Onderzoek van de zaak
Rolnummer: 22-000805-25
Parketnummer: 09-297775-23
Datum uitspraak: 2 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 26 februari 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist ten aanzien van het inbeslaggenomen voorwerp zoals vermeld in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot en met 10 november 2023 te Delft en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken en/of te vervoeren van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende methamfetamine en/of MDMA, zijnde methamfetamine en/of MDMA, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of een of meer ander(e) middel(en) vermeld op lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
(telkens) een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
(telkens) zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
(telkens) voorwerpen en/of vervoersmiddelen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s)(telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)
- één of meerdere PGP-telefoons, althans encryptie-telefoons, in elk geval telefoons voorhanden gehad en/of daarvan gebruik gemaakt in de communicatie met één of meer van zijn mededaders en/of
- stoffen waarmee middelen op lijst I van de Opiumwet vervaardigd kunnen worden, waaronder methylester PMK glycidezuur en/of aceton en/of methylamine en/of zoutzuur en/of caustic soda en/of citroenzuur en/of wijnsteenzuur en/of toluene en/of methanol, aangeschaft en/of vervoerd en/of verstrekt en/of voorhanden gehad en/of
- een of meerdere auto’s en/of vrachtauto’s voorhanden gehad en/of daarvan gebruik gemaakt bij de aankoop en/of het vervoer van een of meer stof(fen) bestemd voor het bereiden en/of bewerken van middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet en/of
- ontmoetingen gehad met en/of (telefonische) afspraken gemaakt met en/of besprekingen en/of onderhandelingen gevoerd met en/of inlichtingen en/of aanwijzingen en/of opdrachten (door)gegeven aan zijn mededader(s) en/of een of meer anderen, om verdovende middelen te vervaardigen en/of te kopen en/of verkopen en/of te bewerken en/of in ontvangst te nemen en/of vervoeren en/of betreffende de wijze waarop die verdovende middelen, zou(den) worden gekocht en/of bewerkt en/of geleverd en/of afgenomen en/of verder vervoerd, althans om stoffen om verdovende middelen te vervaardigen, te kopen en/of verkopen en/of te bewerken en/of in ontvangst te nemen en/of vervoeren en/of
- ( aan/bij) de kopende en/of verkopende partij informatie (op)gevraagd en/of verstrekt over de prijzen, omvang en/of samenstelling van verdovende middelen, dan wel van stoffen om deze verdovende middelen te vervaardigen, en/of locaties (ter bereiding/verwerking) en/of transportmogelijkheden en/of
- geld en/of waardepapieren verstrekt en/of afgeleverd en/of vervoerd en/of in ontvangst genomen en/of betaling(en) gedaan en/of laten doen ten behoeve van de aanschaf en/of verkoop van verdovende middelen.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de aan de verdachte opgelegde straf en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 37 maanden en 23 dagen (1133 dagen) met aftrek van voorarrest.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde straf.
Het vonnis moet op dat onderdeel worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.
Strafmotivering
Procesverloop
De onderhavige strafzaak maakt deel uit van het onderzoek “Boerenkool”. De zaak heeft 23 oktober 2025 op een zogeheten pro-formazitting gestaan waarop door de advocaat-generaal is medegedeeld dat er procesafspraken zijn gemaakt met de verdediging.
Het hof is vervolgens bij brief van 26 maart 2026 door de advocaat-generaal geïnformeerd over gemaakte procesafspraken, mede inhoudende een afdoeningsvoorstel.
De procesafspraken
De procesafspraken, zoals verwoord in de brief van 26 maart 2026 luiden als volgt:
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal conform de procesafspraken gerekwireerd, waarbij de raadsman zich - bij gelegenheid van pleidooi - heeft aangesloten.
Het toetsingskader van de Hoge Raad: waarborging van het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het EVRM
De Hoge Raad heeft in het arrest van 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252, overwogen dat de rechter alleen acht kan slaan op een door het Openbaar Ministerie en de verdediging opgesteld afdoeningsvoorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 EVRM stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een afdoeningsvoorstel deel uitmaakt dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.
Het hof overweegt hierover in de onderhavige zaak als volgt.
De verdachte was samen met zijn raadsman aanwezig op de terechtzitting in hoger beroep. Vervolgens zijn op die terechtzitting de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel besproken met de verdachte en diens raadsman. Op basis van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep is het hof van oordeel dat de verdachte in de concrete omstandigheden van het geval vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het acht kan slaan op de voorliggende procesafspraken (en het afdoeningsvoorstel).
Algemeen: strafmaat en instemming met de versnelde procedure
Het hof zal zoals in eerdere uitspraken reeds is overwogen geen algemene, kwantificeerbare strafkorting geven vanwege de instemming met een versnelde procedure, maar per zaak bekijken of er daadwerkelijk aanleiding is om te komen tot strafvermindering op deze grond. Die strafvermindering kan mede gelegen zijn in doelmatigheidsoverwegingen waar de rechter oog voor heeft. Voor alle verdachten die hebben ingestemd met afdoening via een versnelde procedure in de vorm van procesafspraken geldt dat zij daarmee enig procesrisico hebben genomen en voorts dat zij daarmee constructief hebben meegewerkt aan het voorkomen van een nog langere duur van de procedure in hoger beroep. Daarop zal het hof in het voordeel van de verdachte bij de afwegingen met betrekking tot de strafmaat acht slaan.
Concreet: de strafmotivering in de onderhavige zaak
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen ter zake van (internationale) handel, productie en in- en uitvoer van harddrugs en/of precursoren in de periode van 13 juni 2020 tot en met 10 november 2023. De verdachte is door zijn handelen medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik en de productie van drugs veroorzaken. Door de betrokkenheid van de verdachte bij het transport van een grote hoeveelheid precursoren, heeft de verdachte een gevaarlijke situatie gecreëerd, aangezien het voorhanden hebben, vervoeren en bereiden van verdovende middelen gepaard gaat met stoffen en processen die omvangrijke schade kunnen veroorzaken. Het is daarnaast algemeen bekend dat het gebruik van drugs een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en het milieu vormt. Bovendien leidt de handel in verdovende middelen tot vele vormen van ondermijnende criminaliteit die een ontwrichtende invloed hebben op de samenleving. Door zijn handelen heeft de verdachte hieraan bijgedragen en enkel en alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 mei 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
In het voordeel van de verdachte weegt het hof mee dat hij inmiddels werk heeft en samen met zijn partner voor hun kind zorgt.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat thans een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van de in de procesafspraken vermelde duur een passende en geboden reactie vormt en dat deze strafoplegging leidt tot een uitkomst die in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Voorlopige hechtenis
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman verzocht het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen als het hof het afdoeningsvoorstel zou volgen omdat zich dan een situatie zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) voordoet.
Het hof stelt vast dat de gronden en ernstige bezwaren thans nog steeds aanwezig zijn en dat zich niet een situatie zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv voordoet, mede gelet op de op te leggen straf en de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De verdachte heeft de op te leggen straf immers nog niet geheel uitgezeten, maar slechts tot aan de zogeheten fictieve VI-datum. Het verzoek tot opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal het hof dan ook afwijzen.
Beslag
Nu het strafvorderlijk belang zich daartegen niet verzet zal het hof de teruggave aan de verdachte gelasten van de op bijgevoegde beslaglijst onder 1 genoemde kluis.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op artikel 10a van de Opiumwet en artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1133 (duizend honderddrieëndertig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, daaronder begrepen de beslissing tot teruggave van een onder de verdachte in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 1 STK Kluis, zoals genoemd onder 1 op bijgevoegde beslaglijst.
Wijst af het verzoek tot opheffing van de geschorste voorlopige hechtenis.
Dit arrest is gewezen door
mr. B.P. de Boer, als voorzitter,
mr. TH.W.H.E. Schmitz en mr. A.M. Hol, leden,
in bijzijn van de griffier mr. T.A. van den Berg.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 juni 2026.
Mr. A.M. Hol is buiten staat dit arrest te ondertekenen.