GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.348.863/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 10847150 RL EXPL 23-21180
Arrest van 9 juni 2026
in de zaak van
Innova Energie B.V.,
gevestigd te Delft,
appellante,
advocaat: mr. M.A.G. Moesker te Naaldwijk,
tegen
Taste Tailors B.V.,
gevestigd te Utrecht,
geïntimeerde,
advocaat: mr. I.V. Hermans te Utrecht.
Het hof noemt partijen hierna Innova en Tailors.
1. De zaak in het kort
Innova heeft elektriciteit geleverd aan Tailors en heeft buitengerechtelijke incassokosten (bik) geïncasseerd omdat Tailors voorschotbetalingen onbetaald had gelaten.
Het hof oordeelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Innova onder de omstandigheden van het geval, waarbij zij verzoeken van Tailors tot vermindering van de verschuldigde voorschotten heeft genegeerd en voldoende gelden uit eerdere voorschotbetalingen onder zich had, in het zicht van het einde van de overeenkomst (meer) voorschotten wil incasseren en aanspraak maakt op bik. Dat leidt tot de bekrachtiging van het hierna te noemen bestreden vonnis.
2. Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 21 november 2024, waarmee Innova in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 3 september 2024 (hierna: het bestreden vonnis);
het arrest van dit hof van 7 januari 2025, waarin een mondelinge behandeling is gelast (deze is niet gehouden);
de memorie van grieven van Innova, met bijlagen (waaronder een akte overlegging producties met bijlagen);
de memorie van antwoord van Tailors, met bijlage.
3. Feitelijke achtergrond
Tussen partijen heeft een overeenkomst bestaan voor de levering van elektriciteit aan het adres Arkansasdreef 28 te (3565 AR) Utrecht.
De laatste schriftelijke overeenkomst is een op verzoek van Innova door Aridjis 1926 B.V (hierna: Aridjis) als ‘huidige contractant’ en Tailors als ‘nieuwe contractant’ getekende ‘contractovername’ van 3 juni 2019 met vermelding: “De ondertekenaars van dit formulier verklaren dat alle voorwaarden van de overeenkomst met Innova Energie B.V. voor het leveren van elektriciteit en/of gas op het aangegeven leveringsadres worden overgedragen van de hier aangegeven huidige contractant naar de hier aangegeven nieuwe contractant. Ondergetekenden handelen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf en zijn bevoegd bovenstaande bedrijven rechtsgeldig te vertegenwoordigen en contractuele verplichtingen met betrekking tot bovenstaand leveringsadres aan te gaan. Zij hebben kennis genomen van en gaan akkoord met de Algemene Voorwaarden, Contractvoorwaarden, Productvoorwaarden en tarieven die van toepassing zijn op het contract”.
De (in ieder geval als bijlage bij een brief van 25 april 2017 aan Aridjis gevoegde) algemene voorwaarden met ingangsdatum 1 juli 2015 (hierna: de AV 2015) zijn van toepassing.
In de AV 2015 is bepaald:“Artikel 14: Betaling14.1 Bij verhuizing, bij beëindiging van de leveringsovereenkomst en voor het overige ten minste één keer per jaar brengt de leverancier de verschuldigde bedragen door middel van een gespecificeerde nota aan de contractant in rekening. (…)14.3 De betaling dient te geschieden op een door de leverancier aangegeven bankrekening en binnen de door de leverancier gehanteerde termijn.14.4 Indien de leverancier dit verlangt, is de contractant voorschotten verschuldigd op hetgeen hij wegens levering over het lopende tijdvak van afrekening zal moeten betalen. De leverancier bepaalt in redelijkheid de grootte van de voorschotten, de periode waarop zij betrekking hebben en de tijdstippen waarop zij in rekening worden gebracht en moeten zijn betaald. De contractant kan de leverancier gemotiveerd verzoeken om de grootte van de voorschotten aan te passen. Op een dergelijk verzoek beslist de leverancier in redelijkheid. Bij de gespecificeerde nota, die overeenkomstig lid 1 ten minste éénmaal per jaar plaatsvindt, worden ten minste de reeds in rekening gebrachte en/of betaalde voorschotten verrekend. 14.5 De verplichting tot betaling wordt niet opgeheven of opgeschort door het indienen van bezwaar tegen de nota (…)14.6 De contractant is slechts gerechtigd de hem in rekening gebrachte bedragen te verrekenen met enig bedrag dat de leverancier hem schuldig is, indien is voldaan aan de wettelijke vereisten voor verrekening. Verrekening met de voorschotten als bedoeld in lid 4 is echter niet toegestaan. (…)14.8 (…) De contractant die elektrische energie/gas niet uitsluitend voor huishoudelijke doeleinden van de leverancier afneemt, is zonder nadere ingebrekestelling in verzuim indien niet binnen de in lid 3 genoemde termijn is betaald. (…)14.10 Ingeval de contractant in verzuim is, is hij een vergoeding voor de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte verschuldigd alsmede de wettelijke rente voor iedere kalenderdag dat betaling te laat wordt verricht, (…)”
Op 27 januari 2023 heeft Tailors aan Innova geschreven: “Door gewijzigde omstandigheden in onze bedrijfssituatie (verbouwing en sanering) zouden wij graag opnieuw de meterstanden door willen geven opdat een betere schatting van het verbruik op dit moment kan worden opgenomen. Ik ontvang graag een instructie hoe dit aan te kunnen leveren. (…)” Op 3 februari 2023 heeft Tailors aan Innova de meterstanden, waaronder de standen betreffende de elektra, doorgegeven. Op 8 februari 2023 reageerde Innova op de gasstanden (geen aanleiding voor een wijziging), waarop Tailors op 8 februari 2023 schreef: ‘Het gaat ons uiteraard niet om de gasstand (…). Het gaat ons om de elektriciteit daar betalen we momenteel € 8600 per maand voor!”
Op 29 maart 2023 heeft Tailors aan Innova geschreven: “Wij hebben besloten om over te stappen met ingang van 1 mei a.s. voor de elektriciteit. Hierbij bevestig ik dan ook de opzegging van de levering van elektriciteit met ingang van 1 mei 2023. Voor de maanden maart en april zijn/zullen geen betaling meer worden verrichten. Wij verrekenen het te vorderen bedrag met de termijnen die reeds voldaan zijn. Innova heeft meer dan voldoende geïncasseerd om de openstaande nota’s hierop te kunnen verrekenen. Het bedrag van de te verwachten restitutie is met zekerheid hoger dan hetgeen we nog verschuldigd zijn.”
Tailors heeft de voor maart en april 2023 verschuldigde voorschotten (€ 8.653,- voor maart 2023 en, na een verlaging, € 4.613,- voor april 2023, beiden inclusief btw), niet voldaan. Innova heeft haar vanaf 22 maart 2023 aanmaningen gestuurd waarbij zij een incassobureau heeft ingeschakeld en waarbij aanspraak is gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten (hierna: bik). Op 3 mei 2023 heeft Tailors, onder verwijzing naar de opzegging en de afrekening die naar verwachting in het voordeel van Tailors zal uitvallen, de vordering gemotiveerd betwist.
Op 30 mei 2023 heeft Innova Tailors de eindnota voor de levering van elektriciteit gestuurd over de periode van 1 augustus 2022 tot 9 mei 2023. De totale verbruikskosten zijn € 44.011,65 inclusief btw en het in rekening gebrachte voorschot (inclusief maart en april 2023) is € 68.732,- inclusief btw. Als door Tailors te ontvangen is vermeld: € 24.720,35 inclusief btw onder vermelding van: “Dit bedrag verrekenen we met eventuele openstaande nota’s of maken wij binnen enkele dagen na dagtekening over op uw rekening.”
Op 7 juni 2023 heeft Innova aan Tailors geschreven: “Omdat de termijnbedragen van april en mei niet zijn betaald, hebben wij deze dan ook verrekend met de opgemaakte eindnota. In totaal staat er een teruggave klaar van € 6.826,34 welke binnen enkele weken op het bij ons bekende rekeningnummer gestort wordt.”
Innova heeft op voormeld bedrag in mindering gebracht € 2.280,19 aan bik. Op 12 juli 2023 betaalde zij Tailors € 4.454,15. Tailors heeft protest aangetekend bij brief van 16 juli 2023 waarin zij aanspraak maakt op betaling van het achtergehouden bedrag.
Bij brief van 7 augustus 2023 heeft een juridisch adviseur namens Tailors aanspraak gemaakt op betaling van in totaal € 2.670,38 (€ 2.280,29 plus € 342,- aan bik en wettelijke handelsrente).
