ECLI:NL:GHDHA:2025:2383

ECLI:NL:GHDHA:2025:2383, Gerechtshof Den Haag, 18-11-2025, 200.334.887/01

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 18-11-2025
Datum publicatie 25-11-2025
Zaaknummer 200.334.887/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2023:11647
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 10 zaken
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0003045 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0005291 BWBR0022762

Samenvatting

Overeenkomst van opdracht; hoger beroep van de zaak ECLI:NL:RBDHA:2023:11647; hof acht geen sprake van schending van een zorgplicht van de opdrachtnemer (projectmanagement) jegens de opdrachtgever (eigenaar van een perceel grond waarop een nieuw distributiecentrum werd/is gebouwd voor een transportbedrijf); daarmee evenmin sprake van onrechtmatig handelen jegens de eigenaar van het distributiebedrijf.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.334.887/01

Zaak-/rolnr. rechtbank : C/09/632478 / HA ZA 22/602

Arrest van 18 november 2025

in de zaak van

1. [appellant 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] (gemeente [gemeente] ) en

2. FREIGHT LINE EUROPE B.V.,

gevestigd te Maasdijk (gemeente Westland),

appellanten in principaal hoger beroep, tevens geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,hierna tezamen aan te duiden als FLE c.s. en ieder afzonderlijk als respectievelijk [appellant 1] en FLE,advocaat: mr. P. Quist te Naaldwijk,

tegen

TRIPLE GROUP LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Maasdijk (gemeente Westland),

geïntimeerde in principaal hoger beroep, tevens appellante in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als Triple,

advocaat: mr. J.M.H.W. Bindels te Arnhem,

op het bij dagvaarding van 7 november 2023 en anticipatiedagvaarding van 13 november 2023 ingeleide hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag, team Handel, van 9 augustus 2023, gewezen tussen FLE c.s. als eiseressen en Triple en [naam 1] als gedaagden.

1. Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg wordt verwezen naar het vonnis van 9 augustus 2023 en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 18 januari 2023 (waarbij een verschijning van partijen werd bevolen).

2. 2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

de dagvaarding in hoger beroep van FLE c.s. van 7 november 2023 (met een productie);

de anticipatiedagvaarding van Triple (met een productie);

de memorie van grieven (met producties);

de memorie van antwoord tevens grieven in incidenteel appel (met producties);

de memorie van antwoord in incidenteel appel (met een productie);

de akte uitlating productie van Triple van 6 augustus 2024;

de antwoordakte van 16 september 2024 van FLE c.s..

Het hof heeft hierna een datum voor arrest bepaald en doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3. De beoordeling

in het principaal en het incidenteel hoger beroep

de feiten

3.1.1. De rechtbank heeft in het vonnis van 9 augustus 2023 onder 3. opgesomd van welke feiten zij bij de beoordeling is uitgegaan. Die feiten zijn door geen van partijen ter discussie gesteld, zodat het hof van diezelfde feiten zal uitgaan. Het hof zal hierna een korte samenvatting van de relevante feiten geven en nog enkele andere feiten toevoegen die tussen partijen niet in geschil zijn.

3.1.2. Het gaat in deze zaak om het volgende:

de vorderingen in eerste aanleg en het oordeel van de rechtbank

3.2.1. FLE c.s. hebben in eerste aanleg zowel Triple als [naam 1] in rechte betrokken. De tegen [naam 1] ingestelde vorderingen zijn in eerste aanleg afgewezen. Tegen die beslissing is geen hoger beroep ingesteld. Die vorderingen zijn in hoger beroep niet meer aan de orde en zullen in het navolgende verder buiten beschouwing worden gelaten.

3.2.2. FLE c.s. hebben tegen Triple gevorderd, kort samengevat:

3.2.3. FLE c.s. hebben aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat Triple ernstig tekort is geschoten in de uitvoering van de tussen [appellant 1] en haar gesloten overeenkomst van opdracht tot begeleiding van het voor FLE te realiseren bouwproject. De tekortkoming is er volgens FLE c.s. met name in gelegen dat Triple voor het bouwproject een omgevingsvergunning heeft aangevraagd en verkregen op basis van RBS gegevens waarvan zij wist dat deze, zonder het treffen van aanvullende maatregelen, ontoereikend zou zijn voor de door FLE beoogde toekomstige (groei van) werkzaamheden. FLE c.s. verwijten Triple verder onder meer dat voor de lichtmasten op het parkeerdek geen vergunning was aangevraagd.

3.2.4. Als schadeposten noemen FLE c.s.:

FLE c.s. hebben deze concreet genoemde kosten betrokken in het door hen gevorderde voorschot.

