GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer : 200.360.117/01
Rekestnummer rechtbank : C/10/700537 / FT RK 25/941
Arrest van 4 november 2025
in de zaak van
[appellant] ,
wonend in [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. D.P. Kant te Capelle aan den IJssel.
1. Het verloop van de procedure
Bij verzoekschrift (met producties), ingekomen ter griffie van het hof op 10 oktober 2025, heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 1 oktober 2025, waarbij zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen. Hij verzoekt het hof het vonnis waarvan hoger beroep te vernietigen en hem alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling. Het hof heeft nog kennis genomen van een door [appellant] nader overgelegde productie.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. [appellant] is verschenen, bijgestaan door zijn advocaat.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep
Op grond van artikel 292 lid 1 Faillissementswet kon [appellant] gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. Het vonnis is gewezen op 1 oktober 2025 en de beroepstermijn eindigde op 9 oktober 2025. Het beroepschrift is op 10 oktober 2025 – en dus te laat – door de griffie van het hof ontvangen. Bij indiening van het beroepschrift heeft de advocaat van [appellant] toegelicht dat hij op de avond van 9 oktober 2025 aan het stuk aan het werk was, vermoeid raakte, en om 1.10 uur ’s nachts (dus op 10 oktober) geschrokken wakker werd en het stuk toen alsnog onmiddellijk heeft ingediend.
Deze door de advocaat aangevoerde omstandigheden voor het te laat indienen van het beroepschrift rechtvaardigen geen uitzondering op de regel van strikte handhaving van de beroepstermijn. Er is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [appellant] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn hoger beroep.
3. De beslissing
Het hof verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 1 oktober 2025.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.B. Plomp, D.A. Schreuder en J.S. Honée en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025 in aanwezigheid van de griffier.