GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Familie
zaaknummers : 200.351.920/01 en 200.351.920/02
zaakgegevens rechtbank : C/09/670841/ FA RK 24-5762 (echtscheiding)
C/09/673375 / FA RK 24-7063 (huwelijksvermogensrecht)
beschikking van de meervoudige kamer van 21 januari 2026
inzake
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. T. Kocabas te Zoetermeer
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. S. Kandemir te Dordrecht.
1. Het verloop van de procedure bij de rechtbank
Het hof verwijst voor het verloop van de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de rechtbank Den Haag (hierna ook: de rechtbank) van 5 december 2024, uitgesproken onder voormelde zaakgegevens (hierna: de bestreden beschikking).
2. Het verloop van de procedure in hoger beroep
De man is op 4 maart 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Dit hoger beroep is bij het hof ingeschreven onder zaaknummer 200.351.920/01. Bij dat beroep heeft de man ook een verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking ingediend. Dit schorsingsverzoek is bij het hof ingeschreven onder zaaknummer 200.351.920/02.
De vrouw heeft op 22 april 2025 een verweerschrift ingediend.
Van de zijde van de man is op 29 september 2025 een e-mail met bijlagen bij het hof ingekomen.
De mondelinge behandeling heeft op 10 oktober 2025 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de advocaat van de vrouw.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben de advocaten verklaard in onderling overleg tot overeenstemming te willen komen en het hof binnen twee weken deze overeenstemming te zullen doen toekomen.
Van de zijde van de man en van de zijde van de vrouw zijn op 17 november 2025 journaalberichten bij het hof ingekomen waaruit blijkt dat het niet gelukt is om tot overeenstemming te komen.
3. De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
De man en de vrouw zijn op [huwelijksdatum] 2021 in de gemeente [gemeente] met elkaar getrouwd.
Zij hebben beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
De man en de vrouw hebben geen huwelijkse voorwaarden laten opmaken.
4. Waar de zaak over gaat
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en voorts:
- het verzoek van de vrouw met betrekking tot de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen toegewezen als volgt:
a. a) ten aanzien van de gouden sieraden van de vrouw:
• veroordeelt de man om de volgende sieraden aan de vrouw af te geven binnen twee dagen na deze beschikking:
I. 16 gouden armbanden ‘Burma’, per stuk 25 gram goud;
II. 10 stuks goud ‘besi bir yerde’;
III. 5 grote gouden dukaten;
IV. 2 halve gouden dukaten;
V. 15 kwart gouden dukaten;
VI. 9 kwart gouden dukaten aan een gouden ketting;
VII. 1 omhulde/versierde halve gouden dukaat met ketting,
indien de man de sieraden niet afgeeft aan de vrouw:
• veroordeelt de man om een bedrag van € 40.000,- te betalen aan de vrouw ter vervanging van voornoemde sieraden;
b) ten aanzien van de bitcoin portefeuille van de man:
• deelt de bitcoin portefeuille toe aan de man en veroordeelt hem om ter zake van overbedeling een bedrag van € 25.000,- te betalen aan de vrouw;
c) ten aanzien van de auto van het merk Mercedes met kenteken [kenteken] :
• deelt deze toe aan de man zonder verdere verrekening met de vrouw;
d) ten aanzien van de schuld aan ABN AMRO:
• bepaalt dat de man volledig draagplichtig is voor de schuld van € 46.000,- en de achterstand van € 3.287,28, zonder verdere verrekening met de vrouw.
De rechtbank heeft de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve de beslissing over de echtscheiding, en beslist dat de vrouw haar eigen proceskosten moet betalen.
De man verzoekt het hof om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat:
I. de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking wordt geschorst;
II. de verzoeken van de vrouw onder III (de gouden sieraden) en IV (de bitcoins portefeuille) alsnog worden afgewezen;
III. kosten rechtens.
De vrouw verzoekt het hof om de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, althans zijn hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
5. De motivering van de beslissing
In de zaak met zaaknummer 200.351.920/01
Echtscheiding
Het hof zal de bestreden beschikking voor wat betreft de daarbij uitgesproken echtscheiding bekrachtigen, nu gebleken is dat partijen beiden van mening zijn dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
Sieraden
De man is van mening dat alle cadeaus die partijen tijdens hun huwelijksfeest hebben gekregen, inclusief het verkregen goud, aan beide partijen zijn geschonken en volgens de man in de beperkte huwelijksgemeenschap zijn gevallen. Ook hebben partijen tijdens de bruiloft sieraden in bruikleen gekregen. Partijen hebben enkele armbanden vervolgens verpand aan de gemeente [gemeente] en ook weleens een armband ingewisseld om bijvoorbeeld boodschappen te kunnen doen. De vrouw heeft bij haar vertrek de dagelijkse sieraden meegenomen en de sleutel van de kluis van partijen bij De Nederlandse Bank.
De vrouw stelt dat op de bruiloft van partijen op [datum] 2021, derhalve voor de huwelijkssluiting op [huwelijksdatum] 2021, aan haar de volgende sieraden zijn geschonken door de man en de familie van de vrouw:
- 16 gouden armbanden 'Burma' , per stuk 25 gram goud
- 10 stuks goud 'besi bir yerde'
- 5 grote gouden dukaten
- 2 halve gouden dukaten
- 15 kwart gouden dukaten
- 9 kwart gouden dukaten aan een gouden ketting
- 1 omhulde/versierde halve gouden dukaat met ketting.
Deze sieraden met een waarde van € 40.000,- vallen volgens de vrouw buiten de beperkte gemeenschap, evenals het bedrag van € 40.000,- dat op de bruiloft aan de man is geschonken. De vrouw betwist dat de sieraden zijn verpand en/of verkocht. Partijen werkten allebei en hadden een goed inkomen. Het is de man die een kluis op zijn naam had en zijn moeder is daar ook voor gemachtigd. De man en zijn moeder hebben een sleutel en niet de vrouw.
Het hof overweegt als volgt. Voor een verzoek om verdeling van een beperkte huwelijksgoederengemeenschap is relevant welke goederen en schulden op de peildatum van 8 augustus 2024 (datum indiening verzoekschrift tot echtscheiding) aanwezig waren. In het kader van artikel 3:185 van het Burgerlijk Wetboek ligt het op de weg van partijen om over de aard en de omvang van de beperkte huwelijksgoederengemeenschap duidelijkheid te verschaffen en de voorgestelde verdeling deugdelijk te onderbouwen. De stellingen van partijen over de gouden sieraden en of en wanneer deze aan wie zouden zijn geschonken, staan haaks op elkaar. Uit de op 17 november 2025 bij het hof ingekomen journaalberichten van de zijde van partijen blijkt ook dat partijen het erover eens zijn dat zij van mening verschillen over de omvang en waardering van het goud op de peildatum. Het is dan ook niet mogelijk om op basis van de voorliggende stukken en de stellingen van partijen de verdeling vast te stellen of te gelasten, zodat het hof het verzoek van de vrouw met betrekking tot de gouden sieraden alsnog zal afwijzen. Voor zover het verzoek ziet op een vordering tot afgifte van de sieraden in het kader van een verdeling gaat dit deze procedure te buiten. Uit genoemde journaalberichten van 17 november 2025 blijkt dat partijen overeengekomen zijn dat, zodra het aan de gemeente [gemeente] verpande goud wordt vrijgegeven, de vrouw recht heeft op haar aandeel daarin. De man zal zich inspannen om, zodra de verpanding is opgeheven en de schuld aan de gemeente [gemeente] volledig voldaan is, het gedeelte van de vrouw aan haar te doen toekomen. Het hof gaat ervan uit dat de man zijn toezeggingen gestand doet.
Bitcoins
De man betwist dat hij een bitcoin portefeuille heeft van € 50.000,-. De vrouw heeft dit ook op geen enkele wijze onderbouwd. Partijen leefden gedurende het huwelijk boven hun budget waardoor er financiële problemen waren en geen ruimte was voor het aanleggen van een bitcoin portefeuille. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man nog toegelicht in 2017 met behulp van een collega een app te hebben gedownload waar hij € 700,- op heeft gestort, maar dat hij hier niet meer bij kan, zodat het geld als verloren beschouwd dient te worden.
Het hof overweegt als volgt. Uit het van de zijde van de vrouw ingekomen journaalbericht van 17 november 2025 blijkt dat de vrouw niets kan aantonen omtrent de omvang van de bitcoins portefeuille op de peildatum van 8 augustus 2024, de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook met betrekking tot de verdeling van de bitcoins vernietigen en dit verzoek van de vrouw alsnog afwijzen.
In de zaak met zaaknummer 200.351.920/02
Het hof zal het verzoek van de man tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking afwijzen. De man heeft zijn stelling dat hij in een noodtoestand zou komen te verkeren bij de ten uitvoerlegging van de bestreden beschikking op geen enkele wijze onderbouwd. Bovendien neemt het hof heden een beslissing in de hoofdzaak.
In beide zaken
Gelet op de familierechtelijke aard van het geschil zal het hof bepalen dat partijen ieder de eigen proceskosten moeten betalen.
6. De beslissing
Het hof, beschikkende in het hoger beroep:
in de zaak met zaaknummer 200.351.920/01
bekrachtigt de bestreden beschikking voor wat betreft de daarbij uitgesproken echtscheiding;
vernietigt de bestreden beschikking voor zover het de verdeling van de gouden sieraden en bitcoins betreft en (in zoverre) opnieuw beschikkende:
wijst het verzoek van de vrouw met betrekking tot de verdeling van de gouden sieraden en bitcoins alsnog af;
in de zaak met zaaknummer 200.351.920/02
wijst af het verzoek van de man tot schorsing van de onmiddellijke werking van de bestreden beschikking;
in beide zaken
compenseert de proceskosten in beide instanties in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.G.B. Boelens, A.N. Labohm en L.A.G.M. van der Geld, bijgestaan door mr. A.C. van Waning als griffier en is op 21 januari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.