GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.337.863/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/640881 / HA ZA 23/41
Arrest van 16 december 2025
in de zaak van
1. Starrtrans Transport B.V.,
gevestigd in Breda,
2. Starrtrans Holding B.V.,
gevestigd in Breda,
3. Starrtrans Beheer B.V.,
gevestigd in Breda,
4. [appellant 4],
wonend in [woonplaats],
appellanten,
advocaat: mr. J.C.P. van Kollenburg, kantoorhoudend in Etten-Leur,
tegen
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
gevestigd in Den Haag,
geïntimeerde,
advocaat: mr. M. de Haan, kantoorhoudend in Den Haag.
Het hof noemt appellanten sub 1 tot en met 3 hierna Starrtrans en appellant sub 4 [appellant 4] . Geïntimeerde wordt hierna Nationale-Nederlanden genoemd.
1. Verdere procesverloop in hoger beroep
Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
het arrest van 5 augustus 2025 (hierna: het tussenarrest) en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
het e-mailbericht van mr. Van Kollenburg waarmee hij bericht dat Starrtrans en [appellant 4] afzien van het doen horen van getuigen en dat wordt verzocht om arrest te wijzen.
De arrestdatum is bepaald op 16 december 2025.
2. Verdere beoordeling in hoger beroep
Bij tussenarrest zijn Starrtrans en [appellant 4] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Starrtrans en [appellant 4] hebben geen tegenbewijs geleverd. Dit betekent dat vaststaat dat [appellant 4] aan Nationale-Nederlanden onjuiste informatie heeft verstrekt en de verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en/of [getuige 3] valselijk zijn opgemaakt.
Zoals reeds is overwogen in het tussenarrest onder 6.3 valt [appellant 4] dit te verwijten en is daarmee sprake van het opzettelijk misleiden van Nationale-Nederlanden en verzekeringsfraude. Het opnemen van [appellant 4] in het Incidentenregister, het Interne Verwijzingsregister, het Externe Verwijzingsregister, de Gebeurtenissenadministratie en een melding gemaakt bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit is daarmee gerechtvaardigd en in dit geval ook evenredig.
Dit betekent dat de grieven, die zich richten tegen de beslissing van de rechtbank om de vorderingen van Starrtrans en [appellant 4] af te wijzen, falen en de beslissing van de rechtbank wordt bekrachtigd.
In grief XII hebben Starrtrans en [appellant 4] nog aangevoerd dat de vordering van Nationale-Nederlanden tot betaling van € 17.315,11 ter zake onderzoekskosten in reconventie ten onrechte is toegewezen. Hiertoe hebben zij gesteld dat de omvang van deze kosten niet reëel is, mede gelet op de omvang van de schade en de hoeveelheid werk die verricht had moeten worden; er lijkt dubbel onderzoek te zijn gedaan. Een bedrag van maximaal € 6.000,00 voor alle onderzoeken wordt als maximum gezien.
Nationale-Nederlanden heeft in reactie hierop verwezen naar de door haar overgelegde specificaties van de facturen waaruit volgt welke werkzaamheden zijn verricht en in rekening zijn gebracht. Hier zitten geen overbodige werkzaamheden bij, aldus Nationale-Nederlanden.
Het hof is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat Nationale-Nederlanden als gevolg van de gedragingen van [appellant 4] kosten heeft moeten maken. Deze kosten komen voor rekening van Starrtrans en [appellant 4] . Hoewel Starrtrans en [appellant 4] hebben aangevoerd dat deze kosten niet redelijk zijn, hebben zij - nadat Nationale-Nederlanden deze kosten had onderbouwd - niet nader geconcretiseerd en/of toegelicht welke werkzaamheden daarvan dan overbodig dan wel dubbel zijn verricht. Grief XII faalt ook. De beslissing in reconventie van de rechtbank zal eveneens bekrachtigd worden. Ditzelfde geldt voor de proceskostenveroordeling in eerste aanleg. Starrtrans en [appellant 4] zijn terecht in de kosten veroordeeld.
Conclusie en proceskosten
De conclusie is dat het hoger beroep van Starrtrans niet slaagt. Het hof zal Starrtrans en [appellant 4] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen tot betaling van de proceskosten van Nationale-Nederlanden in hoger beroep (inclusief nakosten).
Het hof begroot de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van Nationale-Nederlanden op:
griffierecht € 798,-
salaris advocaat € 2.428,- (2 punten × tarief II)
nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 3.404,-
Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing.
3. Beslissing
Het hof:
Dit arrest is gewezen door mr. M. Verkerk, mr. H.J. van Harten en mr. L. Reurich en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 in aanwezigheid van de griffier.