3.2.5. Triple heeft de vorderingen gemotiveerd betwist. Zij betwist dat sprake is geweest van enige tekortkoming van haar jegens [appellant 1] en/of enig onrechtmatig handelen jegens FLE. Triple betwist voorts de gestelde schade en het gestelde causaal verband tussen de gestelde schade en de gestelde tekortkoming/ het gestelde onrechtmatig handelen. Voor zover al sprake zou zijn van enige tekortkoming dan wel onrechtmatig handelen heeft Triple verder een beroep gedaan op de artikelen 14 (lid 1 en 2) en 15 van de op overeenkomst van opdracht van toepassing zijnde DNR 2011 voorwaarden, waarin de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer voor schade wordt beperkt tot directe schade en daaraan een maximum wordt verbonden.

3.3.1. De rechtbank heeft bij vonnis van 9 augustus 2023, voor zover gewezen tussen FLE c.s. en Triple:

3.3.2. De rechtbank overwoog met betrekking tot voormelde beslissingen het volgende, kort samengevat:

exoneratieclausule

inspanningsverplichting

causaal verband en schade

de grieven

3.4.1. FLE c.s. hebben in het principaal hoger beroep acht grieven aangevoerd tegen het vonnis waarvan beroep.

3.4.2. Met de grieven 1, 4 en 5 bestrijden FLE c.s. het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een nietig of onredelijk bezwarend exoneratiebeding en dat FLE het tussen [appellant 1] en Triple geldende exoneratiebeding tegen zich moet laten gelden.

Grief 2 is gericht tegen de rechtsoverwegingen 5.42 en 5.46 van het beroepen vonnis, waarin de rechtbank, kort samengevat, heeft overwogen dat Triple jegens FLE geen andere vorm van onrechtmatig handelen kan worden verweten dan haar jegens FLE onrechtmatig zijnde tekortkoming jegens [appellant 1] . Grief 3 is gericht tegen een op de afgewezen aansprakelijkheid van [naam 1] betrekking hebbende rechtsoverweging (5.49).

Met grief 6 komen FLE c.s. op tegen de rechtsoverwegingen 5.69 tot en met 5.76, waarin de rechtbank heeft overwogen waarom de verschillende onderdelen van het gevorderde voorschot op de schadevergoeding niet toewijsbaar zijn.Grief 7 is gericht tegen de verwijzing in rechtsoverweging 5.79 naar de met grief 6 bestreden oordelen.Grief 8 is gericht tegen de beslissing over de proceskosten (r.o. 5.80)

3.4.3. Triple heeft de door FLE c.s. aangevoerde grieven gemotiveerd bestreden en harerzijds in incidenteel hoger beroep twee inhoudelijke grieven aangevoerd.

3.4.4. Met deze grieven bestrijdt Triple het oordeel van de rechtbank dat zij in haar contractuele zorgplicht jegens [appellant 1] tekort is geschoten en dat zij daardoor jegens FLE onrechtmatig heeft gehandeld.

de beoordeling van de grieven in het principaal en het incidenteel hoger beroep

grieven I en II in het incidenteel hoger beroep

3.5.1. Aangezien de grieven in het incidenteel hoger beroep de verste strekking hebben, zal het hof deze als eerste bespreken.

3.5.2. Tussen partijen staat niet ter discussie dat uit de e-mail van DGMR van 18 juli 2018 (gerelateerd in r.o. 3.1.2 onder m) volgt dat de actuele representatieve bedrijfsvoering van FLE de voor [kavel] geldende geluidsnormen voor avond- en nachtperiode te boven zou gaan en dat voor een dergelijke bedrijfsvoering geen omgevingsvergunning zou kunnen worden verkregen. Een omgevingsvergunning zou – zonder toepassing van geluid reducerende maatregelen – slechts kunnen worden verkregen bij inperking van het aantal vrachtwagens in de avond- en nachtperiode. Omdat in de dagperiode nog wel uitbreiding mogelijk was, zouden de in de avond en nacht te beperken aantallen vrachtauto’s wel naar de dagperiode kunnen worden verschoven. Triple heeft de e-mail van DGMR aan FLE c.s. doen toekomen en voorgesteld om, ter verkrijging van een bij de bestaande bedrijfsvoering voor [kavel] maximaal haalbare omgevingsvergunning, de representatieve bedrijfssituatie in die zin aan te passen (zie in r.o. 3.1.2 onder n gerelateerde e-mail 18 juli 2018).

