GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Familie
zaaknummer : 200.341.765/01
zaaknummer rechtbank : 10699579 GZ VERZ 23-6136MB 11912
beschikking van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2025
inzake
[verzoekster] ,
wonende op een bij het hof bekend adres,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: verzoekster,
advocaat voorheen mr. J.A.E. van Raak-Kuiper te Udenhout, thans zonder advocaat.
Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:
1. [de betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: de betrokkene,
2. Stichting Veritas Mentorschap,
gevestigd te Rotterdam,
hierna: Stichting Veritas,
3. [naam] ,
wonende te [woonplaats] .
Als informant in deze zaak is aangemerkt:
[zorgverlenende stichting] ,
hierna: [zorgverlenende stichting] ,
gevestigd te Rotterdam.
1. De zaak en de beschikking in het kort
Deze zaak gaat over het al dan niet wijzigingen van de mentor van de betrokkene.
De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam heeft door middel van een mondelinge uitspraak op 18 januari 2024, welke beslissing is vastgelegd in een proces-verbaal van 23 januari 2024 (hierna: de bestreden beslissing), voor zover in hoger beroep van belang, verzoekster ontslagen als mentor over de betrokkene en Stichting Veritas benoemd tot mentor over de belangen van niet-vermogensrechtelijke aard van de betrokkene.
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld, omdat zij het niet eens is met deze beslissing. Verzoekster verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beslissing te vernietigen en opnieuw rechtdoende (naar het hof begrijpt) het inleidende verzoek van [zorgverlenende stichting] alsnog af te wijzen.
De betrokkene heeft een brief geschreven, die op 9 augustus 2024 bij het hof is ingekomen en verzoekt (naar het hof begrijpt), net als verzoekster, de bestreden beslissing te vernietigen en het inleidende verzoek van de [zorgverlenende stichting] alsnog af te wijzen.
De [zorgverlenende stichting] en Stichting Veritas voeren verweer en verzoeken (naar het hof begrijpt) de bestreden beslissing te bekrachtigen.
Het hof geeft hierna eerst een beschrijving van het verloopt van de procedure tot nu toe. Daarna legt het hof uit hoe het tot deze beslissing is gekomen.
2. Het geding in hoger beroep
Verzoekster is op 15 april 2024 in hoger beroep gekomen van de bestreden beslissing.
De betrokkene heeft op 9 augustus 2024 een reactie in gediend op het hoger beroepschrift.
De mondelinge behandeling heeft op 4 juni 2025 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
verzoekster;
Stichting Veritas, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de stichting 1] en twee collega’s;
[zorgverlenende stichting] , vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de stichting 2] .
3. De feiten
De betrokkene is geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] . Verzoekster is de zus van de betrokkene.
Bij beschikking van 17 november 2023 heeft de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam ten behoeve van de betrokkene een mentorschap ingesteld, met benoeming van verzoekster tot mentor.
De betrokkene woont in een beschermde woonvorm van [zorgverlenende stichting] .
4. De motivering van de beslissing
Wat staat er in de wet?
Op grond van artikel 1:461 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de mentor door de rechter ontslag worden verleend met ingang van een door deze te bepalen dag, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden, zulks op verzoek van de medementor of degene die gerechtigd is mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 1:451, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve.
Op grond van artikel 1:452 lid 1 BW benoemt de rechter bij het instellen van het mentorschap of zo spoedig mogelijk daarna een mentor. Hij vergewist zich van de bereidheid en vormt zich een oordeel over de geschiktheid van de te benoemen persoon.
Op grond van artikel 1:452 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen. De rechter kan twee mentoren benoemen, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
Standpunten
Verzoekster kan zich niet vinden in het oordeel van de kantonrechter dat zij (opeens) niet meer geschikt zou zijn als mentor. Verzoekster heeft haar taak als mentor met zorg op zich genomen en alle werkzaamheden verricht die nodig waren in het belang van het welzijn van de betrokkene. De betrokkene is opgefleurd ten tijde van het mentorschap van verzoekster. Op dit moment gaat het niet goed met de betrokkene. Zij voelt zich volgens verzoekster niet prettig op haar op haar nieuwe woonplek en verzoekster maakt zich zorgen om de gezondheid van de betrokkene. De betrokkene heeft nog steeds de uitdrukkelijke wens dat verzoekster (opnieuw) tot mentor wordt benoemd. Deze voorkeur dient te worden gevolg, tenzij daar gegronde redenen voor zijn. Stichting Veritas heeft aanvankelijk toegezegd dat een gedeeld mentorschap tot de mogelijkheden behoorde. Dit is echter ook niet van de grond gekomen. Gedeeld mentorschap is iets waar verzoekster nog steeds open voor staat. Op deze manier wordt zij in ieder geval betrokken bij de verzorging van en de medische beslissingen ten aanzien van de betrokkene. Verzoekster heeft aangegeven geen beloning voor het mentorschap te wensen. Het gaat er haar slechts om dat zij als zus van de betrokkene het beste met haar voor heeft, wil weten hoe het met haar gaat en welke behandeling zij krijgt. Verzoekster kan ook het beste met de betrokkene communiceren. Indien er bijvoorbeeld medicatie nodig zou zijn waar de betrokkene afwijzend tegenover staat, is verzoekster in staat de betrokkene te overtuigen van de noodzaak ervan. Het is hierbij niet nodig dat verzoekster beschikt over medische kennis. Dit kan ook niet van een mentor worden verwacht. Verzoekster heeft zich in eerste aanleg laten leiden door emoties en betwist het beeld dat van haar is ontstaan.
De betrokkene heeft via de hiervoor genoemde brief aan het hof aangegeven dat zij het dossier van deze zaak zelf niet heeft ontvangen. Zij heeft via haar dochter vernomen dat zij mocht reageren op het hoger beroepschrift. De betrokkene geeft aan dat zij veel over de zaak wil zeggen, maar dat zij bang is niet te worden gehoord. Verzoekster kent haar goed en weet welke zorg ze nodig heeft. Om die reden verzoekt zij verzoekster (opnieuw) tot mentor te benoemen. Op dit moment gebeurt er volgens de betrokkene niets en zijn ook haar fysiotherapieafspraken gestopt. De betrokkene zou graag zien dat iemand die om haar geeft, zoals verzoekster, weer tot mentor wordt benoemd.
Stichting Veritas geeft ter zitting aan dat zij regelmatig contact hebben met de betrokkene hebben en dat zij de indruk hebben dat het goed met haar gaat. De betrokkene heeft een leuke kamer en ziet er goed uit. Stichting Veritas herkent daarom de zorgen van verzoekster niet.
[zorgverlenende stichting] geeft ter zitting aan zich niet te herkennen in het beeld dat door verzoekster wordt geschetst. De betrokkene heeft bij hen aangegeven dat ze blij is met haar nieuwe woonplek. De betrokkene onderneemt activiteiten en is goed aan het afvallen. [zorgverlenende stichting] heeft de indruk dat de betrokkene haar familie graag gelukkig wil maken en dat zij daarom bij hen andere dingen aangeeft.
Oordeel hof
Op basis van de overlegde stukken en het verhandelde ter zitting komt het hof tot het volgende oordeel. Verzoekster is maar voor een zeer korte periode mentor geweest van de betrokkene. Tijdens deze periode zijn er kennelijk dingen voorgevallen, waardoor [zorgverlenende stichting] een wijzigingsverzoek bij de kantonrechter heeft ingediend. Dit wijzigingsverzoek is in hoger beroep niet overgelegd en wat dit verzoek precies inhield, is in hoger beroep daarom niet duidelijk geworden. Wel heeft het hof voornoemde brief van de betrokkene ontvangen, waarin zij stelt dat ze wenst dat haar zus (verzoekster) tot mentor wordt benoemd. Weliswaar is door [zorgverlenende stichting] gesteld dat de betrokkene beïnvloedbaar is, maar dit geldt ook wanneer de betrokkene tegen de verzorging bij [zorgverlenende stichting] zegt dat het goed gaat in haar huidige situatie. Ter zitting is Stichting Veritas als huidige mentor gevraagd wat zij ervan zou vinden als verzoekster tot tweede mentor zou worden benoemd. De huidige mentor van Stichting Veritas heeft hierbij aangegeven dat zij nog niet eerder met een tweede mentor heeft gewerkt. Hoewel de communicatie met verzoekster ter zitting enigszins moeizaam was, gelet op haar oplopende emoties, is echter onvoldoende gebleken dat er gegronde redenen bestaan die zich verzetten tegen benoeming van verzoekster als tweede mentor. Het hof begrijpt de wens van verzoekster om betrokken te zijn in en meer zicht te hebben op het leven van betrokkene en hierin ook de rol als mentor in te willen vervullen. [zorgverlenende stichting] heeft aangegeven dat verzoekster ook regelmatig contact heeft met de betrokkene. Gezien de gebeurtenissen in het verleden acht het hof het echter wel noodzakelijk dat ook Stichting Veritas als professioneel mentor betrokken blijft.
Het hof geeft hierbij mee dat, zoals ter zitting ook is besproken, voor een goede invulling van het tweede mentorschap het voor de betrokkene zeer belangrijk is dat verzoekster op een respectvolle wijze met de mentor van Stichting Veritas en de hulpverlening omgaat en waarbij samenwerking het uitgangspunt dient te zijn.
5. De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover dit de benoeming van Stichting Veritas tot mentor over de belangen van niet-vermogensrechtelijke aard van de betrokkene betreft;
vernietigt de bestreden beslissing voor zover dit het ontslag van verzoekster als mentor over de belangen van niet-vermogensrechtelijke aard van de betrokkene betreft, en (in zoverre) opnieuw beschikkende:
benoemt met ingang van 23 juli 2025 verzoekster tot medementor over de betrokkene;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Smid-Verhage, bijgestaan door mr. R.T. Goede als griffier en is op 2 juli 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.