ECLI:NL:GHDHA:2026:110

ECLI:NL:GHDHA:2026:110

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 26-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 22-002459-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Opzetaanranding. De verdachte heeft naakt een medewerkster van een wellness center besprongen, beetgepakt en vastgehouden. Seksuele handelingen naar uiterlijke verschijningsvorm. Opzet, gelet op onverhoedse karakter van handelingen. Oplegging geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. Gedeeltelijke toewijzing vordering tot schadevergoeding.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-002459-25

Parketnummer: 09-105974-25

Datum uitspraak: 26 januari 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 3 juli 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, onder de algemene en bijzondere voorwaarden als nader in het vonnis omschreven. Voorts is omtrent de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] beslist als nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2024 te Leiden met een persoon, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het (onverhoeds) bespringen van die [slachtoffer] , met zijn, verdachtes, naakte lichaam,

- het (onverhoeds) beetpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, naakte lichaam,

- het tegen die [slachtoffer] aan drukken en/of houden van zijn, verdachtes, naakte lichaam, terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd om proceseconomische redenen, nu het hof weliswaar tot dezelfde bewezenverklaring komt als de politierechter, maar met een andere bewijsoverweging, en het hof een andere straf oplegt en een andere beslissing neemt over de vordering van de benadeelde partij, zodat het (partieel) bevestigen van het vonnis een te weinig overzichtelijk samenstel aan beslissingen en motiveringen oplevert.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2024 te Leiden met een persoon, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het (onverhoeds) bespringen van die [slachtoffer] , met zijn, verdachtes, naakte lichaam,

- het (onverhoeds) beetpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, naakte lichaam,

- het tegen die [slachtoffer] aan drukken en/of houden van zijn, verdachtes, naakte lichaam, terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Nadere bewijsoverweging

Opzetaanranding als bedoeld in artikel 241, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht heeft betrekking op situaties waarin de dader seksuele handelingen verricht met een ander en daarbij opzettelijk de ontbrekende wil bij die ander negeert of voor lief neemt. Daaronder vallen handelingen die bestaan uit een op een seksuele beleving gerichte aanraking(en) van lichaamsdelen. Wanneer die onverhoeds worden verricht, kan dat getuigen van het opzettelijk negeren van de ontbrekende wil. In dat geval is de dader zich bewust van de aantasting van de seksuele integriteit en wil hij de ander geen ruimte geven om zich hiertegen uit te spreken (Kamerstukken II, 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 18).

Uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen volgt het volgende.

De verdachte kwam vanuit de sauna van een hotel met wellness center naakt de receptieruimte inrennen en rende af op de receptiemedewerkster, die op dat moment bij de balie aan het telefoneren was. De verdachte sprong op haar rug, terwijl zij de telefoonhoorn nog in haar hand had. Hij sloeg hierbij zijn rechterarm – op borsthoogte – om de voorzijde van de receptiemedewerkster heen en stond met de voorzijde van zijn naakte lichaam tegen haar rechterachterzijde aan, waarbij hij haar naar achteren trok. Vervolgens ging de verdachte met zijn linkerarm onder haar linkerarm door en hield daarbij zijn linkerhand op haar buik. Zijn rechterhand hield hij op haar linkerschouder. De receptiemedewerkster probeerde zich aan de verdachte te ontworstelen door zich van hem af te bewegen, maar de verdachte kon dit beletten en bleef haar vasthouden.

Naar het oordeel van het hof zijn voornoemde handelingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm aan te merken als handelingen bestaande uit een op een seksuele beleving gerichte aanraking van lichaamsdelen. Door het onverhoedse karakter van de handelingen en doordat de verdachte de receptiemedewerkster bleef vasthouden, werd zij gedwongen deze handelingen tegen haar wil te dulden. Daarmee is sprake van opzetaanranding.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

opzetaanranding.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetaanranding, door naakt op een 20-jarige receptiemedewerkster van een wellness center af te rennen, haar te bespringen, beet te pakken en vast te houden. Door aldus te handelen heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Het handelen van de verdachte heeft blijkens de ter terechtzitting namens het slachtoffer gegeven toelichting een grote impact op haar gehad en heeft dat nog steeds.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een andersoortig strafbaar feit. Dit leidt niet tot een hogere of lagere straf.