3.5.3. Naar het oordeel van het hof laten de e-mails van DGMR en Triple er geen misverstand over bestaan dat FLE, gezien de voor [kavel] geldende geluidsnormen, op de nieuwe locatie niet zonder meer de bedrijfsactiviteiten zou kunnen uitvoeren die zij voor die locatie voor ogen had. Uit de in de e-mails verstrekte, gemotiveerde, informatie hebben FLE c.s. kunnen en moeten concluderen dat FLE daarmee voor de keuze kwam te staan om a. vast te houden aan de nieuwe locatie met (mogelijk voorlopige, indien nog geluid reducerende maatregelen zouden kunnen worden getroffen) aanpassing van haar bedrijfsactiviteiten om binnen de voor een omgevingsvergunning vereiste geluidsnormen te blijven of b. niet verder te gaan met de plannen voor de nieuwe locatie en een locatie elders te zoeken waar voor de door haar beoogde bedrijfsactiviteiten wel een omgevingsvergunning zou kunnen worden verkregen. Voor die conclusie was een expliciete waarschuwing van Triple niet nodig en deze beslissing ligt ook in het domein van FLE c.s.

3.5.4. Naar het oordeel van het hof bestrijdt Triple met haar grieven terecht het oordeel van de rechtbank dat zij onvoldoende aan haar zorgplicht jegens [appellant 1] als contractpartij en FLE als belanghebbende bij de overeenkomst zou hebben voldaan. Triple heeft met de e-mails van 18 juli 2018 aan FLE c.s. voldoende duidelijk gemaakt dat de op de oude locatie van FLE gebruikelijke bedrijfsactiviteiten op de nieuwe locatie voor de avond- en nachtperiode niet toelaatbaar zouden zijn en dat groei van de bedrijfsvoering op de nieuwe locatie – zonder het treffen van geluidbeperkende maatregelen – niet mogelijk zou zijn. Voor die consequenties van de voor [kavel] geldende geluidsnormen heeft Triple FLE c.s. niet expliciet hoeven waarschuwen. FLE c.s. hadden, als zij een maximaal haalbare omgevingsvergunning op basis van de berekeningen van DGMR voor de door FLE voorgenomen bedrijfsvoering op [kavel] niet acceptabel zouden hebben geacht, het voorstel van Triple voor het aanvragen daarvan kunnen en moeten afwijzen.

3.5.5. Het hof deelt evenmin het oordeel van de rechtbank dat Triple onrechtmatig handelen moet worden verweten omdat zij aan DGMR gegevens heeft verstrekt die onvolledig waren omdat de actieve koelmotoren van trailers die bij FLE stonden daarin niet zijn opgegeven. In haar e-mail van 5 juli 2018 (prod. 10 inl. dagv.) heeft DGMR gemotiveerd uiteengezet welke gegevens voor een vaststelling van de RBS van FLE nodig waren. Triple heeft de betreffende e-mail aan FLE doorgestuurd met het verzoek de verlangde gegevens te in te vullen. Van een zelfstandige opgave van gegevens door Triple is geen sprake. Triple heeft niet meer gedaan dan de door FLE zelf verstrekte gegevens aan DGMR door te geven. FLE mocht zelf als geen ander bekend worden geacht met de geluidsbronnen in haar bedrijfsvoering en de duur en frequentie daarvan, zodat niet valt in te zien waarom enige lacune in die opgave niet voor haar eigen rekening zou moeten komen. Het enkele feit dat Triple bekend was met de bedrijfsvoering van FLE brengt niet mee dat Triple en niet FLE zelf verantwoordelijk was voor het verstrekken van volledige gegevens.

de grieven in het principaal hoger beroep

3.6.1. Het slagen van de grieven in het incidenteel hoger beroep brengt mee dat de grieven in het principaal hoger beroep geen doel kunnen treffen, voor zover die betrekking hebben op de problematiek rondom de geluidsnormen. De daarmee verband houdende vorderingen van FLE c.s. stuiten af op het oordeel van het hof dat aan Triple op dat punt geen wanprestatie/onrechtmatig handelen kan worden verweten. Dit geldt dus ook voor de vorderingen tot schadevergoeding wegens verbeurde dwangsommen, de aanschaf van stillere koelmotoren en elektrische aansluitingen en het plaatsen van een hekwerk rondom het terrein van FLE en bebording.

3.6.2. Voor zover de vorderingen van FLE tot schadevergoeding gebaseerd zijn op andere gronden dan die welke in het incidenteel hoger beroep met succes zijn bestreden, overweegt het hof dat de grieven in het principaal hoger beroep die daarop betrekking hebben evenmin doel kunnen treffen.

3.6.3. Grief 3 is gericht tegen een oordeel betreffende de door FLE c.s. gestelde persoonlijke aansprakelijkheid van [naam 1] . Nu [naam 1] niet in het hoger beroep is betrokken, staat dat oordeel verder niet ter discussie. Voor zover FLE c.s. in het kader van de grief betogen dat Triple als rechtspersoon aansprakelijk is voor het gestelde onrechtmatig handelen van [naam 1] , faalt de grief eveneens nu van onrechtmatig handelen van ( [naam 1] als bestuurder van) Triple niet is gebleken.

