ECLI:NL:GHDHA:2025:2852

ECLI:NL:GHDHA:2025:2852

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 200.360.962/01
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Vernietiging. Verlenging looptijd.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer : 200.360.962/01

Insolventienummer rechtbank : C/10/24/135 R

Arrest van 16 december 2025

in de zaak van

[appellant] ,

wonend in Gorinchem,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. S. van Beers, kantoorhoudend in Zeist.

1. Het verloop van de procedure

Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 2 september 2024 is ten aanzien van [appellant] de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard. Deze schuldsaneringsregeling is op voordracht van de rechter-commissaris beëindigd bij vonnis van deze rechtbank van 22 oktober 2025. Tegen dit vonnis heeft [appellant] hoger beroep ingesteld bij het op 30 oktober 2025 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift (met producties). Bij brief van 24 november 2025 heeft de bewindvoerder E.A. de Snoo (hierna: de bewindvoerder) de openbare verslagen en haar reactie op het beroepschrift aan het hof toegezonden. Het hof heeft verder nog kennis genomen van door [appellant] nader overgelegde producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 december 2025. Verschenen zijn: [appellant], bijgestaan door zijn advocaat, vergezeld van mevrouw [naam] (beschermingsbewindvoerder), en de bewindvoerder.

2. De beoordeling van het hoger beroep

De rechtbank heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling van [appellant] beëindigd omdat hij de uit de Wsnp voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen . De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen.

[appellant] voldoet niet aan de inspanningsplicht en informatieplicht. Weliswaar is [appellant] vanaf juni 2025 meer uren gaan werken, maar daarmee voldoet hij niet aan de verplichting om voltijds te werken. [appellant] heeft voor de overige uren vanaf aanvang van de regeling tot aan de behandeling van de voordracht tot tussentijdse beëindiging niet aantoonbaar gesolliciteerd. Hoewel de bewindvoerder meermaals heeft toegelicht welke stukken dienen te worden overgelegd en dit nogmaals tijdens de voordracht tot tussentijdse beëindiging is besproken, heeft [appellant] ook naderhand nagelaten de sollicitaties conform de geldende vereisten in de Wsnp aan de bewindvoerder toe te sturen. Daarnaast heeft [appellant] gedurende de regeling nagelaten diverse inlichtingen aan de bewindvoerder toe te sturen. [appellant] is alle gelegenheid gegeven om alsnog aan de verplichtingen te voldoen. Gebleken is echter dat het [appellant] zelfs met de hulp van een beschermingsbewindvoerder niet lukt om aan alle verplichtingen te voldoen. Hoewel de boedelachterstand alsnog is aangezuiverd, ziet de rechtbank gelet op de overige tekortkomingen geen aanleiding de regeling voort te zetten. Dat bovengenoemde tekortkomingen [appellant] niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat [appellant], in elk geval na het verhoor door de rechter-commissaris van 19 juni 2025, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.

Volgens [appellant] heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat hij niet aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. [appellant] heeft op dit moment een part-time baan voor 25 uur per week. Medisch gezien is hij niet tot meer in staat. Ter onderbouwing van zijn stelling dat hij niet in staat is fulltime te werken heeft [appellant] zich opnieuw (voor dit hoger beroep) laten keuren en een Rapportage Medisch Belastbaarheidsonderzoek van 10 november 2025 overgelegd. De conclusie van dit rapport luidt dat sprake is van ziekte of gebreken die leiden tot structurele functionele beperkingen en dat [appellant] op dit moment maximaal is belast.

[appellant] voert verder aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de tekortkomingen zodanig zijn dat de schuldsaneringsregeling tussentijds moet worden beëindigd en dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen ruimte bestaat voor verlenging van de looptijd. Hij acht een beëindiging na één jaar zonder schone lei disproportioneel en wijst erop dat hij bereid is tot verlenging van de regeling, hetgeen volgens hem niet nadelig is voor de schuldeisers.

