BESLISSING
Het hof:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Ontzegt de verdachte ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 (vijf) jaren.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [nabestaande A]
Verklaart de benadeelde partij [nabestaande A] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [nabestaande B]
Verklaart de benadeelde partij [nabestaande B] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [nabestaande C]
Verklaart de benadeelde partij [nabestaande C] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte af.
Wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte toe.
Schorst het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van
23. september 2025 te 10:00 uur,
onder de voorwaarde dat de verdachte de na te melden algemene voorwaarden en de na te melden bijzondere voorwaarden nakomt.
Stelt als voorwaarden dat de verdachte:
1) indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal onttrekken;
2) ingeval hij wegens het feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende hechtenis mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;
3) aan iedere oproeping in deze zaak vanwege de justitie of politie gevolg zal geven;
4) zich gedurende de schorsing niet aan een misdrijf zal schuldig maken;
5) van iedere adreswijziging tevoren zal kennis geven aan de advocaat-generaal bij het gerechtshof;
6) ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
7) zich zal onthouden van het besturen van motorrijtuigen als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994;
8) zich meldt, zolang hij geen concrete afspraak heeft voor het opstarten van zijn toezicht, binnen 3 dagen na het ingaan van de schorsing bij Reclassering Nederland op het volgende adres: [adres] te [plaats], zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren. Verdachte werkt mee aan het toezicht en de begeleiding door de reclassering, zolang de reclassering dat nodig vindt. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken;
9) zich niet bevindt in de gemeente [plaats]. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatieverbod. Hij gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat verdachte in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen.
Dit arrest is gewezen door
mr. L.C. van Walree, als voorzitter,
mr. TH.W.H.E. Schmitz en mr. A.E. Harteveld, leden,
in bijzijn van de griffier mr. T.A. van den Berg.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 september 2025.