ECLI:NL:GHDHA:2026:117

ECLI:NL:GHDHA:2026:117

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 02-02-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 22-000153-23.a
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vrijspraak vanwege onvoldoende steunbewijs voor herkenning.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1971, geboorteplaats en -land onbekend,

adres: [woonadres] , [woonplaats] ( [land] ).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 en 4 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 5 en 6 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Zoals vermeld is de verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder

3 en 4 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen die in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover inhoudelijk aan de orde in hoger beroep – tenlastegelegd dat:

1.hij op of omstreeks 26 september 2018 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een pinpas, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 26 september 2018 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 5280 euro), dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), te weten aan [slachtoffer 1] (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met een pinpas met bijbehorende pincode van die [slachtoffer 1] één of meer malen geld op te nemen en/of goederen af te rekenen zonder dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) gerechtigd waren tot het gebruik daarvan.

5.hij op of omstreeks 29 oktober 2018 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen een portemonnee (met daarin onder meer een rijbewijs, pinpas en 50 euro contant), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 29 oktober 2018 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, één of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 2511,56 euro), dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), te weten aan [slachtoffer 2] (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met een pinpas met bijbehorende pincode van die [slachtoffer 2] één of meer malen geld op te nemen en/of goederen af te rekenen zonder dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) gerechtigd waren tot het gebruik daarvan.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met uitzondering van de opgelegde straf. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat in hoger beroep aan de verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van

4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Bij die eis heeft de advocaat-generaal rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in de fase van hoger beroep.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

De verdachte ontkent de onder 1, 2, 5 en 6 tenlastegelegde diefstallen en diefstallen met valse sleutel. De politierechter achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van door verbalisanten gedane herkenningen; op de camerabeelden die betrekking hebben op de feiten 1 en 2 is de verdachte als dader herkend door verbalisant [verbalisant 1] en op de beelden die betrekking hebben op de feiten 5 en 6 is de verdachte als dader herkend door verbalisant [verbalisant 2] . Er is geen ander bewijsmateriaal dan deze in een proces-verbaal van bevindingen gerelateerde herkenningen.

Het hof stelt voorop dat behoedzaam moet worden omgegaan met het voor bewijs bezigen van een herkenning. Dat geldt te meer indien een herkenning het enige bewijsmiddel is dat de betrokkenheid van een verdachte bij een feit kan aantonen, zoals dat in deze zaak het geval is. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van een herkenning spelen diverse factoren een rol, zoals de kwaliteit van de beelden en wat er op de beelden is te zien van de dader. Verder is het bijvoorbeeld van belang of, en in hoeverre de verbalisant eerder contact heeft gehad met de verdachte die hij herkent en in het verlengde daarvan of de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken.

Het hof oordeelt dat de kwaliteit van de beelden en de foto’s daarvan met betrekking tot de onder 1, 2, 5 en 6 tenlastegelegde feiten matig is. De beelden zijn niet scherp. De momenten waarop het gezicht van de dader op de beelden is te zien zijn beperkt en hoofdzakelijk vanaf een grote afstand. Uit het dossier blijkt niet dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] eerder wel eens contact hebben gehad met de verdachte, waardoor het des te meer van belang is dat wordt aangegeven aan de hand van welke specifieke, onderscheidende persoonskenmerken de herkenning plaatsvindt. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de processen-verbaal van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] onvoldoende op grond van welke specifieke, onderscheidende kenmerken de herkenning van de verdachte heeft kunnen plaatsvinden. [verbalisant 1] noemt helemaal geen kenmerken en de door [verbalisant 2] genoemde kenmerken (“Ik herkende hem aan zijn gezicht en zijn haardracht. Hij heeft net zoals op de politiefoto kort donker golvend haar met een inham, aan de linkerkant een lage scheiding en een soort lok op zijn voorhoofd.”) zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende onderscheidend.

Nu de betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten aldus in de kern steunt op twee suboptimale herkenningen door verbalisanten en niet wordt ondersteund door andere, objectieve, bewijsmiddelen, is het hof van oordeel dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Hij dient derhalve te worden vrijgesproken..

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 en 4 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. L.C. van Walree, als voorzitter, en mr. H.C. Wiersinga en

mr. M.H. Vos, leden, in bijzijn van de griffier mr. N. Germeraad-van der Velden.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 februari 2026.

Mr. M.H. Vos is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.C. Wiersinga
  • mr. M.H. Vos

Griffier

  • mr. L

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?