Het hof heeft daarnaast kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 25 juni 2025, waaruit blijkt dat sprake is van langdurige psychische problematiek bij de verdachte, die mogelijk een heeft rol gespeeld bij het delictgedrag. De reclassering adviseert daarom om bij veroordeling bijzondere voorwaarden te verbinden aan een voorwaardelijke straf, te weten een meldplicht en een ambulante behandelverplichting.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte er blijk van gegeven dat hij gebukt gaat onder zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het moeizame contact met zijn minderjarige dochter, die in een pleeggezin verblijft. Het hof constateert bovendien dat het dossier een beeld schetst van een verdachte die – zowel in de periode voorafgaand aan het bewezenverklaarde als daarna – zorgelijk gedrag laat zien. De verdachte heeft weliswaar aangegeven hulp en behandeling voor zijn psychische problemen te kunnen gebruiken, maar lijkt onvoldoende bij machte om deze behandeling zelf te initiëren dan wel op duurzame wijze te continueren.

Alles afwegende acht het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden, waarbij het hof de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden zal stellen. Met die strafoplegging brengt het hof enerzijds de ernst van het feit tot uitdrukking en anderzijds beoogt het daarmee te bewerkstelligen dat de verdachte wordt behandeld voor zijn psychische problematiek en hij ervan wordt weerhouden om in de toekomst opnieuw een (soortgelijk) strafbaar feit te plegen.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 1.050,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft bevestiging van het vonnis waarvan beroep gevorderd en hiermee geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook heeft de advocaat-generaal daarmee oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is komen vast te staan dat de benadeelde partij als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde op andere wijze in de persoon is aangetast, als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Daarbij neemt het hof in de eerste plaats de aard en ernst van het bewezenverklaarde in aanmerking. Het slachtoffer –een jonge vrouw – is op haar werkplek aangerand. Zij is daarbij onverhoeds door een naakte man besprongen, beetgepakt en vastgehouden, waarbij zij zich niet eigenhandig uit de greep van de verdachte heeft weten te ontworstelen. Verder neemt het hof in aanmerking dat zowel in eerste aanleg als ter terechtzitting in hoger beroep de gevolgen daarvan met voldoende concrete gegevens zijn onderbouwd. Zo blijkt uit het schade-onderbouwingsformulier en de namens de benadeelde partij ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaringen dat zij na het incident niet meer onbevangen achter de receptiedesk kon werken. Zij was continu op haar hoede en erg alert op haar omgeving. Zij is gestopt met haar werkzaamheden als receptiemedewerker in het wellness center omdat zij angstgevoelens bleef houden. De situatie heeft ook meer in het algemeen haar gevoel van veiligheid aangetast en zij heeft daarom mentale ondersteuning gezocht bij Slachtofferhulp Nederland.

Daarmee is sprake van een grond voor toekenning van een schadevergoeding. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich, gegeven de onderbouwing daarvan, – naar maatstaven van billijkheid – voor toewijzing tot een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding heeft het hof alle omstandigheden van het geval betrokken en rekening gehouden met de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, zoals neergelegd in de zogeheten ‘Rotterdamse schaal’.

Het hof zal bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 500,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] .

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 241 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt bij Fivoor, Reclassering op het adres Johanna Westerdijkplein 40 in Den Haag en zich daarna blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

- dat de verdachte meewerkt aan diagnostiek en zich laat behandelen door het forensisch FACT-team van Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zodra de proeftijd begint. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 15 augustus 2024.

Dit arrest is gewezen door mr. A.L. Frenkel, als voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. M.A.C.L.M. Bonn, leden, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 januari 2026.

Mr. M.A.C.L.M. Bonn is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. B.W. Mulder
  • mr. M.A.C.L.M. Bonn

Griffier

  • mr. A

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?