ECLI:NL:GHDHA:2025:2830

ECLI:NL:GHDHA:2025:2830, Gerechtshof Den Haag, 31-12-2025, 22-001234-25

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 31-12-2025
Datum publicatie 21-01-2026
Zaaknummer 22-001234-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling wegens diefstal van koplamp uit auto. Verwerping beroep op strafvermindering wegens vermeend vormverzuim. De verbalisanten waren op grond van artikel 96b Sv bevoegd de auto van de verdachte te doorzoeken. Bewijsoverweging over medeplegen diefstal. Ondanks jeugdige leeftijd verdachte hogere straf dan in eerste aanleg: onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uur.

Uitspraak

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 8 april 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,

BRP-adres: [woonadres], [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 6 december 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere koplampen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 6 december 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meerdere koplampen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen koplamp(en) onder zijn /hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

- ruit heeft/hebben ingeslagen en/of

- motorkap heeft/hebben open gezet en/of

- koplamp(en) heeft/hebben gedemonteerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met aanvulling van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Gevoerd verweer over vormverzuim

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat zich een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek heeft voorgedaan, hetgeen volgens de verdediging moet leiden tot strafvermindering. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat de politie ten onrechte, zonder voorafgaande rechterlijke machtiging en wettelijke grondslag, de auto van de verdachte heeft doorzocht.

Het hof overweegt hierover als volgt.

In artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is bepaald dat in geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, Sv een opsporingsambtenaar bevoegd is ter inbeslagneming een vervoermiddel te doorzoeken en zich daartoe de toegang tot dit vervoermiddel te verschaffen.

Het hof is van oordeel dat uit het dossier volgt dat de doorzoeking van de auto kennelijk heeft plaatsgevonden op grond van artikel 96b Sv. Daarbij is het volgende van belang. De politie kwam ter plaatse na een melding dat twee personen mogelijk bezig waren de koplampen van een auto los te halen. Ter plaatse zagen de verbalisanten dat de ruit van het rechtervoorportier was verbroken, dat de motorkap van de auto omhoog stond en dat de bumper was ontwricht. Vervolgens zagen zij twee personen wegrennen, waarna de medeverdachte kort daarna werd aangehouden. Een getuige verklaarde tegenover de verbalisanten dat de verdachten waren aangekomen in een bepaalde auto. Deze auto is daarop door de politie onderzocht.

Het voorgaande brengt het hof tot het oordeel dat de doorzoeking van deze auto niet onrechtmatig was, nu sprake was van een ontdekking op heterdaad. De verbalisanten waren dus op grond van artikel 96b Sv bevoegd de auto van de verdachte te doorzoeken. Er is dus geen sprake van enig vormverzuim. Dit betekent dat het door de verdediging gevoerde verweer, strekkende tot strafvermindering, wordt verworpen. Daarnaast is overigens niet gebleken van enig rechtens relevant nadeel dat de verdachte als gevolg van het gestelde vormverzuim heeft ondervonden, zodat het hof ook om die reden niet tot strafvermindering zou zijn gekomen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 6 december 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere koplampen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Medeplegen

Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de vorming van het oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.

In het dossier bevindt zich een aangifte van het slachtoffer [slachtoffer] Uit deze aangifte volgt dat de auto op 5 december 2023 op deugdelijke wijze was afgesloten en in goede staat was achtergelaten. Na een melding dat twee personen mogelijk bezig waren de koplampen van deze auto los te halen, is de politie ter plaatse gekomen. Ter plaatse zagen de verbalisanten dat de ruit van het rechtervoorportier was verbroken, dat de motorkap omhoog stond en dat de bumper van de auto was ontwricht. Vervolgens zagen zij twee personen wegrennen, waarna de medeverdachte werd aangehouden. Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij een harde knal heeft gehoord, gevolgd door glasgerinkel. Hij heeft twee jongens bij de Toyota zien staan. Eén van hen liep heen en weer op straat, terwijl de ander bezig was met de auto. Volgens deze getuige hadden beide jongens onderling contact met elkaar.

Een andere getuige heeft tegenover de verbalisanten verklaard dat de verdachten waren aangekomen in een bepaalde auto, te weten een Volkswagen Golf. Deze auto is door de politie doorzocht. In eerste instantie werd daarin niemand aangetroffen. Op een later tijdstip is de politie opnieuw langs de auto gegaan, waarbij de verdachte liggend in elkaar gedoken op de achterbank werd aangetroffen. De verdachte verklaarde dat hij daar de hele avond had liggen wachten op een vriend. Voorts is bij de transportfouillering geconstateerd dat de verdachte zwarte vegen op zijn arm had. Ook zijn medeverdachte had vuile handen. De verdachte is op het politiebureau herkend als een van de jongens die wegrende bij de auto.

Met betrekking tot het tenlastegelegde stelt het hof vast dat op grond van deze feiten en omstandigheden kan worden geconcludeerd dat het feit is gepleegd door verenigde personen. Het hof gaat er op grond van de genoemde waarnemingen aangaande de aanwezigheid bij de auto en de vuile handen van beide verdachten van uit dat beiden uitvoeringshandelingen hebben verricht aangaande de diefstal van de koplamp. De verdachte heeft voor de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden die wijzen op betrokkenheid bij het tenlastegelegde, geen aannemelijke hem ontlastende verklaring gegeven. Hij heeft immers slechts alle waarnemingen van anderen betwist en gesteld dat hij in de auto lag omdat zijn vriendin daar vlakbij woont. Het hof acht die verklaring gelet op hetgeen uit de bewijsmiddelen blijkt ongeloofwaardig en stelt die daarom terzijde.

In samenhang bezien met de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in het bijzonder dat beide verdachten bij de auto zijn gesignaleerd, onderling contact en allebei vuile handen hadden, komt het hof tot het oordeel dat de bijdrage van de verdachte aan het bewezenverklaarde van voldoende gewicht is om van medeplegen te kunnen spreken. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan de diefstal van een koplamp van een auto. Daartoe hebben zij de ruit van een geparkeerde auto ingeslagen. Vervolgens hebben zij de motorkap van die auto geopend, de bumper ontwricht en de linker koplamp van het voertuig gedemonteerd. Voordat zij ook de andere koplamp konden demonteren en de koplampen konden wegnemen, zijn zij door de politie betrapt. De verdachte heeft daarmee een gebrek aan respect voor andermans eigendommen getoond. Het is bovendien een vervelend feit, dat voor de direct betrokkene naast hinder ook financiële schade veroorzaakt.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van andersoortige strafbare feiten. Gelet op de aard van die veroordelingen zal het hof die niet in het nadeel van de verdachte laten meewegen.

Bij het bepalen van de (hoogte van de) op te leggen straf heeft het hof voorts acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) die worden gehanteerd bij de straftoemeting. Als basisoriëntatiepunt voor diefstal uit een auto geldt een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 90 uren. Het hof ziet hierin aanleiding om tot een andere, hogere, straf te komen dan door de rechtbank is opgelegd. Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het feit.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Harteveld, als voorzitter, mr. H.C. Plugge en mr. B.P. de Boer, leden, in bijzijn van de griffier mr. E.G. Ouwens.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 december 2025.

Mr. H.C. Plugge, mr. A.E. Harteveld en de griffier zijn buiten staat om dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.C. Plugge
  • mr. B.P. de Boer

Griffier

  • mr. A.E. Harteveld en de

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?