ECLI:NL:GHDHA:2026:1584

ECLI:NL:GHDHA:2026:1584

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer BK-25/4
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2024:18838

Samenvatting

Art. 6.1 en art. 6.7 Wet IB 2001. Uitgaven wegens ziekte of invaliditeit in verband met vervoer komen niet voor aftrek in aanmerking

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Uitspraak van 9 april 2026

Erven van [X] , belanghebbenden,

de Inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-25/4

in het geding tussen:

(gemachtigde: A.M.H. Hogervorst)

en

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbenden tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 8 november 2024, nummer SGR 24/4687.

Procesverloop

Aan belanghebbenden is over het jaar 2021 een aanslag de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV 2021) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.280. Bij beschikking is voorts € 38 aan belastingrente in rekening gebracht.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur de bezwaren van belanghebbenden tegen de aanslag en beschikking afgewezen.

Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. Ter zake daarvan is een griffierecht geheven van € 51. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 143. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbenden hebben op 26 juni 2025 een nader stuk ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 17 maart 2026. Partijen zijn verschenen. Belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

[naam] (de erflaatster) heeft op 13 april 2022 aangifte IB/PVV voor het jaar 2021 gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.233. Erflaatster heeft uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek gebracht tot een bedrag van € 4.298. De aftrek is als volgt opgebouwd:

Uitgaven vervoer i.v.m. ziekte of invaliditeit

€ 1.900

Extra uitgaven voor kleding en beddengoed

€ 300

Uitgaven specifieke zorgkosten

€ 2.200

Verhoging specifieke zorgkosten

€ 2.486

Totaal uitgaven specifieke zorgkosten

€ 4.686

Drempel

€ 388

Totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten

€ 4.298

De erflaatster is op [overlijdensdatum] 2022 overleden.

Naar aanleiding van de aangifte heeft de Inspecteur aan belanghebbenden een verzoek om informatie gestuurd. Hierop is door de gemachtigde gereageerd.

De Inspecteur heeft een aanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.280. Bij de aanslagoplegging is een bedrag van € 251 aan uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek toegelaten. De aftrek is als volgt opgebouwd:

Uitgaven vervoer i.v.m. ziekte of invaliditeit

€ 0

Extra uitgaven voor kleding en beddengoed

€ 300

Uitgaven specifieke zorgkosten

€ 300

Verhoging specifieke zorgkosten

€ 339

Totaal uitgaven specifieke zorgkosten

€ 639

Drempel

€ 388

Totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten

€ 251

Bij de aanslag is € 38 aan belastingrente in rekening gebracht.

Belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen de aanslag en de beschikking belastingrente. De Inspecteur heeft op 2 februari 2024 een vooraankondiging uitspraak op bezwaar gestuurd. Daarbij zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Belanghebbenden hebben hier niet op gereageerd. Een hoorgesprek heeft daarom niet plaatsgevonden.

De Inspecteur heeft het bezwaar op 21 maart 2024 afgewezen.

Het dossier van het Hof bevat een factuur van de aankoop van een VW Golf 7 1.4 TSI, bonnen met betrekking tot benzinekosten […] en […] , een overzicht periodieke betalingen wegenbelasting en een overzicht periodieke betalingen autoverzekering.

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld, waarbij belanghebbenden zijn aangeduid als eisers en de Inspecteur als verweerder:

“7. In geschil is of de aanslag naar een juist bedrag is opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de aangegeven uitgaven voor vervoer terecht buiten aanmerking zijn gelaten. Tevens is in geschil of het hoorrecht is geschonden.

8. Naar het oordeel van de rechtbank is het hoorrecht niet geschonden. Verweerder heeft eisers in de vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar gewezen op het hoorrecht met het verzoek aan eisers om te reageren. Daarbij is een redelijke termijn gesteld waarbinnen eisers haar reactie kon geven. Eisers hebben hierop niet gereageerd. Verweerder heeft daarmee voldaan aan zijn verplichtingen.

9. Eisers hebben ter zitting gesteld dat verweerder niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht heeft overgelegd. De rechtbank volgt eisers hierin niet. Eisers hebben onvoldoende geconcretiseerd welke op de zaak betrekking hebbende stukken nog zouden ontbreken. Dat verweerder in andere jaren eveneens om bewijsstukken over aftrekposten heeft gevraagd, is niet relevant voor de hier te beantwoorden vraag of verweerder de op de zaak betrekking hebbende stukken met betrekking tot het jaar 2021 heeft overgelegd.

