ECLI:NL:GHDHA:2024:630

ECLI:NL:GHDHA:2024:630, Gerechtshof Den Haag, 07-03-2024, 22-001318-22

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 07-03-2024
Datum publicatie 23-09-2025
Zaaknummer 22-001318-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:583
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het dwingen tot het dulden van een ontuchtige handeling. Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad.

Uitspraak

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 april 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

adres: [woonadres], [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde. De vordering van de benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 28 augustus 2020 te Rotterdam, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het onverhoeds uitvoeren van die handeling [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het opzettelijk botsen met zijn onderlichaam, althans schaamstreek tegen de billen van die [slachtoffer] (die toen voorover gebogen stond).

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 28 augustus 2020 te Rotterdam, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het onverhoeds uitvoeren van na te noemen handeling [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het opzettelijk botsen met zijn onderlichaam, althans schaamstreek tegen de billen van die [slachtoffer] (die toen voorover gebogen stond).

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverwegingen

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de getuigenverklaringen van [getuige] moeten worden uitgesloten van het bewijs. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat [getuige] niet consistent heeft verklaard en dat de verklaringen daarom niet betrouwbaar zijn.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende. Wanneer door een getuige op verschillende tijdstippen afgelegde verklaringen niet op alle details overeenkomen, maakt dat die verklaringen als geheel nog niet onbetrouwbaar. Dergelijke detailverschillen kunnen nu eenmaal optreden, zeker als er -zoals in dit geval- betrekkelijk veel tijd ligt tussen het afleggen van de te onderscheiden verklaringen. Waar het om gaat is dat de verklaringen naar de kern voldoende consistent zijn. Daarvan is bij de verklaringen van [getuige] naar ’s hofs oordeel sprake, zodat die verklaringen niet als onbetrouwbaar kunnen worden aangemerkt en daarmee gebezigd kunnen worden voor het bewijs.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich voorts op het standpunt gesteld dat de verdachte op 28 augustus 2020 achter [slachtoffer] langs is gelopen, even uit evenwicht is geraakt en haar daardoor op de billen heeft geraakt. Dat was, aldus de raadsman, niet opzettelijk. De verdachte moet dan ook van het tenlastegelegde worden vrijgesproken reeds omdat het geen bewuste handeling betrof, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit de bewijsmiddelen maakt het hof op en zo stelt het hof ook vast dat de verdachte op 28 augustus 2020 achter [slachtoffer] langs liep, die voorover gebogen stond met haar handen op tafel. Toen hij, met zijn handen omhoog, precies achter haar stond, gaf hij met zijn onderlichaam een tikje naar voren waardoor hij daarmee tegen haar billen aanstootte. Hierdoor werd [slachtoffer] naar voren geduwd, waarna verdachte lachte en doorliep. Dit wijst op een bewuste handeling, en niet op een toevallige, onbedoelde aanraking. Daar komt bij dat de verdachte kort na het gebeurde in een bericht aan [slachtoffer] heeft laten weten dat het als grap bedoeld was, wat al evenzeer onverenigbaar is met een onbedoelde aanraking. Op grond hiervan komt het hof tot de conclusie dat de door de verdachte gestelde onbedoelde niet-opzettelijke aanraking van [slachtoffer] als gevolg van het uit evenwicht raken niet aannemelijk is geworden.

Tenslotte heeft de raadsman aangevoerd dat het opzettelijk botsen met het onderlichaam tegen de billen geen ontuchtige handeling oplevert in de zin van artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht, zodat ook daarom vrijspraak van het tenlastegelegde zou moeten volgen.

Het hof verwerpt dit verweer, nu het bewezenverklaarde handelen van de verdachte zoals mede volgt uit de bewijsmiddelen moet worden aangemerkt als een handeling met een seksuele strekking die duidelijk in strijd is met de sociaal ethische norm ter zake, waaraan het slachtoffer niet kon ontkomen, en daarmee als een ontuchtige handeling als bedoeld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof verwerpt de bewijsverweren.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan het dwingen tot het dulden van een ontuchtige handeling, te weten het opzettelijk botsen met zijn onderlichaam tegen de billen van [slachtoffer], terwijl zij voorover gebogen stond. Het kan als feit van algemene bekendheid worden aangenomen dat dit soort handelingen in strijd is met de sociaal ethische norm, en gevoelens van onmacht teweeg kunnen brengen. Dat dit ook in deze zaak zo is, volgt uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij. Uit de toelichting van de benadeelde partij kan voorts worden afgeleid dat het handelen van de verdachte ook – mede om andere redenen, die het hof de verdachte niet in volle omvang zal tegenwerpen - een diepe negatieve impact op het leven van het slachtoffer heeft.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 februari 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Nu dit evenwel andersoortige feiten zijn, zal het hof hieraan geen consequenties verbinden.

Het hof heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsrapport d.d. 18 februari 2022 waaruit blijkt dat de verdachte een stabiel leven lijdt, geen middelengebruik problematiek ervaart en het recidiverisico als laag wordt ingeschat.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Voor het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de advocaat-generaal gevorderd, ziet het hof geen aanleiding.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 750,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 750,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder bewezenverklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 750,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 15 (vijftien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 28 augustus 2020.

Dit arrest is gewezen door mr. A.S.I. van Delden,

mr. J.W. du Pon en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, in bijzijn van de griffier R.E. Jonkhoff.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 maart 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?