De bewindvoerder heeft het hof verzocht het bestreden vonnis te bekrachtigen. Dit omdat [appellant] ernstig tekort is geschoten in zowel zijn informatie- als in zijn inspanningsverplichting. [appellant] heeft vanaf de toelating onvoldoende openheid gegeven over zijn woon- en leefsituatie, de aanwezigheid en bijdrage van een huisgenoot en het verblijf van zijn partner en kind, terwijl noodzakelijke stukken voor de berekening van de boedelafdracht ondanks herhaalde verzoeken niet zijn overgelegd, waardoor de controle door de bewindvoerder aanzienlijk werd bemoeilijkt.

Met betrekking tot de inspanningsverplichting heeft de bewindvoerder aangegeven dat de aangeleverde sollicitatiebewijzen te laat, summier en vaak niet verifieerbaar waren. Verder volgt volgens de bewindvoerder uit het rapport van de onafhankelijke keuringsarts van 9 oktober 2024 dat [appellant] voor 36 uur per week belastbaar is voor arbeid. Van medische beperkingen die aanleiding zouden kunnen geven tot een urenbeperking is niet gebleken. Het verzoek van [appellant] om (gedeeltelijke) ontheffing van de inspanningsplicht is dan ook terecht door de rechter-commissaris afgewezen. Desondanks heeft [appellant] nagelaten zich in te spannen om fulltime arbeid te verkrijgen. Ook heeft hij geen second opinion aangevraagd of medische stukken overgelegd die tot een andere conclusie zouden kunnen leiden. De Rapportage Medisch Belastbaarheidsonderzoek van 10 november 2025 brengt in dit alles geen verandering.

De bewindvoerder is van mening dat er geen sprake is van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat [appellant] geen verwijt kan worden gemaakt van de genoemde tekortkomingen. De beperkte taalbeheersing van [appellant] neemt niet weg dat van hem mocht worden verwacht dat hij de inhoud van de

correspondentie begreep. Relevante communicatie is steeds in het Nederlands gevoerd om misverstanden te voorkomen. Tijdens een huisbezoek heeft [appellant] op eigen initiatief gebruik gemaakt van een vertaalapplicatie. Bij dit huisbezoek was ook de beschermingsbewindvoerder aanwezig. Verondersteld mag worden dat [appellant] bij het lezen van nadien toegezonden stukken eveneens van dergelijke hulpmiddelen gebruik heeft gemaakt. Daarbij komt dat van [appellant], gelet op het op hem rustende beschermingsbewind, mocht worden verwacht dat hij daarbij de nodige begeleiding ontving bij het nakomen van zijn verplichtingen. Ook is er volgens de bewindvoerder geen sprake van geringe tekortkomingen die buiten beschouwing kunnen blijven. Een verlenging van de looptijd van de regeling acht de bewindvoerder niet aangewezen, nu [appellant] eerst na ruim een jaar en pas onder druk van een mogelijke beëindiging stappen heeft gezet. De bewindvoerder acht de tussentijdse beëindiging van de regeling zonder schone lei, gelet op de aard en duur van de tekortkomingen, dan ook proportioneel.

Het hof stelt voorop dat van personen ten aanzien van wie de schuldsanering is uitgesproken mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen. Het hof kan zich ook goed voorstellen dat de bewindvoerder in deze zaak de handdoek in de ring heeft willen gooien. [appellant] heeft ondanks vele verzoeken daartoe niet of in elk geval in onvoldoende mate (aanvullend) willen solliciteren terwijl hem meermaals duidelijk is gemaakt dat hij daartoe verplicht was, zolang hij niet om medische redenen daarvan was vrijgesteld. Ook kan het hof zich goed voorstellen dat de bewindvoerder de indruk heeft gekregen dat [appellant] niet voor rede vatbaar is geweest en welbewust heeft geweigerd stipt zijn verplichtingen onder de Wsnp na te komen. Het gevolg daarvan is dat de bewindervoerder [appellant] op zichzelf beschouwd terecht verwijt zich onvoldoende te hebben ingespannen inkomsten te realiseren voor zijn schuldeisers.

Het hof is evenwel van oordeel dat in de omstandigheden van het geval het beëindigen van de schuldsaneringsregeling geen proportionele sanctie is op de onvoldoende inspanning van de [appellant] om inkomsten voor zijn schuldeisers te realiseren. Ter toelichting dient het volgende.

Het hof constateert dat volgens de op 10 november 2025 uitgebrachte Rapportage Medisch Belastbaarheidsonderzoek [appellant] momenteel (bij 25 uur in de week) maximaal wordt belast. Deze rapportage is opgesteld door dezelfde arts die [appellant] eerder met goedkeuring van de rechter-commissaris heeft gekeurd en die op 9 oktober 2025 de eerste Rapportage Medisch Belastbaarheidsonderzoek heeft uitgebracht (en toen nog ruimte zag voor het werken van meer uren bij een verkorting van de reistijd). Het hof begrijpt uit deze rapportages, in onderling verband beschouwd, dat nu [appellant] vijf uur meer werkt, te weten 25 uur per week, hij inmiddels maximaal is belast en dat dit wel degelijk aanleiding zou kunnen/moeten zijn voor een vrijstelling van de sollicitatieplicht.

Het hof heeft verder in aanmerking genomen dat [appellant], op advies van de bewindvoerder, een werkplek dichter in de buurt van zijn woonadres heeft gerealiseerd, daarmee zijn reistijd heeft verkort (tot 20 minuten, gelet waarop het redelijkerwijze niet mogelijk is van hem te verlangen nog ander werk te zoeken om zijn reistijd nog verder te verkorten) en vijf uur meer is gaan werken. In zoverre heeft hij wel degelijk een stap in de goede richting gemaakt en zich bereid getoond zich te willen inspannen voor zijn schuldeisers.

Ten aanzien van de tekortkoming in de nakoming van de informatieplicht constateert het hof dat [appellant] inmiddels alle benodigde stukken aan de bewindvoerder heeft verstrekt. Het is de indruk van het hof dat ook door de wisseling van beschermingsbewindvoerder die heeft plaatsgevonden Kharmis thans beter in staat is om te voldoen aan zijn informatieverplichtingen. Verder neemt het hof in aanmerking dat er geen boedelachterstand is.

Het hof is, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel dat in dit geval aanleiding bestaat om de schuldsaneringsregeling met een half jaar te verlengen en [appellant] aldus een aanvullende termijn te bieden om extra boedelafdrachten te realiseren ter compensatie om de geconstateerde tekortkomingen. Het hof acht dit ook in het belang van zijn schuldeisers. Wat hiertegen nog overigens nog door de bewindvoerder is ingebracht acht het hof van onvoldoende gewicht om anders te oordelen.

Met het oog op het verdere verloop van de schuldsaneringsprocedure overweegt het hof het volgende. Op dit moment werkt [appellant] 25 uur per week. Het is aan de rechter-commissaris om te beoordelen of [appellant], gezien de mate van zijn belastbaarheid, in aanmerking komt voor een vrijstelling van de sollicitatieplicht. Het hof vertrouwt erop dat deze beoordeling op korte termijn kan plaatsvinden, zodat de onzekerheid hierover geen aanleiding kan geven tot een (nieuw) conflict of [appellant] aan zijn inspanningsplicht om inkomsten voor de boedel te generen voldoet.

Het op 10 november 2025 uitgebrachte Rapportage Medisch Belastbaarheidsonderzoek geeft in ieder geval aanleiding om [appellant] in de gelegenheid te stellen de rechter-commissaris opnieuw te verzoeken om een vrijstelling van de sollicitatieplicht. In het geval dat die vrijstelling wordt verkregen, komt de tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieplicht tot dan toe ook in een ander daglicht te staan.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden vonnis dient te worden vernietigd.

3. De beslissing

Het hof:

- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 22 oktober 2025;

en, opnieuw rechtdoende:

- bepaalt dat de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] wordt voortgezet;

- verlengt de looptijd van deze regeling met zes maanden, derhalve tot 2 september 2026,

- verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam ter verdere uitvoering van de schuldsaneringsregeling.

Dit arrest is gewezen door mr. C.J. Verduynmr. R.M. Hermans en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?