ECLI:NL:GHDHA:2026:1770

ECLI:NL:GHDHA:2026:1770

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer 2200119923
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting en mishandeling van aangeefster tijdens hun relatie. Ook heeft hij ontuchtige handelingen gepleegd met aangeefster toen zij nog geen zestien jaar was. Het hof legt - net als de rechtbank - een gevangenisstraf op voor de duur van 42 maanden en ziet eveneens aanleiding tot het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel, inhoudende een contactverbod met aangeefster voor de duur van 5 jaren. De vordering van de benadeelde partij wordt deels toegewezen.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-001199-23

Parketnummer: 09-082260-22

Datum uitspraak: 22 mei 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 5 april 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1985,

adres: [adres].

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgelegd, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] voor de duur van 5 jaren. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij en de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Den Haag vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover thans nog aan het oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:

1.hij in of omstreeks de periode van 3 februari 2018 tot en met 29 mei 2018 te Lisse, in elk geval in Nederland met [slachtoffer], geboren [geboortedatum slachtoffer] 2002, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten te weten het (meermalen):

- ( tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of

- leggen van de hand van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, penis en/of

- betasten en/of likken van de vagina van die [slachtoffer] en/of

- duwen en/of brengen van zijn, verdachte's, penis in de vagina van die [slachtoffer];

3.hij in of omstreeks de periode van 24 tot en met 25 juli 2021 te Lisse, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer] (meermalen):

- ( met een lachgastank) in het gezicht, althans op/tegen het lichaam, gestompt/geslagen, in het gezicht gekrabt, tegen de benen geschopt, aan haar haren getrokken, aan haar haren over de grond gesleurd, haar keel dichtgeknepen, een mes getoond en/of met een mes geslagen en (daarbij) gezegd dat hij haar neer zou steken en/of (vervolgens)

- zijn geslachtsdeel in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

4.hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 december 2021 te Lisse en/of te Noordwijk, in elk geval in Nederland zijn levensgezel, [slachtoffer], heeft mishandeld door die [slachtoffer] (meermalen):

- ( met een lachgastank) in het gezicht, althans op/tegen het lichaam, te stompen/slaan, in het gezicht te krabben, tegen de benen te schoppen, aan haar haren te trekken, aan haar haren over de grond te sleuren en/of haar keel dicht te knijpen.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met uitzondering van de beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Partiële vrijspraak feit 4

Het onder 4 tenlastegelegde heeft naar het oordeel van het hof te gelden als een impliciet cumulatieve tenlastelegging, waarin cumulatief twee strafbare feiten zijn opgenomen, te weten een mishandeling in de periode van 24 tot en met 25 juli 2021 te Lisse en een mishandeling in de periode van 30 tot en met 31 december 2021 te Noordwijk.

Het hof is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de mishandeling die in de periode van 30 tot en met 31 december 2021 te Noordwijk zou zijn gepleegd. Naar het oordeel van het hof biedt het dossier onvoldoende steun aan de aangifte om overtuigend bewezen te achten dat de verdachte de ten laste gelegde mishandeling heeft begaan. Derhalve zal de verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij in of omstreeks de periode van 3 februari 2018 tot en met 29 mei 2018 te Lisse, in elk geval in Nederland met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten te weten het (meermalen):

- ( tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of

- leggen van de hand van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, penis en/of

- betasten en/of likken van de vagina van die [slachtoffer] en/of

- duwen en/of brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer];

3.hij in of omstreeks de periode van 24 tot en met 25 juli 2021 te Lisse, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer] (meermalen):

- (met een lachgastank) in het gezicht, althans op/tegen het lichaam, gestompt/geslagen, in het gezicht gekrabd, tegen de benen geschopt, aan haar haren getrokken, aan haar haren over de grond gesleurd, haar keel dichtgeknepen, een mes getoond en/of met een mes geslagen en (daarbij) gezegd dat hij haar neer zou steken en/of (vervolgens)