4. Procedure bij de rechtbank
Tailors heeft Innova gedagvaard en gevorderd Innova te veroordelen haar te betalen: € 2.757,30 (€ 2.280,10 aan te veel betaalde kosten voor elektriciteit, € 342,- aan bik en € 135,11 aan wettelijke handelsrente van 1 juni tot 1 december 2023), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 2.280,19 vanaf 1 december 2023 met veroordeling van Innova in de kosten van het geding. Zij stelt dat Innova ten onrechte bik in rekening heeft gebracht.
Innova heeft verweer gevoerd.
De kantonrechter heeft de vordering toegewezen en Innova in de proceskosten veroordeeld.
5. Vordering in hoger beroep
Innova vordert:(i) de vernietiging van het bestreden vonnis;(ii) de afwijzing van de vorderingen van Tailors;(iii) de veroordeling van Tailors tot betaling aan haar van (a) € 1.393,20 aan (door Tailors aan haar verschuldigde) bik met wettelijke rente; (b) € 342,- aan ten onrechte door Tailors geïncasseerde bik met wettelijke rente; (c) de kosten van beide instanties met nakosten, met, als betaling niet binnen veertien dagen na de dagtekening van het arrest plaatsvindt, wettelijke rente.
Innova stelt dat Tailors bik is verschuldigd omdat zij de voorschotten voor maart en april 2026 niet tijdig heeft betaald en Innova niet met verrekening heeft ingestemd. Onder vermindering van eis stelt zij in hoger beroep de verschuldigde bik op basis van de AV 2015 op € 1.393,20.
Tailors voert verweer.
6. Beoordeling in hoger beroepInleiding
Op grond van art. 14.10 van de AV 2015 is Tailors ‘een vergoeding voor redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte’ verschuldigd als Tailors in verzuim is komen te verkeren met, in dit geval, de betaling van de voorschotten van maart en april 2023. Innova meent dat Tailors in verzuim verkeert en heeft de bik geïnd door verrekening.
Voorop staat dat het Innova vrij staat zich in hoger beroep op andere algemene voorwaarden te beroepen dan zij in eerste aanleg heeft gedaan. Zij hoefde, anders dan Tailors kennelijk meent, niet expliciet te motiveren waarom zij zich in hoger beroep baseert op de AV 2015 en niet (meer) op de algemene voorwaarden uit 2018. Daaraan doet niet af dat de eerste grief mede het oordeel van de kantonrechter over de (in hoger beroep niet meer relevante) algemene voorwaarden uit 2018 bestrijdt. Het gaat er om of het beroep van Innova op de AV 2015 in hoger beroep voldoende duidelijk en kenbaar was: aan die maatstaf is naar het oordeel van het hof voldaan. Dat was, mede gezien het gevoerde verweer, ook voor Tailors kenbaar.
Partijen zijn het erover eens dat de AV 2015 van toepassing zijn. Het hof zal in het midden laten of er consequenties moeten worden verbonden aan de stelling van Tailors dat de eveneens in de contractovername genoemde ‘Contractvoorwaarden’ (hiervoor 3.1) niet aan haar zijn overhandigd. Dat maakt immers niet uit voor de uitkomst van dit geschil. Het hof komt onder 6.7 nog terug op dit onderwerp.
