ECLI:NL:GHDHA:2025:2589

ECLI:NL:GHDHA:2025:2589, Gerechtshof Den Haag, 17-09-2025, BK-25/108

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 17-09-2025
Datum publicatie 05-01-2026
Zaaknummer BK-25/108
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Ontvanger heeft bezwaar tegen verrekening terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Uitspraak van 17 september 2025

[X] te [Z] , belanghebbende,

de Ontvanger der Rijksbelastingen, de Ontvanger,

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-25/108

in het geding tussen:

en

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 23 januari 2025, nummer SGR 23/6708.

Procesverloop

Met dagtekening 24 juli 2015 heeft belanghebbende een kennisgeving verrekening ontvangen van de teruggaaf uit hoofde van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2013 (IB/PVV 2013) met drie ambtshalve opgelegde naheffingsaanslagen omzetbelasting.

Belanghebbende heeft op 21 juli 2023 bezwaar gemaakt tegen de verrekening. Bij uitspraak op bezwaar van 28 augustus 2023 heeft de Ontvanger het ingediende bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Er is een griffierecht geheven van € 50. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Ter zake daarvan is een griffierecht geheven van € 143. De Inspecteur heeft een verweerschrift en een tweetal nadere stukken ingediend op respectievelijk 25 april, 18 juli en 29 juli 2025.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van 7 augustus 2025. De Inspecteur is verschenen. Belanghebbende is zonder bericht van verhindering niet verschenen. Aan belanghebbende is via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ op 3 juni 2025, 10:58 uur een e-mail notificatie verzonden op het e-mailadres [e-mailadres] , waarin hij onder vermelding van datum, tijdstip en plaats is uitgenodigd de zitting bij te wonen. Het Hof gaat ervan uit dat belanghebbende daarmee op correcte wijze is uitgenodigd om ter zitting te verschijnen. De mondelinge behandeling heeft daarom doorgang gevonden. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

In de periode van februari 2014 tot en met 25 augustus 2014 zijn aan belanghebbende ambtshalve naheffingsaanslagen omzetbelasting voor het vierde kwartaal van 2013 en de eerste twee kwartalen van 2014 opgelegd (de naheffingsaanslagen OB).

Op 31 juli 2015 is aan belanghebbende een negatieve voorlopige aanslag IB/PVV 2013 opgelegd, met een door belanghebbende te ontvangen bedrag van € 10.235.

Met dagtekening 24 juli 2015 heeft belanghebbende een kennisgeving verrekening ontvangen. De negatieve voorlopige aanslag ten bedrage van € 10.235 is verwerkt door verrekening van € 3.678 met de naheffingsaanslag OB over het vierde kwartaal van 2013 (€ 3.489 met de aanslag en € 189 met de invorderingsrente), verrekening van € 5.786 met de naheffingsaanslag OB over het eerste kwartaal van 2014 (€ 5.161 met de aanslag, € 393 met de kosten en € 232 met de invorderingsrente) en verrekening van € 771 met de naheffingsaanslag OB over het tweede kwartaal van 2014 (€ 261 met de aanslag en € 501 met de kosten en € 9 met de invorderingsrente).

Belanghebbende heeft op 21 juli 2023 bezwaar gemaakt tegen de verrekening van de aanslag IB 2013 met de drie naheffingsaanslagen OB. Bij uitspraak op bezwaar van 28 augustus 2023 heeft de Ontvanger het ingediende bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft geoordeeld, waarbij de Ontvanger is aangeduid als verweerder:

(…)

“6. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dat betekent dat alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen beslissingen die in de belastingwetgeving zijn aangemerkt als voor bezwaar vatbaar. Een beslissing over het al dan niet verrekenen van uit te betalen en te innen bedragen wordt genomen op grond van artikel 24 van de Invorderingswet 1990. Dergelijke beslissingen zijn niet als voor bezwaar vatbaar aangemerkt. Verweerder heeft het bezwaar tegen de verrekening dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

7. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.”

Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

4. In geschil is of de Ontvanger het bezwaar tegen de verrekening terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, maar belanghebbende wenst in wezen de vernietiging dan wel vermindering van de naheffingsaanslagen omzetbelasting tot nihil.

Beoordeling van het hoger beroep

Belanghebbende heeft bezwaar aangetekend tegen de verrekening van zijn teruggave IB/PVV 2013 met drie naheffingsaanslagen OB. Tegen de uitspraak op bezwaar heeft hij beroep ingesteld en thans hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank. In hoger beroep kan aldus uitsluitend belanghebbendes klacht tegen de verrekening beoordeeld worden. Met inachtneming van de herkansingsfunctie die belanghebbende in hoger beroep toekomt, is de klacht van belanghebbende tegen de verrekening door de Ontvanger opnieuw beoordeeld. Die beoordeling leidt tot de conclusie dat de Rechtbank op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen en terecht het beroep ongegrond heeft verklaard. Belanghebbende heeft in hoger beroep voor wat betreft de verrekening op zich geen feiten en omstandigheden ingebracht die niet al in bezwaar of eerste aanleg zijn aangevoerd, noch argumenten gebezigd of nadere onderbouwingen van de in bezwaar en eerste aanleg ingenomen stellingen verstrekt die een zodanig nieuw of ander licht op het onderhavige geschilpunt werpen, dat op grond daarvan de conclusie dient te worden getrokken dat de beslissing van de Rechtbank niet in stand kan blijven. Dit leidt tot de slotsom dat de uitspraak van de Rechtbank bevestigd dient te worden.

Het Hof overweegt ten overvloede nog dat uit het aanvullende verweerschrift in hoger beroep van de Ontvanger van 29 juli 2025 blijkt dat de Rechtbank op 29 april 2025 uitspraak heeft gedaan in de zaken SGR 25/2237, SGR 24/4594 en SGR 24/4601. Daarbij zijn de uitspraken op bezwaar van de inspecteur inzake de bestreden drie ambtshalve naheffingsaanslagen Omzetbelasting [aanslagnummer 1] , [aanslagnummer 2] en [aanslagnummer 3] vernietigd. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de overschrijding van de bezwaartermijn door belanghebbende verschoonbaar was en de inspecteur opgedragen nieuwe beslissingen op bezwaar te nemen. De klacht van belanghebbende tegen de ambtshalve opgelegde naheffingsaanslagen OB is dus in een separate rechtsgang nog in behandeling.

Gelet op het voorgaande is het hoger beroep ongegrond.

Proceskosten

6. Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Deze uitspraak is vastgesteld door H.A.J. Kroon, E.P.A. Brakeboer en R.M. Hermans, in tegenwoordigheid van de griffier T. van Hout.

De Griffier, de voorzitter,

T. van Hout H.A.J. Kroon

De beslissing is op 17 september 2025 in het openbaar uitgesproken.

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

a. - de naam en het adres van de indiener;

b. - de dagtekening;

c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. - de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/16 V-N 2026/5.24.27
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?