- zijn geslachtsdeel in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

4.hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 25 juli 2021 te Lisse en/of te Noordwijk, in elk geval in Nederland zijn levensgezel, [slachtoffer], heeft mishandeld door die [slachtoffer] (meermalen):

- (met een lachgastank) in het gezicht, althans op/tegen het lichaam, te stompen/slaan, in het gezicht te krabben, tegen de benen te schoppen, aan haar haren te trekken, aan haar haren over de grond te sleuren en/of haar keel dicht te knijpen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, Sv wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverwegingen met betrekking tot de feiten 3 en 4

Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster

Met de rechtbank overweegt het hof als volgt.

Aangeefster heeft op vier momenten een verklaring afgelegd: 1) op 21 januari 2022 bij de

aangifte van mishandeling, 2) op 9 februari 2022 tijdens een informatief gesprek zeden, 3) op 4 maart 2022 bij de aangifte van verkrachting en 4) op 28 september 2022 bij het verhoor door de rechter-commissaris.

Aangeefster heeft consistent en gedetailleerd verklaard over de aanleiding voor de gebeurtenissen op 24 en 25 juli 2021. De verdachte en aangeefster hadden een relatie en de verdachte was boos op aangeefster, omdat hij dacht dat zij haar telefoonnummer op Kinky.nl had gezet. Dat de verdachte hier erg boos en gefrustreerd over was, blijkt ook uit berichtenwisselingen in het dossier en komt overeen met de verklaring van de verdachte zelf. Aangeefster heeft verder consistent en gedetailleerd verklaard dat de verdachte haar

- voorafgaand aan de seks - langdurig heeft mishandeld, door haar onder meer te slaan (met een lachgastank), te stompen, met haar haren over de grond te slepen en haar keel dicht te knijpen.

De verklaring van aangeefster over de seks met de verdachte, is in vergelijking met haar

beschrijving van het door de verdachte toegepaste geweld, summier. Het hof is echter net als

de rechtbank van oordeel dat dit niet afdoet aan de betrouwbaarheid van haar verklaring. Aangeefster heeft al bij de eerste aangifte (die betrekking had op de mishandeling) verteld dat zij nadat ze langdurig was mishandeld, seks moest hebben met de verdachte en dat zij op dat moment ‘niet meer kon en kapot was’. Dat zij zich de seks met de verdachte niet tot in detail kan herinneren, laat zich dus verklaren door de omstandigheden waaronder deze seks

plaatsvond.

Ook het feit dat aangeefster niet meteen, maar pas na maanden, aangifte heeft gedaan,

betekent naar het oordeel van het hof niet dat haar verklaring onbetrouwbaar is. De

verdachte heeft naar voren gebracht dat aangeefster de beschuldiging heeft verzonnen en dat

haar motivatie daarvoor is gelegen in jaloezie en wrok vanwege de verbroken relatie. Deze

uitleg van de verdachte strookt echter niet met het feit dat aangeefster al enkele dagen na het

voorval - op 27 juli 2021 - aan haar vriendin [vriendin slachtoffer] heeft verteld wat er was gebeurd, ook met betrekking tot de seks. Dat aangeefster toen om haar moverende redenen (ze had immers nog een relatie met de verdachte) geen aangifte wilde doen, maakt haar verklaring niet onbetrouwbaar.

Het hof komt tot de conclusie dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en kan

worden gebruikt voor het bewijs.

Steunbewijs

Met de rechtbank overweegt het hof voorts als volgt. De volgende vraag die het hof moet beantwoorden, is of de verklaring van aangeefster in voldoende mate wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal.

