ECLI:NL:GHDHA:2025:2691

ECLI:NL:GHDHA:2025:2691, Gerechtshof Den Haag, 16-09-2025, 200.325.190/01

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 16-09-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer 200.325.190/01
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Geen bewijs van handtekening op ontslagbrief na deskundigenbericht. Opnieuw berekenen vergoedingen.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.325.190/01

Zaak- en rekestnummer rechtbank : 9907035 RP VERZ 22-50242

Beschikking van 16 september 2025

in de zaak van

Multi Cars Den Haag B.V.,

gevestigd in Den Haag,

verzoekster in principaal hoger beroep,

verweerster in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. V.G. Baran, kantoorhoudend in 's-Gravenhage,

tegen

[verweerder] ,

wonend in [woonplaats],

verweerder in principaal hoger beroep,

verzoeker in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. A.J. Verloop, kantoorhoudend in Rijswijk.

Het hof noemt partijen hierna Multi Cars en [verweerder].

1. De zaak in het kort

Multi Cars is, via een deskundigenbericht, in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat de handtekening op de ontslagbrief van 1 november 2021 van [verweerder] is. Dit bewijs is niet geleverd. Multi Cars heeft niet voldoende gesteld om dit bewijs nog op andere wijze te mogen leveren. Het staat dan ook vast dat [verweerder] niet zelf ontslag heeft genomen.

[verweerder] wordt in de gelegenheid gesteld de vergoedingen die hij vordert opnieuw te berekenen waarbij hij uit moet gaan van een werkweek van 35 uur en het cao loon van een monteur.

2. Het verdere procesverloop in hoger beroep

Voor het verloop van de procedure verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van 11 juni 2024 en 24 september 2024 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken.

Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

het rapport van de deskundige drs. [de deskundige] van 10 februari 2025;

de memorie na deskundigenbericht van Multi Cars;

de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [verweerder], met bijlagen.

3. De verdere beoordeling in hoger beroep

Bij tussenbeschikking van 11 juni 2024 heeft het hof geoordeeld dat aan de brief van 1 november 2021 waarin staat dat [verweerder] per 1 december 2021 zijn arbeidsovereenkomst met Multi Cars beëindigt geen enkele bewijskracht toekomt, zolang niet is bewezen van wie de paraaf of handtekening op die brief afkomstig is.

Teneinde Multi Cars in de gelegenheid te stellen te bewijzen dat de handtekening op deze brief van [verweerder] is, zoals Multi Cars stelt, maar [verweerder] betwist, heeft het hof de deskundige drs. [de deskundige] (hierna: de deskundige) benoemd om de handtekening te onderzoeken. Hierbij zijn de volgende vragen aan de deskundige voorgelegd:

- Is de handtekening op de brief van 1 november 2021 (zoals weergegeven onder

van de tussenbeschikking) gezet door [verweerder]?

Met welke mate van waarschijnlijkheid kunt u deze conclusie trekken?

Geeft het onderzoek aanleiding tot het maken van opmerkingen die in verband

met de beslissing van belang kunnen zijn (waaronder, in voorkomend geval, de

vraag of er kenmerken zijn die duiden op bijvoorbeeld vervalsing of nabootsing)?

- Zijn er nog andere punten die naar uw oordeel van belang zijn voor de vraag of de handtekening op de brief is gezet door [verweerder]?

De deskundige heeft op 10 februari 2025 het rapport opgesteld. Uit dit rapport blijkt het volgende.

“6 Interpretatie resultaten

Bij vergelijking van de betwiste handtekening met het referentiemateriaal van

[verweerder] heb ik zowel in de algehele uitvoering van de handtekening als in de proporties van de daarin te onderscheiden grafische elementen en alle overige vergelijkbare algemene kenmerken goede overeenkomsten waargenomen. Doordat van de betwiste handtekening niet het origineel beschikbaar was, heb ik evenwel geen optimaal vergelijkend onderzoek op microniveau kunnen uitvoeren.

De overeenkomsten die ik wel heb kunnen vaststellen liggen in de lijn der verwachting wanneer de betwiste handtekening door [verweerder] zelf is geplaatst. Hierbij moet worden aangetekend dat de verkorte uitvoering van de handtekening van [verweerder] een relatief lage graad van complexiteit bezit. Dit maakt het voor vervalser iets eenvoudiger een niet van echt te onderscheiden nabootsing van deze handtekening te produceren dan bij een handtekening van gemiddelde complexiteit het geval is. Dit maakt de kans dat het hier een vervalsing betreft weliswaar nog niet groot, maar ook niet erg klein.

Omdat het origineel van de brief met de betwiste handtekening niet kon worden onderzocht, moet bij een positieve conclusie met betrekking tot de authenticiteit van de betwiste handtekening het voorbehoud worden gemaakt dat het origineel van de betwiste handtekening op een ander document kan zijn geplaatst dan op de brief in kwestie. De handtekening kan vervolgens door middel van (al dan niet digitaal) knip- en plakwerk in de ontslagbrief zijn gemonteerd.

7 Conclusie

Voorafgaande aan het onderzoek waren de volgende hypothesen geformuleerd voor de betwiste handtekening:

Hypothese 1: De betwiste handtekening is een authentieke handtekening van de

heer [verweerder].

Hypothese 2: De betwiste handtekening is een vervalsing van de handtekening

van de heer [verweerder].

De resultaten van het vergelijkend onderzoek zijn waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is (de betwiste handtekening is een authentieke handtekening van [naam] [bedoeld zal zijn [verweerder], toevoeging hof]) dan wanneer hypothese 2 waar is.

Een verdergaande conclusie met betrekking tot de betwiste handtekening kan wegens de relatief lage graad van complexiteit van de handtekening van [verweerder] niet worden gegeven. Bovendien geldt voor elke conclusie aangaande de authenticiteit van een handtekening op een in kopievorm onderzocht document dat deze uitsluitend geldt onder de aanname dat de kopie een waarheidsgetrouwe reproductie is van een niet gemanipuleerd of samengesteld origineel.”

Hoewel uit het onderzoek van de deskundige blijkt dat het waarschijnlijker is dat de handtekening op de brief afkomstig is van [verweerder] dan dat de handtekening is vervalst, kan niet worden vastgesteld of uitgesloten dat de kopie die is onderzocht niet is gemanipuleerd of is samengesteld (uit verschillende documenten). Dit omdat er geen originele brief voorhanden is. Artikel 160 lid 1 Rv brengt mee dat de kracht van een schriftelijk bewijs in de oorspronkelijke akte is gelegen. Nu de originele brief er niet is, is het hof van oordeel dat niet met voldoende zekerheid geoordeeld kan worden dat de handtekening van [verweerder] afkomstig is en oordeelt het hof dat het bewijs door Multi Cars niet geleverd is. Dit betekent dat aan het stuk geen enkele bewijskracht toekomt (artikel 159 lid 2 Rv). Een eventuele (getuigen)verklaring van iemand die verklaart het origineel op enig moment te hebben waargenomen, maakt dit niet anders omdat daarmee nog steeds geen originele brief aanwezig is, die aan deskundig onderzoek onderworpen kan worden.

Zoals overwogen in de tussenbeschikking rust op Multi Cars de stel- en bewijslast ten aanzien van de ontslagname per 1 december 2021 door [verweerder]. Multi Cars heeft hieraan invulling gegeven door het in het geding brengen van de kopie ontslagbrief waarvan, zo staat inmiddels vast, geen origineel voorhanden is en waaraan daardoor geen enkele bewijskracht toekomt. [verweerder] heeft de gestelde ontslagname gemotiveerd bestreden door erop te wijzen dat zijn kennis van het Nederlands niet dusdanig is dat hij zelf een dergelijke ontslagbrief had kunnen schrijven, hij de brief niet in persoon heeft kunnen overhandigen, zoals Multi Cars stelt, omdat hij op 1 november 2021 in quarantaine zat in verband met corona en hij ook na 1 december 2012 gewoon voor Multi Cars (en niet voor zichzelf) heeft gewerkt. Dit laatste heeft [verweerder] onderbouwd met destijds opgenomen telefoon- en/of appberichten (zie 3.6, 3.7, 3.8, 3.9, 3.10 en 3.11 van de tussenbeschikking van 11 juni 2024). Multi Cars heeft hier naar het oordeel van het hof onvoldoende tegenover gesteld en voor deze omstandigheden geen plausibele verklaring gegeven, zodat zij - gezien de gemotiveerde betwisting door [verweerder] - haar stelling dat [verweerder] zelf ontslag heeft genomen onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd. Ook heeft Multi Cars zelf gesteld dat er per 1 december 2021 geen eindafrekening is opgemaakt en het ontslag ook niet is bevestigd. Ook dit maakt dat het onaannemelijk is dat [verweerder] per 1 december 2021 ontslag heeft genomen. Dit betekent dat niet aan verdere bewijslevering wordt toegekomen en niet van ontslagname per 1 december 2021 door [verweerder] wordt uitgegaan.

Zoals in 6.8 van de tussenbeschikking van 11 juni 2024 is overwogen, staat daarmee vast dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen tot en met 31 maart 2022 is doorgelopen en [verweerder] recht heeft op loon en overige vergoedingen over die periode. Gelet op wat daarover is overwogen in 6.11 tot en met 6.21 van deze zelfde tussenbeschikking, zal [verweerder] - ten aanzien van de posten waarvan is overwogen dat [verweerder] nog recht heeft op betaling daarvan - een nieuwe berekening dienen op te maken. Hierbij moet [verweerder] uitgaan van een werkweek van 35 uur en het uurloon dat volgens de cao bij de functie van een automonteur hoort. [verweerder] zal in de gelegenheid worden gesteld hierover een akte te nemen. Multi Cars zal daarop vervolgens mogen reageren.

Ook komt [verweerder] vergoedingen (billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding) toe omdat het ontslag op 31 maart 2022 niet rechtsgeldig was. Omdat de hoogte van deze vergoedingen mede afhangt van de hoogte van het salaris van [verweerder], zullen de beslissingen hierover worden aangehouden.

Conclusie

De zaak zal naar de rol worden verwezen om, eerst [verweerder] en dan Multi Cars vier weken later, in de gelegenheid te stellen een nadere akte als bedoeld onder 3.6 te nemen.

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

4. Beslissing

Het hof:

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Verkerk, mr. R.S. van Coevorden en mr. A.J.P. van Beurden en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2025-1643 VAAN-AR-Updates.nl 2025-1643
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?