdieping van het pand was, gelet op de aldaar aangetroffen voorwerpen, alsmede op de laag bruin poeder op de vloer van de bovenste verdieping, onmiskenbaar ingericht voor het verwerken van verdovende middelen. In de ruimtes AF en AH lag zichtbaar bruin poeder en er lagen attributen, waaronder teilen en zeven, die geschikt zijn voor de verwerking van verdovende middelen.

Op basis van de gegevens die worden aangetroffen op de genoemde iPhone wordt geconcludeerd dat de verdachte zeer waarschijnlijk de gebruiker van dit toestel is. Twee andere telefoons, waarvan één aangetroffen in vertrek AF en één in vertrek AH, worden op dezelfde wijze toegeschreven aan de medeverdachte [medeverdachte 2] . Op de telefoons worden foto’s aangetroffen van op verdovende middelen gelijkende substanties en gesprekken met een inhoud die daarop duidt. De gesprekken bevatten meerdere verwijzingen naar verdovende middelen, zoals vermeldingen naar ‘zand’ en ‘pura’, en tevens naar het adres waar de verdachte is aangetroffen, te weten de [adres] .

De slaapkamer waarin de verdachte is aangetroffen (vertrek AH) grenst aan deze versnijdingsruimte. In de versnijdingsruimte is bovendien de telefoon van de verdachte aangetroffen, waaruit het hof opmaakt dat hij ook in die versnijdingsruimte is geweest.

Naast het bed in vertrek AH waarop de verdachte is aangetroffen was eveneens een teil met poeder aanwezig.

In de badkamer, die uitsluitend toegankelijk is via vertrek AH, stond een teil met versnijdingsmiddelen en heroïne.

Daar komt bij dat de verdachte op het moment van aanhouding onder het bruine poeder zat en dat de aan hem te koppelen telefoon diverse video’s en gesprekken bevat die verband houden met verdovende middelen.

Het aantreffen van telefoons in vertrek AF bevestigt dat in ieder geval de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] aanwezig zijn geweest in de versnijdingsruimte. Daarnaast zat de verdachte op het moment van aanhouding onder het bruine poeder. Dit bruine poeder zat ook op zijn blote voetzolen, wat niet te verklaren is door de uitleg van de verdachte dat hij zijn sokken eerst op het bed heeft uitgedaan. Gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte niet alleen wetenschap heeft gehad van aanwezigheid van de in de tenlastelegging opgenomen heroïne en versnijdingsmiddelen, maar hier ook de beschikkingsmacht over heeft gehad.

Naar het oordeel van het hof is bovendien sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen ten minste de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] , gelet op de inhoud van de aangetroffen telefoons, de omstandigheden waaronder de verdachte en medeverdachten zijn aangetroffen, het feit dat zij gelijktijdig in het pand aanwezig zijn geweest en het feit dat meerdere personen geplaatst kunnen worden in de versnijdingsruimte. Het hof komt derhalve tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen en aan het bewerken en verwerken en voorhanden hebben van een materiaal bevattende heroïne.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich tezamen met medeverdachte(n) schuldig gemaakt aan het bewerken en het verwerken en het voorhanden hebben van een hoeveelheid bevattende heroïne, zijnde harddrugs, en aan de voorbereidingshandelingen door het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen bestemd tot het verwerken van harddrugs. Harddrugs vormen een gevaar voor de volksgezondheid en leiden veelal, direct en indirect, tot vele vormen van (ernstige) criminaliteit. Tegen delicten als de onderhavige moet daarom streng worden opgetreden.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.

28 februari 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het overtreden van de Opiumwet.

Gelet op de aard en ernst van de feiten is het hof van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 47, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. J.W. van den Hurk,

mr. M.C. Bruining en mr. M.S. Lamboo, in bijzijn van de griffier mr. C. Rietdijk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 maart 2024.

Mr. J.W. van den Hurk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand