ECLI:NL:GHDHA:2026:120

ECLI:NL:GHDHA:2026:120

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 200.359.646/01
Rechtsgebied Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2024:3584

Samenvatting

Incident tot zekerheisstelling voor proceskosten in hoger beroep

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.359.646/01

Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/669358 / HA ZA 23-1020

Arrest van 10 februari 2026 in het incident ex artikel 224 Rv (bij vervroeging)

in de zaak van

1. de vennootschap naar het recht van Costa Rica Agricola Agromonte Sociedad Anonima,

gevestigd in Alajuela-San Carlos, Costa Rica,

appellante,

2. de vennootschap naar het recht van Panama Julesyor Inc.,

gevestigd in Panama-stad, Panama,

appellante,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. O.R. van Hardenbroek van Ammerstol, kantoorhoudend in Den Haag,

tegen

Staay Food Group B.V.,

gevestigd in Barendrecht,

geïntimeerde,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. J.J. Borsboom, kantoorhoudend in Rotterdam.

Het hof noemt partijen hierna respectievelijk Agricola, Julesyor en Staay.

1. De zaak in het kort

Staay vordert in dit incident dat Julesyor zekerheid stelt voor de proceskosten in hoger beroep. Het hof wijst deze vordering toe.

2. Procesverloop in hoger beroep

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

de dagvaarding van 7 april 2025, waarmee Agricola en Julesyor in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 8 januari 2025;

de memorie van grieven van Agricola en Julesyor, met bijlagen;

de conclusie van eis in het incident ex artikel 224 Rv;

de conclusie van antwoord in incident van Julesyor.

3. De vordering in incident

In het incident vordert Staay dat Julesyor zekerheid stelt voor de proceskosten in hoger beroep. Onder 2 bij haar conclusie van eis in het incident geeft Staay aan tevens het stellen van zekerheid voor de schadevergoeding tot betaling waarvan Julesyor veroordeeld zou kunnen worden te vorderen, maar in het petitum van haar eis in het incident vordert Staay dit niet. In het hiernavolgende wordt daarom slechts geoordeeld over de vordering tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten. Staay voert daartoe aan dat Julesor geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Julesyor heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

4. Beoordeling van de vordering in incident

Op grond van artikel 224 lid 1 Rv moet degene die, zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland, bij een Nederlandse rechter een vordering instelt, op vordering van de wederpartij zekerheid stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan hij in die procedure veroordeeld zou kunnen worden, tenzij een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen van toepassing is. Deze bepaling is op grond van artikel 353 lid 1 Rv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat – zo volgt uit het tweede lid van dat artikel – in hoger beroep van de oorspronkelijke gedaagde geen zekerheid kan worden gevorderd.

Julesyor is gevestigd in Panama. Daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 224 lid 1 Rv. Dat één van de uitzonderingen genoemd in artikel 224 lid 2 Rv van toepassing is, is niet gesteld of gebleken. De incidentele vordering van Staay moet dus worden toegewezen.

Staay begroot de hoogte van de proceskosten in hoger beroep op € 18.859,-. Bij deze begroting is Staay uitgegaan van een procedure waarin – naast dit incident – alleen nog een memorie van antwoord en een mondelinge behandeling volgt. Het hof zal deze begroting tot uitgangspunt nemen, met dien verstande dat het hof zal uitgaan van het liquidatietarief zoals dat geldt per 1 februari 2026. Dat betekent dat het bedrag waarvoor Julesyor zekerheid moet stellen wordt bepaald op:

€ 6.823,- (griffierecht)

€ 11.283,- (2 punten x tarief VII)

€ 1.290,- (1 punt x tarief II)

€ 189,- (nasalaris)

€ 98,- (betekening)

Totaal € 19.683,-

Staay vordert niet een bepaalde vorm van zekerheidsstelling, slechts dat zekerheidsstelling op een wijze moet gebeuren dat Staay zich er zonder moeite op kan verhalen. Naar het oordeel van het hof is dat onvoldoende om een bepaalde vorm van zekerheidsstelling te bevelen (vgl. artikel 6:51 BW).

Staay vordert dat Julesyor binnen een termijn van vier weken na de datum van dit arrest zekerheid moet stellen. Dat komt het hof redelijk voor.

Het hof zal de proceskosten in het incident reserveren tot aan de beslissing in de hoofdzaak.

5. Beslissing

in de hoofdzaak

Het hof:

in het incident

Dit arrest is gewezen door mrs. E.I. Mentink, P.M. Verbeek en J.S. Honée en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand