ECLI:NL:GHDHA:2025:2542

ECLI:NL:GHDHA:2025:2542, Gerechtshof Den Haag, 30-04-2025, 200.350.165/01

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 30-04-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer 200.350.165/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Omgangsregeling, sinds geboorte woont de minderjarige bij pleeggezin(nen), artikel 1:377a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie

zaaknummer : 200.350.165/01

rekestnummer rechtbank : FA RK 24-3940

zaaknummer rechtbank : C/10/679611

beschikking van de meervoudige kamer van 30 april 2025

inzake

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam,

tegen

Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

Als belanghebbenden in deze procedure zijn aangemerkt:

[pleegouder 1] en [pleegouder 2] ,

beiden wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de pleegouders.

Als informanten in deze procedure zijn aangemerkt:

1. [jeugdhulpaanbieder] , locatie [de woonlocatie] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: [de woonlocatie] ,

2. [de pleegzorgbegeleider] , in haar hoedanigheid als pleegzorgbegeleider van Stichting Enver,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: de pleegzorgbegeleider.

In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

locatie: Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

1. Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 19 december 2024, uitgesproken onder voormeld zaak- en rekestnummer (hierna: de bestreden beschikking).

2. Het geding in hoger beroep

De moeder is op 21 januari 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

De gecertificeerde instelling heeft op 13 maart 2025 een verweerschrift ingediend.

Het hof heeft de minderjarige [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.

De mondelinge behandeling heeft op 25 maart 2025 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

de moeder, bijgestaan door mr. V. de Roo, advocaat (kantoorgenoot van mr. De Gruijl);

de gecertificeerde instelling, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling 1] en [vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling 2] ;

de pleegzorgbegeleider.

De raad is, overeenkomstig de aankondiging in de brief van 6 maart 2025, niet ter zitting verschenen.

Na de mondelinge behandeling is door de advocaat van de moeder op 1 april 2025 een stuk ingediend. Het hof laat dat stuk buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde nu dat zonder toestemming van het hof is ingediend en de behandeling van de zaak reeds was gesloten.

3. De feiten

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.

De moeder is de moeder van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: de minderjarige).

Bij beschikking van 15 mei 2019 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, is het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige beëindigd en is de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd over de minderjarige.

De minderjarige verblijft bij [de woonlocatie] .

4. De omvang van het geschil

Bij de bestreden beschikking is, voor zover thans van belang, een omgangsregeling vastgesteld tussen de moeder en de minderjarige, inhoudende dat de moeder één keer per twee maanden een half uur onder begeleiding omgang met de minderjarige zal hebben, waarbij onder regie van de gecertificeerde instelling en in overleg en in samenspraak met [de woonlocatie] zal worden bezien of het in het belang van de minderjarige is om de omgang uit te breiden naar één keer per twee maanden één uur onder begeleiding.

De moeder is het niet eens met die beslissing. Zij verzoekt het hof om de bestreden beschikking te vernietigen, voor zover deze ziet op de omgangsregeling, en het verzoek van de moeder alsnog toe te wijzen, in die zin dat alsnog een omgangsregeling wordt vastgesteld inhoudende:

een omgangsregeling waarbij de minderjarige één keer per maand een dagdeel in het weekend (onbegeleide) omgang heeft met de moeder en dat deze bij goed verloop wordt uitgebreid naar een regeling waarbij de minderjarige één keer per maand van zaterdag 12.00 uur tot zondagavond 18.00 uur omgang met de moeder heeft;

dan wel een omgangsregeling vast te stellen als het hof in het belang van de minderjarige wenselijk acht, zijnde een niet meer beperkte omgangsregeling dan waarvan thans sprake is.

De gecertificeerde instelling voert verweer. Zij verzoekt het hof om de bestreden beschikking te bekrachtigen en mitsdien het verzoek in hoger beroep, strekkende tot vernietiging van die beschikking, af te wijzen.

5. De motivering van de beslissing

Voordat het hof inhoudelijk op het verzoek van de moeder ingaat, vermeldt het wat hierover in de wet staat. De rechter stelt ingevolge artikel 1:377a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang. Niet in geschil is dat de moeder recht heeft op omgang met de minderjarige, maar over de wijze waarop daaraan invulling moet worden gegeven, verschillen partijen van mening.

Het hof overweegt als volgt. De minderjarige heeft sinds zijn geboorte in pleeggezinnen gewoond. Omdat de minderjarige gedragsproblemen vertoonde, verblijft hij sinds november 2023 bij [de woonlocatie] . Uit de observaties en onderzoeken die daar zijn uitgevoerd, is naar voren gekomen dat de minderjarige een reactieve hechtingsstoornis heeft en dat hij zwakbegaafd is. De minderjarige laat een ontwikkelingsleeftijd zien die niet past bij zijn werkelijke leeftijd. Zijn gedrag is passend bij een emotioneel ontwikkelingsniveau van een kind van tussen de zes en achttien maanden, met uitschieters naar een leeftijd van tussen de nul en zes maanden enerzijds en drie en zeven jaar anderzijds. Uit de uitgevoerde onderzoeken en observaties blijkt voorts dat de minderjarige bovengemiddeld baat heeft bij structuur en duidelijkheid.

Hoewel het hof is gebleken dat de moeder haar uiterste best doet, is het van oordeel dat het haar niet lukt om aan te sluiten bij de bijzondere behoeftes van de minderjarige. De moeder erkent de forse problematiek van de minderjarige onvoldoende. Uitbreiding van de frequentie, dan wel de duur van de omgangsmomenten acht het hof daarom niet in het belang van de minderjarige. Het hof neemt daarbij voorts in aanmerking dat de minderjarige in juni/juli weer terug naar het pleeggezin gaat. Omdat dat op zichzelf een erg grote verandering is, en gelet op de bovengemiddelde behoefte van de minderjarige aan structuur en duidelijkheid, acht het hof een wijziging in de omgang met de moeder op dit moment niet in het belang van de minderjarige. Dat de omgangsregeling in het verleden ruimer was dan nu, doet daaraan niet af.

Het hof overweegt tot slot dat de regie over een eventuele uitbreiding van de omgangsregeling bij de gecertificeerde instelling ligt. De rechtbank heeft beslist dat de gecertificeerde instelling alvorens over te gaan tot een uitbreiding overleg dient te plegen met [de woonlocatie] . Het hof vindt dat – gelet op de aanstaande terugkeer van de minderjarige naar het pleeggezin – niet passend bij de situatie. Ook de gecertificeerde instelling gaat er in haar verweerschrift vanuit dat zij – in het geval [minderjarige] weer in het pleeggezin woont – zelfstandig een afweging maakt over de eventuele uitbreiding van de omgangsregeling. Het hof zal de bij bestreden beschikking vastgestelde omgangsregeling derhalve wijzigen, in die zin dat de gecertificeerde instelling vanaf het moment dat de minderjarige niet meer bij [de woonlocatie] verblijft, niet langer in overleg en in samenspraak met [de woonlocatie] hoeft te treden omtrent de eventuele uitbreiding van de omgangsregeling.

Het hof merkt tot slot op dat de moeder zich kennelijk zorgen maakt over de formulering van het dictum van de rechtbank, omdat zij dat zo begrijpt dat de gecertificeerde instelling hierdoor wordt beperkt in de mogelijkheid de omgangsregeling uit te breiden naar meer dan één uur per twee maanden onder begeleiding. Het hof begrijpt het dictum zo dat de uitbreiding naar één uur per twee maanden een mogelijk volgende stap zou kunnen zijn. Verdere uitbreiding wordt door het dictum niet uitgesloten, maar ligt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen voorlopig niet in de lijn der verwachting.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

Het hof:

wijzigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen in die zin dat de vastgestelde omgangsregeling inhoudt dat de moeder één keer per twee maanden een half uur onder begeleiding omgang met de minderjarige zal hebben, waarbij onder regie van de gecertificeerde instelling – en zolang de minderjarige bij [de woonlocatie] verblijft in overleg en in samenspraak met [de woonlocatie] – zal worden bezien of het in het belang van de minderjarige is om de omgang uit te breiden naar één keer per twee maanden één uur onder begeleiding;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.M. Warnaar, G.G.B. Boelens en H. Mollema-de Jong, bijgestaan door de mr. P.J. Salomons als griffier en is op 30 april 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.J. Salomons als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?