Termijnbetalingen en incassokosten
Volgens Innova is Tailors in verzuim geraakt. Zij stelt dat voor de voorschotten een betalingstermijn van veertien of dertig dagen gold, waarna het verzuim van rechtswege intrad (art. 14.8 AV 2015). Tailors voert onder meer tot haar verweer aan dat het beroep van Innova op art. 14.10 AV 2015 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
Deze zaak kenmerkt zich door het navolgende:- Op 3 februari 2023 heeft Tailors haar meterstanden voor gas en elektriciteit doorgegeven omdat zij, ‘een betere schatting van het verbruik’ wilde (brief 27 januari 2023). Op 8 februari 2023 heeft Innova gemeld dat de standen voor gas haar geen aanleiding gaven om een aanpassing te doen. Tailors gaf daarop schriftelijk aan dat het haar ging om een nieuwe inschatting voor haar elektriciteitsgebruik. Uit het dossier is niet af te leiden dat Innova, die ook niet heeft ontkend hierover herhaaldelijk telefoontjes te hebben ontvangen, op dit verzoek (in redelijkheid, art. 14 lid 4 AV 2015) heeft beslist. - Op 29 maart 2023 heeft Tailors het contract opgezegd onder mededeling dat zij de voorschotten voor maart en april 2023 niet zou betalen maar dat Innova die gelet op de al verrichte voorschotbetalingen in haar voordeel kon verrekenen.- Nergens volgt uit dat Innova op enig moment na 27 januari 2023 en/of 29 maart 2023 de meterstanden van Tailors voor elektriciteit serieus heeft bestudeerd. Zij volhardde in het incassotraject voor de onbetaalde voorschotten. Zij heeft niet betwist dat zij, bij bestudering van de meterstanden, al in maart 2023, dus omstreeks de beëindiging van de overeenkomst, had kunnen weten van een ‘overschot aan voorschotten’. Zij heeft weliswaar gesteld dat onzeker was of er in de toekomst restitutie zou plaatsvinden, maar heeft dat tegenover het betoog van Tailors niet, althans onvoldoende, toegelicht. - Het verzoek van Tailors om de voorschotten voor maart en april 2023 te betalen door verrekening moet, ten slotte, uitdrukkelijk geplaatst worden in het kader van het aanstaande einde van de overeenkomst: het ging om een afrekening over een periode van 1 augustus 2022 tot 9 mei 2023 waarvoor tot en met de termijn van februari 2023 voorschotten waren betaald die ruimschoots voldoende waren om te voorzien in de betaling voor elektriciteit tot einde overeenkomst. - Uiteindelijk bleek dat Tailors ook zonder betaling van de voorschotten voor maart en april 2023 € 6.826,34 te veel had betaald.
Onder deze omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Innova zich beroept op de relevante bepalingen (in het bijzonder 14.5, 14.6, 14.8 en 14.10) van de AV 2015. De ratio van de betaling van voorschotten op, bijvoorbeeld, kosten van het gebruik van elektriciteit is om te voorkomen dat, in dit geval, Tailors aan het einde van een afrekenperiode wordt geconfronteerd met hoge, wellicht moeilijk te innen, additionele kosten voor al verbruikte energie. Tailors heeft aangetoond dat het risico hierop in de laatste periode voor de eindafrekening in het geheel niet heeft bestaan als ook dat Innova volstrekt redelijke verzoeken om de betaalde voorschotten tussentijds te bezien in het licht van de gebruikte energie ten onrechte heeft genegeerd. Onder deze specifieke omstandigheden was Innova bezig met het incasseren van ‘lucht’.
Toepassing van de Contractvoorwaarden waaraan wordt gerefereerd op p. 2 van het ‘Formulier voor contractovername’ leidt niet tot een andere slotsom. Innova heeft immers geen beroep gedaan op bepalingen in de Contractvoorwaarden die tot een ander resultaat zouden kunnen leiden. Ook de toepassing van art. 6:96 lid 2 sub c BW leidt niet tot een andere uitkomst: het incasseren van bik is alleen aan de orde als er een reële te incasseren vordering is. Uit het voorgaande volgt dat deze er niet is. De grieven
Dit leidt tot de slotsom dat de grieven 1 en 2 falen. Grief 3 faalt evenzeer. Tailors heeft terecht aanspraak gemaakt op betaling van € 2.280,19. De kantonrechter heeft terecht de wettelijke rente doen ingaan na het verstrijken van de in de brief van 7 augustus 2023 vermelde betalingstermijn. Nu vast staat dat Tailors een vordering had op Innova die zij heeft geprobeerd buiten rechte te innen, maakt Tailors evenzeer terecht aanspraak op bik. De grieven 4 en 5, ten slotte, hebben geen zelfstandige betekenis.
Conclusie en proceskosten
De conclusie is dat het hoger beroep van Innova niet slaagt. Daarom zal het hof het vonnis bekrachtigen. Het hof zal Innova als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep. In eerste aanleg is Innova al veroordeeld in de proceskosten.
Het hof begroot de proceskosten aan de zijde van Tailors op:
griffierecht € 798,-
salaris advocaat € 912,- (1 punt × tarief I)
nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.899,-
Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing.
7. Beslissing
Het hof:
Dit arrest is gewezen door mr. M.T. Nijhuis, mr. R.M. Hermans en mr. K. Engel en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 in aanwezigheid van de griffier.