ECLI:NL:GHDHA:2026:1283

ECLI:NL:GHDHA:2026:1283

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer 22-002530-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Artikel 6 WVW. Medeplegen van een aan hun schuld te wijten ongeval. Zeer onvoorzichtig en onoplettend. Bewijs van beeldmateriaal. De auto wilde niet starten. De verdachte heeft de medeverdachte geholpen de auto richting de hellingbaan van een parkeerdek te duwen omdat de medeverdachte het plan had de auto daarvan af laten rollen om de motor te laten starten. De verdachte heeft geen afstand genomen van de uitvoering van dat plan, maar helpen duwen tot aan de rand van de hellingbaan. De medeverdachte heeft geen plaats genomen achter het stuur waardoor hij geen controle had over het voertuig. Toen de auto naar beneden aan het rollen was, bevond de verdachte zich met één been in de auto. Onder aan de helling werden twee fietsers geraakt. Een van hen overleed later in het ziekenhuis.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-002530-24

Parketnummer: 09-019120-24

Datum uitspraak: 24 april 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 11 juli 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 24 oktober 2023 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, als verkeersdeelnemers, namelijk als bestuurder van een (motor) voertuig (merk Peugeot, van type 206) en/of voetganger/weggebruiker die dat voertuig voortduwden, althans met zich meevoerden, daarmede rijdende of dat voertuig voortbewegende over de weg, op het parkeerdek en/of de helling van dat parkeerdek van de [supermarkt] en/of De Horst, zich zodanig hebben/heeft gedragen dat een aan hun/haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- dat voertuig op dat parkeerdek naar, althans in de richting van de (aflopende) helling te duwen,

- vervolgens dat voertuig over de rand van die helling te duwen,

- niet tijdig (als bestuurder) in dat voertuig plaats te nemen, althans zonder in staat te zijn dat voertuig adequaat te besturen en/of te controleren,

- dat voertuig de helling af te laten rollen en/of rijden en/of

- geen voorrang te geven aan het overige verkeer en/of dat voertuig niet tijdig tot stilstand te brengen,

waardoor een ander, genaamd [slachtoffer 1] , werd gedood;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

zij op of omstreeks 24 oktober 2023 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig

- een voertuig op een parkeerdek in de richting van de (aflopende) helling heeft geduwd, en/of

- vervolgens dat voertuig over de rand van de helling heeft geduwd, en/of

- niet tijdig (als bestuurder) in dat voertuig plaats heeft genomen, althans niet in staat is geweest het voertuig adequaat te besturen en/of te controleren, en/of

- dat voertuig ongecontroleerd de helling heeft af laten rollen en/of rijden,

- geen voorrang heeft gegeven aan het overige verkeer en/of dat voertuig niet tijdig tot stilstand heeft gebracht,

waardoor het aan hun/haar schuld te wijten is dat [slachtoffer 1] is overleden;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 24 oktober 2023 te ‘s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, op de weg, het parkeerdek en/of de helling van dat parkeerdek van de [supermarkt] en/of De Horst,

- een voertuig op dat parkeerdek in de richting van de (aflopende) helling heeft geduwd, en/of

- vervolgens dat voertuig over de rand van de helling heeft geduwd, en/of

- niet tijdig (als bestuurder) in dat voertuig plaats heeft genomen, althans niet in staat is geweest het voertuig adequaat te besturen en/of te controleren, en/of

- dat voertuig ongecontroleerd de helling heeft af laten rollen en/of rijden,

- geen voorrang heeft gegeven aan het overige verkeer en/of dat voertuig niet tijdig tot stilstand heeft gebracht, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op of omstreeks 24 oktober 2023 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met

een ander, althans alleen, als verkeersdeelnemers, namelijk als bestuurder van een (motor) voertuig (merk Peugeot, van type 206) en/of voetganger/weggebruiker die dat voertuig

voortduwden, althans met zich meevoerden, daarmede rijdende of dat voertuig voortbewegende over de weg, op het parkeerdek en/of de helling van dat parkeerdek van de [supermarkt] en/of De Horst, zich zodanig hebben/heeft gedragen dat een aan hun/haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans

aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- dat voertuig op dat parkeerdek naar, althans in de richting van de (aflopende)

helling te duwen,

- vervolgens dat voertuig over de rand van die helling te duwen,

- niet tijdig (als bestuurder) in dat voertuig plaats te nemen, althans zonder in staat

te zijn dat voertuig adequaat te besturen en/of te controleren,

- dat voertuig de helling af te laten rollen en/of rijden en/of

- geen voorrang te geven aan het overige verkeer en/of dat voertuig niet tijdig tot

stilstand te brengen,

waardoor een ander, genaamd [slachtoffer 1] , werd gedood.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsoverweging

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte geen substantiële of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het ongeval door het enkel duwen van de auto in het begin – waarmee zij reeds voor de helling is gestopt – en dat geen sprake is van medeplegen. Aan de verdachte kan onvoldoende strafrechtelijk verwijt worden gemaakt, zodat zij van alle tenlastegelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

Art 6 Wegenverkeerswet

Het hof dient de vraag te beantwoorden of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte samen met de medeverdachte schuld heeft aan het veroorzaken van een verkeersongeval met letsel of de dood tot gevolg, zoals omschreven in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Schuld in de zin van dit wetsartikel houdt in dat er sprake moet zijn van aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Of er sprake is van dergelijke schuld hangt af van het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Wanneer er sprake is van gedragingen met een hogere graad van verwijtbaarheid, kan dit worden gekwalificeerd als zeer onvoorzichtig en/of onoplettend handelen en in zeer ernstige gevallen als roekeloos rijgedrag. Het komt daarbij aan op de vraag of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag in strijd met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.

Op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Feiten en omstandigheden

Op 24 oktober 2023 rond 17.45 uur heeft een verkeersongeval plaatsgevonden onderaan de hellingbaan van het parkeerdek van de [supermarkt] , gelegen op het dak van een winkelcentrum aan de Horst in ’s-Gravenhage. Deze hellingbaan betreft de op- en afrit naar het parkeerdek en heeft een hellingshoek van 12%. Onderaan de helling bevindt zich een kruisende openbare weg bestemd voor verkeer in beide richtingen, genaamd De Horst. In het verlengde van de helling ligt een parkeerterrein met aan het einde daarvan een apotheek.

De verdachte is samen met medeverdachte [medeverdachte] boodschappen gaan doen, waarna zij terugkeerden bij hun auto die geparkeerd stond op het parkeerdek van de [supermarkt] . De auto startte niet, waarna de medeverdachte het idee opperde om de auto naar de helling te duwen en vervolgens de auto in zijn (eerste) versnelling te zetten zodat de motor weer aan zou slaan en op de helling in de auto te stappen. De verdachte heeft een paar keer tegen de medeverdachte gezegd dat hij de Wegenwacht moest bellen, maar de medeverdachte wilde dat niet. De medeverdachte heeft verdachte gevraagd hem te helpen duwen en zij verklaart gedaan te hebben wat er gevraagd werd. Uit de camerabeelden blijkt dat de verdachte, samen met medeverdachte, de auto vanuit het parkeervak naar de bovenkant van de helling van het parkeerdek heeft geduwd. De medeverdachte bevond zich hierbij buiten de auto, met zijn handen op het stuur. De verdachte bevond zich achter de auto met twee handen tegen de auto aanleunend. Zij verplaatste zich later een positie naast het rechterachterportier. De medeverdachte heeft de auto vervolgens over een richeltje boven aan de hellingbaan geduwd, is daarop met één been in de auto gestapt en de auto is met de medeverdachte, die het linkerbeen nog op de grond had staan, met geopend portier de helling afgerold. Hierbij heeft het portier van de auto een omhoog rijdende auto geraakt. Onder aan de helling, op de weg die de helling kruist, heeft de medeverdachte met een indicatieve snelheid van ongeveer 50 á 55 km/uur twee fietsers aangereden. De medeverdachte is verderop met zijn auto tot stilstand gekomen tegen de zijgevel van de apotheek. Eén van de fietsers, [slachtoffer 2] , is lichtgewond geraakt en ter plaatse behandeld. De tweede fietser, [slachtoffer 1] , is zwaargewond overgebracht naar het ziekenhuis en hier op 31 oktober 2023 aan haar verwondingen overleden.