3.6.4. Met grief 6 keren FLE c.s. zich tegen de afwijzing door de rechtbank van de verschillende concreet gevorderde (overige) schadeposten. De in die grief aangevoerde bezwaren zijn ongegrond.

De rechtbank overwoog onder meer terecht dat FLE c.s. in het licht van het door Triple gevoerde verweer onvoldoende hadden onderbouwd op welke grond Triple voor het verwijderen van de lichtmasten aansprakelijk zou zijn. Ook in hoger beroep hebben FLE c.s. dit onvoldoende onderbouwd. Triple heeft in hoger beroep verder nog onweersproken opgemerkt dat voor de lichtmasten alsnog een omgevingsvergunning is aangevraagd en verkregen en dat op dat punt derhalve van schade geen sprake is.

Ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding wegens het aanpassen van het “Masterplan brandveiligheid” geldt ook dat FLE c.s. in het licht van het gemotiveerde verweer van Triple ook in hoger beroep onvoldoende hebben onderbouwd waarom Triple voor deze kosten aansprakelijk zou zijn.

Nu geen van de vorderingen van FLE c.s. voor toewijzing in aanmerking komt, is er ook geen grond voor vergoeding van door FLE c.s. gemaakte juridische kosten, zodat ook de daarmee samenhangende vordering moet worden afgewezen.

conclusie in het principaal en incidenteel hoger beroep

3.7.1. Het hiervoor overwogene leidt tot de conclusie dat, nu de grieven in het incidenteel hoger beroep slagen, het vonnis waarvan beroep, voor zover gewezen tussen FLE c.s. en Triple, zal worden vernietigd. De vorderingen van FLE c.s. jegens Triple zullen alsnog geheel worden afgewezen. FLE c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partijen (hoofdelijk) worden verwezen in de proceskosten van de eerste aanleg en in die van het principaal en het incidenteel hoger beroep, met inbegrip van eventuele nakosten. De hierna te geven beslissing zal op vordering van Triple uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. De door Triple gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen.

3.7.3. Triple heeft tevens terugbetaling door FLE c.s. gevorderd van hetgeen zij uit hoofde van het vonnis in eerste aanleg aan FLE c.s. heeft betaald. Nu uit het beroepen vonnis niet blijkt dat Triple bij dat vonnis tot enige betaling aan FLE c.s. is veroordeeld en Triple niets heeft gesteld omtrent enige betaling die door haar op grond van het vonnis zou zijn gedaan, zal het hof deze vordering afwijzen.

3.7.4. Het hof gaat voorbij aan het door FLE c.s. gedaan bewijsaanbod. Voor zover FLE c.s. specifiek bewijs hebben aangeboden van de bekendheid van Triple met de wens van FLE tot uitbreiding van haar bedrijvigheid acht het hof dat bewijsaanbod niet relevant nu het niet kan afdoen aan de vaststelling (zie rechtsoverwegingen 3.5.2 t/m 3.5.5) dat Triple FLE c.s. voldoende heeft geïnformeerd over de qua geluidsnormen voor [kavel] maximaal haalbare omgevingsvergunning en de daarmee voor de bedrijfsvoering van FLE noodzakelijk gepaard gaande beperkingen en dat Triple niet eigener beweging bewust onjuiste gegevens voor het geluidsonderzoek van DGMR en de aangevraagde omgevingsvergunning heeft opgegeven.

4. De beslissing

in het principaal en het incidenteel hoger beroep

vernietigt het vonnis van 9 augustus 2023 voor zover gewezen tussen FLE c.s. en Triple, en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van FLE c.s. af;

veroordeelt FLE c.s. hoofdelijk in de proceskosten van het geding in eerste aanleg en in die van het principaal en het incidenteel hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Triple worden begroot op:- € 5.737,00 aan verschotten en € 1.149,00 aan salaris advocaat in eerste aanleg,- € 5.795,73 aan verschotten en € 2.356,50 aan salaris advocaat in principaal hoger beroep, en- € 785,50 aan salaris advocaat in incidenteel hoger beroep,- nakosten van € 163,00 (zonder betekening) dan wel € 248,00 (met betekening);

bepaalt dat aan de proceskostenveroordeling binnen twee weken na deze uitspraak dient te worden voldaan en dat bij niet voldoening binnen die termijn over de desbetreffende bedragen de wettelijke rente verschuldigd is vanaf de vijftiende dag na deze uitspraak;

wijst de in rechtsoverweging 3.7.3 genoemde vordering van Triple tot terugbetaling af;

wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af.

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J. de Graaf, H.K.N. Vos en O.G.H. Milar en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025 door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier.

griffier rolraadsheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?