ECLI:NL:GHDHA:2026:1222

ECLI:NL:GHDHA:2026:1222

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer 22-002239-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2024:9086

Samenvatting

Veroordeling verdachte (voormalig politieambtenaar) wegens omkoping van een APK-keurmeester (art. 328ter Sr). Vrijspraak valsheid in geschrifte (door onjuiste informatie in te voeren in politiesysteem). Strafbepaling voor computervredebreuk (art. 138ab Sr) waarvoor de verdachte inmiddels onherroepelijk is veroordeeld. Overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-002239-24

Parketnummer: 09-842269-19

Datum uitspraak: 24 april 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 juni 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

adres: [adres] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 subsidiair en het onder 5 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 69 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is er een beslissing genomen omtrent het in beslag genomen geldbedrag, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Tot slot is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is namens de verdachte beperkt ingesteld en is blijkens de akte instellen hoger beroep van 26 juni 2024 niet gericht tegen in eerste aanleg gegeven vrijspraken van het onder 3 en 4 tenlastegelegde.

Bij akte van 9 april 2026 is het hoger beroep namens de verdachte partieel ingetrokken, te weten voor zover het bestreden vonnis betrekking heeft op het onder 1 tenlastegelegde.

Het hoger beroep is derhalve thans enkel gericht tegen het onder 2 en 5 tenlastegelegde.

Het voorgaande brengt mee, dat het hof - nu in eerste aanleg ter zake van de onder 1, 2 subsidiair en 5 tenlastegelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken - op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering een hoofdstraf voor het in eerste aanleg onder 1 bewezenverklaarde zal bepalen.

Waar hierna wordt gesproken van “de zaak” of “het vonnis”, wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:

2. (ZD Caddy) hij op of omstreeks 15 november 2019 te Waddinxveen, in ieder geval in Nederland, aan een ambtenaar, te weten [APK-keurmeester] , een gift heeft gedaan en/of aangeboden, te weten een geldbedrag van ongeveer 160 euro, in elk geval enig geldbedrag, met het oogmerk om die [APK-keurmeester] te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten, namelijk zijn, verdachtes, bedrijfsauto APK goed te keuren, terwijl die bedrijfsauto niet voldeed aan de eisen zoals opgenomen in (hoofdstuk 5 van) de Regeling Voertuigen, immers heeft hij, verdachte, dat geldbedrag (van ongeveer 160 euro) aan die [APK-keurmeester] gegeven en/of aangeboden toen/nadat die [APK-keurmeester] aan verdachte liet weten dat verdachtes bedrijfsauto niet aan de vereisten voor APK goedkeuring voldeed (in verband met een gebrek aan de remmen van voornoemde bedrijfsauto);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 november 2019 te Waddinxveen, in elk geval in Nederland, aan [APK-keurmeester] , die anders dan als ambtenaar optredend als lasthebber van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (in de functie van APK keurmeester),naar aanleiding van hetgeen die [APK-keurmeester] bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, te weten het APK goedkeuren van de bedrijfsauto van verdachte, terwijl deze bedrijfsauto niet voldeed aan de eisen zoals opgenomen in (hoofdstuk 5 van) de Regeling Voertuigen, een gift, namelijk een geldbedrag (van ongeveer 160 euro), heeft gedaan en/of aangeboden, van die aard of onder zodanige omstandigheden, dat hij, verdachte, redelijkerwijs moest aannemen dat die [APK-keurmeester] handelde in strijd met zijn plicht/last;

5.hij op of omstreeks 3 juli 2018 te Alphen aan den Rijn, in ieder geval in Nederland, een of meer in te vullen veld(en) en/of tekstblok(ken) en/of keuzemenu('s) en/of dropdownmenu('s) in het politiesysteem BOSZ (Betere Opsporing door Sturing op Zaken), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk en/of in strijd met de waarheid - in een of meer veld(en) en/of tekstblok(ken) en/of keuzemenu('s) en/of dropdownmenu('s) in het politiesysteem BOSZ (Betre Opsporing door Sturing op Zaken)bij een politieonderzoek met nummer PL1500-2018002189 de opmerking "Zaak is al afgedaan middels bemiddeling met partijen. Zaak naar administratie" geplaatst/getypt, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Feit 2 primair

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het onder 2 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezenverklaard kan worden. Een APK-keurmeester kan ook naar het oordeel van het hof niet aangemerkt worden als ambtenaar in de zin van artikel 177, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 5

Naar het oordeel van het hof is evenmin wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 5 is tenlastegelegd. Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep kan naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de verdachte opzettelijk in strijd met de waarheid in het politiesysteem BOSZ heeft ingevuld “Zaak is al afgedaan middels bemiddeling met partijen. Zaak naar administratie”, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 15 november 2019 te Waddinxveen, in elk geval in Nederland, aan [APK-keurmeester] , die anders dan als ambtenaar optredend als lasthebber van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (in de functie van APK keurmeester), naar aanleiding van hetgeen die [APK-keurmeester] bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, te weten het APK goedkeuren van de bedrijfsauto van verdachte, terwijl deze bedrijfsauto niet voldeed aan de eisen zoals opgenomen in (hoofdstuk 5 van) de Regeling Voertuigen, een gift, namelijk een geldbedrag (van ongeveer 160 euro), heeft gedaan en/of aangeboden, van die aard of onder zodanige omstandigheden, dat hij, verdachte, redelijkerwijs moest aannemen dat die [APK-keurmeester] handelde in strijd met zijn plicht/last.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging feit 2 subsidiair

De verdediging heeft zich – overeenkomstig de overgelegde pleitnotities – op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de in het dossier bevindende tapgesprekken en het keuringsrapport van [keuringsrapporteur] direct bewijs voor omkoping opleveren. De tapgesprekken zijn volgens de raadsvrouw voor meer uitleg vatbaar en zijn onvoldoende concreet en redengevend om tot een bewezenverklaring van omkoping te komen.

Het hof overweegt hierover als volgt.

Uit het keuringsrapport blijkt dat de Volkswagen Caddy op 15 november 2019 is afgemeld en is goedgekeurd na reparatie. In het rapport worden echter meerdere aandachtspunten vermeld, waaronder een defect aan de waarschuwingsinrichting van het antiblokkeersysteem. Tevens zijn in het rapport reparaties aangegeven aan twee banden en een gebroken of gescheurde veer. Uit het keuringsrapport volgt echter niet dat de remmen, waaronder de rembekrachtiger, zijn gerepareerd. Het rapport vermeldt uitsluitend een reparatieadvies of afkeurpunten ten aanzien van de remmen en geeft daarmee geen enkele indicatie dat het defect daadwerkelijk is verholpen.

In het proces-verbaal van bevindingen, inclusief bijlage, van 17 januari 2020 wordt gesteld dat het voertuig op 15 november 2019 onterecht APK goedgekeurd is. Een van de vastgestelde mankementen betrof een defecte rembekrachtiger.

De APK-keurmeester heeft verklaard dat hij geen reparaties heeft uitgevoerd en dat de verdachte de gebreken zelf heeft hersteld. Die verklaring vindt bevestiging in het kasboek, waarin slechts het bedrag voor de APK-keuring is genoteerd.

Uit het tapgesprek van 15 november 2019 tussen de verdachte en [naam 1] kan worden afgeleid dat de APK-keurmeester aanvankelijk niet bereid was het voertuig goed te keuren vanwege een gebrek aan de remmen. In dit gesprek wordt bevestigd dat de verdachte een bedrag van € 160 euro heeft betaald, waarna de keurmeester het voertuig alsnog goedkeurde. Kort na de APK-keuring, op 4 december 2019, heeft de verdachte een gesprek met [naam 2] , waarin laatstgenoemde aangeeft dat de auto levensgevaarlijk is en dat je een kilometer van tevoren moet remmen. Hierop antwoordt de verdachte dat je gewoon hard moet duwen. Dit duidt erop dat de problemen met de remmen ook kort na de APK-keuring nog bestonden. In een later gesprek dat de verdachte heeft met [naam 3] op 9 december 2019 (na inbeslagname van het voertuig) verklaart de verdachte expliciet dat de remmen van de auto niet werken. Deze verklaring is in overeenstemming met de technische keuring die na inbeslagname van het voertuig is uitgevoerd, waaruit bleek dat de rembekrachtiger defect was.

Het hof overweegt dat het keuringsrapport, de verklaring van de APK-keurmeester en de zich in het dossier bevindende tapgesprekken in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld. In onderling en samenhang bezien, kan naar het oordeel van het hof op grond daarvan worden vastgesteld dat tijdens de APK-keuring een defect aan de remmen bestond dat niet werd hersteld en (dus) ook na de keuring voortduurde en dat de APK-goedkeuring desondanks werd afgegeven, na betaling door de verdachte van een extra geldbedrag van

160 euro. Het geheel van de gebezigde bewijsmiddelen is consistent en sluit aan bij de technische bevindingen na inbeslagname van het voertuig.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat vaststaat dat het voertuig op 15 november 2019 onterecht is goedgekeurd voor de APK onder de navolgende omstandigheden. De verdachte heeft naar eigen zeggen een betaling van 160 euro gedaan, terwijl daar blijkens de verklaring van de keurmeester, het kasboek (waarin slechts het bedrag van de keuring stond vermeld)en de getapte gesprekken van de verdachte geen reparatie aan de remmen voor werd verricht. Deze omstandigheden leveren wettig en overtuigend bewijs op voor de stelling dat de APK-goedkeuring onterecht en tegen betaling van een geldbedrag van 160 euro (extra) heeft plaatsgevonden en de verdachte zich daar ook zonder meer bewust van was.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

het aan iemand die, anders dan als ambtenaar, werkzaam is in

dienstbetrekking of optreedt als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen deze

in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan dan wel zal doen, een gift doet van die aard of onder zodanige omstandigheden, dat hij redelijkerwijs moet aannemen dat deze handelt in strijd met zijn plicht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafbepaling feit 1 ex artikel 423 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering

Nu in eerste aanleg ter zake van de onder 1, 2 subsidiair en 5 tenlastegelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken zal het hof op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering een hoofdstraf voor het in eerste aanleg onder 1 bewezenverklaarde bepalen. Dit betekent dat het hof moet beslissen welk gedeelte van de door de rechtbank opgelegde straf geacht moet worden te zijn opgelegd ter zake van het eerste feit.

Gelet op de aard en ernst van het door de rechtbank bewezen- en strafbaar verklaarde feit onder 1, zal hof ten aanzien van dat feit – met inachtneming van het voorgaande - de op te leggen straf bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de (voor feit 2) op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan omkoping van een APK-keurmeester. Hij heeft een APK-keurmeester omgekocht om tegen betaling van een geldbedrag zijn voertuig goed te keuren, terwijl dit niet aan de vereisten voldeed. Dit is een ernstig feit, mede doordat de verdachte hiermee het veiligheidsmechanisme van de APK-keuring heeft omzeild en daarmee het verkeersrisico voor derden heeft verhoogd. Ook schaadt een dergelijk handelen het vertrouwen dat instanties zoals de RDW, maar ook de samenleving, zouden moeten kunnen hebben in de deugdelijkheid van een dergelijke keuring en de juistheid van de uitkomst daarvan.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Voorts heeft het hof acht geslagen op het ten behoeve van de verdachte opgemaakte reclasseringsadvies. Hieruit volgt onder meer dat er bij de verdachte al enige tijd sprake is van psychische klachten en dat hij gediagnostiseerd is met PTSS.

Ter terechtzitting in hoger beroep is naar voren gekomen dat de verdachte gedurende een langere periode een moeilijke tijd heeft doorgemaakt, welke nog niet ten einde is. Hij is vanwege onderhavige strafzaak ontslagen bij de politie. Ook is hij zijn eigen pizzeria en woning kwijtgeraakt en kampt hij met schulden. Voorts is gebleken dat de verdachte reeds voor de onderhavige strafzaak kampte met psychische klachten die hebben geleid tot PTSS vanwege zaken die hij als politieagent had meegemaakt. Deze klachten zijn door de gebeurtenissen rondom onderhavige strafzaak verergerd. Daarnaast heeft de verdachte als gevolg van onderhavige strafzaak reputatieschade opgelopen.

Het hof heeft – ambtshalve - vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden.

Als uitgangspunt heeft immers – met betrekking tot onderhavige zaak - te gelden dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn indien – kort gezegd - de berechting in eerste aanleg langer dan twee jaar heeft geduurd. De verdachte is op 20 februari 2020 in verzekering gesteld, terwijl de rechtbank pas op 12 juni 2024 vonnis heeft gewezen. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg in aanzienlijke mate overschreden.

Het hof zal de genoemde overschrijding verdisconteren in de strafmaat. Waar het hof zonder overschrijding van de redelijke termijn een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen, met aftrek van voorarrest, ten aanzien van het tweede feit zou hebben opgelegd, wordt nu, vanwege de schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn, een gevangenisstraf voor de duur van 7 dagen, met aftrek van voorarrest, opgelegd.

Het hof ziet, gelet op het tijdsverloop en de gevolgen die de strafzaak en de daarmee samenhangende psychische problematiek hebben gehad op het functioneren en het leven van de verdachte, geen aanleiding om ook nog een voorwaardelijke straf op te leggen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag van € 4.215,00 overweegt het hof als volgt.

Overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal zal het hof de teruggave van het geldbedrag van € 4.215,00, gelasten aan de verdachte, voor zover dit bedrag niet reeds aan de verdachte is teruggegeven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 328ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) dagen.

Bepaalt de door de rechtbank opgelegde straf voor het onder 1 bewezenverklaarde op:

een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf(fen) in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, voor zover nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een geldbedrag van € 4.215,00.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge als voorzitter, mr. B. Stapert en mr. B.P. de Boer, als leden, in het bijzijn van de griffier mr. I.M. van Hoevelaken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.C. Plugge als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?