Oordeel van het hof

Het aanduwen van een auto die niet wil starten kan alleen als het veilig is en men de auto elk moment onder controle heeft. Dit vereist niet alleen dat dit op een vlakke weg gebeurd, maar ook dat iemand op de bestuurdersstoel zit die te allen tijde kan sturen en remmen, om zo de controle te behouden over de auto. Uit de beelden leidt het hof af dat het de bedoeling van de medeverdachte en de verdachte was om de auto vanaf de steile helling te laten rollen en zo te starten. Het hof is van oordeel dat voor de gemiddelde verkeersdeelnemer te voorzien is dat dit gevaarlijk is. Dit gevaar is vergroot doordat de medeverdachte niet al tijdens het duwen in de auto plaatsnam, maar trachtte dit te doen op het moment dat de auto over de richel was geduwd en reeds vaart ging maken. Toen lukte het de medeverdachte niet meer om dusdanig plaats te nemen in de auto dat hij controle had over het stuur en de rem: hij hing tijdens het rollen met één been uit de auto. De medeverdachte was toen niet meer in staat om de auto vervolgens adequaat te besturen. Daardoor werd de auto een ongeleid projectiel. De medeverdachte heeft hierdoor de auto onderaan de helling niet tot stilstand kunnen brengen en geen voorrang verleend aan de voorbijrijdende fietsers.

Tenslotte weegt het hof mee dat de situatie ter plaatse onoverzichtelijk was en dat het ongeval plaatsvond tijdens de avondspits, waarbij uit de camerabeelden blijkt dat het een komen en gaan was van auto’s en fietsers.

Door op voornoemde wijze te handelen hebben de verdachte en de medeverdachte naar het oordeel van het hof zeer onvoorzichtig en/of onoplettend gehandeld, ten gevolge waarvan een aan hun schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waarbij [slachtoffer 1] is gedood.

Medeplegen

Op basis van de camerabeelden van de [supermarkt] stelt het hof vast dat de verdachte de auto samen met medeverdachte [medeverdachte] vanuit het parkeervak heeft geduwd en heeft geholpen de auto in de richting van de helling te duwen. Zij is op een gegeven moment naast de auto gaan lopen ter hoogte van het rechterachterportier. Ook dan heeft ze haar handen op de auto. Zij liet pas los op het moment dat de auto aan het rollen was, net voor de richel. Hiermee heeft de verdachte bijgedragen aan de verwezenlijking van het plan van de medeverdachte om de auto naar de helling te duwen en die vervolgens daar vanaf te laten rollen of rijden. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij haar hele gewicht gebruikte en dat het zwaar was om de auto in beweging te krijgen. Het hof concludeert dat zonder de hulp van de verdachte de medeverdachte [medeverdachte] er niet in geslaagd zou zijn de auto in beweging te krijgen. Dit maakt de bijdrage van de verdachte essentieel voor de uitvoering van het plan.

Uit het gegeven dat de verdachte niet is weggelopen bij de auto, maar juist meeloopt en haar handen op de auto houdt – wat circa anderhalve minuut heeft geduurd – leidt het hof af dat zij geen afstand heeft genomen van het plan van medeverdachte [medeverdachte] . Dat de verdachte de auto niet over de richel heeft geduwd en niet in de auto heeft gezeten op het moment van de botsing, maakt dit niet anders.

Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . De verweren van de verdediging worden verworpen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van overtreding van artikel 6 WVW door een niet-startende auto op een parkeerdek te helpen duwen in de richting van de helling. De medeverdachte hield geen controle over het voertuig. Daardoor is de auto in botsing gekomen met twee voorbijrijdende fietsers. Door aldus te handelen heeft de verdachte zich in onvoldoende mate rekenschap gegeven van de geldende gedragsnormen in het verkeer en van haar verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer. De verdachte heeft hiermee de veiligheid van andere verkeersdeelnemers veronachtzaamd. Dat dit gevaar niet slechts denkbeeldig is, blijkt uit feit dat door een ernstig verkeersgeval is veroorzaakt, ten gevolge waarvan het slachtoffer is overleden.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk strafbaar feit.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6 en 175 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, als voorzitter, en mr. A. de Lange en mr. N.M. Boersma, leden, in bijzijn van de griffier mr. E.C. Sjardin.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 april 2026.

Mr. A. de Lange is buiten staat om dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. de Lange
  • mr. N.M. Boersma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand