ECLI:NL:GHDHA:2025:2855

ECLI:NL:GHDHA:2025:2855

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 25-11-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 200.360.404/01
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vernietiging faillissement. Mondelinge uitspraak. Vennootschap in liquidatie. Niet gebleken van baten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.360.404/01

Zaaknummer rechtbank : C/10/25/380 F

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op 25 november 2025

Zitting hebben mr. C.G. de Heer, voorzitter, mr. R.S. van Coevorden en mr. G.B. Plomp, leden,

bijgestaan door de griffier M. Ypey,

in de zaak van:

EH Exploitatie B.V. in liquidatie,

gevestigd in Rotterdam,

appellante,

advocaat: mr. P.J.T.M. van der Bom, kantoorhoudend in Haarlem,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonend in [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. L. Wimmenhove, kantoorhoudend in Utrecht.

Het hof noemt partijen hierna EH Exploitatie en [geïntimeerde].

Verschenen zijn namens EH Exploitatie de heer [naam] van Belastingadviesbureau [naam] B.V. (vereffenaar), bijgestaan door mr. Van der Bom, de heer [geïntimeerde], bijgestaan door mr. Wimmenhove, en de curator mr. Harmsen. Partijen en de curator hebben hun standpunten toegelicht en vragen van het hof beantwoord. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Daarna heeft het hof de zitting geschorst voor overleg in raadkamer. Na hervatting van de mondelinge behandeling heeft het hof met toepassing van artikel 29a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de hierna volgende mondelinge uitspraak gedaan.

1. De beoordeling

EH Exploitatie heeft het hof verzocht het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 oktober 2025, waarbij zij in staat van faillissement is verklaard, te vernietigen.

Het hof stelt vast dat EH Exploitatie hiertegen het volgende heeft aangevoerd. Primair dat EH Exploitatie géén bate meer had op het moment van ontbinding en dat niet is gebleken van enige thans bestaande bate omdat de terugbetaling van teveel betaalde loonheffingspremies door de Belastingdienst HVE Beheer toekwam. Subsidiair dat sprake is van misbruik van faillissementsrecht omdat onvoldoende is aangetoond dat de gestelde bate voldoende waarde heeft om het salaris van de curator mee te voldoen.

De curator heeft verklaard bij het door haar aan het hof gegeven advies te blijven. Daarin heeft zij aangegeven dat van een bate aan de zijde van EH Exploitatie geen sprake is en dat van andere (potentiële) baten de curator niet is gebleken.

Het hof is van oordeel dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog (potentiële) baten aanwezig zijn bij EH Exploitatie. Het vonnis van de rechtbank zal daarom worden vernietigd en het verzoek tot faillietverklaring zal worden afgewezen.

Het hof ziet geen aanleiding om [geïntimeerde] in de proceskosten of faillissementskosten te veroordelen. Van misbruik van faillissementsrecht is geen sprake. Het faillissement is op goede grond en met goede reden aangevraagd in verband met de niet betwiste, onbetaald gebleven loonvordering van [geïntimeerde].

De faillissementskosten zullen worden vastgesteld als begroot door de curator op € 5.840,65. Het hof zal in verband met het voorgaande de faillissementskosten, waaronder het salaris van de curator, ten laste van EH Exploitatie brengen.

2. Beslissing

Het hof:

- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 oktober 2025;

en opnieuw rechtdoende:

- wijst het verzoek tot faillietverklaring ten aanzien van EH Exploitatie af;

- stelt het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator vast op € 5.840,65 inclusief BTW en brengt dit bedrag alsmede de nog nader te maken publicatiekosten, voor zover niet in vermeld bedrag begrepen, ten laste van EH Exploitatie, met veroordeling van EH Exploitatie om bedoeld bedrag en bedoelde kosten te voldoen;

- bepaalt dat de griffier van dit hof onverwijld kennis geeft van deze uitspraak aan de griffier van de rechtbank Rotterdam.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.C. de Heer, R.S. van Coevorden en G.B. Plomp. Het arrest is op 25 november 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van partijen en van de griffier.

Bij afwezigheid van de voorzitter is dit proces-verbaal van deze uitspraak op 26 november

2025 ondertekend door mr. C.A. Joustra, rolraadsheer.

WAARVAN PROCES-VERBAAL

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?