In de eerste plaats blijkt uit audio- en beeldmateriaal van gesprekken tussen aangeefster en de verdachte eind januari 2022 dat aangeefster de verdachte ermee heeft geconfronteerd dat hij haar heeft mishandeld. Aangeefster zegt onder meer: ‘jij hebt mij bijna doodgeslagen’, waarop de verdachte antwoordt: ‘ja, waarom dan? Zomaar?’. Wanneer aangeefster zegt: ‘jij hebt mij zo zwaar mishandeld’, reageert de verdachte met ‘ga ik nog een keer doen’ en op de vraag van aangeefster of de verdachte wel had gezien hoe zij er daarna uitzag, antwoordt hij ‘ja’. Deze berichten kunnen naar het oordeel van het hof niet anders worden uitgelegd dan dat de verdachte daarin heeft erkend dat hij aangeefster heeft mishandeld.

Dat het om mishandeling in de periode van 24/25 juli 2021 gaat blijkt voorts uit het antwoord van de verdachte op de vraag van aangeefster in die berichten of hij nog wist dat hij haar wakker gewurgd heeft. Hij zegt: ‘ja, toen ik in je telefoon keek, ja’. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij tijdens dat weekend boos op aangeefster was, omdat hij had gezien dat haar telefoonnummer op Kinky.nl stond.

In de tweede plaats heeft [vriendin slachtoffer] aangeefster enkele dagen na de gebeurtenissen op 24 en 25 juli 2021 gezien. [vriendin slachtoffer] heeft onder meer verklaard dat aangeefster huilend en onverzorgd naar haar toe kwam en onder de blauwe plekken zat, terwijl zij vertelde dat ze mishandeld en verkracht was door de verdachte. Voorts heeft [vriendin slachtoffer] op 27 juli 2021 foto’s van het letsel bij aangeefster gemaakt, die ook onderdeel uitmaken van het dossier.

Betrouwbaarheid verklaringen [vriendin slachtoffer]

De verdediging heeft – overeenkomstig de overgelegde pleitnota – aangevoerd dat de verklaringen van [vriendin slachtoffer] ongeloofwaardig zijn en dienen te worden uitgesloten van het bewijs, nu zij meerdere keren met aangeefster over de zaak heeft gesproken en de verklaringen op essentiële onderdelen tegenstrijdig zijn.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof ziet – anders dan de verdediging – geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [vriendin slachtoffer]. Voor zover er al sprake is van enige inconsistentie in haar verklaringen, zijn haar verklaringen op voor de bewezen-verklaring essentiële onderdelen consistent. De enkele omstandigheid dat zij met de aangeefster gesproken heeft maakt haar verklaring bovendien niet ongeloofwaardig. Gelet op het voorgaande acht het hof de verklaringen van [vriendin slachtoffer] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

Tussenconclusie

Aangezien het hof de verklaring van aangeefster betrouwbaar acht en die verklaring in

voldoende mate wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal, zal het hof bij de

beoordeling van de tenlastelegging uitgaan van de juistheid van die verklaring. Het hof stelt op basis daarvan vast dat de verdachte aangeefster heeft mishandeld en seks met haar heeft gehad. De volgende vraag die het hof moet beantwoorden is of bij de seks sprake is geweest van dwang.

Dwang

Er is pas sprake van een verkrachting indien het slachtoffer tot het ondergaan van het

seksueel binnendringen is gedwongen door middel van geweld, bedreiging met geweld of

een andere feitelijkheid.

Uit de bewijsmiddelen leidt het hof af dat de seks tussen aangeefster en de verdachte

plaatsvond tegen haar wil en dat dit ook voor de verdachte duidelijk moet zijn geweest.

Aangeefster was in de tijdspanne van de tenlastegelegde periode langdurig door de verdachte mishandeld en had te kennen gegeven naar haar eigen huis te willen.

Uit de bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat het door de verdachte gebruikte geweld is aangewend met het doel seks af te dwingen. De vraag is daarom of sprake is geweest van

dwang door een ‘andere feitelijkheid’.

Van door een feitelijkheid dwingen, kan sprake zijn als de verdachte het slachtoffer in een

zodanige door hem veroorzaakte situatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor

naar redelijke verwachting niet aan de seksuele handelingen heeft kunnen onttrekken. Naar

het oordeel van het hof is daar in deze zaak sprake van geweest.

