ECLI:NL:GHDHA:2025:2814

ECLI:NL:GHDHA:2025:2814, Gerechtshof Den Haag, 16-01-2025, nummers BK-24/985 tot en met BK-24/987

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 16-01-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer nummers BK-24/985 tot en met BK-24/987
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gehenimhouding

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Beslissing van 16 januari 2025

[X] te [Z] , belanghebbende,

de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,

Team Belastingrecht

enkelvoudige geheimhoudingskamer

nummers BK-24/985 tot en met BK-24/987

in het geding tussen:

(gemachtigde: A.A. Feenstra)

en

(vertegenwoordiger: […] )

op het geheimhoudingsverzoek van de Inspecteur als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Procesverloop

De Inspecteur heeft aan belanghebbende drie informatiebeschikkingen gegeven.

Bij uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de informatiebeschikkingen gehandhaafd.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank). De Rechtbank heeft op 9 oktober 2024 uitspraak gedaan. De beslissing van de Rechtbank luidt, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:

“De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar;

- vernietigt de informatiebeschikkingen met dagtekening 4 oktober 2021 (informatiebeschikking I), 21 september 2021 (informatiebeschikking II) en 16 november 2021 (informatiebeschikking III);

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;

- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 417;

- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 83;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot het bedrag van € 2.248,50;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden.”

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. De Inspecteur heeft op 17 december 2024 een verzoek om beperkte kennisneming als bedoeld in artikel 8:29 Awb gedaan. De griffier van het Hof heeft de Inspecteur bij bericht van 19 december 2024 erop gewezen dat zijn verzoek niet in behandeling kon worden genomen en hem verzocht het verzoek nader te motiveren. De Inspecteur heeft de motivering op 23 december 2024 ingediend.

Belanghebbende is bij bericht van 24 december 2024 in de gelegenheid gesteld op het verzoek van de Inspecteur te reageren en aan te geven of behoefte bestaat aan een mondelinge behandeling van het verzoek van de Inspecteur. Belanghebbende heeft bij bericht van 6 januari 2025 op het verzoek van de Inspecteur gereageerd en aangegeven geen bezwaar te hebben tegen beperkte kennisneming.

De geheimhoudingskamer heeft besloten het verzoek zonder zitting te behandelen.

Overwegingen

Op grond van artikel 8:29, lid 1, Awb kan de Inspecteur, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, weigeren stukken, of gedeelten daarvan, te overleggen (geheimhouding) dan wel deze alleen aan de rechter ter kennis brengen (beperkte kennisneming). Ingevolge artikel 8:29, lid 5, Awb is beperkte kennisneming enkel toegestaan met toestemming van de andere partij. Bij de toepassing van artikel 8:29 Awb dient de grootst mogelijke terughoudendheid te worden betracht. Slechts indien de door de Inspecteur aangevoerde redenen aanzienlijk zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming van (delen van) de op de zaak betrekking hebbende stukken, is sprake van gewichtige redenen die de weigering om stukken te verstrekken rechtvaardigen.

In de stukken zijn de namen van vier medewerkers van de Belastingdienst en van een officier van justitie weggelakt, alsmede een telefoonnummer. De Inspecteur beroept zich op de privacy van deze personen. Het Hof volgt de Inspecteur in dit standpunt, mede gelet op de mededeling van belanghebbende dat hij geen bezwaar heeft tegen beperkte kennisneming.

Beslissing

Het Gerechtshof bepaalt dat de door de Inspecteur verzochte beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.

Deze beslissing is gedaan door A. van Dongen, lid van de geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd. De beslissing is op 16 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.

Een afschrift van deze beslissing is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Tegen tussenbeslissingen, zoals die bedoeld in artikel 8:29, lid 3, Awb, stelt de wet geen afzonderlijk, tussentijds beroep in cassatie open. Tegen dergelijke beslissingen kan ingevolge artikel 28, lid 5, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen slechts worden opgekomen tegelijkertijd met het beroep in cassatie tegen de einduitspraak.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?