GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Zaaknummer : 200.324.131/01
Rolnummer rechtbank : 9829225 \ CV EXPL 22-12515
beslissing van 11 maart 2025
in de zaak van
1. [appellant 1] ,
wonend in [woonplaats] ,
2. [appellante 2],
wonend in [woonplaats] ,
3. [appellant 3],
wonende in [woonplaats] ,
4. [appellant 4],
wonende in [woonplaats] ,
5. [appellant 5],
wonende in [woonplaats] ,
6. [appellant 6],
wonende in [woonplaats] ,
7. [appellant 7],
wonende in [woonplaats] ,
8. [appellant 8] ,
wonende in [woonplaats] ,
9. [appellant 9],
wonende in [woonplaats] ,
appellanten in het principaal hoger beroep,
geïntimeerden in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. R.A. Moonen, kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen
Aon Groep Nederland B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. J.W. de Bruin, kantoorhoudend in Amsterdam.
Het hof noemt partijen hierna [appellant 1] c.s. en Aon.
Het hof heeft op 18 februari 2025 in bovengenoemde zaak tussenarrest gewezen.
Het hof heeft kennis genomen van het verzoek van [appellant 1] c.s. bij e-mail van 20 februari 2025 om een kennelijke fout te verbeteren. Daartoe wordt aangevoerd dat in het arrest als advocaat van [appellant 1] c.s. mr. S.E.C. Zandvoort-Faneyte is genoemd, waar dit zou moeten zijn mr. R.A. Moonen.
Het hof zal het verzoek toewijzen. Daartoe overweegt het hof dat sprake is van een kennelijke fout, daar op de rol van 20 september 2024 mr. Moonen zich heeft gesteld in plaats van mr. S.E.C. Zandvoort-Faneyte. Hierbij heeft het hof aangenomen dat er van de zijde van Aon geen bezwaar bestaat tegen deze verbetering.
Beslissing
Het hof:
verbetert het in deze zaak gewezen arrest van 18 februari 2025 als volgt:
advocaat: mr. S.E.C. Zandvoort-Faneyte, kantoorhoudend in Amsterdam,
wordt verbeterd in
advocaat: mr. R.A. Moonen, kantoorhoudend in Amsterdam.
Voor het overige blijft het arrest, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.J. van der Ven, M. Verkerk en A.C.M. Kuypers en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.