De verdachte heeft aangeefster voorafgaand aan de seks langdurig en ernstig mishandeld

door haar onder meer te slaan, te stompen, over de grond te sleuren en haar keel dicht te

knijpen. Uit de verklaring van aangeefster volgt dat zij hierdoor zo uitgeput was - zij verklaart ook over een ‘black out’- dat zij zich niet aan seks met de verdachte kon onttrekken. De verdachte heeft dus een situatie doen ontstaan waardoor aangeefster redelijkerwijs geen weerstand aan hem kon bieden; aangeefster werd op die manier gedwongen om de seksuele handelingen van de verdachte te ondergaan.

Alternatief scenario

Door de verdediging is – overeenkomstig de overgelegde pleitnota – een alternatief scenario geschetst dat – kort gezegd – inhoudt dat er tussen de verdachte en aangeefster op 24 juli 2021 sprake is geweest van vrijwillige (hardhandige) seks. Dit alternatieve scenario wordt echter nadrukkelijk weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen én de eigen verklaring van de verdachte, ook ter zitting, dat hij en de aangeefster op 24 juli 2021 geen seks hebben gehad, zodat dit naar het oordeel van het hof niet aannemelijk is geworden.

Conclusie

Gelet op het voorgaande acht het hof het onder 3 en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Net als de rechtbank, ziet het hof in het dossier onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat de verdachte en aangeefster levensgezellen waren in de zin van artikel 304 Sr. Van dat onderdeel van de tenlastelegging zal de verdachte derhalve worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Het onder 3 en 4 bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van verkrachting

en

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting en mishandeling van

aangeefster. De verdachte heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer en heeft bij de verkrachting enkel oog gehad voor zijn eigen lustgevoelens. Verkrachting is een zeer ernstig feit, dat bij slachtoffers naast pijn en angst ook ernstige en langdurige psychische problemen kan veroorzaken. Hoe ingrijpend de gevolgen van de verkrachting voor aangeefster zijn geweest, blijkt ook uit de namens haar ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring. Uit de door het slachtoffer aangeleverde stukken is verder gebleken dat zij door de verkrachting onder meer psychische klachten, in de vorm van PTSS, heeft opgelopen.

Voorts heeft de verdachte ontuchtige handelingen gepleegd met aangeefster toen zij vijftien jaar oud was, waarbij de ontuchtige handelingen (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. De verdachte was op dat moment 32 jaar oud. Het verbod op ontuchtige handelingen met iemand die twaalf jaren of ouder is maar jonger dan zestien jaren, strekt ertoe jeugdige personen te beschermen tegen de schadelijke gevolgen die seksuele handelingen op een jonge leeftijd kunnen hebben voor hun (seksuele) ontwikkeling en geestelijk welzijn. Deze bescherming strekt zich uit tot seksuele contacten die plaatsvinden met instemming van de jeugdige, om jeugdigen ook bescherming te bieden tegen onverstandige keuzes die zij zelf maken. Gegeven de leeftijd van de aangeefster en het onderlinge leeftijdsverschil had de verdachte zich verantwoordelijk moeten tonen voor haar welzijn en zich moeten onthouden van seksueel contact met haar. Door toch de bewezenverklaarde seksuele handelingen te verrichten, heeft de verdachte grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van de aangeefster.

Justitiële documentatie

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 april 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Op te leggen straf

Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het hof van oordeel dat een langdurige gevangenisstraf in beginsel passend en geboden is. Het hof heeft acht geslagen op de LOVS-richtlijnen en op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. In de LOVS-richtlijnen is als uitgangspunt vermeld dat verkrachting met geweld of met een daarmee vergelijkbare mate van dwang - waarvan in dit geval sprake is - wordt bestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. Daar komt bij dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling en ontuchtige handelingen.