10. Ingevolge artikel 6.1, eerste lid, aanhef en onder a, in verbinding met het tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 komen voor aftrek in aanmerking de op eisers drukkende uitgaven voor specifieke zorgkosten. Artikel 6.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) bevat een limitatieve opsomming van de aftrekbare uitgaven voor specifieke zorgkosten. Op grond van artikel 6.17, eerste lid, van de Wet IB 2001 komen - voor zover hier van belang - de uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor vervoer voor aftrek in aanmerking. Het is aan eisers om aannemelijk te maken dat de erflaatster dergelijke uitgaven heeft gedaan.

11. Eisers hebben aangevoerd dat de aangegeven uitgaven voor vervoer zien op variabele kosten en afschrijvingskosten die betrekking hebben op een auto van de dochter van de erflaatster. De auto is gebruikt voor het vervoer van de erflaatster. Naar het oordeel van de rechtbank zijn eisers daarmee niet in de op hen rustende bewijslast geslaagd. Niet aannemelijk is gemaakt dat de gestelde uitgaven op de erflaatster hebben gedrukt. Evenmin hebben eisers onderbouwd dat de uitgaven rechtstreeks het gevolg zijn geweest van ziekte of invaliditeit van de erflaatster en ook niet dat de uitgaven meer bedragen dan de uitgaven die een vergelijkbare belastingplichtige zonder ziekte of invaliditeit moet doen.

12. Tegen de in rekening gebrachte belastingrente hebben eisers geen afzonderlijke beroepsgronden aangevoerd. Dat in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht rente in rekening is gebracht is gesteld noch gebleken.

13. Gelet op het voorgaande is de aanslag IB/PVV voor het jaar 2021 niet naar een te hoog bedrag opgelegd en is het beroep ongegrond verklaard.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.”

Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

In hoger beroep is in geschil of de aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd. Belanghebbenden beantwoorden die vraag ontkennend. De Inspecteur beantwoordt die vraag bevestigend.

Ter zitting is vastgesteld dat de vraag of de Inspecteur de op de zaak betrekking hebbende stukken heeft ingediend als bedoeld in artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en of het hoorrecht als bedoeld in artikel 7:2 Awb is geschonden niet langer in geschil is.

Belanghebbenden concluderen naar het Hof begrijpt tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak op bezwaar, tot vermindering van de aanslag IB/PVV 2021 overeenkomstig de ingediende aangifte, tot dienovereenkomstige vermindering van de belastingrente en tot toekenning van een proceskostenvergoeding.

De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

Beoordeling van het hoger beroep

Met inachtneming van de herkansingsfunctie die de partijen in hoger beroep toekomt, is in hoger beroep de onderhavige zaak opnieuw beoordeeld, waarbij alle aspecten van de stellingen van partijen in de overwegingen zijn betrokken. Die beoordeling leidt tot de conclusie dat de Rechtbank op goede gronden in de overwegingen 10 en 11 een juiste beslissing heeft genomen dat belanghebbenden niet aannemelijk hebben gemaakt dat de gestelde uitgaven op de erflaatster hebben gedrukt, dat de uitgaven rechtstreeks het gevolg zijn geweest van ziekte of invaliditeit van de erflaatster en dat de uitgaven meer hebben bedragen dan de uitgaven die een vergelijkbare belastingplichtige zonder ziekte of invaliditeit moet doen. De Rechtbank heeft het beroep dan ook terecht ongegrond verklaard. Belanghebbenden hebben in hoger beroep geen feiten en omstandigheden ingebracht die niet al in de bezwaarfase of eerste aanleg zijn aangevoerd, noch argumenten gebezigd of nadere onderbouwingen van de in de bezwaarfase en eerste aanleg ingenomen stellingen verstrekt die een zodanig nieuw of ander licht op de onderhavige geschilpunten werpen, dat op grond daarvan de conclusie dient te worden getrokken dat de beslissing van de Rechtbank niet in stand kan blijven.

Het hoger beroep is ongegrond.

Proceskosten en griffierecht

6. Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Deze uitspraak is vastgesteld door T.A. de Hek, M.J.M. van der Weijden en P.C. van den Brink, in tegenwoordigheid van de griffier T. van Hout.

De griffier, de voorzitter,

T. van Hout T.A. de Hek

De beslissing is op 9 april 2026 in het openbaar uitgesproken.

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

a. - de naam en het adres van de indiener;

b. - de dagtekening;

c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. - de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/1161
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand