Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Beslissing
gewezen op het hoger beroep tegen de beslissing van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 5 april 2024 in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
adres: [woonadres], [woonplaats].
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 17 oktober 2025 gevorderd dat de veroordeelde niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Bij beslissing van 5 april 2024 heeft de politierechter in de rechtbank Den Haag beslist op de vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van een aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, wegens niet naleving van daarbij gestelde bijzondere voorwaarden. Uit artikel 6:6:7 van het Wetboek van Strafvordering volgt dat tegen deze beslissing van de politierechter geen rechtsmiddel open staat. Daarom wordt de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer, als voorzitter, en mr. B.W. Mulder en mr. J.H. Crijns, leden, in bijzijn van de griffier mr. N. Germeraad-van der Velden.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 oktober 2025.
Mr. J.H. Crijns is buiten staat dit arrest te ondertekenen.