Het hof heeft voorts geconstateerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), in hoger beroep is overschreden met ruim 1 (één) jaar en 1 (één) maand. Namens de verdachte is immers op 18 april 2023 hoger beroep ingesteld en het hof wijst op 22 mei 2026 arrest. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in de hoogte van de op te leggen straf, in die zin dat in plaats van de in beginsel passende gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden zal worden opgelegd.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden een passende en geboden reactie vormt.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Op te leggen maatregel

Naast het opleggen van voormelde gevangenisstraf ziet het hof aanleiding tot het opleggen van een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, zoals bedoeld in artikel 38v Sr, gelet op het feit dat aangeefster een kind heeft van de verdachte en bescherming verdient en om strafbare feiten te voorkomen. De maatregel houdt een contactverbod met aangeefster in gedurende 5 (vijf) jaren. Het hof zal bepalen dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste 6 (zes) maanden.

Beslag

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet, zal het hof gelasten dat

het onder 1 genummerde voorwerp op de beslaglijst wordt teruggegeven aan aangeefster en

dat de onder 2 tot en met 6 genummerde voorwerpen worden teruggegeven aan de

verdachte.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 15.386,78, bestaande uit € 386,78 aan materiële schade en € 15.000,00 aan immateriële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van

€ 386,78 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 3 en 4 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 mei 2022, te weten de datum waarop de vordering is ingediend, tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. Er is sprake van een aantasting in persoon “op andere wijze” als bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW. Uit de onderbouwing van de vordering tot schadevergoeding volgt dat de benadeelde partij PTSS-klachten heeft, die zijn veroorzaakt door het relationele geweld, en dat zij hiervoor door een psycholoog is behandeld. Zij heeft onder meer een EMDR-traject gevolgd. Het bestaan van geestelijk letsel kan hierdoor genoegzaam worden vastgesteld.

Bij het naar billijkheid vaststellen van de omvang van de immateriële schade heeft het hof gelet op de aard en de ernst van de normschending, de nadelige gevolgen die de bewezenverklaarde feiten hebben gehad voor de benadeelde partij en bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.

Het hof heeft bij de vaststelling van dit bedrag aansluiting gezocht bij de zogenoemde Rotterdamse Schaal, categorie 15.1 (verkrachting). Voor een verkrachting in de categorie ‘(b) ernstig’ wordt een bedrag tussen de € 7.500,00 tot € 15.000,00 genoemd. In deze categorie gaat het onder andere om een eenmalige verkrachting, waarbij sprake is van bijzonder ernstige omstandigheden zoals het gebruik van geweld en/of ernstige gevolgen voor de benadeelde. Het hof is van oordeel dat dit het geval is in de onderhavige zaak.

Alles afwegend, zal het hof de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 10.000,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 10.386,78 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 38v, 38w, 55, 57, 63, 242, 245 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 5 (vijf) jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002 te [geboorteplaats slachtoffer].

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 (zes) maanden.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Gelast de teruggave aan [slachtoffer] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1. STK Telefoontoestel (zwart, merk: Samsung).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2. 1 STK Computer (grijs, merk: Lenovo Yoga)

3. 1 STK Telefoontoestel (blauw, merk: Apple iPhone)

4. 1 STK Computer (HP Pavilion)

5. 1 STK Computer (wit, merk: Apple IPad Mini)

6. 1 STK Computerspel (Playstation Ps4).

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 10.386,78 (tienduizend driehonderdzesentachtig euro en achtenzeventig cent) bestaande uit € 386,78 (driehonderdzesentachtig euro en achtenzeventig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 10.386,78 (tienduizend driehonderdzesentachtig euro en achtenzeventig cent) bestaande uit € 386,78 (driehonderdzesentachtig euro en achtenzeventig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 76 (zesenzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 19 mei 2022

en van de immateriële schade op 25 juli 2021.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge, als voorzitter, en mr. L.C. van Walree en

mr. M.E.L. Hendriks, leden, in bijzijn van de griffier mr. I.M. van Hoevelaken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. L.C. van Walree
  • mr. M.E.L. Hendriks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand